Daar Charchoune, ook geschreven als Sharshun, rond 1920 een aantal werken Ornamenteel Kubisme noemde wordt Charchoune via zoekmachines onder de zoekterm 'kubisme' vaak gevonden.
Serge Ivanovitch Charchoune werd op 4 augustus 1888 geboren in Buguruslan (ook geschreven Boegoeroeslan en Bougourouslan) in Rusland. Een andere bron: Samara.) Tussen 1908 en 1910 studeerde hij onder leiding van Ilya Mashkov. In Moskou ontmoette Charchoune de schilder Larionov en de schilderes Goncharova. Hier zag hij ook werken van Picasso en Braque. Tussen 1910 en 1912 was Charchoune in militaire dienst, maar hij deserteerde in 1912 en vluchtte naar Parijs, waar hij de Académie Russe en de Académie de la Palette bezocht, waar de kubisten Henri le Fauconnier en Jean Metzinger en André Dunoyer de Segonzac les gaven. In 1913 exposeerde Charchoune tijdens de Salon des Indépendants.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef Charchoune met zijn geliefde Hélène Grunhoff in Barcelona, waar hij o.a. Francis Picabia, Gabrielle Buffet en Marie Laurencin ontmoette. Picabia was in Barcelona de leider van de kunststroming Dada, rond Galeries Dalmau. In april 1916 had Charchoune samen met Grunhoff een expositie in Galerie Dalmau. Eind mei 1917 keerde Charchoune terug naar Frankrijk, waar hij aan het front in een Russisch regiment ging meevechten. Terug in Parijs na de wapenstilstand sloot Charchoune zich vaster aan bij de avant-garde. Hij werkte mee aan Dadaïstische tijdschriften. Charchoune was bevriend met Man Ray, Marcel Duchamp en Tristan Tzara. In 1920 schreef Charchoune nevenstaande uitnodiging tot het assisteren bij de begrafenis van het kubisme in de rouwkapel van de niet bestaande kerk Ste Cible (=mikpunt) in de Rue Bonapart 13.
Charchoune brak met het dadaïsme in 1921, daar hij het niet eens was met de politieke elementen van dada. In 1922 verbleef Charchoune enige tijd in Berlijn, waar hij ornementale kubistische werken maakte en kennismaakte met het suprematisme en het constructivisme. Charchoune exposeerde in galerie Der Sturm van Herwarth Walden en op de Ersten Russischen Kunstausstellung (=Eerste Russische Kunsttentoonstelling) in Galerie van Diemen. In Berlijn ontmoette Charchoune Iwan Puni en El Lissitzky. In 1923 vestigde Charchoune zich definitief in Parijs. In 1927 ontmoette hij Amédée Ozenfant en kwamen zijn werken onder invloed van het purisme.
Charchoune was lid van de kunstenaarsberenigingen Cercle et Carré en Abstraction-Création. In 1942 verhuisde Charchoune naar de Rue Falguière, waar hij tot 1960 zou blijven. In 1960 werd Charchoune via het tijdschrift ARTnews bekender bij het Amerikaanse publiek en kreeg hij zijn eerste solo-expositie in de Verenigde Staten. In 1967 had Charchoune een expositie in het Musée National d'Art Moderne te Parijs. Charchoune overleed op 24 november 1975 in de Parijse voorstad Villeneuve-Saint Georges.
| kunstwerk | titel | jaar |
![]() | Ornementaal kubisme no 26B | 1922 |
In 1927 maakte Charchoune het schilderij Kubistisch stilleven met de afmetingen 34 x 24,4 cm. Het onderwerp was typisch kubistisch, n.l. een viool of cello in een variatie van monochrome bruine tinten.