Sidney Janis werd in 1896 geboren in Buffalo (NY) als zoon van een handelsreiziger. Hij verliet de middelbare school voortijdig om mee te gaan met een rondreizend gezelschap. In 1917 maakte hij deel uit van de Naval Reserve (Marine reserve) en voltooide hij zijn middelbare school. In Buffalo ging Sidney werken bij een oudere broer, die schoenenzaken bezat, en bracht hij regelmatig bezoeken aan New York. Hier ontmoette hij de schrijfster Harriet Grossman, waarmee hij in 1925 trouwde. Samen bezochten zij vele kunsttentoonstellingen. Sidney startte rond 1925 met de onderneming M'Lord, die shirts maakte. Zijn ontwerp met twee borstzakjes was zeer succesrijk. Financieel mogelijk gemaakt door het opgerichte bedrijf, was het echtpaar Janis in staat kunst te gaan verzamelen en jaarlijks een reis naar Parijs te maken.
In Parijs ontmoette Janis in 1932 Piet Mondriaan. In 1930 had Sidney Janis twee schilderijen van Mondriaan gezien tijdens een tentoonstelling van Cercle et Carré. Tijdens Janis' bezoek aan Parijs in 1932 bezocht Janis het atelier van Mondriaan en kocht hij tot zijn verbazing voor $ 70 het nevenstaande schilderij Compositie met rood en blauw. Het werk moest volgens Mondriaan nog afgemaakt worden. Een jaar later ontving Janis het werk, dat voor dezelfde prijs ook nog voorzien was van een door Mondriaan gemaakte lijst. Sidney Janis maakte ook kennis met Pablo Picasso, Fernand Léger, Constantin Brancusi en vele andere kunstenaars. In New York waren zij bevriend met Marcel Duchamp. Het echtpaar kreeg twee kinderen, Conrad en Carroll.
In 1935 werd een deel van zijn kunstverzameling tentoongesteld in het Museum of Modern Art en in 1936 in het Brooklyn Museum. Als Chairman van het MOMA Art Committee zorgde Sidney voor het tentoonstellen van het schilderij Guernica van Picasso in MOMA in 1939. In hetzelfde jaar stopte Sidney met zijn bedrijf. In 1948 startte Sidney met de Sidney Janis Gallery op East 57 Street 15 te New York. De galerie legde zich vooral toe op hedendaagse kunstenaars. In 1967 schonk Janis 103 werken uit zijn verzameling aan het MOMA, waaronder zes schilderijen van Mondriaan. De Sidney Janis Gallery organiseerde vele tentoonstelling van Mondriaan en gaf diverse publikaties uit. In april 1988 werd de galerie ondergebracht in een trust, waar Sidney en zijn twee kinderen een gelijk deel in kregen. Sidney Janis overleed op 23 november 1989 en zijn kinderen waren de enige erfgenamen.
Van 3 januari t/m 4 februari 1956 werd in de Sidney Janis Gallery de tentoonstelling Cubism 1910-1912 gehouden.
In het boek Picasso Cubism (1907-1917) van Josep Palau i Fabre uit 1990 wordt Sidney Janis Gallery als eigenaar bij de volgende werken van Picasso aangegeven.
| kunstwerk | titel | jaar | opmerking |
![]() | Zittende Mandolinespeelster | 1910-1911 | Misschien op 25 november 1965 te Parijs gekocht op de veiling van de nalatenschap van André Lefevre. |
![]() | Glas, gitaar, fles | 1913 | In 1934 gekocht bij de Marie Harriman Gallery te New York. In 1967 schonk het echtpaar Janis het werk aan het Museum of Modern Art te New York. Het werk was door Kahnweiler gekocht van Picasso en in 1914 geconfisqueerd. Op de tweede veiling van het geconfisqueerde werk van Kahnweiler op 17 en 18 november 1921 werd het werk voor 900 FF verkocht. Het werk was rond 1932 bezit van Pierre Loeb te Parijs. |
![]() | Mannenhoofd | 1913 | In 1929 gekocht van Théodore Schempp te Parijs. In 1967 schonk het echtpaar Janis het werk aan het Museum of Modern Art te New York. |
Volgens het boek Braque cubism 1907-1914 geschreven door Nicole Worms de Romilly en Jean Laude uit 1982 wordt van de volgende schilderijen aangegeven, dat zij enige tijd eigendom van de Sidney Janis Gallery waren.
| kunstwerk | titel | jaar | opmerking |
![]() | Le Parc de Carrières Saint Denis | 1909-1910 | Voorgaande eigenaren waren Pudelko Eichmann en Nelson A. Rockefeller. Pudelko Eichmann staat voor Ingeborg Eichmann, een vriendin van de verzamelaar Gottlieb Reber die na de Tweede Wereldoorlog trouwde met Georg Pudelko, die eerst getrouwd was geweest met Rebers dochter Gisela. |
![]() | Mandoline JOURNAL | 1912 | Het werk werd gekocht door Norton Simon en door hem op 21 oktober 1971 bij Sotheby's te New York ter veiling aangeboden. |
![]() | Le Raisin | 1912 |
Janis bezat in 1967 al het nevenstaande schilderij Homage à J.S. Bach van Georges Braque uit 1911-1912. Het schilderij behoorde eerder tot de verzameling van Henri-Pierre Roché. Nadat het schilderij in 2007 te zien was geweest tijdens de tentoonstelling Picasso, Braque and Early Film in Cubism in de Pace Wildenstein Gallery te New York benaderde John Elderfield, curator van MOMA, Carroll Janis. Na een jaar onderhandelen en geld van een onbekende trustee kon MOMA het schilderij kopen. De waarde werd geschat op $ 15 miljoen.
Volgens de website van Whitford Fine Art, een galerie in Duke Street St. James's te Londen, was het nevenstaande schilderij Stilleven met karaf van Jean Metzinger uit 1918 enige tijd eigendom van de Sidney Janis Gallery te New York. Op de achterkant van het schilderij stond de datum 1914 geschreven. Vorige bezitters waren de Galerie L'Effort Moderne van Léonce Rosenberg en Mevrouw Simon Heller. De galerie verkocht het schilderij in april 1955 aan Ralph F. Colin (1900-1985). Op 10 mei 1995 werd het schilderij bij Christie's te New York verkocht aan een niet bij naam genoemde koper, die het schilderij op 4 mei 2004 bij Christie's te New York verkocht voor $ 276.300. Op de Summer Olympia Fine Art & Antiques Fair, die gehouden werd van 9 t/m 19 Juni 2005, maakte het schilderij deel uit van het aanbod van de Whitford Fine Art. Bij het verslag van Carter B. Horsley van de veiling in 2004 op de website www.thecityreview.com stond het schilderij op zijn kop afgebeeld.