Paul Éluard (1895-1952).

Paul Éluard was een pseudoniem voor Eugène Émile Paul Grindel, die op 14 december 1895 werd geboren in de Parijse voorstad Saint-Denis. Zijn vader was boekhouder en zijn moeder naaister. Getroffen door de veel voorkomende ziekte tuberculose werd hij in december 1912 naar het sanatorium in Clavadel in Zwitserse gezonden om te herstellen. In het sanatorium ging hij gedichten schrijven en ontmoette hij de Russin Elena Dmitrievna Diakonova (1894-1982). In februari 1914 keerde Éluard terug naar Parijs.

vlnr.: Breton, Eluard (achterste), Tzara en Péret, 1922

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werd hij gemobiliseerd en kwam hij als verpleger in een militair ziekenhuis aan de Somme. Aan het front werd hij gewond door een gasaanval. Tijdens een verlof trouwde hij op 21 februari 1917 met Diakonova, die hij Gala noemde en in september 1916 uit Rusland naar Frankrijk was gekomen. In 1918 kreeg het echtpaar dochter Cécile. In Parijs ontmoette hij o.a. de schrijvers Jean Paulhan, André Breton, Louis Aragon, Benjamin Péret, Tristan Tzara en Philippe Soupault. In maart 1924 verdween Éluard plotseling om zeven maanden later, na een reis naar Tahiti, Indonesië en het huidige Sri Lanka, weer even plotseling te voorschijn te komen. Tijdens zijn afwezigheid werden op 3 juli 1924 achtennegentig werken uit de kunstverzameling van Eluard geveild bij Hôtel Drouot. De opbrengst was 44.675 FF en de hoogste bedrag (2.900 FF) werd betaald voor het kubistische schilderij Guitare van Pablo Picasso.

In de zomer van 1929 bezocht het echtpaar Éluard samen met René en Georgette Magritte de schilder Salvadore Dali in het Zuidfranse Cadaques. Gala koos spoedig voor Salvador Dali en zij verliet in 1929 Éluard. De scheiding werd in 1932 officieel uitgesproken.

trouwfoto

In de periode 1924-1938 was Éluard één van de groep surrealisten. Op 21 augustus 1934 trouwde Paul Éluard met Maria Benz (1906-1946), die vooral bekend werd onder de naam Nusch. De uit de Elzas afkomstige Nusch was model voor o.a. Man Ray, Lee Miller en Pablo Picasso. Na het plotseling overlijden van Nusch op 28 november 1946 aan een hersenbloeding stortte Éluards wereld in. Pas in 1949 kwam aan een moeilijke periode een einde door de ontmoeting met Dominique Laure (Odette Lemort) (1914-2000) tijdens een congres in Mexico. Op 14 juni 1951 trouwden Paul en Dominique in Saint-Tropez.

Eluard en Picasso

Éluard, die in 1926 was toegetreden tot de Franse Communistische partij, probeerde Picasso over te halen ook lid te worden. Uiteindelijk werd Picasso lid van de FCP. Samen bezochten zij het wereldcongres van de communistische partijen in 1948 in Warschau. In 1983 verscheen het boek Éluard, Picasso et la peinture (1936-1952) (ISBN: 9782600035941) geschreven door Jean-Charles Gateau, waarvan op het internet een indruk verkregen kan worden.

Éluard overleed op 18 november 1952 in Charenton-le Pont. Picasso begeleidde zijn weduwe Dominique tijdens de begrafenis op 22 november op het Parijse kerkhof Père-Lachaise.

Kubistische werken in het bezit van Éluard

Stilleven Le casse-croute, afm.: 25,5 x 46 x 9,5 cm

Denkelijk na de tentoonstelling Exposition Surrealiste d'Objects in de Galerie Charles Ratton in mei 1936 kreeg Éluard van Picasso het nevenstaande houten Stilleven Le casse-croute uit 1914. Paul Éluard verkocht dit werk op 27 juni 1938 aan Roland Penrose voor het symbolische bedrag van 100 Franse francs, daar hij dit werk van Picasso had gekregen. Tijdens een diefstal van kunstwerken uit het huis van Penrose in april 1969 lieten de dieven het werk onaangeroerd. Ze namen wel 25 andere werken mee, die in juli 1969 teruggevonden werden bij het opruimen van een kelder. Het werk is nu te zien in de Tate Gallery te Londen.

Verder informatie

boek, 2010
  • In 2010 verscheen het boek Nusch: Portrait d'une Muse du Surréalisme geschreven door Chantal Vieuille en een bijdrage van Timothy Baum. (ISBN: 9782953624908).
  • De Franstalige website Paul Eluard sur internet.
Laatste wijziging: 050811