Geneviève Laporte (1926-)

Geneviève Laporte, 2005

Geneviève Laporte kwam in juni 2005 in het nieuws wegens de verkoop van achttien tekeningen van Picasso. Op 16 juni 2005 werd de veiling aangekondigd. De verzekering vond het nodig dat de tekeningen een veilige plaats zouden krijgen. Op 27 juni was een veiling van 20 tekeningen van Picasso met Geneviève als onderwerp in het veilinghuis Arcurial in l'Hôtel Dassault. De tekeningen waren gemaakt in de periode 1951-1952 aan de Zuid-Franse kust. Voor de veiling werd de opbrengst geschat tussen de 1,5 en 2 miljoen euro's. Het werd 1,54 miljoen euro's, dat Geneviève ging gebruiken voor de Fondation Geneviève Laporte de Pierrebourg, een stichting voor het beschermen van de natuur en de dieren. Dankzij de veiling zijn er via een interview met The Associated Press nu meer gegevens over Geneviève bekend geworden.

Geneviève had een vader die in de chemische industrie werkte en een moeder die van zang en schilderen hield. In september 1939, toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, werd haar vader ernstig ziek en overleed hij. In 1943 sloot Geneviève de Normale Supérieure af en sloot zich aan hij het verzet. In Frankrijk genoemd La Résistance.

In 1944 nam Picasso met 64 werken, hoofdzakelijk uit de periode Dora Maar, deel aan de Salon d'Automne. Geneviève wilde deze kunstenaar leren kennen om een artikel te schrijven in het schoolkrant La voix de Fénelon van het Lycée Fénelon. De zeventienjarige Geneviève zocht Picasso op in zijn atelier in de Rue des Grands Augustins. Picasso was niet aanwezig, maar Picasso's vriend Sabartès raadde haar aan de volgende dag terug te komen. Geneviève had de volgende dag een gesprek met Picasso. Geniève schreef het artikel en kwam elke woensdag naar de Rue de Grands Augustins om met Picasso te converseren over literatuur, kunst en poësie. Picasso stelde de schrijver Paul Éluard voor aan Geneviève en samen bezochten zij bibliotheken.

In 1945 onderbrak Geneviève de studie en trok zij zich terug in de Haute-Savoie na de moord op haar oudere broer. Geneviève verliet daarna Frankrijk en via Engeland bezocht zij voor een lange tijd de Verenigde Staten. In 1951 keerde zij terug in Parijs. Picasso en Geneviève hernieuwden de kennismaking en Geneviève werd een vaste gast in Picasso's atelier. Hier maakte Geneviève, die gedichten schreef, kennis met Aragon, Masson, Miró en Tzara. Picasso beloofde de gedichten te illustreren. Hij maakte zeven afbeeldingen voor de in 1954 verschenen bundel Les cavaliers d'Ombre. Jean Cocteau illustreerde Sous le manteau de feu, het tweede boek van Geneviève.

Picasso: Geneviève Laporte, 1951

Op 14 juni 1951 was Picasso en Françoise Gilot getuigen bij het huwelijk van Paul Éluard en Dominique Lemort (Laure?) te Saint Tropez. Terwijl Françoise in Vallauris verbleef huurde Paul Éluard voor Geneviève en Picasso een appartement in Saint-Tropez. Hier maakte Picasso vele tekeningen van Geneviève. In 1953, toen Françoise Picasso wilde verlaten, probeerde Picasso Geneviève over te halen om in Vallauris te gaan samenwonen. Geneviève weigerde en de liefdesaffaire kwam tot een einde.

In 1955 verscheen van Geneviève een boek met gedichten onder de naam Sous le manteau de feu: poèmes, waarvoor Jean Cocteau 12 lithografieën leverde.

Geneviève Laporte, 2005

In 1959 trouwde Geneviève met een vriend uit het Franse verzet en kreeg een zoon. Zij maakte 18 dokumentaires in Afrika en kreeg in 1999 een poësieprijs van de Académie Française voor haar bundel La sublime porte des songes.

Ook op een andere manier heeft Geneviève Laporte profijt gehad van haar relatie met Picasso. Zij schreef o.a. het boek Un Amour secret de Picasso: si tard le soir, le soleil brille uitgegeven in 1973 te Parijs en SUNSHINE AT MIDNIGHT. Memories of Picasso and Cocteau dat in 1976 in New York uitkwam en voorzien was van een bijdrage van de Picasso kenner Douglas Cooper. Van het boek is in 1989 een herziene uitgave verschenen.

Laatste wijziging: 270911