De titel van het in 2004 door Andrew Gibbon Williams geschreven boek William Roberts an English Cubist, ISBN: 978-0853318248, wekte de indruk dat ook in Groot Brittanië een kubistische schilder aan het werk was geweest ondanks zijn grote onbekendheid. Na het lezen van het boek en het bekijken van kunstwerken van Roberts is het maar de vraag of Williams een kubist is geweest. Williams noemde ook Percy Wyndham Lewis, David Bomberg, Edward Wadsworth en Christopher Nevinson met een kubistische invloed.
William Patrick Roberts werd op 5 juni 1895 geboren in de Londense voorstad Hackney. Zijn ouders, Edward Roberts en Emma Collins, waren afkomstig uit Ierland en William was het tweede kind. In 1909 ging Roberts aan het werk bij de firma Joseph Causton Ltd, dat vooral reclamemateriaal zoals posters en advertenties maakte, in Londen. Na een werkdag van 8 uur 's morgens tot 6 uur 's middags volgde Roberts 's avonds kunstlessen aan de St. Martin's School of Art.
Dankzij zijn tekenwerk kreeg Roberts in 1910 een beurs van de London County Council voor de Slade School of Art, een 'kunstacademie' waar gewerkt werd volgens de Franse traditie. De lessen waren in tegenstelling tot de Royal Academy Schools gelijktijdig opengesteld voor mannen en vrouwen. Vrouwen waren vanaf 1861 wel welkom op de Royal Academy, maar werden niet toegelaten tot de lessen met naaktmodellen. Op de Slade School of Art ontmoette Roberts (op nevenstaande foto in de gele ring) de medeleerling David Bomberg (1890-1957, in de rode ring). Roberts maakte kennis met de nieuwe kunststromingen door de twee tentoonstellingen, Manet and the Post-Impressionists in 1910 en de Second Post-Impressionists Exhibition in 1912 in de Grafton Galleries die georganiseerd waren door Roger Fry. Ook de grote tentoonstelling van de futuristen in de Sackville Gallery in 1912 beïnvloedde Roberts.
In 1913 verliet Roberts de Slade School of Art en maakte hij een reis van enkele weken naar Frankrijk en Italië. Roberts vestigde zich bij zijn oude schoolvrienden in Cumberland Market en kreeg via bemiddeling van Laurence Binyon werk bij de Omega Workshop, die Roger Fry enkele maanden eerder was begonnen. Roberts werkte drie ochtenden in de week bij de Omega Workshop, een bedrijf voor toegepaste kunst, en schilderde daarnaast in een aan het kubisme verwante stijl. Dit is te zien in het nevenstaande schilderij The Return of Ulysses.
In maart 1914 vroeg Wyndham Lewis (1882-1957), die in oktober 1913 met enkele medestanders van een meer progressieve kunstopvatting de Omega Workshop had verlaten, enkele werken voor zijn pas geopende Rebel Art Centre. De twee voorstudies voor de twee schilderijen, Dancers en Religion, werden op 16 april 1914 afgebeeld in het literaire tijdschrift The New Age met een commentaar van de filosoof T.E. Hulme. In juli 1914 zou Lewis de kunststroming vorticisme lanceren met het tijdschrift BLAST: The Review of the Great English Vortex.
In de zomer van 1913 verhuisde Roberts van Cumberland Market naar een goedkopere kamer in Chalcot Crescent (Chalk Farm), waar zijn vrienden David Bomberg, Geoffrey Nelson en Bernard Meninsky al woonden. Geldgebrek zorgde ervoor dat Roberts contact opnam met de succesvolle kunstenaar Augustus John en denkelijk dankzij hem kreeg Robert in de herfst van 1913 een ruimte in de kunstenaarscommune van de Schotse advocaat Stewart Gray op Ormonde Terrace 8. Daar maakte hij de nevenstaande tekening The Toe Dancer, die geïnspireerd door de experimentele dansen van Grays vrouw Marcia. Eind december 1914 verving de huisbaas Gray en eiste weer huur. Roberts verhuisde naar zijn familie in Hackney, maar verhuisde aan het eind van de lente in 1915 naar Fitzroy Street 4.
