Eugenia Huici werd op 15 sepember 1860 geboren in Boliva in een welvarende familie, die het geld in de zilvermijnen had verdiend. De familie ontvluchtte de burgeroorlog en vestigde zich bij de Chileense havenstad Valparaiso, waar Britse nonnen het onderwijs verzorgden. Op twintigjarige leeftijd trouwde Eugenia met de Chileen José Tomás Errázuriz (1856-1927), de zoon van een Chileense president. José Errázuriz had gestudeerd aan de Academia de Pintura de Santiago. De huwelijksreis bracht hen naar Venetië waar zij geschilderd werd door John Singer Sargent. Het paar leefde vanaf 1882 in Parijs en verhuisde rond 1900 naar de wijk Chelsea in Londen.
Daar José Errázuriz in verband met zijn tuberculose voor zijn gezondheid veel in Zwitserland verbleef groeide het echtpaar uitelkaar. In 1906 vestigde Eugenia zich in Biarritz. Eugenia, die veel optrok met haar neef Antonio de Gandarillas, werd o.a bevriend met Serge Diaghilew, Jean Cocteau en Pablo Picasso. In een brief van Cocteau aan Misia Sert beschreef Cocteau de bijeenkomst Soirée Babel op 7 oktober 1916 bij Count Etienne de Beaumont, waar o.a. Picasso, Errazuriz, Diaghilew, Satie, Leonide Massine en hijzelf aanwezig waren. Picasso en Errazuriz konden samen in het Spaans praten.
Nadat Picasso op 12 juli 1918 getrouwd was met Olga Khokhlova brachten zij eind juli de 'huwelijksreis' door bij Eugenia Errázuriz in haar villa La Mimoseraie aan de Avenue de la Marne te Biarritz. Sinds twee jaar had zij belangstelling voor Picasso's werk. Tijdens zijn verblijf maakte Picasso de nevenstaande tekening van Errazuriz en een viertal wandtekeningen in de villa. Op 10 januari 1921 maakte Picasso de aan de bovenzijde van de webpagina staande portrettekening van Errazuriz. Op 8 november 2000 werd bij Christie's New York denkelijk deze houtskooltekening te koop aangeboden met een verwachte waarde tussen $ 1,2 en $ 1,6 miljoen, maar het werd niet verkocht.
Volgens de schrijver John Richardson zorgde Eugenia Errázuriz ervoor dat Picasso van een Montparnasse bohemien veranderde in een elegante leeuw. Tijdens de Eerste Wereldoorlog betaalde Errázuriz diverse keren Picasso's uitgaven en aan het einde 1000 FF per maand. Als dank kreeg zij volgens de schrijver Michael C. FitzGerald het hieronder staande schilderij L'Homme accoudé sur une table en Portrait de jeune fille. Denkelijk is dit schilderij via Georges Salles in 1967 geschonken aan het Musée National d'Art Moderne, nu Centre Pompidou.
Over de perode van Picasso in villa La Mimoseraie verscheen het boek Picasso à Biarritz: été 1918, geschreven door Jean-François Larralde en Jean Casenave in Les Editions Lavielle (1995). De vijf wandtekeningen zijn in 1961 uit de villa verwijderd en overgebracht naar een villa in Nîmes. Eerder had Eugenia Errázuriz al geprobeerd de wandtekeningen te verkopen aan Pierre Loeb. Ze verkocht hem echter kopieën als originelen. Toen Picasso hier achter kwam kocht hij om een schandaal te voorkomen de kopieën van Loeb.
In 1919 ontmoette Eugenia Errázuriz Picasso en Olga in Londen. Errázuriz had haar appartement in Parijs verlaten en in Saint Leonard's Terrace 27 in de wijk Chelsea een appartement gehuurd. Picasso en Olga waren in Londen op uitnodiging van Diaghilev in verband met het ballet Tricorne, waarvoor Picasso het decor en de costuums zou ontwerpen.
In 1925 kocht Eugenia's zoon Max de villa La Mimoseraie voor zijn moeder, die toen al financiële problemen ging krijgen door de verslechterde economische situatie. Af en toe moest zij een kunstwerk verkopen. In 1935 trok Eugenia bij Picasso in op de Rue la Boétie om voor hem te zorgen, toen Picasso had gebroken met Olga. Op zeer oude leeftijd keerde zij terug naar haar geboorteland Chili. Zij overleed aan de gevolgen van een aanrijding door een auto bij het oversteken van de straat in de Chileense plaats Santiago in 1954.
| kunstwerk | titel | jaar | nu te zien in |
![]() | Portret van een meisje | 1914 | Musée National d'Art Moderne, Centre Georges Pompidou, Parijs |
![]() | Man met bolhoed | 1915 | Nu in het Art Institute of Chicago |
![]() | Man leunend op een tafel | 1915-1916 | privébezit, Zwitserland. |
De bovenstaande schilderijen Portret van een meisje en Man leunend op een tafel werden in 1932 resp. voor 150.000 FF en 200.000 FF verkocht tijdens de retrospectieve tentoonstelling in het Kunsthaus Zürich, die gehouden werd van 11 september t/m 13 november 1932. Oorspronkelijk zou de tentoonstelling tot 30 oktober duren, maar wegens het groot succes werd de tentoonstellingsduur met veertien dagen verlengd.