Juri Pawlowitsch Annenkow (ook geschreven Pavlovich Annenkov, Annenkoff) werd op 11 juli 1889 geboren in de Russische plaats Petropavl(sinds 1991 Kazachstan) geboren. Petropavl (ook geschreven Petropawl en Petropawlowsk)ligt bijna op de grens met Rusland. Door politieke activiteiten was de vader van Juri naar Siberië verbannen, maar mocht in 1892 naar St. Petersburg terugkeren. In 1908 begon Juri te studeren aan de Universiteit van St. Petersburg en bezocht samen met Marc Chagall de lessen van Saveli Seidenberg. Vanaf 1909 volgde Juri de lessen van Jan Franzewitsch Zionglinski (1858-1912) en de in 1878 gestichte kunstschool van Baron Alexander Schtigliz (ook geschreven als Stieglitz).
Denkelijk op aanraden van Zionglinski ging Annenkow in 1911 naar Parijs, waar hij lessen in de ateliers van Maurice Denis (1870-1943), die van 1909 tot 1921 les gaf aan de Académie Ranson, en Felix Valloton (1865-1925) volgde. In 1913 stelde Annenkow twee schilderijen tentoon op de Salon des Indépendants. In hetzelfde jaar keerde Annenkow terug naar St. Petersburg, waar hij medewerkte aan diverse tijdschriften, o.a. Teatr i Iskusstwo (=Theater en kunst), ontwerpen maakte voor het theater en boeken illustreerde, o.a. voor Maxim Gorky en voor Alexander Blok. Voor Blok maakte Annekow in 1918 het nevenstaande titelblad voor Bloks gedicht De Twaalf.
Na de Oktoberevolutie trad hij op de voorgrond als ontwerper van grote theatervoorstellingen met vele mensen en bewegende decors. Tussen 1922 en 1926 maakte Annenkow een serie van tachtig portretten van Russische kunstenaars en politici, zoals de dichteres Anna Akhmatova, de schrijvers Boris Pasternak, Blok, Gorky, Tikhonov en de politici Lenin en Trotsky. Het nevenstaande schilderij van Alexander Nikolaevich Tikhonov werd in oktober 2007 voor 4,5 miljoen dollar verkocht door Christie's. In navolging van Sotheby's, die in mei 2007 een bureau in Moskou had geopend, opende Christie's in september 2007 een bureau als voorbereiding op een grote verkooptentoonstelling op 19 en 20 oktober in het Paschkow gebouw. Ook schilderijen van o.a. Pablo Picasso, Henri Matisse, Amedeo Modigliani en Natalja Gontscharowa bevonden zich onder de 35 werken.
In juli 1924 emigreerde Annenkow met zijn vrouw, de ballerina Elena (Helen) Galperi via Duitsland naar Parijs. Ook daar maakte hij portretten, zoals te zien is aan het nevenstaande portret van Rusische schrijver Ilja Ehrenburg (1891-1967) uit 1934 met het befaamde ontmoetingspunt Café du Dôme als referentie. Ehrenburg was in 1908 naar Parijs gekomen, nadat hij gevangen had gezeten na de neergeslagen revolutie tegen de Tsaar in 1905. Café du Dôme was de plaats waar hij bevriend werd met o.a. Picasso, Modigliani, Diego Rivera, Marevna en Fernand Léger. Zoals zovele Russen, ging Ehrenburg na de februarirevolutie in 1917 op weg naar Rusland. In juli 1917 bereikte hij via Finland St. Petersburg. Na vele ontberingen verliet Ehrenburg met zijn vrouw Ljuba Kosinzewa in 1921 Rusland en keerde terug naar Parijs. Na veertien dagen werd hij over de Belgische grens gezet en na een maand ging het echtpaar Ehrenburg naar Berlijn. Na in 1924 enkele maanden in Moskou te hebben doorgebracht, kon het echtpaar zich in Parijs vestigen. Na de Duitse inval in 1940 verbleef het echtpaar Ehrenburg zes weken in de Russische Ambassade te Parijs, voordat het naar Moskou kon doorreizen.
In Frankrijk veranderde Annenkow zijn voornaam in Georges en hield hij zich naast het schilderen vooral bezig met kostuums en decors voor theater, film en later televisie. Van 1945 tot 1955 was Annenkow voorzitter van de French Syndicate of Cinema Technicians. In 1951 verscheen in Parijs het door Annekov geschreven boek En Habillant les Vedettes met foto's en afbeeldingen van zijn ontwerpen voor o.a. Jean Marais, Mila Parely, Paulette Dubost, Jean Gabin, Madeleine Renaud, Jean Cocteau, Vera Norman, Eric von Stroheim, Gaby Morlay, Maria Casarès. In 1954 kreeg hij samen met Rosine Delamare een Oskarnominatie 'Best Costume Design' voor de Franse zwart-wit film Madame de .. (In het Engels: The Earrings of Madame de ..) van Max Ophüls (1902-1957) uit 1953. Annenkow ontwierp ook de aankleding voor de film Les Amants de Montparnasse, waarin Gérard Philipe de schilder Amedeo Modigliani speelde. Ophuls overleed tijdens de voorbereidingen en de fim werd overgenomen door Jacques Becker. In 1962 verscheen in Parijs van Annenkov het boek Max Ophuls en in 1966 zijn memoirs 'Journal of my meetings', dat tot 1991 verboden was in de Sovjet Unie. Annenkow overleed op 12 juli 1974 te Parijs en werd begraven op de Russische begraafplaats Sainte-Geneviève-des-Bois.
| kunstwerk | titel | jaar | nu te zien in |
![]() | Adam en Eva | 1918 | Tretjakow Museum, Moskou |
![]() | Juni, Bos | 1918 | Tretjakow Museum, Moskou |
![]() | Portret van de fotograaf I. Schmerling | 1921 | Dr. Boris Stavrovski, New York |
De eerste twee schilderijen waren te zien op de tentoonstelling
, die van 18 mei t/m 3 augustus 2003 gehouden werd in het Sprengel Museum te Hannover en van 4 september t/m 23 november 2003 in de Tretjakow Galerij te Moskou. Het onderste schilderij werd tentoongesteld op de expositie The Faces of Russia tijdens de West Palm Beach International Art Fair van 1 t/m 11 februari 2007. The Faces of Russia bevatte 16 werken uit de verzameling van Dr. Boris en Olga Stavrovski. Stavrovski, een professor aan de City University of New York, bezit ongeveer 300 werken uit zijn geboorteland met als kern de periode voor de revolutie. Hij bezit ook een aantal kostuums- en decorontwerpen van de Ballets Russes.