Clara en Emil Friedrich

Emil Friedrich

Emil Friedrich werd geboren in Winterthur in 1892. Na een juridische opleiding werd Friedrich secretaris van de gezondheidsdienst in Winterthur en daarna secretaris van de Vereinigung Schweizerischer Schuhindustrieller in Bazel. In 1919 trouwde Emil Friedrich in Schaffhausen met Clara Jezler, die in 1894 geboren was te Schaffhausen. In 1925 stichtte Emil Friedrich in Zürich de Bank Friedrich, die in 1961 de naam Rüd, Blass & Cie kreeg. Aangezien het echtpaar Friedrich geen nakomelingen had gaf Friedrich buitenstaanders de leiding en een aanpassing van de firmanaam. Tussen 1926 en 1948 ontstond de kunstverzameling.

Clara Friedrich

Het echtpaar liet in Zürich aan de Attenhoferstrasse een huis bouwen en vestigde zich daar. Op zoek naar kunstwerken om hun nieuwe huis aan te kleden bezocht het echtpaar in 1926 de kunstverzamelaar en bankier Raoul la Roche. In de door Le Corbusier ontworpen woning Villa La Roche-Jeanneret van La Roche zag het echtpaar de kubistische verzameling van La Roche met schilderijen van Georges Braque, Juan Gris, Amédée Ozenfant en Pablo Picasso. In plaats van impressionistische schilderijen koos het echtpaar na het bezoek voor werken vanaf het kubisme. Op nevenstaande foto, die genomen was in het huis van Raoul La Roche in Parijs, zien we vlnr: Yvonne Jeanneret-Gallis, haar man Charles-Edouard Jeanneret, meer bekend onder de naam Le Corbusier, Raoul La Roche en Clara Friedrich.

Met advies van La Roche en de financiële steun van haar man kocht Clara kunstwerken bij Daniel-Henry Kahnweiler, Léonce Rosenberg en spoedig ook bij kunstenaars. Clara kreeg spoedig een persoonlijk contact met o.a. Pablo Picasso, Fernand Léger, Henri Laurens, Le Corbusier, Paul Klee, Piet Mondriaan, Max Ernst en Hans Arp. Vanaf 1926 tot 1939 kocht het echtpaar Friedrich elk jaar enkele kunstwerken, al meldde Emil Friedrich dat hij nooit meer dan 8000 FF voor een werk betaald had.

In de herfst van 1931 bezochten Emil en Clara Friedrich Parijs en bezochten zij met de in Winterthur geboren schilder Carl Montag (1880-1956) de kunsthandelaar Paul Rosenberg. Bij Rosenberg zagen zij schilderijen van Picasso, Braque en Léger. Rosenberg had contracten met deze schilders afgesloten, nadat zij gebroken hadden met Daniel-Henry Kahnweiler en/of met Pauls broer Léonce Rosenberg. Terug in Zürich bedankte Friedrich via een brief Montag en opperde daarin ook een tentoonstelling voor de drie schilders in Zwitserland. Friedrich verzocht Montag contact daarover op te nemen met Rosenberg. Uiteindelijk zou het leiden tot een tentoonstelling van werken van Picasso in 1932 in het Kunsthaus Zürich.

Picasso en Clara, Antibes

Het huis van Emil en Clara Friedrich werd een verzamelpunt voor kunstenaars. Bovendien kwamen kunstenaars, die de tentoonstellingen in het Kunsthaus Zürich bezochten of daar een tentoonstelling hadden, vaak langs. Aangezien Clara voor haar trouwen enige tijd in Parijs had doorgebracht om de Franse taal te leren kon zij met de Franse kunstenaars in hun eigen taal spreken. In 1932 kwam Pablo Picasso op bezoek, die van 11 september t/m 30 oktober een tentoonstelling in het Kunsthaus Zürich had. De tentoonstelling was eerder te zien geweest in de Parijse galerie Georges Petit van 16 juni t/m 30 juli 1932. Clara bezocht Picasso later in Antibes (1939/1946?), waarbij nevenstaande foto werd gemaakt.

Clara Friedrich en Fernand Léger, 1933

In 1933 kwam Fernand Léger in verband met zijn tentoonstelling Fernand Léger, die van 30 april t/m 25 mei in het Kunsthaus werd gehouden, naar Zürich. Christian Zervos schreef in zijn blad Cahiers d'Art (jaargang 8, nr. 3-4) het artikel Fernand Léger au Kunsthaus de Zürich. Léger bezocht de familie Friedrich. In 1938 kwam Le Corbusier bij de familie Friedrich op bezoek. In januari-februari 1938 werd in het Kunsthaus Zürich een tentoonstelling van schilderijen van Le Corbusier gehouden. Sinds 1923 had Le Corbusier geen tentoonstelling van schilderijen gehad en nu vulde hij tien zalen met grote schilderijen en 120 tekeningen. De uitgever Albert Morancé maakte naar aanleiding van de tentoonstelling het boek LE CORBUSIER: Oeuvre Plastique, Peintures et Dessins, Architecture. De inleiding was geschreven door Jean Badovici. Op 12 januari 1938 hield Le Corbusier zijn voordracht Les relations entre l'architecture et la peinture in Zürich.

Klostergarten, 1926

In verband met de dreiging van het binnenvallen van de Duitse troepen en het betrokken raken van Zwitserland bij de Tweede Wereldoorlog besloot het echtpaar Friedrich in november 1940 een deel van de kunstverzameling ergens anders onder te brengen. Helaas brak tijdens het vervoer brand uit in de vrachtwagen en verbrandden tien kunstwerken, n.l. drie van Picasso, denkelijk twee van Braque, drie van Gris, één van Paul Klee en denkelijk één van Kandinsky. Het schilderij Klostergarten van Klee uit 1926 was door het echtpaar Friedrich voor 3100 CHF gekocht op de veiling van Entartete Kunst bij Galerie Fischer te Luzern op 30 juni 1939. Het werk was verwijderd uit de Gemäldegalerie Dresden.

Het verlies werd al in 1940 met elf nieuwe aankopen en in 1942 met vier kunstwerken goed gemaakt. De aankopen waren mogelijk door het aanbod uit de kunstverzameling van Dr. G.F. Reber in Lausanne. Rebers vrouw moest tijdens de Tweede Wereldoorlog een deel van de kunstverzameling verkopen om in haar levensonderhoud te voorzien, daar haar man Zwitserland niet in mocht en in Italië verbleef. Daarna kocht het echtpaar Friedrich nog slechts enkele kunstwerken. De laatste denkelijk in 1954.

In 1958 trok Emil Friedrich zich uit de bank terug en ging het echtpaar zich afvragen wat de toekomst van de kunstverzameling moest worden. De keuze viel op Kunstmuseum Winterthur. Op 3 januari 1969 kwam Clara bij een auto-ongeluk in de buurt van haar huis om het leven. Na de dood van Emil Friedrich erfde het Kunstmuseum Winterthur in 1973 de kunstverzameling Sammlung Friedrich-Jezler. De geschonken verzameling bestond uit werken van Hans Arp (7), Georges Braque (2), Le Corbusier (5), Robert Delaunay (1), Theo van Doesburg (2), Max Ernst (2), Clara Friedrich (4), Juan Gris (4), Wassily Kandinsky (1), Paul Klee (4), Henri Laurens (3), Fernand Léger (5), Jacques Lipchitz (1), Piet Mondriaan (2), Amédée Ozenfant (2), Alice Paalen (1) en Pablo Picasso (11). De schenking vulde in het museum de leemte, die in de dertiger en veertiger jaren was ontstaan door het ontbreken van de financiële middelen. Van maart tot september 1974 hield het Kunstmuseum Winterthur de tentoonstelling Legat Clara und Emil Friedrich-Jezler.

Zie voor de kubistische werken de webpagina: De kubistische werken in het bezit van Clara en Emil Friedrich.

Verdere informatie

boek, 1985

Na de schenking van 56 werken aan het Kunstmuseum Winterthur verscheen het boek Eine Pioniersammlung moderner Kunst. Das Legat Clara und Emil Friedrich-Jezler im Kunstmuseum Winterthur geschreven door Brigit Blass en Rudolf Koella. De monografie verscheen in verband met het 60-jarig bestaan van de Bank Friedrich en zijn voorzetting Rüd, Blass & Cie in 1985.

Kunstenares Clara Friedrich (1894-1969)

Clara Friedrich Zürich, 1936

Onder de indruk van werken van Amédée Ozenfant en denkelijk de lessen van de kunstenaar Adolf Hölzel en de aanwijzingen van Hans Arp begon Clara begin dertiger jaren abstract te schilderen en behoorde zij daarmee tot de eerste groep moderne Zwitserse kunstenaars. In 1936 naam Clara deel aan de tentoonstelling Zeitprobleme in der Schweizer Malerei und Plastik, die gehouden werd in het Kunsthaus Zürich. Op nevenstaande foto hangen haar schilderijen aan de rechter wand.

Clara maakte van haar kunstreizen en haar bezoek aan musea en tentoonstellingen verslagen en kocht monografieën, periodieken van de avant-garde en catalogi. In haar bezit waren de belangrijkste kunsttijdschriften zoals Cahiers d'Art, Bulletin de l'effort moderne, L'Esprit Nouveau, Abstraction-Création, Cercle et Carré, De Stijl, Der Sturm en vele andere. In de periode 1935-1937 maakte Clara ruimtelijke werken van geverfd hout.

boek, 2004

Van 4 mei t/m 22 augustus 2004 werd in Kunstmuseum Winterthur de tentoonstelling Clara Friedrich: Sammlerin und Künstlerin gehouden. De tentoonstelling werd mede mogelijk door de schenking van een aantal werken in 1999 door Clara's zussen Hedwig en Ida Jezler. Volgens de toespraak van de directeur van het Kunstmuseum Winterthur, Dieter Schwarz, tijdens de vernissage van de tentoonstelling maakte Clara slechts 29 werken tussen 1931 en 1959, waarvan sommige onvindbaar bleken. Bij de tentoonstelling verscheen de monografie Clara Friedrich: Künstlerin und Sammlerin (ISBN:978-3-85881-154-7) geschreven door Eva Frosch en met financiële steun van de Clara und Emil Friedrich-Jezler-Stiftung.

Laatste wijziging: 240711