Paul Erich Küppers werd op 19 oktober 1889 geboren in Essen. In 1912 bleek hij last van zijn longen te hebben, waardoor hij afgekeurd werd voor militaire dienst. Tijdens zijn studie kunstgeschiedenis aan de Hochschule Kunstgeschichte te München ontmoette Küppers Sophie Schneider. Hij studeerde ook aan de universiteit van Tübingen en van Kiel. Wegens tuberculose bracht Küpers enige tijd door in een sanatorium in het Schwarzwald.
Sophie Schneider (1891-1978)Nadat Sophies vader Christian Schneider medicijnen had gestudeerd werd hij scheepsarts bij de Marine. Christian Schneider trouwde in januari 1891 in München met Mathilde Parcus, waarvan de vader een drukkerij bezat. Via een kort verblijf in Berlijn, waar Sophies vader zijn kennis van infectieziektes verdiepte, vestigde het echtpaar zich in Kiel. Op 1 november 1891 werd daar Sophie geboren. Rond 1900 verhuisde het echtpaar met drie kinderen naar München, waar Sophies vader de lijfarts van zijn rijkere oudste broer Julius werd. Julius leidde het door zijn vader Friedrich en de kunstenaar Kaspar Braun opgerichte kunstboekenfirma Braun & Schneider. In mei 1915 stierf Sophies vader op 58-jarige leeftijd tijdens een operatie. |
Door de afkeuring voor militaire dienst werd Paul Küppers bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog niet opgeroepen. Op 10 juni 1916 werd in Hannover het Kestner-Gesellschaft opgericht om de hedendaagse kunst te promoten. Küppers had als wetenshappelijk assistent al een jaar bij het Kestner Museum gewerkt en werd benoemd als directeur van het Kestner-Gesellschaft, dat gevestigd was in de Koningstrasze 8 te Hannover.
Paul Küppers trouwde op 14 september 1916 met Sophie Schneider in München. Het echtpaar ging wonen in Hannover. Na de dood van Sophies oom Julius erfde Sophie een groot geldbedrag en het echtpaar met de op 14 augustus 1917 geboren zoon Kurt verhuisde naar een grotere woning. De woning werd het middelpunt van vele kunstenaars, die voordrachten en concerten in de woning hielden of bijwoonden. De dichteres Else Lasker-Schüler, die van 1903 tot 1912 getrouwd was met Herwarth Walden, was één van de uitvoerende bezoeksters.
In 1919 kochten Paul en Sophie Küppers als eerste werk voor hun kunstverzameling het werk Sumpflegende (Moeraslegende) van Paul Klee uit 1919, toen zij een bezoek brachten aan het atelier van Klee. Op 15 oktober 1919 kocht het echtpaar in de Galerie 'Der Sturm' het schilderij Improvisatie nr. 10 van Wassily Kandinsky uit 1910 voor 3000 DM. Daarna volgde nog werken van o.a. Marc Chagall, Albert Gleizes, George Grosz, Ernst Ludwig Kirchner, Paul Klee, Oskar Kokoschka, Fernand Léger, Louis Marcoussis, Paula Modersohn-Becker, Piet Mondriaan, Emil Nolde, Karl Schmidt-Rottluff en Kurt Schwitters. Vaak werd het kunstwerk direct van de kunstenaar gekocht.
De zomers van 1919 en 1920 bracht het gezin Küppers door op het Noordzee-eiland Baltram met het echtpaar Ernst en Käte Steinitz, het echtpaar Schwitters en het echtpaar Otto en Lotte Geichmann. Tijdens deze vakanties werkte Paul Küppers aan het boek Der Kubismus: Ein künstlerisches Formproblem unserer Zeit. Dankzij de University of Toronto kunt u de tekst lezen via de website van Internet Archive.
In 1920 werd zoon Hans geboren. Rond de jaarwisseling 1921-1922 werd Paul Küppers, die ook na het overwinnen van de tuberculose een zwakke gezondheid had, ziek. Op 7 januari 1922 overleed hij op 32-jarige leeftijd aan de Spaanse griep in Hannover.
Sophie werd wegens haar moederschap niet in staat geacht het Kestner-Gesellschaft te leiden, maar kreeg wel de begane grond van de Köningstrasze 8 als tentoonstellingsruimte tot haar beschikking. De geweldige inflatie in Duitsland zorgde voor financiële problemen bij het Kestner-Gesellschaft en het gezin Küppers. In oktober 1922 werd in de salon van Herbert von Garvens-Garvensburg in Hannover een Dada-avond gehouden, waar Kurt Schwitters, Theo en Nelly van Doesburg, Hans Arp, Tristan Tzara, László Moholy-Nagy, Raoul Hausmann, Hannah Höch, Werner Graeff, El Lissitzky en anderen aanwezig waren. De volgende dag bracht het gezelschap een bezoek aan het Kestner-Gesellschaft en liet Schwitters werk van Lissitzky zien. Daar Sophie de tentoonstelling Erste russische Kunstausstellung in Galerie van Diemen te Berlijn had gezien, was Sophie bekend met het werk van Lissitzky en zij kocht een aquarel van de aanwezige Lissitzky. In januari 1923 organiseerde Sophie een tentoonstelling van werken van El Lissitzky en de Hannoverse expressionist Max Burchartz. De financiële situatie was zodanig verslechterd dat een catalogus niet kon worden gemaakt. De tentoonstelling was een succes en het Kestner-Gesellschaft gaf aan Lissitzky de opdracht een map met lithografieën te maken, die men de medewerkers wilde schenken. Lissitzky beloofde uit Berlijn, waar hij al twee jaar woonde, naar Hannover te komen als het werk klaar was.
