Joseph Pulitzer, roepnaam Joe, werd geboren op 13 mei 1913 in St. Louis, als oudste kind van het in 1910 getrouwde echtpaar Joseph Pulitzer en Elionor Wickham. Het echtpaar kreeg nog twee dochters en uit een tweede huwelijk van Pulitzer kwam nog zoon Michael voort. Joseph Pulitzer Jr. studeerde vanaf 1932 'history, government and fine arts' aan de Harvard University en vervulde daarna vele functies aan de universiteit en het bijbehorende museum. In 1936 kocht Pulitzer zijn eerste belangrijke schilderij, Elvira Resting at a Table van Amedeo Modigliani uit 1919 (Nu in het St. Louis Art Museum). Het was het begin van een grote kunstverzameling. Vanaf 1936 was Pulitzer werkzaam bij de krant St. Louis Post-Dispatch, die zijn opa in 1878 gekocht had en waarvan zijn vader de eigenaar was. Op 2 juni 1939 trouwde Pulitzer met Louise Vauclin, roepnaam Lulu in Bryn Mawr, en op 21 december 1949 werd zoon Joseph IV, roepnaam Jay, geboren.
Na het huwelijk ging het echtpaar op huwelijksreis naar de Italiaanse plaats Portofino. Op 30 juni 1939 kocht Pulitzer tijdens deze reis het schilderij Baders met schildpad van Henri Matisse uit 1908 voor $ 2.400 op de veiling van entartete kunst in Luzern. Het werk was afkomstig uit het Duitse Folkwang Museum te Essen. De kunsthandelaar Curt Valentin had Pulitzer op de veiling opmerkzaam gemaakt en Pierre Matisse, de zoon van Henri Matisse, vergezelde Pulitzer en bood voor hem. Pulitzer kocht daarnaast nog twee kunstwerken op de veiling en enkele maanden later van Curt Valentin nog een, die Valentin er had gekocht. In 1965 schonk Pulitzer het schilderij aan het St. Louis Art Museum.
In 1939 begon Pulitzer het Harvard Art Museum financieel te ondersteunen. Van 1942 tot 1946 maakte Pullitzer deel uit van de Amerikaanse marine in de Pacific. Op 4 april 1955 volgde Pulitzer zijn vader, die op 30 maart was overleden, in het bedrijf op. Jacques Villon schilderde dat jaar een portret van Pulitzer. Pulitzer was daarna 38 jaar hoofdredacteur en uitgever van St. Louis Post-Dispatch en directeur van Pulitzer Publishing Company. In de periode 1955-1986 was Pulitzer tevens voorzitter van de Pulitzer Prize Board en breidde hij het bedrijf sterk uit. De Pulitzer Prize werd in 1917 voor het eerst toegekend als eerbetoon aan Josephs opa, die op 29 oktober 1911 overleed en grondlegger was van het familiebedrijf. In 1991 schonk Pulitzer geld voor het instandhouden van het Joseph Pulitzer, Jr. Professorship of Modern Art bij de faculteit Arts and Sciences van Harvard. Op nevenstaande foto staat Joe rechts naast zijn vader, die in 1955 overleed, en het bronzen beeld van zijn grootvader.
Op 30 juni 1973 trouwde de zestigjarige Joseph Pulitzer met de negenendertigjarige Emily Rauh. Emily Rauh behaalde in 1955 haar bachelor in de kunstgeschiedenis aan het Bryn Mawr College (Pennsylvania). Na een studie aan de École du Louvre in Parijs werkte zij in de periode 1957-1964 als assistent curator 'tekeningen' bij het Fogg museum, een onderdeel van het Harvard Art Museum te Cambridge (MA, U.S.A.). In 1963 behaalde zij haar master in de kunstgeschiedenis aan de Harvard University, waarna zij curator werd aan het Saint Louis Art Museum.
Bij de dood van Joseph op 26 mei 1993 erfde Emily o.a. 43% van de aandelen van Pulitzer Inc. met een geschatte waarde van $ 124 miljoen. Zijn zoon Joseph Pulitzer IV, die bij St. Louis Post-Dispatch werkte, kreeg geen aandelen en later van de belangrijkste aandeelhouders, waaronder zijn stiefmoeder en zijn oom Michael Pulitzer, te horen, dat hij niet in aanmerking kwam om de familietraditie voort te zetten. Het kwam niet helemaal als een verrassing, daar bij het aftreden van zijn vader in 1986 voor het eerst de functie van hoofdredacteur en uitgever niet aan een Pulitzer werd doorgegeven. Begin april 1995 verliet hij het familiebedrijf. In 2005 werd Pulitzer Inc. door de aandeelhouders voor $ 1,46 miljard verkocht aan Lee Enterprises. Emily ontving denkelijk ruim $ 400 miljoen. Een aandeel van Lee Enterprises zakte in de periode 2005-2009 van $ 42 naar $ 0,24. Op 31 augustus 2009 was de waarde ongeveer $ 1,90.
