Michael Brenner werd in 1885 geboren in Litouwen, maar de familie vestigde zich in 1894 in New York, waar Michaels broer Victor al werkte. Michael volgde de Art Student's League School in New York en vervolgde zijn studie aan de Ecole des Beaux Arts en de Académie Julian te Parijs. Hij zou vooral als beeldhouwer bekend worden.
In Parijs maakte Michael Brenner kennis met Gertrude Stein en bezocht hij de zaterdagavondbijeenkomsten bij Gertrude en Leo Stein. Michael, die een atelier had in de Rue Lhomond 52 (Quartier Latin), maakte het nevenstaande werk van Gertrude Stein. Bij de Steins maakte hij kennis met o.a. de schilders Georges Braque, Juan Gris, Henri Matisse en Pablo Picasso en de kunsthandelaar Daniel-Henry Kahnweiler.
In Parijs was Brenner de Europese vertegenwoordiger van de Washington Square Gallery, ook bekend onder de naam Brenner & Coady Gallery, op de Fifth Avenue 489 te New York. De galerie gaf in 1916-1917 het tijdschrift The Soil uit, waar ook Brenner aan meewerkte. In dit tijdschrift werden ook Gertrude Steins eerste pennenvruchten gepubliceerd.
Nadat Kahnweiler met succes in Duitsland een markt voor kubistische werken had opgezet richtte hij zich op de Verenigde Staten, daar hij via Gertrude Stein in contact kwam met Michael Brenner. Op 1 februari 1914 tekende Brenner een contract met Kahnweiler, waarbij de Washington Square Gallery gevestigd op Washington Square 64 te New York de exclusieve verkooprechten in de Verenigde Staten kreeg voor werken van Picasso, Braque, Gris en Fernand Léger voor een bedrag van 2.500 franc. Dit bedrag werd op 14 maart verhoogd naar 5000 en op 22 april 1914 naar 6.000 francs. In de overeenkomst stond ook dat in oktober 1914 een tentoonstelling van 10 schilderijen van Gris zou worden gehouden en in december met 10 schilderijen van Picasso. Bij de aanvulling van 14 maart werd voor de periode 1915/16 exposities vastgelegd voor Gris, Picasso en een derde kunstenaar. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog kwam er weinig terecht van de overeenkomst en werd het contract in 1918 verbroken.
Coady, die in de periode 1916-1917 kunstredacteur was van het tijdschrift The Soil, stierf drie jaar later. Judith K. Zilczer schreef in het tijdschrift American Art Review (november-december 1975) het artikel Robert J. Coady, Forgotten Spokesman for Avant-Garde Culture in America.
Entre les soussignés, Monsieur Kahnweiler, 28 rue Vignon, à Paris, d’une part, et Monsieur Brenner, 52, rue Lhomond, à Paris, agissant en son nom personnel et au nom de son associé, Monsieur Coady, propriétaires de la Washington Square Gallery, 46 Washington Square, à New York, d’autre part, il a été convenu ce qui suit, pour la durée d’un an, à partir du premier février dix-neuf cent quatorze:
Monsieur Kahnweiler s’engage à mettre à la disposition de Messieurs Brenner et Condy pour le mois d’Octobre 1914 une Exposition de dix tableaux de Gris, et pour le mois de Décembre une Exposition de dix tableaux de Picasso. En outre il mettra en depôt chez Messieurs Brenner et Coady quelques tableaux, dessins etc. Le règlement des oeuvres vendues se fera à la fin de chaque trimestre.
Monsieur Kahnweiler s’engage formellement à ne pas mettre en vente aux Etats-Unis des oeuvres des peintres Braque, Gris, Léger, Picasso ailleurs que chez Messieurs Brenner et Coady, ou par leur entremise. Il leur reconnait le droit de vente exclusifdes oeuvres de ces peintres lui appartenant.
Messieurs Brenner et Coady s’engagent à acheter à Monsieur Kahnweiler, pendant cette année, des oeuvres d’art pou la somme de deux mille cinq cents francs au moins. Ils se chargeront du transport des oeuvres d’art à eux prefées ou vendues, du moment de leur sortie de la Galerie Kahnweiler jacqu’à leur rentré, à leurs risques et périls, et à leurs frais. Ils s’engagent à assurer les oeuvres à eux prêtées contre tous risques.
Paris, le premier février dix-neuf cent quatorze
(Met de hand geschreven) Lu et appromé Michael Brenner
Lu et appromé Kahnweiler
Les deux parties ont décidé, d’un commun accord, de prolonger le traité cidesous jusqu’au premier Mai 1916, avec les mêmes stipulations. Les Expositions à mettre à la disposition de Messeurs Brenner & Coady pendant cette période 1915/16 seront Gris, Picasso et une troisième ; la somme d’achats minimum sera de cinq mille francs.
Paris le quatorze Mars dix-neuf cent quatorze
(Met de hand geschreven) Lu et appromé Michael Brenner
Lu et appromé Kahnweiler
L’accord ci-dessus est étandu à tous les artistes de la Galerie Kahnweiler, moyennant un minimum d’achats supplémentaire de six mille francs.
Paris, le vingt-deux Avril 1914
(Met de hand geschreven) Lu et appromé Michael Brenner
Lu et appromé Kahnweiler
De galerie sloot in 1919.
Door de overeenkomst met Kahnweiler kwam Brenner en/of de galerie in bezit van een aantal kubistische werken. Hieronder enkele werken waarvan bekend is dat zij via de galerie zijn verhandeld of in het bezit van Brenner waren.
![]() |
De galerie verkocht het nevenstaande schilderij Druiven en Wijn van Juan Gris uit 1913 aan Dr. Phoebus Aaron Theodor Levene. Zijn weduwe, Anna Levene - Erickson, schonk het schilderij in 1947 aan het Museum of Modern Art te New York. |
![]() |
Het nevenstaande schilderij Man in café van Juan Gris uit 1912 werd in 1917 verkocht aan John Quinn. Na zijn dood werd Quinns verzameling op 28 oktober 1926 geveild in Hôtel Drouot. Denkelijk via Léonce Rosenberg kwam het werk in het bezit van Pierre Faure. Via bemiddeling van Marcel Duchamp kocht Walter Arensberg het werk, die het in 1950 schonk aan het Philadelphia Museum of Art. |
|
Michael Brenner bezat van Gris het nevenstaande schilderij Viool en oude spijker aan de wand. |
De weduwe van Michael Brenner schonk het archief van Michael, dat bestond uit o.a. brieven van kunstenaars, kunsthandelaren, verzamelaars, kunsthistorici e.d., aan het Archives of American Art, Smithsonian Institution, Washington, D.C. . In de persoonlijke brieven kunnen we de relatie met Brenners zus Miriam en broers Morris, Samuel en Victor volgen.
In 1991 verscheen het boek The Life and Work of Michael Brenner (1885-1969) (ISBN: 0-9630085-0-1) van de schrijver J.C. Leissering, met de kompleten lijst van de bekende werken. Jack Leissering, die met Michaels zoon Joseph (roepnaam Joe) een kamer had gedeeld toen zij op de middelbare school zaten, ontmoette Joseph opnieuw in 1988. Samen gingen zij op zoek naar Michael Brenners werken en gegevens om een unieke catalogus te maken. Joseph maakte gedichten om het leven van zijn vader te beschrijven.