De geregelde contacten en briefwisselingen zorgde ervoor, dat Sophie in januari 1927 Lissitzky achterna reisde naar Moskou en op 27 januari 1927 met hem trouwde. Voor haar vertrek bracht zij haar zonen tijdelijk in een internaat in Gebesee (Thüringen) onder en leende zij 16 werken van de kunstverzameling uit aan het Provinzial-Museum te Hannover, waar Dr. Alexander Dorner directeur was.
In het voorjaar van 1928 reisden Sophie en El Lissitzky naar Keulen in verband met de tentoonstelling Pressa, waar Lissitzky meewerkte aan het Russisch paviljoen. Sophie haalde de kinderen op en na een vakantie in Oosterrijk en een verblijf van veertien dagen in Parijs waar zij o.a. Mondriaan en Léger ontmoette, gingen Sophie en Lissitzky zonder de kinderen naar Moskou. Op nevenstaande foto zien we Mondriaan beneden en Sophie en Lissitzky bovenaan rechts staan op het dak van het door Le Corbusier ontworpen Villa Stein-de Monzie. Op 28 juli 1930 haalde Sophie voordat zij naar Moskou terugkeerde 4 kunstwerken, waaronder een werk van Léger en twee van Paul Klee, op uit het Provinzial-Museum te Hannover.
Op 12 oktober 1930 werd zoon Jen Lissitzky geboren te Moskou. Door de toenemende terreur van Stalin was het steeds moeilijker naar het buitenland te reizen en in de zomer van 1931 kwamen Sophies zonen Kurt en Hans definitief naar Moskou. In 1935 liep Kurt van huis weg en reisde hij naar Duitsland, waar hij op 15 februari 1938 werd opgepakt. Kurt kwam in het concentratiekamp Sachsenhausen terecht, waar hij in 1945 bevrijd werd door de Russen. Hij overleed in 1960 te Dresden. Zoon Hans behaalde het diploma voor leraar Duits, maar door de veranderde politieke situatie, mocht hij als Duitser geen Russishe kinderen onderrichten. Na de Duitse inval op 22 juni 1941 vertrok Hans op 30 december 1941 om verplichte arbeid te gaan verrichten achter de Oeral. 's Avonds stierf Lissitzky. Via een kaart, die afgestempeld was op 17 juli 1942, kreeg Sophie te horen, dat Hans in Krasnaya Gorka gestorven was aan bloedvergiftiging. Op 7 oktober 1944 kregen Sophie en Jen te horen, dat zij verbannen waren naar Siberië. Op 10 oktober 1944 werden zij met vele andere, hoofdzakelijk Duitstalige, vrouwen en kinderen in Moskou in goederenwagons gestopt en in 16 dagen naar Nowosibirsk vervoerd. Daar gaf Sophie na enige tijd handwerklessen. Na de dood van Stalin en de machtsovername van Nikita Chruschtschow hoefden Sophie en Jen zich vanaf augustus 1954 niet meer twee keer per maand te melden. Op 3 januari 1956 werd de verbanning opgeheven.
Dankzij de hulp van Jelessa Stassowa kreeg Sophie, na eerder zeven keer afgewezen te zijn, een pas voor het buitenland en bezocht zij van 8 augustus t/m 6 november 1958 haar broers Julius en Hermann in Oostenrijk en Duitsland. Vanuit Wenen schreef Sophie het museum in Hannover aan en kreeg zij te horen, dat haar kunstverzameling verdwenen was. Terug in Rusland maakte Sophie een lijst van de verdwenen werken. In de nacht van 11 op 12 december 1978 overleed Sophie in Nowosibirsk. Enige tijd voor haar dood overhandigde zij de lijst aan haar zoon Jen Lissitzky. Nadat Jen in mei 1989 met een list de Sovjetunie was ontvlucht ging hij op zoek naar de verdwenen kunstverzameling.
De bovenstaande gegevens zijn afkomstig uit het in 2002 in Keulen verscheen boek Die geraubten Bilder met als ondertitel Die abenteuerliche Geschichte der Sophie Lissitzky-Küppers und ihrer Kunstsammlung geschreven door Ingeborg Prior (ISBN: 3-462-03084-1).