In de zomer van 1915 ontmoette Roberts Sarah Kramer (1900-1992) in de ABC teashop op Tottenham Court Road. Sarah, die op 29 juli 1900 geboren was in Leeds, was de zus van Roberts' vriend Jacob Kramer, die samen met Roberts op Slade had gezeten. Sarah verbleef voor een korte vakantie bij David en Alice Bomberg. De joodse familie Kramer was om de progroms te ontlopen in 1900 van Klincy (Oekraïne) naar Leeds geëmigreerd. Na haar vakantie bleven zij en Roberts elkaar schrijven.
Eind 1915 gaf Roberts zich op als vrijwilleger voor militaire dienst en had daardoor nog enige keuze over het dienstonderdeel. Op 27 januari 1916 zou dit door de Military Service Act voorbij zijn. Op 4 april 1916 werd Roberts gunner bij de Royal Field Artillery en na een opleiding midden augustus overgeplaats via Southampton en Le Havre naar de slagvelden bij Vimy Ridge op ruim 10 km noordelijk van Arras bij de 51ste Brigade. Behalve bij Arras vocht Roberts ook bij Yperen. Begin januari 1918 had Roberts twee weken verlof in Engeland.
Uiteindelijk verliet Roberts op 10 april 1918 het front om geplaats te worden als officieel oorlogskunstenaar bij het Canadian War Records Office in Londen. De criticus Paul Konody (1872-1933), die adviseur was van de Canadezen, kon hem slechts één onderwerp geven: de eerste gasaanval van het Duitse op de Canadesche leger bij Yperen op 22 april 1915. Behalve een geldbedrag werd ook het grootste gedeelte van de huur van een atelier betaald. Robert vond een atelier in de Chelsea Manor Studios, Floot Street 10, Chelsea. Hier schilderde hij in zes maanden het nevenstaande doek met de afmetingen 305 bij 366 cm. Nadat Roberts het schilderij in oktober 1918 had ingeleverd bleef hij in Engeland, daar hij vanaf mei 1918 ook door het Britse Ministry of Information tot oorlogskunstenaar was benoemd. Roberts schilderde A Shell Dump, France. het onderwerp mocht hij zelf bedenken, maar het schilderij moest een vaste maat hebben, n.l. 72 bij 125 inches (183 x 317,5 cm).
Na terugkeer uit Frankrijk woonde Roberts op twee verschillende adressen voordat hij in mei 1918 een eenvoudige tweekamer woning betrok op de zolder van Percy Street 32. Hier trok Sarah Kramer bij hem in. Op 6 juni 1919 werd zoon John David Roberts geboren.
Naast de meer realistische werken als oorlogskunstenaar maakte Robert in 1919 drie panelen voor The Vorticist Room in Hôtle de la Tour Eiffel in opdracht van de eigenaar Rudolph Stulik. De nevenstaande panelen, The Diners en The Dancers, lieten min of meer voor het laatst een kubistische invloed zien. Tot zijn demobilisatie in oktober 1919 ontving Roberts een kleine vergoeding. Nadat Roberts enkele portretten had geschilderd kreeg hij via Colin Gill de tip, dat T.E. Lawrence iemand zocht om portrettekeningen te maken voor zijn boek Seven Pillars of Wisdom. Roberts maakte zes tekeningen voor het boek en schilderde een portret van Lawrence in 1922. Eind juni 1922 bezochten Roberts en Sara Leeds en trouwden daar op 28 juni met elkaar. Daarna vertrok het echtpaar via Parijs naar de Zuidfranse plaats La Ciotat.
