De Zwitser Hermann Rupf kwam via zijn vriend Daniel-Henry Kahnweiler in aanraking met het kubisme. Zij waren bevriend geraakt tijdens hun studententijd in Frankfort in de periode 1901-1903 en tijdens Kahnweilers eerste stage in Parijs bij de firma Tardieu bewoonden zij samen een gehuurde kamer. Zij waren beiden geïnteresseerd in kunst en muziek en bleven heel hun leven vrienden.
Hermann Rupf was de zoon van een geslaagde fourniturenhandelaar in Bern. In 1907 kocht hij van Kahnweiler, die in juli 1907 een galerie was begonnen, als eerste klant de gouache Feuillage van Pablo Picasso uit 1907. In 1908 kocht Rupf en zijn vrouw Margrit Wirz van Kahnweiler het schilderij Huizen te l'Estaque van Georges Braque. Steeds als Rupf naar Parijs kwam ging hij langs zijn vriend en kocht een werk. Rupf kocht bij Kahnweiler als eerste een werk van Juan Gris. Op deze manier kwam hij in het bezit van kubistische werken van Picasso, Braque, Juan Gris en Raoul Dufy. Hij kocht o.a. de volgende schilderijen.
| kunstwerk | kunstenaar | titel | jaar | nu te zien in |
![]() | Braque | Huizen te l'Estaque | 1908 | Collectie Hermann Rupf van het Kunstmuseum, Bern |
![]() | Braque | Gitaar en fruitschaal | 1909 | Collectie Hermann Rupf van het Kunstmuseum, Bern |
![]() | Braque | Blaker (Kaarsenstandaard) | 1909-1910 | Collectie Hermann Rupf van het Kunstmuseum, Bern |
![]() | Braque | Viool en strijkstok | 1911 | Collectie Hermann Rupf van het Kunstmuseum, Bern |
![]() | Braque | Krant "Echo d'Athenes' | 1913 | Collectie Hermann Rupf van het Kunstmuseum, Bern |
![]() | Dufy | Bomen te l'Estaque | 1908 | Collectie Hermann Rupf van het Kunstmuseum, Bern |
![]() | Picasso | De viool | 1913 | Collectie Hermann Rupf van het Kunstmuseum, Bern |
![]() | Picasso | Fles, fluit, viool, krant, glas | 1914 | Kunstmuseum, Basel |
![]() | Gris | De drie kaarten | 1913 | Collectie Hermann Rupf van het Kunstmuseum, Bern |
![]() | Gris | Stilleven met fruitschaal | 1918 | Collectie Hermann Rupf van het Kunstmuseum, Bern |
![]() | Léger | Stilleven | 1922 | Collectie Hermann Rupf van het Kunstmuseum, Bern |
![]() | Gris | Het open boek | 1925 | Collectie Hermann Rupf van het Kunstmuseum, Bern |
In het werk De Viool was door Picasso zand verwerkt. Rupf kocht ook fauvistische werken van André Derain en Othon Friesz. Later werden ook werken van Klee en Kandinsky aan de verzameling toegevoegd.
In 1914 hielp Hermann Rupf zijn vriend Kahnweiler met het vinden van een woning in Bern. Kahnweilers gezin, dat met vakantie was in de Beierse Alpen, werd overvallen door het oproepen van reservisten in verband met de oorlogsvoorbereidingen van Duitsland. Het gezin ging eerst via Zwitserland naar Italië, maar keerde terug naar het neutrale Zwitserland. Rupf gaf Kahnweiler, wiens bezit in Parijs geconfisqueerd was, financiële steun.
Rupf was ook als kunstcriticus werkzaam. Zo schreef hij op 25 oktober 1918 een artikel in de Berner Tagwacht in verband met de opening van de Kunsthalle, waar voortaan kunst uit vele eeuwen te zien zou zijn. Op 28 november 1937 ontmoette Rupf opnieuw Picasso. Picasso begeleidde zijn zoon Paulo, die voor een specialistisch onderzoek naar Bern was gekomen. Behalve Rupf ontmoette Picasso ook Paul Klee (1879-1940). De Kunsthalle in Bazel hield van 31 augustus t/m 13 oktober 1940 een expositie onder de titel Sammlung Hermann Rupf Bern van Rupfs verzameling.
