Albert Eugene Gallatin werd in 1881 geboren te Villanova (Pennsylvania) in een welvarende familie. Zijn grootvader (1761-1849), die in Genève was geboren en op negentienjarige leeftijd (14 juli 1780) naar de V.S. was geëmigreerd, was Minister van Financiën van de V.S. geweest (1801-1814) en was in 1831 medeoprichter van de New York University. Zijn vader, Albert Horatio Gallatin, was professor in de chemie aan de New York University. Na de middelbare school studeerde Gallatin in de periode 1901-1903 rechten aan de University of the State of New York Law School, maar erfde in 1902 het familie kapitaal, waardoor hij in staat was om kunst te gaan verzamelen en als kunstcriticus aan de slag te gaan.
Na de Armory Show behoorde Gallatin tot de groep nieuwe verzamelaars van moderne kunst. Anderen waren o.a. Walter Arensberg, Albert C. Barnes, Katherine Dreier, Arthur Jerome Eddy, Gertrude en Leo Stein, John Quinn, Alfred Stieglitz en Duncan Phillips (1886-1966). Als mede-organisator van de Allied War Salon werkte Gallatin samen met Phillips, die in 1921 in Washington na de plotselinge dood van zijn vader en broer samen met zijn moeder The Phillips Memorial Gallery zou openen in het ouderlijke huis. Vanaf 1930 zou het museum The Phillips Collection worden genoemd.
Na de Eerste Wereldoorlog ging Gallatin jaarlijks reizen maken naar Parijs en begon in 1921 daar kunst te kopen bij de belangrijkste kunsthandelaren. In 1922 kocht hij twee aquarellen van Cézanne en een schilderij van Picasso. In Parijs leerde Gallatin Pablo Picasso, Georges Braque, Henri Matisse, Brancusi en andere avant-garde kunstenaars kennen. Ook bezocht hij na bemiddeling van Jean Hélion in mei 1933 het atelier van Piet Mondriaan en kocht van hem Compositie met geel en blauw uit 1932. Gallatin kocht het werk voor zijn galerie. Bij het tweede bezoek aan Mondriaan in juni 1934 nam Gallatin de nevenstaande foto van Mondriaan in zijn atelier. In 1934 nam Gallatin de nevenstaande foto van Picasso.
Begin twintiger jaren begon Gallatin te schilderen. Aanvankelijk in een kubistische stijl. Samen met zijn neef George L.K. Morris (1905-1975), diens vrouw Suzy Morris - Frelinghuysen en vriend Charles G. Shaw (1892-1974) werden zij de Park Avenue Cubists genoemd. George Morris reisde in 1927 samen met Gallatin naar Parijs, waar hij in 1929 lessen bij Fernand Léger en Amédée Ozenfant volgde. In 1931 maakte Léger de nevenstaande tekening van Gallatin.
In de lente van 1927 organiseerde Gallatin een expositie in de Library of the School of Commerce aan de Universiteit van New York. Op 13 december 1927 stichtte Gallatin de Gallery of Living Art in het gebouw South Study Hall van de Universiteit van New York aan Washington Square, waar eerder Samuel Morse zijn elektrische telegraaf had ontwikkeld. Het museum was het eerste in de Verenigde Staten uitsluitend gewijd aan moderne kunst. Het Museum of Modern Art zou pas twee jaar later open gaan. Bij de opening van het museum waren ongeveer 70 werken te zien, o.a. het Stilleven met fles, speelkaart en wijnglas op een tafel van Picasso uit 1914. Het museum was door de weeks elke dag, behalve zaterdags, van 8 uur 's morgens tot 10 uur 's avonds gratis toegankelijk. Op zaterdag sloot het museum om 5 uur. Gallatin verzorgde tussen 1928 en 1940 de catalogi. Amerikaanse kunstenaars konden hier behalve de werken van Georges Braque, Juan Gris, Pablo Picasso, Fernand Léger, Robert Delaunay en Piet Mondriaan (Compositie in blauw en geel uit 1932) ook werken zien van o.a. Jean Arp, Marc Chagall, André Masson, Joan Miró en Paul Klee.
Van Picasso hing het nevenstaande schilderij De drie muzikanten, van Léger het nevenstaande schilderij De Stad, van Braque het nevenstaande schilderij Stilleven: De Krant en van Mondriaan het schilderij Compositie in Blauw en Geel (Zie lager op deze webpagina). Het schilderij van Léger is te zien op nevenstaande foto uit 1938. Gallatin kocht het werk eind 1936 direct vanuit het atelier van Léger. Op 27 januari 1937 schreef Léger aan Galatin, dat het schilderij onderweg was met het stoomschip Paris. In 1936 werd de naam veranderd in Museum of Living Art. Aanleiding hiervoor was de aankoop van het nevenstaande schilderij Drie Muzikanten van Picasso uit 1921, dat sinds 1952 te zien is in het Philadelphia Museum of Art.
Gallatin liet zich adviseren door de Franse schilder Jean Hélion, een van de oprichters van de kunstenaarsvereniging Abstraction-Création, en kocht werken van o.a. Amédée Ozenfant, Theo van Doesburg, Naum Gabo, El Lissitsky en Max Ernst. Vanaf 1936 ging Gallatin zelf op een abstracte manier schilderen. In 1936 was hij medeoprichter van de kunstenaarsgroep American Abstract Artists, waar o.a. Fernand Léger, Piet Mondriaan en Lyonel Feininger lid van zijn geweest. Aan het jaarlijks reizen naar Frankrijk kwam in 1938 een eind door de oorlogsdreiging. Gallatins aandacht ging daarna naar Amerikaanse kunstenaars.
