In 1910 werd de bankier André Lefèvre door André Level, bekend van de Peau de l'Ours, voorgesteld aan Daniel-Henry Kahnweiler. Het gevolg was, dat André Lefèvre kubistische werken ging verzamelen. Mede door de vier veilingen van het geconfisqueerde bezit van Kahnweiler werd het een grote kubistische verzameling. Zijn petekind, de schrijver Jérôme Peignot, schreef in een artikel in het blad Connaissance des Arts (februari 1966) dat Lefèvre vanaf 1927, toen hij stopte met werken zich volledig ging wijden aan zijn verzameling van werken en boeken.
Op 3 maart 1927 kocht Lefèvre het nevenstaande schilderij Livres et Cartons van Roger de la Fresnaye uit 1913 op de veiling van een deel van de kunstverzameling van André Level in Hôtel Drouot.
In 1937 bezat Lefèvre de volgende werken, daar zijn naam bij de werken in de catalogus van de tentoonstelling Maêtres de l'art indépendant als eigenaar werd vermeld.
| titel | jaar | kunstenaar | nu te zien in | |
![]() | Gitaar en glas | 1921 | Georges Braque | Musée national d'Art Moderne, Parijs |
![]() | Pierrot met gitaar | 1919 | Juan Gris | Musée national d'Art Moderne, Parijs |
![]() | Glas en krant | 1916 | Juan Gris | Musée national d'Art Moderne, Parijs |
Lefèvre bezat behalve 52 werken van Pablo Picasso, 30 van Fernand Léger, 23 van Juan Gris, 21 van Henri Laurens, 15 van Amedeo Modigliani, 6 van Georges Braque, ook werken van André Derain, Roger de la Fresnaye en Louis Marcoussis. Volgens de website van de huidige eigenaar kocht André Breton het nevenstaande schilderij Femme tenant une Mandoline van Braque uit 1910 op de tweede veiling van Kahnweilers geconfisqueerd bezit voor 550 FF. Het schilderij had op de veiling de titel Le Joueur de guitare. Daarna kwam het schilderij bij Lefèvre en via Heini Thyssen-Bornemisza in het bezit van Museo Thyssen-Bornemisza te Madrid.
In 1952 schonk Lefèvre 17 werken en gaf hij twee werken van Léger uit de serie Contrastes de forme, die hij gekocht had op de vierde veiling van Kahnweilers bezit, in bruikleen aan het Musée National d'Art Moderne. Na de dood van Lefèvre verkreeg het Musée National d'Art Moderne vijftien werken, waaronder:
| titel | kunstenaar | jaar | nu te zien in | |
![]() | étude pour Trois femmes | Pablo Picasso | 1907 | Gekocht op de derde veiling Kahnweilers geconfisqueerd bezit, 1922 |
![]() | Le Guitariste | Pablo Picasso | 1910 | Gekocht van Ambroise Vollard |
![]() | Les Usines du Rio Tinto à l'Estaque | Georges Braque | 1910 | Gekocht op de veiling van Wilhelm Uhdes bezit op 30 mei 1921. In 1964 is het schilderij geschonken aan het Musée National d'Art Moderne te Parijs. |
![]() | Nature morte violon et verre | Juan Gris | 1913 | |
![]() | Livres et cartons | Roger de la Fresnaye | 1913 | Gekocht in 1927 tijdens de verkoop van de collectie van La Peau de l'Ours |
![]() | De verovering van de lucht | Roger de la fresnaye | 1913 | Gekocht van Pierre Lévy |
![]() | Man met gitaar | Georges Braque | 1914 | In 1942 gekocht van Marcel Fleischmann in Zürich. Was afkomstig uit het geconfisqueerde bezit van Alphonse Kann |
![]() | Le Tourangeau | Juan Gris | 1918 | |
| Pierrot au compotier | Juan Gris | 1919 | Gekocht van Alphonse Kann | |
| Nature morte guitare et verre | Georges Braque | 1921 | ||
![]() | Le Tapis bleu | Juan Gris | 1925 | Musée national d'Art Moderne, Parijs |
![]() | Volgens het boek Die Geschichte der Collage van Herta Wescher zat in de kunstverzameling van Lefèvre ook de nevenstaande collage Stilleven met Scaferlati Tabak van Louis Marcoussis uit 1914. |
![]() | Vanaf 1956 bezat Lefèvre van Picasso het nevenstaande schilderij Repose uit 1908. Hij leende het werk in 1957 uit aan de tentoonstellingen Picasso: 75th Anniversary exhibition. Op de tweede verkoopveiling van het bezit van Lefèvre werd het werk verkocht aan Galerie Beyeler te Bazel. In 1970 kocht het Museum of Modern Art te New York het werk. |
![]() | In maart en april 1964 was in het Musée National d'Art Moderne een selectie van Lefèvres collectie te zien onder de titel Collection André Lefèvre. Werken uit Lefèvres collectie zijn verkocht op twee veilingen. De tweede veiling, gehouden op 25 november 1965 in Palais Galliera, bracht voor 24 werken ruim elf miljoen Franse francs op. één van de werken was het nevenstaande schilderij Livres sur un Guéridon van Roger de la Fresnaye uit 1912. |