In 1945 werd Rupf door Lily Klee-Stumpf, de weduwe van Paul Klee, gevraagd zitting te nemen in een commissie die de nalatenschap van haar man zou kunnen redden uit handen van de Geallieerden in verband met de Washington Convention. Andere commissieleden zouden zijn de kunsthistoricus Carola Giedion-Welcker, de architect Werner Allenbach en de kunstverzamelaars Rolf Bürgi en Hans Meyer-Benteli. Lily's zoon Felix was in Sovjetgevangenschap, waarvan hij in september 1946 terugkeerde. Lily tekende op 20 september 1946 de overdracht van de nalatenschap en overleed op 22 september 1946. Op 24 september werd de Klee-Gesellschaft opgericht door Rolf Bürgi, Hans Meyer-Benteli, Herman Rupf en Werner Allenbach. Op 30 september 1947 werd door de Klee-Gesellschaft de Paul-Klee-Stiftung opgericht waar Hermann Rupf voorzitter van werd. Het bezit was ongeveer 1800 werken van Paul Klee. In 1950 werden opnieuw 1500 werken overgedragen. Ondertussen waren Felix, zijn vrouw Euphrosine Grejowa en zijn in 1940 geboren zoon Alex naar Bern verhuisd en bestreden zij de gedane overdrachten. In 1952 sprak het gerechtshof de schorsing van de overeenkomst van 20 september 1946 uit. Felix kwam daarna een overeenkomst overeen met de Paul-Klee-Stiftung en de Klee-Gesellschaft. Hij kreeg o.a. alle nog in het bezit zijnde werken van de Klee-Gesellschaft. Op 31 december 1952 werd de Klee-Gesellschaft opgeheven. Na de dood van Rupf werd Felix vanaf 1963 tot zijn dood op 13 augustus 1990 voorzitter van de Paul-Klee-Stiftung.
Het kinderloze echtpaar Hermann Rupf en Margrit Rupf-Wirz schonk een groot deel van hun kunstbezit op 16 december 1954 aan het Kunstmuseum te Bern onder de naam Hermann und Margrit Rupf-Stiftung. Hermann werd de eerste voorzitter. In 1956 hield het Kunstmuseum te Bern de expositie Hermann und Margrit Rupf Stiftung. Margrit overleed in 1961 en na de dood van Hermann in 1962 kwam ook de rest van het kunstbezit aan het Kunstmuseum. De collectie bestond uit ruim 300 werken. Hieronder waren van Henri Laurens o.a. 7 beelden, 2 reliefs, 1 collage en 2 tekeningen. De opbrengst van het geschonken kapitaal uit de erfenis Rupf werd de verzameling geregeld uitgebreid. Nu zijn er ruim 900 werken, die deel uitmaken van de collectie.
| kunstwerk | titel | jaar |
![]() | De Fles | 1917 |
![]() | Fruitschaal en pijp | 1918 |
![]() | Hoofd van een bokser | 1920 |
![]() | Liggende vrouw | 1921 |
![]() | Vrouw met oorbellen | 1921 |
![]() | De Fles | 1917 |
![]() | De fruitmand | 1922 |
![]() | Pierrot | 1922 |
![]() | De gitaar | 1928 |
Van 2 december 2005 t/m 26 februari 2006 werd in verband met het vijftigjarig bestaan van de stichting de tentoonstelling Kubismus im Korridor - Rupf Collection gehouden in het Kunstmuseum te Bern. Daarna ging de tentoonstelling van 25 maart t/m 5 juni 2006 naar het Musée de Grenoble te Grenoble en vanaf 26 oktober t/m 27 januari 2008 onder de naam Meesterstukken uit de Zwitserse Rupf collectie in het Szépmúvészeti Múzeum te Budapest.