Na de Eerste Wereldoorlog was de economische situatie in Duitsland zodanig, dat de Münchense galeriehouder Heinrich Thannhauser nieuwe mogelijkheden zocht om zijn bedrijf levensvatbaar te houden. Hij zag mogelijkheden in Zwitserland, daar rijke Amerikanen zich daar hadden gevestigd of op vakantie kwamen. In maart 1920 opende hij Galerie Thannhauser Luzern, waar Thannhauser zoon Justin (1892-1976) en neef Siegfried, die in 1919 bij zijn oom in dienst was gekomen, de leiding kregen. Siegfried was de zoon van Heinrich Thannhausers zus. Eind 1919 waren de beide neven naar Luzern gegaan en hadden een ruimte in de Haldenstrasse 11 ingericht als galerie. In 1921 kreeg Siegfried de leiding van de galerie, daar Justin terug ging naar München wegens gezondheidsproblemen van zijn vader. De galerie in Luzern was hoofdzakelijk in de zomerperiode geopend. In de winterperiode hielp Siegfried in de galerie te in München en vanaf 1927 ook in het filiaal te Berlijn, dat in juni 1927 werd geopend. In 1928 veranderde volgens Angela Rosengart de naam van de galerie in Galerie Rosengart vormals Galerie Thannhauser, maar volgens tentoonstellingscatalogi veranderde de naam pas later.
In 1937 trok Justin Thannhauser zich terug uit de Luzernse galerie, nadat hij in april 1936 zijn galerie van München naar Parijs had verplaatst wegens zijn joodse afkomst en de opkomst van nazi's. In december 1940 vluchtte Justin Thannhauser met zijn gezin naar New York.
Angela Rosengart werd in 1932 geboren te Luzern. Vanaf 1948 ging zij werken in Galerie Rosengart, de kunsthandel van haar vader. In 1949 ontmoette Angela voor het eerst Picasso, toen zij samen met haar vader Parijs bezocht. Bij een bezoek aan Picasso in Vallauris in april 1954 vroeg Picasso of hij haar mocht tekenen. Hij tekende op 28 april het nevenstaande portret (links) en op 2 oktober 1958 het andere. In 1957 werd Angela een volledige partner van de galerie. Op 24 februari 1969 bezochten Angela en haar vader Picasso in Notre-Dame-de-Vie. Het was de verjaardag van Picasso's vrouw Jaqueline Roque. Andere gasten waren o.a. de schrijver Josep Palau i Fabre en de verzamelaar Douglas Cooper. Na de dood van haar vader in 1985 zette Angela de galerie voort. In 1992 richtte zij de Stiftung Rosengart op om haar kunstverzameling van ongeveer 200 werken daarin onder te brengen. De stichting kocht om de collectie te tonen het gebouw van de Schweizerischen Nationalbank in Luzern. Op 26 maart 2002 opende het museum aan de Pilatusstrasse 10.
De Collectie omvat meer dan 300 werken van 23 kunstenaars, n.l. Bonnard, Braque, Cézanne, Chagall, Dufy, Kandinsky, Klee (125 stuks), Laurens, Léger, Marini, Matisse, Miró, Modigliani, Monet, Picasso (180 stuks), Pissarro, Renoir, Rouault, Seurat, Signac, Soutine, Utrillo and Vuillard.
|
Het nevenstaande Nature morte à la guitare van Picasso uit 1922 kocht Siegfried Rosengart in 1950 en liet het na aan zijn dochter. In 1978 schonken Siegfried en Angela Rosengart acht werken van Picasso in verband met het 800-jarig bestaan van de stad aan de stad Luzern, die het onderbracht in het Picasso Museum. De gehele collectie van het museum, waaronder ook foto's van David Douglas Duncan, was afkomstig van Rosengart. De ongeveer 200 foto's, die Duncan nam van Picasso in de periode 1957-1973, kocht Angela Rosengart in 1992. In 2008 werd het Picasso Museum ondergebracht in het Museum Sammlung Rosengart. |
![]() | In de vijftiger jaren kocht Siegfried Rosengart het nevenstaande Contraste de Formes van Fernand Léger uit 1913. Midden 1955 bood Rosengart het nevenstaande werk te koop aan de directeur van het Van Abbemuseum te Eindhoven, Edy de Wilde, maar het werk werd niet aangekocht. Het werk staat afgebeeld in het boek Great Collectors of Our Time; Art collecting since 1945, dat geschreven is door James Stourton, bij het gedeelte over Siegfried en Angela Rosengart. |
![]() | De nevenstaande gouache La table devant la fenêtre van Picasso uit 1919 werd door Angela Rosengart geschonken aan de stad Luzern en opgenomen in het Picasso Museum. Een afbeelding van het werk werd eerder gebruikt als poster. |
Tot het bezit van de Collection Rosengart behoort ook het nevenstaande portret van de kubistische beeldhouwer Henri Laurens, dat geschilderd is door Modigliani in 1915. Een ander portret van Laurens geschilderd door Modigliani behoort (of behoorde) tot de Collection Newman te New Orleans.