André Level werd bekend door zijn initiatief voor La Peau de l'Ours, een soort beleggingsclub voor kunst.
Vanaf 1895 verzamelde André Level kunst, nadat hij tijdens zijn zomervakantie in Bain-de-Mer de kunsthandelaren Gaston en Josse Bernheim ontmoette. In Parijs bezocht Level de Galerie Bernheim, die na overname door de broers vanaf 1906 Bernheim-Jeune heette. Als vaste bezoeker van Galerie Bernheim, bezocht Level ook andere galeries, waaronder de galerie van Ambroise Vollard, die in 1895 een expositie van Paul Cézanne organiseerde. Door de werkzaamheden van Vollard te volgen, die o.a. in 1895 werken van Cézanne had opgekocht bij de veiling van de nalatenschap van de kunsthandelaar Père Tanguy (1825-1894), zag Level de financiële voordelen.
Mede door de in 1903 opgerichte Salon d'Automne werd Levels aandacht gevestigd op de komende generatie schilders, waaronder Henri Matisse en Pablo Picasso. Om kunstaankopen mogelijk te maken haalde Level behalve zijn broers Emile, Jacques en Maurice ook zijn neef Georges Ancey over. Emile werkte bij een bank, Jacques in de industrie en Maurice was advocaat. In een brief van 30 november 1903 aan Emile gaf Maurice een beschrijving van een vereniging, die later bekend zou worden onder de naam La Peau de l'Ours.
Level bezocht bijna wekelijks in Montmartre de ateliers van kunstenaars, de kleine kunsthandelaren, zoals Père Soulier, Clovis Sagot en Berthe Weill, en de vele galeries. In de loop van de tijd kocht André Level bijna 150 werken. Een van de duurste aankopen was het nevenstaande schilderij Famille de Saltimbanques van Picasso uit 1905. Getipt door Sagot bracht Lucien Moline namens Level een bod uit van 1000 francs. Aangezien misschien andere kopers meer zouden bieden hield Picasso het bod aan, maar binnen veertien dagen aanvaardde Picasso het bod persoonlijk bij Level. André Level moest zijn aankoop uitvoerig verdedigen bij de leden van La Peau de l'Ours. Het leverde de vriendschap van Picasso op.
Tussen 1904 en 1914 kocht Level jaarlijks een aantal werken. Op 2 maart 1914 werd het bezit van La Peau de l'Ours te koop aangeboden in Hôtel Drouot te Parijs. Dankzij Levels voorbereidingen via vele kranten werd de veiling ook een sociale bezigheid. Een investering van 27.500 francs bracht met aftrek van kosten 63.207 francs op. Op initiatief van Level kregen de kunstenaars van de werken 20% van deze opbrengst. Pas in 1920 zou dit in de Franse wet worden vastgelegd. Op 4 april 1914 betaalde Level aan Picasso via een bankcheque 3.978,85 francs in verband met de opbrengst van twaalf werken. Denkelijk als eerbewijs nam Picasso het visitekaartje van Level op in nevenstaande papier collé Bouteille de Bass, verre, paquet de tabac et carte de visite uit 1914. Het werk met linksonder het kaartje is nu in het Centre National d'Art et de Culture Georges Pompidou te Parijs.
In 1907 brachten Level en André Lefèvre een bezoek aan Brussel in verband met Lefèvres verzameling primitieve kunst. Level bracht Lefèvre in 1910 in contact met Daniel-Henry Kahnweiler, waardoor Lefèvre werken van Picasso, Georges Braque en André Derain ging kopen. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog viel Level met zijn eenenvijftig jaar buiten de mobilisatie. Zijn contacten via La Peau de l'Ours met de kunstenaars ontstaan zorgden ervoor dat hij een contactpunt werd voor de kunstenaars aan het front en degenen die in Parijs waren achtergebleven. Volgens een verslag van een interview met Léonce Rosenberg in Cahiers d'art kwamen Picasso en Level aan hem vragen om de rol van Kahnweiler, die in Zwitserland verbleef, over te nemen. Picasso kreeg nog ongeveer 20.000 francs van Kahnweiler voor vlak voor het uitbreken van de oorlog geleverde werken. Level bemiddelde voor Picasso bij het terugkrijgen van Picasso's werken uit het geconfisqueerde eigendom van Kahnweiler, maar slaagde daar niet in.
In juli 1920 had André Level een directiefunctie bij de Société Française de Transports et Entrepôts Frigorifiques et de la Compagnie des Docks et Entrepôts de Marseille. Na zijn pensionering in 1921 opende Level met financiële hulp van André Lefèvre, Alfred Richet, de broers Raoul en Max Pellequer, J. Tournaire en E. Bonnet op 10 november 1922 de Galerie Percier in de Rue La Boétie 38 te Parijs. Het startkapitaal was 250.000 FF. In 1932 werd deze galerie verplaatst naar de Avenue Percier 4, waar de galerie tot 1935 geopend bleef.
Op 3 maart 1927 verkocht Level een groot deel van zijn verzameling tijdens een veiling in Hôtel Drouot. Het nevenstaande schilderij Livres et Cartons van Roger de la Fresnaye uit 1913 werd gekocht door André Lefèvre. In 1928 verscheen van Level het boek Picasso met 80 reproducties, dat werd uitgegeven in de serie Les éditions G. Crès et Cie. André Level overleed in 1946. In 1959 verscheen in Parijs de autobiografie van André Level onder de titel Souvenirs d'un collectionneur. Volgens Level was hij door Fernand Léger aangespoord om zijn biografie te schrijven.