Op 4 maart 1964 tekende het Philadelphia Museum of Art een overeenkomst met de Louis E. Stern Foundation en ontving meer dan 300 werken van de kunstverzameling van Stern. Hij had deze in ruim vijftig jaar verzameld. Vanaf januari 1950 had Stern deel uitgemaakt van de Board of Governors van het museum in Philadelphia. In de overeenkomst werd vastgelegd, dat de verzameling vijfentwintig jaar zou worden getoond.
Louis E. Stern werd geboren op 27 augustus 1886 in Balta, een Russische plaats op ongeveer 3500 km oostelijk van Moskou. Nadat hij rond 1900 geëmigreerd was naar de Verenigde Staten groeide hij op in Vineland, New Jersey. In de periode 1905-1909 studeerde hij aan de University of Pennsylvania Law School, waarna hij als advocaat werkte in Atlantic City, Newark, New Jersey en New York. Tijdens zijn 's zomerse reizen naar Europa kocht hij vooral Franse kunstwerken uit de 19de en 20ste eeuw, waaronder van Pablo Picasso, Henri Matisse, Georges Braque en Marc Chagall. In zijn woning in de East 52nd Street in New York ontving hij vrienden uit de kunstwereld.
Stern had in zijn woning een kamer met hoofdzakelijk werken van Chagall ingericht. Nadat Chagall met hulp van het Emergency Rescue Committee op 23 juni 1941 was aangekomen uit bezet Frankrijk leerde hij in 1942 Louis Stern kennen. Chagall sprak geen Engels, maar Stern sprak Russisch en Jiddisch. In maart 1946 begeleidde Stern Chagall bij zijn bezoek aan Chicago en in mei 1946 gingen zij samen naar Parijs, waar Chagall een tentoonstelling in het Musée d'Art Moderne moest voorbereiden. Stern correspondeerde tot zijn dood met Chagalls dochter Ida, Chagall en Virginia Haggard. Uit een brief volgt ook Sterns contact met Teeny Matisse, Pierre Matisse en Patricia Kane. In een brief aan Chagall gaf Stern drie redenen aan om een schilderij van Chagall uit 1925, dat hij gekocht had bij Katia Granoff, op 30 maart 1949 te laten veilen bij Parke-Bernet in New York. Samengevat: 1. Ik wil van iedere kunstenaar het beste; 2. Ik moet geld hebben om goede schilderijen te kopen; 3. Ik moet ruimte hebben als ik het kan kopen.
Louis Stern overleed op 11 januari 1962. Het archief van Stern werd in 1991 door Andrew Pincus geschonken aan het Archives of American Art. Andrew Pincus was de zoon van zijn stiefzus. Haar man Bernard en tevens de vader van Andrew was de executeur testementair van Stern.
![]() | De nevenstaande tekening Kan, boeken en flessen gemaakt met potlood en houtskool op papier is van Roger de la Fresnaye uit 1911-1914.
|
![]() | De nevenstaande gouache Zittende man in een landschap is van Roger de la Fresnaye uit 1920.
|
In de Stern-collectie zijn ook niet-kubistische werken van Braque, Chagall, Amedeo Modigliani en Picasso aanwezig.
Terwijl het Philadelphia Museum of Art werd aangepast om de verzameling te tonen werd van 25 september 1962 t/m 10 maart 1963 in het Brooklyn Museum te New York de tentoonstelling Louis E. Stern Collection gehouden. Op de 28 foto's die via internet te bekijken zijn heb ik bovenstaande of andere kubistische schilderijen nog niet herkend. De kubistische werken worden ingelezen van de database van het museum, waardoor het soms even duurt voor zij te zien zijn.