![]() | In een artikel van John Russell in The New York Times van 24 april 1988 naar aanleiding van de tentoonstelling in 1988 stond, dat Pulitzer kortgeleden het schilderij Schoorsteenmantel van Georges Braque uit 1921 gekocht had. Denkelijk was dat het nevenstaande schilderij, dat in het boek Georges Braque geschreven door Edwin Mullins uit 1968 toebehoorde aan de heer en mevrouw Richard K. Weil in St. Louis, de woonplaats van Pulitzer. |
![]() | In het zelfde artikel van Russell werd hetzelfde geschreven over het nevenstaande papier collé Glas en Bass-fles van Pablo Picasso uit 1914. Het werk werd op de vierde veiling van het geconfisqueerde bezit van de kunsthandelaar Daniel-Henry Kahnweiler verkocht voor 200 FF. Het behoort nu volgens On-Line Picasso Project tot het bezit van Paul Rosenberg & Cie te New York. |
![]() | Het nevenstaande schilderij Portret van Wilhelm Uhde van Picasso uit 1910 kocht Joseph Pulitzer in 1967 via Galerie L'Oeil te Parijs van Roland Penrose. Penrose had het werk in 1937 gekocht van René Gaffé. Eerdere bezitters waren John Quinn, de kunsthandelaar Ambroise Vollard en Wilhelm Uhde. |
![]() | Volgens een publicatie van de Harvard University geschreven door Judith Parker in 1988 bezat Pulitzer het nevenstaande schilderij Viool en glas van Juan Gris uit 1915, dat door hem geschonken is aan het Fogg Art Museum. Een vorige eigenaar was Gottlieb Reber. |
![]() | Uit een persbericht van de Harvard University op 17 oktober 2008 bleek, dat het echtpaar Pulitzer het nevenstaande schilderij Harlequin van Paplo Picasso uit 1918 bezat. Het schilderij was in 1936 gekocht voor een prijs tussen $ 5.000 en $ 10.000 in Londen en was de eerste Picasso in de kunstverzameling. Het schilderij werd door Emily met 30 andere werken en $ 45 miljoen geschonken aan het Harvard Art Museum. De moderne en hedendaagse kunstwerken hadden een waarde van $ 180 miljoen. Ongeveer $ 40 miljoen zal gebruikt worden om de drie onderdelen van het museum onder één dak te brengen. In de periode 1953-2005 had het museum al eerder 43 kunstwerken uit de kunstverzameling van Joseph Pulitzer, zijn eerste vrouw Louise Vauclain (overleden op 21 december 1968 aan keelkanker) en tweede vrouw Emily Rauh ontvangen. Dit waren kunstwerken van o.a. Braque en Delaunay. Bovendien ontving het museum in die periode geld van de familie Pulitzer om 92 kunstwerken te kopen. Het Harvard Art Museum bestaat uit drie musea, n.l. het Fogg-, het Busch-Reisinger- en het Arthur M. Sackler-museum en vier onderzoekcentra. |
![]() | Tot de 31 werken behoorde ook het nevenstaande schilderij Landschap van Picasso uit 1909. Pulitzer kocht het schilderij in 1942 bij de Valentine Gallery te New York. Het schilderij van de berg Santa Bàrbara maakte Picasso toen hij verbleef in Horta de Ebro. Eerdere eigenaren waren de verzamelaar Dr. Gottlieb Reber en de kunsthandelaar Ambroise Vollard. |
![]() |
Tot de bovengenoemde schenking behoren tevens het nevenstaande schilderij Stilleven met tekenhaak op zwarte schijf van Roger de La Fresnaye uit 1913, het stenen relief Still Life with Musical Instruments van Jacques Lipchitz uit 1918 en het nevenstaande niet kubistische bronzen beeld Gertrude Stein uit 1921. |
![]() | Volgens een verderop staande foto bezat Joseph Pulitzer het nevenstaande pre-kubistische schilderij Femme au corsage jaune van Picasso uit 1907, dat hij gekocht had bij de Valentine Gallery te New York. Een vorige eigenaar was Paul Guillaume en na zijn dood in 1934 erfde zijn vrouw het schilderij. In 1993 plaatste Uganda het werk op een postzegel in een serie gewijd aan Picasso. Een ander exemplaar was het schilderij Portret van Gertrude Stein uit 1905-1906. |
![]() | ![]() Volgens de nevenstaande foto bezat Pulitzer een stilleven van Braque. Opvallend is dat het schilderij, denkelijk voor de compositie van de foto, gedraaid wordt vastgehouden. Het geschilderde naambordje wijst hierop. Het werk komt niet voor in Braque cubism, catalogue of the work 1907-1914 noch in L'opera completa di Braque 1908-1929, ondanks dat het stippenpatroon naar de werken uit 1914 wijst. |
![]() | Pulitzer bezat het nevenstaande papier collé Bouteille et Clarinette duo pour flûte van Braque uit 1914. Hij schonk het werk aan het Fogg Museum. Eerdere eigenaren waren Georges Bernier, Léonide Massine en Serge Diaghilev. |
![]() | In het boek Juan Gris van James T. Soby uitgegeven in 1958 te New York werd van het nevenstaande schilderij Stilleven met fruitschaal van Juan Gris uit 1916 aangegeven, dat het werk behoorde tot de verzameling van het echtpaar Pulitzer. |
In oktober 2001 opende in St. Louis de deuren van de Pulitzer Foundation for the Arts, waarvan het gebouw ontworpen was door de Japanse architect Tadao Ando en ongeveer $ 17 miljoen kostte. Behalve voor tijdelijke tentoonstellingen wordt het gebouw vooral gebruikt voor het tentoonstellen van de kunstverzameling van het echtpaar Pulitzer.