Pierre Matisse (1900-1989)

Portret van Pierre Matiss; afm.: 40,6 x 33 cm

Pierre Matisse werd op 13 juni 1900 geboren als het jongste kind van de schilder Henri Matisse en Amélie Parayre. In 1909 maakte vader Henri het nevenstaande portret van zijn zoon Pierre. In 1922 volgde Pierre lessen aan de Académie de la Grande Chaumière en het daaropvolgend jaar ging Pierre werken bij Galerie Barbazanges-Hodebert om ervaring op te doen in de kunsthandel. Eind 1924 vertrok Pierre Matisse naar New York, waar hij ging werken bij de Dudensing Galleries van Frank Valentine Dudensing. Voor hem maakte Pierre inkoopreizen naar Europa. In oktober/november 1931 opende Pierre de Pierre Matisse Gallery in de Fuller Building aan de Fifty-seventh Street in New York. Daar Pierre samen met Dudensing geïnvesteerd had in schilderijen volgde in de periode 1932-1935 een briefwisseling tussen de twee eigenaren, waarbij ook de advocaat van Pierre, Arthur B. Springarn, een rol speelde. De afhandeling volgde op de op 5 maart 1931 gesloten Agreement of Dissolution tussen Pierre en Dudensing.

Volgens de schrijver Lynn Nicholas was Pierre aanwezig bij de veiling Gemälde und Plastiken moderner Meister aus Deutschen Museen in het Grand Hotel National te Luzern op 30 juni 1939, waarop Entartete Kunst werd verkocht. Pierre kocht voor de verzamelaar Joseph Pulitzer Jr. het schilderij Baders met schildpad van zijn vader Henri Matisse voor 9.100 Zwitserse francs.

Van 28 december 1929 tot 1949 was Pierre getrouwd met Teeny Sattler (1906-1995). Terwijl Pierre op reis was zorgde Sattler voor de galerie. Zijn zus Marguerite (1895-1982), die sinds 1923 getrouwd was met de kunsthistoricus Georges Duthuit (1891-1973), was min of meer zijn Europese agent. Vooral in de begin jaren hielp zij, broer Jean Matisse en vader Henri met financiële ondersteuning. Teeny Sattler, die samen met Pierre drie kinderen had, trouwde later met de kunstenaar Marcel Duchamp.

Pierre trouwde daarna met Patricia Kane (1923-1972), de ex-vrouw van de surrealistische kunstenaar Roberto Matta (1911-2002). Na haar dood trouwde Pierre in 1974 met barones Maria-Gaetana von Spreti (1943-2001), roepnaam Tana. Pierre Matisse overleed op 10 augustus 1989 in Frankrijk en zijn weduwe op 7 april 2001 in New York.

The Pierre Matisse Gallery

De galerie begon in twee kleine ruimtes in 1931 op de zestiende verdieping van de Fuller Building op de hoek van de Madison Avenue en de Fifty-Seventh Street in New York City met de tentoonstelling Matisse - Picasso, die van 15 november t/m 5 december 1931 werd gehouden. Op deze expositie waren ook werken van Georges Braque, André Derain, Raoul Dufy, Jean Lurçat, Georges Rouault (1871-1958) en Henri Rousseau (1844-1910) te zien. De galerie breidde later uit met enkele ruimtes op lagere verdiepingen. In 1947 verhuisde de galerie naar een grotere ruimte op de derde verdieping. Na de dood van Pierre Matisse sloot de galerie de deuren.

Schenkingen

In 2002 ontving het Metropolitan Museum of Art te New York meer dan 100 werken, waaronder vele van Pierres vader Henri Matisse, van de in 1989 opgerichte Pierre and Maria-Gaetana Matisse Foundation. In 1998 schonk de Foundation het archief van de Pierre Matisse Gallery aan The Morgan Library & Museum te New York.