![]() | De Franse Staat kocht vooraf op de veilingen het schilderij Buste de femme van Picasso uit 1907, het nevenstaande Violon et pipe, ook genoemd Le Quotidien van Braque uit 1913 en Tête de femme van Laurens uit 1918. Het Musée d'Art Moderne te Troyes kocht La Conquête de l'air van Roger de la Fresnaye uit 1913. Heinz Berggruen kocht op deze veiling L'Homme à la guitare van Braque uit 1914. In 1981 kwam dit werk voor $ 1,5 miljoen alsnog in het Musée National d'Art Moderne. |
![]() | Het nevenstaande schilderij Zittende mandolinespeelster van Picasso uit 1910-1911 werd op de hierboven al genoemde veiling van 25 november 1965 verkocht aan de Sidney Janis Gallery te New York. Het werk werd door Daniel-Henry Kahnweiler gekocht van Picasso en in 1914 geconfisqueerd door de Franse Staat. Lefèvre kocht het werk op de vierde veiling van het geconfisqueerde bezit van Kahnweiler op 7 en 8 mei 1923 voor 530 FF. Op 5 november 2003 werd het werk door Sotheby's te New York op de bij hen gehouden veiling voor $ 2,36 miljoen gekocht van de Perls Galleries te New York. |
De gouache Kop van Henri Laurens uit 1917 of 1919 werd op de hierboven al genoemde veiling van 25 november 1965 verkocht aan de Douglas Cooper. Het werk werd door de Galerie Simon gekocht van Laurens. Rond 1935 behoorde het werk tot de verzameling van Jacques de Zoubaloff in Parijs. Op 11 mei 1992 werd het werk voor $ 154.000 inclusief veilingkosten geveild bij Christie's te New York. |
De jurist Alfred Richet (1893-1992) was na het overlijden van zijn vriend Lefèvre de exécuteur testamentaire en verzorgde de afhandeling van de erfenis. In zijn testament vermaakte Lefèvre twee werken aan Richet. Richet zorgde ervoor, dat in de periode 1964-1967 ieder jaar een veiling werd gehouden, waardoor de ruim 400 werken gespreid op de markt kwamen. De totale opbrengst was 19.789.750 FF. De derde veiling was op 29 november 1966 in Palais Galliera te Parijs en bracht 160.000 FF op.
Op 21 december 2007 werd tijdens een veiling bij Drouot te Parijs negen werken uit de oorspronkelijke kunstverzameling van André Lefèvre verhandeld voor een totale waarde van 21.767.786 Euro inclusief veilingkosten. Volgens een tekst -gedateerd 30 november 2007- voorafgaande aan de veiling bezat Lefèvre 275 schilderijen, die voor een groot deel verkocht zijn via veilingen in 1964, 1965 en 1967 bij Palais Galliéra (Hôtel Drouot). Ongeveer 30 schilderijen kwamen terecht in Franse musea. Jean Cassou, de conservator van Musée National d'Art Moderne te Parijs, adviseerde de erfgenamen bij hun keuze uit de erfenis. Op de veiling werden o.a. aangeboden het nevenstaande L'Arlequin à la guitare ook genoemd Le Joueur de guitare van Juan Gris uit 1918 met een opbrengst van 1,75 miljoen Euro (incl. veilingkosten 2.168.600 Euro), het nevenstaande Le Broc van Gris uit 1920 (geschat op $ 0,44 tot $ 0,512 milj.), het nevenstaande gouache en papier collé Etang la vallée van Henri Laurens uit 1917, dat inclusief veilingkosten 607.208 Euro opbracht, Composition à la guitare van Laurens uit 1919 (geschat op $ 44.000 tot $ 60.000), de gouache Les plongeurs noirs van Fernand Léger uit 1943 (geschat op $ 44.000 tot $ 60.000) en een aquarelle Le pot de fleurs van Léger uit 1950 (geschat op $ 60.000 tot $ 73.000).
Volgens de schrijver Pierre Assouline in zijn boek L'homme de l'art kocht de Zwitserse verzamelaar Raoul La Roche het bovenstaande schilderij Le Broc voor 800 FF bij Galerie Simon. Op 22 juni 2011 werd het schilderij Le Broc bij Sotheby's in Londen verkocht voor £ 881.250 inclusief veilingkosten. Volgens de website van Sotheby's verkocht La Roche het werk aan Galerie Léonce Rosenberg. Lefèvre kocht het in 1946 bij de laatst genoemde galerie. Op 29 november 1966 werd het werk geveild bij Palais Galliéra in Parijs (lot 80) en gekocht door familie van Lefèvre. Op 21 december 2007 werd het werk verkocht bij Drouot-Richelieu in Parijs (lot 155) aan de verkoper van 2011.