In 1943 sloot de universiteit het museum en Gallatin, die op dat moment o.a. 22 Picasso's bezat, bracht het grootste deel van zijn collectie over naar het Philadelphia Museum of Art. Van 14 mei t/m augustus 1943 hield het Philadelphia Museum of Art de tentoonstelling The Gallatin Collection om het geschonken bezit te tonen aan het publiek. Een aantal werken van vooral leden van de American Abstract Artists schonk Gallatin aan het the Berkshire Museum te Pittsfield (Massachusetts). Gallatin overleed in 1952 te New York en liet zijn verzameling na aan het Philadelphia Museum of Art.
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
| 1 | 2 | 3 | 4 |
Gallatin bezat van Mondriaan bovenstaande (1) Compositie met Blauw uit 1926, dat hij in 1939 gekocht had. Het werk was in 1937 geconfisqueerd als Entartete Kunst, maar in verband met de mogelijke gunstige opbrengst te koop aangeboden. Het bovenstaande (2) schilderij Compositie met Blauw en Geel uit 1932 kocht Gallatin direct van Mondriaan in 1933. In december 1936 kocht Gallatin het bovenstaande (3) schilderij Compositie met Wit en Rood bij de Valentine Dudensing Gallery, waar Mondriaan in maart 1936 een exclusief éénjarig contract had afgesloten voor de verkoop van zijn werken in de Verenigde Staten. In 1938 kocht Gallatin in dezelfde galerie of tijdens zijn bezoek aan Parijs direct van Mondriaan in juli 1938 het bovenstaande (4) schilderij Tegenstelling van lijnen, Rood en Geel uit 1937.
In 2003 werd van 14 januari t/m 29 maart in de Grey Art Gallery, dat gevestigd is in de oude ruimte van de Gallery of Living Art in de New York University, de expositie The Park Avenue Cubists: Gallatin, Morris, Frelinghuysen, and Shaw gehouden. De expositie was later ook te zien in Andover (Massachusetts) en Gainsville (Florida).
| kunstwerk | kunstenaar | titel | jaar | nu te zien in |
![]() | Pablo Picasso | Naakt jongetje | 1907 | Werd op 3 mei 2006 bij Sotheby's verkocht voor 0,8 miljoen dollars. Ook George L. K. Morris en Walter P. Chrysler Jr waren eigenaar geweest. |
![]() | Pablo Picasso | Stilleven met Fruitschaal | 1908 | In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Georges Braque | Harmonica en fluit | 1910-1911 | In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Jean Metzinger | Portret van Mevrouw Metzinger | 1911 | In oktober 1935 door Gallatin gekocht bij Galerie de l'Effort Moderne te Parijs. In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Juan Gris | Man in café | 1911-1912 | In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Georges Braque | Stilleven (Krant en citroen) | 1913 | In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Pablo Picasso | Stilleven met viool en vruchten | 1913 | In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Pablo Picasso | Fles, speelkaarten, glas, krant | 1914 | In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Pablo Picasso | Pijp, viool, fles Bass | 1914 | In 1928 gekocht door Gallatin en in 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Pablo Picasso | Absinth Glas | 1914 | In 1935 gekocht door Gallatin bij Galerie Simon te Parijs. In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Juan Gris | Koffiepot | 1916 | In juni 1937 had Gallatin dit werk gekocht in Galerie Simon te Parijs. In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Juan Gris | Fruitschaal | 1916 | In juni 1937 had Gallatin dit werk gekocht in Galerie Simon te Parijs. In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Juan Gris | Harlekijn | 1917 | In 1934 had Gallatin dit werk gekocht in Galerie Simon te Parijs. In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Juan Gris | Stilleven met Glas | 1917 | In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Juan Gris | Viool | 1917 | In oktober 1935 had Gallatin dit werk gekocht in Galerie Simon te Parijs. In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Georges Braque | Het kopje | 1917-1918 | Denkelijk had Gallatin dit werk direct van Braque bij een bezoek aan het atelier gekocht in 1936. In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Juan Gris | Druivenschaal en een pijp op een tafel | 1918 | In 1933 had Gallatin dit werk gekocht in Galerie de l'Effort Moderne te Parijs. In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Fernand Léger | De stad | 1919 | Door bemiddeling van George L. Morris, die bij Léger lessen had gevolgd, kocht Gallatin samen met Morris het werk direct van Léger in 1936. In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art |
![]() | Pablo Picasso | Glas en tabaksbuil | 1922 | Op 13 juni 1936 gekocht door Gallatin bij Mayor Gallery te Londen. Douglas Cooper had het werk in november 1935 gekocht op de veiling van de Zoubaloff Collectie in Parijs. In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Fernand Léger | Compositie | 1923-1927 | In 1933 had Gallatin dit werk gekocht in Galerie de l'Effort Moderne te Parijs. In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Fernand Léger | Studie voor 'Moeder en Kind' | 1924 | In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Juan Gris | Mes | 1926 | Op 23 juni 1933 had Gallatin dit werk gekocht op een veiling in Hôtel Drouot te Parijs. In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. |
![]() | Fernand Léger | Accordeon | 1926 | In 1952 geschonken aan het Philadelphia Museum of Art. Opmerking: In 1956 kocht het van Abbemuseum te Eindhoven het schilderij L'Accordéon van Léger uit 1926. Het schilderij lijkt sprekend op het schilderij in Philadelphia, maar verschilt in afmetingen, kleur, het ventiel gedeelte en het ontbreken van de letters. |