Kubistische werken via de galerie verkocht

Le Violon, afm.: 81 x 60 cm
Het nevenstaande schilderij De viool (DC 40) van Juan Gris uit april 1913 kocht Pierre Matisse bij Galerie Simon. Het werk kwam voor de Eerste Wereldoorlog door het afgesloten contract bij de kunsthandelaar Daniel-Henry Kahnweiler. Bij het begin van de oorlog werd het schilderij met vele andere werken geconfisqueerd door de Franse Staat. Op de eerste veiling van het geconfisqeerde bezit van Kahnweiler werd het voor 450 FF gekocht door de groep Grassat, die voor Kahnweiler een aantal werken kocht. Het schilderij kwam zo terecht bij Galerie Simon. In 1938 verkocht Pierre Matisse het schilderij aan de kunstverzamelaar Douglas Cooper. Cooper schonk het werk bij testament aan het Museo del Prado te Madrid. Het is nu te zien in het Museo Nacional Centro de Arte Reina Sophia.
Pipe, verre, journal, guitare, bouteille de vieux marc ('Lacerba'), afm.: 73,2 x 59,4 cm
De kunstverzamelaarster Peggy Guggenheim kocht in 1942 het nevenstaande papier collé Pipe, verre, journal, guitare, bouteille de vieux marc ('Lacerba') van Gris nevenstaande bij de Pierre Matisse Gallery te New York. Het werk is nu te zien in het Museum Peggy Guggenheim te Venetië. Gezien de afmetingen en titel zou het nevenstaande papier collé geveild kunnen zijn tijdens de vierde veiling van het geconfisqeerde bezit van Kahnweiler onder de titel Guitare et bouteille met de afmetingen 73 cm bij 60 cm. Het werk bracht 430 FF op.
Femmes aux Poires, afm.: 92 x 73 cm
In maart 1937 kocht de Pierre Matisse Gallery van Douglas Cooper het nevenstaande schilderij Femmes aux Poires van Pablo Picasso uit 1909. Cooper had het schilderij in 1937 gekocht van de kunsthandelaar Alfred Flechtheim, die wegens zijn joodse afkomst uit Duitsland was gevlucht en op dat moment in Londen verbleef. Pierre Matisse Gallery verkocht het schilderij direct door aan Walter P. Chrysler, Jr. In 1955 kocht het echtpaar Samuel A. Marx en Florene May het schilderij. Na de dood van Samuel Marx trouwde Florene met Wolfgang Schoenborn. Na haar dood in augustus 1995 schonk Florene het schilderij bij testament aan het Museum of Modern Art te New York.
Cooper kocht het schilderij Still-life with violin and guitar van Gris uit 1913 bij de Pierre Matisse Gallery. In 1955 verkocht hij het schilderij aan de kunstverzamelaar G.David Thompson uit Pittsburgh.
Cooper kocht het schilderij The Student van Picasso uit 1917-1918 bij de Pierre Matisse Gallery. In 1974 verkocht hij het werk.
Femme nue, afm.: 98 x 76 cm
De Pierre Matisse Gallery kocht het nevenstaande schilderij Femme nue van Picasso uit 1910 van de kunstverzamelaar Earl Horter. Horter kocht het werk op de veiling van de nalatenschap van de kunstverzamelaar John Quinn, die het werk voor 2500 FF gekocht had bij de Caroll Galleries te New York. Walter Pach had het werk voor de galerie gekocht bij de kunsthandelaar Ambroise Vollard. De Pierre Matisse Gallery verkocht het werk aan de Albright - Knox Art Gallery te Buffalo (NY)in 1954.
boek, 2010

Bronnen en verdere informatie

  • Sabine Rewald en Magdalena Dabrowski: The American Matisse The Dealer, His Artists, His Collection, New York 2010, ISBN: 9780300155105. Voor de kaft is het schilderij van Balthus, pseudoniem van Balthasar Klossowski de Rola (1908-2001), uit 1938 gebruikt.
  • The Morgen Library & Museum: Guide to the Pierre Matisse Gallery Archives, 1903–1990.
Laatste wijziging: 190413