Op 10 juni 1870 werd Jeanne Louise Caffier te Candé (Maine-et-Loire) geboren, als jongste van zeven kinderen van Jacques Caffier en Jeanne Guet. Zij werd bekend onder de naam Rij-Rousseau en leefde vanaf 1890 in Parijs, waar zij o.a. woonde op de Avenue de Saint-Ouen. Daar verbleef zij in de kring kunstenaars van Île de la Grande Jatte op Montmartre. In 1895 kreeg Jeanne een relatie met de achttien jaar oudere Jean Auguste Rousseau, waarmee zij in 1900 trouwde.
Door haar schilderen werd Jeanne bevriend met Maurice Denis, Paul Sérusier, Paul Signac, Edouard Vuillard. In 1906 ontmoette zij Juan Gris, die net in Parijs was aangekomen, en waarmee zij spoedig bevriend raakte. Door Sérusier werd Jeanne bewust van het samenspel van muziek en schilderen en ontwikkelde zij haar theorie van het Vibrisme, waarin een combinatie van het synthetisch kubisme en het rayonisme van Larionow en Gontscharowa werd opgesteld. In 1908 leerde zij Georges Braque kennen en in 1910 Fernand Léger. In 1910 had Jeanne samen met de Spaanse beeldhouwer Manolo, die een vriend van Pablo Picasso was, een expositie in een café in de Parijse wijk Montrouge. Jeanne was door haar vrienden ooggetuige van de ontwikkelingen in het kubisme.
Vanaf 1911 exposeerde Jeanne in de Salon d'Automne, de Salon des Indépendants en de Salon des Tuileries (1925). In 1912 bezocht Jeanne Manolo in de Zuid-Franse plaats Céret. In 1913 bracht Jeanne drie maanden door in Céret bij Juan Gris en zijn geliefde Charlotte Herpin. In 1916 overleed Jeannes man Rousseau. Samen met Jeanne Léger zorgde Jeanne voor de begrafenis van Jeanne Hébuterne, die na de dood van haar geliefde Modigliani op 24 januari 1920, op 25 januari zelfmoord pleegde. In maart 1920 exposeerde Jeanne Rousseau-Caffier op de Section d'Or. Jeanne maakte vele reizen, o.a. naar Duitsland, België en Zwitserland.
Op 4 maart 1922 trouwde Jeanne met de advocaat François Paul Raoul Loiseau, waarmee zij in 1913 kennis had gemaakt. Hij was op 16 november 1859 geboren te Abbeville en eerder getrouwd geweest met Amelie Marie Madeleine Dumont. Samen met hem ging Jeanne wonen in Montigny-sur-Loing.
Door haar heldere kleurgebruik werd zij een veel gevraagde ontwerpster van tapijten, die vervaardigd werden in Aubusson en Beauvais. In 1925 nam Jeanne onder de naam Rij-Rousseau deel aan een tentoonstelling van tapijten en wandkleden. Zij ontving een gouden medaille op de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Moderne te Parijs. In hetzelfde jaar richtte Jeanne in Parijs een vereniging voor moderne schilderessen op onder de naam L'Association des Femmes Peintres. Zij exposeerde samen met Susanne Duchamp en Marie Laurencin. Door Elga Kern werd Jeanne als een belangrijke vrouw beschouwd en stond haar biografie in het boek Führende Frauen Europas, dat in 1930 te München verscheen. Jeanne Rij-Rousseau en de schrijfster Colette vertegenwoordigden Frankrijk tussen de dertig Europese vrouwen.
Op 9 december 1941 overleed Jeannes man François Loiseau en zij op 22 oktober 1956 in het huis van een nicht in Savigny-sur-Braye. In 1959 was een tentoonstelling van haar werken in het Château de Blois van 70 schilderijen.
| kunstwerk | titel | jaar | materiaal |
![]() | Portret | 1915 | schilderij |
![]() | Schaakspel | 1917 | schilderij |
![]() | La Cité Eclatée | 1915-1920 | tapijt |