Om zijn financiële situatie te verbeteren zocht Robert in 1920 contact met William Marchant van de Goupil Gallery in Lower Regent Street te Londen. Marchant nam drie landschappen af om te verkopen, maar bood Roberts geen solotentoonstelling. Dit werd wel geboden door Jack Knewstub van de Chenil Galleries op King's Road in de Londense wijk Chelsea. Bijna zestig werken werden in november 1923 tentoongesteld, die bijna allemaal verkocht werden. Vanaf 1925 ging Roberts enige lessen geven aan de Central School of Art in Londen. In 1927 werd Roberts lid van de in 1925 opgerichte London Artists' Association (=LAA). De organisatie opgericht door o.a. de econoom John Maynard Keynes en de verzamelaar Samuel Courtauld, garandeerde een klein inkomen door het houden van tentoonstellingen. Keynes zou minstens vijftien grote werken van Roberts kopen, waaronder het nevenstaande dubbelportret van Keynes (1883-1946) en zijn vrouw, de Russische balletdanseres Lydia Lopokova (1892-1981). Lopokova was in drie periodes danseres geweest bij Les Ballets Russes van Serge Diaghilev en trouwde in 1925 met Keynes.
In de lente van 1934 werd de LAA opgeheven, maar Keynes beloofde Roberts de maandelijkse bijdrage van £ 15 persoonlijk te blijven betalen. Bovendien zorgde Keynes ervoor, dat de galerie Alex Reid & Lefevre Roberts' kunsthandel werd. In februari-maart 1935 en in maart 1938 had Roberts een solotentoonstelling in de galerie, maar was hij ontstemd over de 33,5% commissie die de galerie kreeg. In 1934 schilderde hij het nevenstaande Hanging a masterpiece en No! No! Roger, cézanne did not use it. In dit laatste schilderij nam Roger de Bloomsbury Group op de hak. Roger Fry met boek, Duncan Grant, Clive en Vanessa Bell discussiëren over een kleur met op de achtergrond een toekijkende Cézanne. In 1938 beëindigde Keynes de financiële overeenkomst.
Tijdens de Tweede Wereloorlog verbleef het gezin Roberts in Oxford om de Duitse luchtaanvallen op Londen te ontlopen. De Londense Central School of Art was tijdens de oorlog gesloten, maar Roberts kon één dag in de week lesgeven aan de Oxford Technical School. Via zijn ex-vrouw Sadie Buckler kon Roberts' vrouw Sarah de rijke zakenman in gezondheidsvoedsel, Ernest Cooper, benaderen en vanaf 1945 was Cooper een geregelde koper. In totaal zou Cooper bijna 70 werken aankopen. In 1946 keerden William en Sarah Roberts terug naar Londen, waar zij een kamer betrokken op St Mark's Crescent 14. Na enige tijd konden zij meer kamers betrekken en na drie jaar kregen zij de mogelijkheid het gehele huis te kopen. Ook zoon John kwam in het huis wonen. Dankzij betere verkopen kon het gezin buitenlandse reizen maken, waarbij het vooral Spanje bezocht. Tot 1960 bleef Roberts les geven aan de Londense Central School of Art, waar hij na de heropening in 1946 weer mee was verbonden. Op 20 januari 1980 overleed William aan een hartaanval.
Na Roberts' dood hadden Sarah en John het plan om van het woonhuis een museum te maken en probeerden zij zoveel mogelijk werken van William Roberts op te kopen. John zocht naar zijn vaders werken in tentoonstelling- en veilingcatalogi en catalogiseerde de gevonden gegevens. Weduwe en zoon werkten ook mee aan diverse tentoonstellingen. Op 28 november 1992 overleed Sarah en op 28 februari 1995 overleed John plotseling aan een hartaanval. Het huis bevatte 475 kunstwerken van William Roberts. Op initiatief van Marion Hutton werd in 1998 de William Roberts Society opgericht.
Zie voor uitgebreide informatie: