Dankzij de veiling bij Christie's te Parijs op 23 t/m 25 februari 2009 weten we, dat Yves Saint Laurent en Pierre Bergé in het bezit waren van kubistische werken. Het was slechts een klein deel van een grote verzameling van kunstwerken, decoratieve kunst, meubels en andere objecten. In totaal waren 733 veilingvoorwerpen, die ruim 374 miljoen euro opbrachten. Het geld is bestemd voor AIDS-onderzoek. De veiling werd vooraf gegaan door een driedaagse uitstalling in het Grand Palais te Parijs.
Yves Saint Laurent werd op 1 augustus 1936 geboren in de Algerijnse plaats Oran. In 1950 deed Saint Laurent mee aan een wedstrijd voor jonge modeontwerpers georganiseerd door het International Wool Secretariat en won hij de derde prijs. In 1951 won hij bij dezelfde wedstrijd de eerste prijs. Via de hoofdredacteur Michel de Brunhoff van de Parijse uitgave van het modeblad Vogue kwam Saint Laurent in contact met de couturier Christian Dior. Spoedig ging hij werken bij Christian Dior en hij kreeg de leiding over het modehuis, toen Dior in oktober 1957 onverwachts overleed. In 1958 presenteerde Saint Laurent zijn eerste collectie onder de titel Trapeze. Door zijn vernieuwende collectie werd het modehuis Dior een succesvolle onderneming.
In 1958 ontmoette Saint Laurent de op 14 november 1930 te Oléron geboren Pierre Bergé. Door een zenuwinzinking en opname in een psychiatrisch ziekenhuis als gevolg van een kort verblijf in militaire dienst in 1960 werd hem de leiding van het modehuis ontnomen door de eigenaar Marcel Boussac. Samen met zijn partner, Pierre Bergé, en financiële steun van J. Mack Robinson begon Saint Laurent zijn modehuis YSL.
In 1972 verhuisden Yves Saint Laurent en Pierre Bergé naar een appartement in de Rue de Babylone, dat vanaf 1930 bewoond was geweest door de galeriehoudster en verzamelaarster Marie Cuttoli. Zij was vooral bekend geworden door haar inspanningen om vloer- en wandtapijten door moderne kunstenaars te laten ontwerpen. Het appartement kwam vol te staan en te hangen met kunst. Op nevenstaande foto's zien we ook enkele kubistische werken. In 1976 gingen Saint Laurent en Bergé uit elkaar, maar bleven wel zakenpartners. In 1983 kochten Yves Saint Laurent het Château Gabriel in de Normandische plaats Benerville-sur-Mer. Ook hier kwamen vele kunstwerken.
In 1993 verkochten Saint Laurent en Bergé het bedrijf YSL voor $ 600 miljoen. Saint Laurent bleef de haute couture collectie ontwerpen, terwijl Tom Ford al vanaf 1988 de 'prêt-à-porter' ontwierp. In 1999 kocht de Gucci Group het bedrijf op en in 2002 werd de haute couture lijn gestopt. Saint Laurent verbleef veel in zijn huis in Marrakesh (Marokko), maar overleed op 1 juni 2008 in Parijs aan een hersentumor. Enkele dagen daarvoor waren Saint Laurent en Pierre Bergé een pacte civil de solidarité aangegaan, dat te vergelijken is met een samenlevingscontract in Nederland. Pierre Bergé werd daarmee erfgenaam van Saint Laurent.
Yves Saint Laurent werd op 5 juni 2008 met staats eer gecremeerd. Bij de kerkdienst in de Eglise Saint-Roch te Parijs waren de Franse President Nicolas Sarkozy en zijn vrouw Carla Bruni aanwezig. Carla Bruni was in het verleden model voor Saint Laurent en droeg een broekpak als eer betoon aan Saint Laurent, die met succes broekpakken en smokings voor vrouwen ontwierp.
![]() | Lot 22. Het nevenstaande werk van Georges Braque Fruitschaal, Quotidien du Midi uit 1912-1913 bracht 3.201.000 euro op. De geschatte opbrengst was geweest tussen 1,8 miljoen en 2,5 miljoen euro. Vanuit Galerie Kahnweiler was het werk via Galleria de Millione te Milaan terecht gekomen bij Ricardo Jucker te Milaan. In 1988 kocht Galerie Thomas Ammann Fine Art AG te Zürich het werk en de galerie verkocht het werk in november 1988 aan Yves Saint Laurent en Pierre Bergé. |
![]() | Lot 24. Het nevenstaande werk Tasse et Pipe van Juan Gris uit mei-juni 1914 bracht 1.073.000 euro op en haalde daarmee bijna de verwachte koopprijs van 1 miljoen euro exclusief kosten. Dit papier collé kocht Daniel-Henry Kahnweiler vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Het werk werd geconfisqueerd in 1914 en geveild tijdens de vierde veiling van Kahnweilers geconfisqueerd bezit op 7 en 8 mei 1923. Voor 40 FF kocht denkelijk de opvolger van galerie Kahnweiler, Galerie Simon, het werk en verkocht het later aan Alfred Richet. Volgens de website van het veilinghuis Christie's kochten Yves Saint Laurent en Pierre Bergé het werk in 1988 bij Galerie Tarica te Parijs, die het werk van Richet had gekocht. |
![]() | Lot 25. Het nevenstaande werk De Viool van Juan Gris uit augustus 1913 werd voor 3.873.000 euro inclusief kosten verkocht en haalde daarmee niet de verwachte minimumopbrengst van 4 miljoen euro exclusief kosten. Daniel-Henry Kahnweiler kocht het werk van Gris, maar raakte het bij de confisqatie in het begin van de Eerste Wereldoorlog kwijt. Tijdens de tweede veiling van het geconfisqueerd bezit van Kahnweiler op 17 en 18 november 1921 werd het werk voor 115 FF verkocht. Misschien was Alfred Flechtheim de koper, daar |
![]() | Lot 31. De nevenstaande collage Man in een armstoel van Pablo Picasso uit 1912, gemaakt in Céret, bracht 625.000 euro op en haalde daarmee ruim de verwachte maximum prijs van 500.000 euro. De collage was door Daniel-Henry Kahnweiler gekocht en volgens de website van Christie's verkocht aan Caroline Coudert te New York. In mei 1987 kochten Yves Saint Laurent en Pierre Bergé het werk bij Galerie Tarica te Parijs, die het had gekocht van Coudert. |
![]() | Lot 32. Het nevenstaande papier collé Kip, Glas, mes, fles van Picasso uit 1913 bracht 625.000 euro op. Het werk werd verkocht door Galerie Louise Leiris te Parijs aan de Perls Galleries te New York. Op 12 mei 1987 werd het werk verkocht via het veilinghuis Christie's te New York. Op 4 november 1993 verkocht Stanley J. Seeger uit New York het werk via het veilinghuis Sotheby's te New York aan Galerie Tarica te Parijs. In september 2002 kochten Yves Saint Laurent en Pierre Bergé het werk bij deze galerie. |
![]() | Lot 33. Het nevenstaande schilderij Muziekinstrumenten op een tafel van Picasso uit 1914 haalde met 21 miljoen euro niet de verwachte minimum opbrengst van 25 miljoen en werd teruggetrokken. Het werk behoorde eerder tot de Thannhauser Gallery te New York en al voor 1945 aan de Amerikaanse beeldhouwster Mary Callery (1903-1977). Na een opleiding aan de in de dertiger jaren leefde Callery in Parijs waar zij bevriend was met Picasso. Na de Tweede Wereldoorlog leefde zij een gedeelte van het jaar in Parijs. Tussen 1959 en december 1964 was het nevenstaande werk door Callery uitgeleend aan het Baltimore Museum of Art. Galerie Tarica te Parijs kocht het werk van Callery en verkocht het aan Yves Saint Laurent en Pierre Bergé. |
![]() | Lot 38. Het nevenstaande schilderij Het Theekopje van Fernand Léger uit 1921 bracht 11.489.000 euro op. Het werk werd van Léger gekocht door de kunsthandelaar Paul Rosenberg. Op 3 juli 1979 werd het werk bij Sotheby's te New York verkocht aan Galerie Tarica te Parijs. In 1985 kochten Yves Saint Laurent en Pierre Bergé het werk bij deze galerie. |
![]() | Lot 39. Het nevenstaande schilderij Het gele dambord van Fernand Léger uit 1918 bracht 3.761.000 euro op. Het schilderij werd gekocht door de kunsthandelaar Léonce Rosenberg en kwam denkelijk in handen van de heer Walther, die het op 6 februari 1928 in Parijs liet veilen. Het schilderij bracht toen 5000 FF op. Via Galerie Tarica te Parijs kwam het schilderij bij Yves Saint Laurent en Pierre Bergé. |
![]() | Lot 40. Het nevenstaande schilderij Compositie, in de fabriek van Fernand Léger uit 1918 bracht 5.553.000 euro op. Het schilderij is in het bezit geweest van de kunsthandelaar Pierre Loeb en de verzamelaar Alfred Ricet. Yves Saint Laurent en Pierre Bergé kochten het schilderij in januari 1981 bij Galerie Tarica te Parijs. |
Het tijdschrift Connaissance des Arts gaf een speciaal nummer uit ter gelegenheid van de veiling van de Yves Saint Laurent en Pierre Bergé collectie. Het tijdschrift kreeg toestemming om de kunstwerken te fotograferen in de appartementen in de Rue Bonaparte en de Rue de Babylone.