Hieronder staat een selectie van werken van Tamara de Lempicka van personen, die genoemd worden in de webpagina met haar biografie.
| Portret van André Gide | 1925 | J. Nicholson, Beverly Hills. |
De filmster Jack Nicholson is een verzamelaar van Tamara de Lempicka's werken. Hij bezit vooral veel werken uit de latere periode van de Lempicka, die gemaakt waren met het schildersmes, maar ook:
![]() | Zijne Koninklijke Hoogheid Grand Duke Gabriel | 1926 | J. Nicholson, Beverly Hills. |
| De Oranje Sjaal ook genoemd De Jongedames | 1927 | J. Nicholson, Beverly Hills. |
Dr. Pierre Boucard had met het patent van het geneesmiddel Lactéol een vermogen verdiend en werd een grote verzamelaar. Hij sloot in 1928 een contract met Lempicka voor minstens vier schilderijen van zijn familie en het recht tot eerste koop van alle werken in de komende twee jaar. Hij liet portretten schilderen, allereerst in 1928 van zijn dochter Arlette met op de achtergrond de haven van Cannes met haar vaders jacht Lactéol en daarna van zichzelf met de microscoop en reageerbuis. Na terugkeer uit Amerika schilderde Tamara de Lempicka in 1931 het portret van mevrouw Boucard. Dankzij de nieuwe financiële mogelijkheden kon Tamara de Lempicka verhuizen naar een door de architect Roger Mallet-Stevens ontworpen gebouw in de Rue Méchain te Parijs. Haar zus Adrienne ontwierp een groot gedeelte van de inrichting.
Op nevenstaande foto van het atelier van Tamara in de Rue Méchain 29 zien we het schilderij Portret van Mevr. Boucard op de ezel staan. Dit werk werd in 1988 voor $ 775.000 verkocht. Op de gond staat het schilderij Arlette Boucard met aronskelken.
| Portret van Arlette Boucard | 1928 | |
| Portret van Dr. Pierre Boucard | 1928 | |
| Portret van Mevr. Boucard | 1931 | |
| Arlette Boucard met Aronskelken | 1931 | Tot 5-5-2009: Collectie Wolfgang Joop. |
Het bovenstaande schilderij Arlette Boucard met Aronskelken uit 1931 werd op 5 mei 2009 bij Sotheby's te New York door Wolfgang Joop met vijf andere schilderijen van de Lempicka verkocht. De koper moest $ 1.482.500 voor dit schilderij betalen. Op 6 mei 2009 werden nog vier werken van de Lempicka door Wolfgang Joop aangeboden en verkocht. Wolfgang Joop had het werk in 1994 of later gekocht bij Barry Friedman Ltd. te New York.
Aan het einde van het voorjaar van 1929 kwam Rufus T. Bush en zijn negentienjarige verloofde Joan Jeffrey bij Tamara langs in de Rue Méchain. Tamara werd door de miljonair Rufus Bush speciaal naar New York uitgenodigd om een portret te maken van zijn toekomstige vrouw. Er werd een contract gemaakt waarin stond dat Tamara op 14 oktober 1929 naar Amerika zou komen. De vergoeding die zij had afgesproken werd door vrienden veel te laag gevonden en zij schreef Bush dat zij zich vergist had in de prijs. Twee weken later, toen Bush opnieuw in Parijs was, werd een vier keer hogere prijs afgesproken en vastgelegd. In september 1929 ging zij met het schip Paris voor een drieweeks verblijf in New York naar Amerika. Mede door de Wall Street beurscrash in oktober 1929 en de uitnodiging van een rijke Amerikaan om een maand door te brengen op zijn ranch in New Mexico kwam Tamara pas in 1930 terug in Parijs.
Het huwelijk van Rufus en Joan Bush was geen succes, want drie jaar later werd de scheiding al uitgesproken en het schilderij werd door Joan met andere spullen opgeslagen, daar zij naar Griekenland vertrok. Daar ontmoette en trouwde zij met de Amerikaanse archeoloog Gayley. Bijna zestig jaar later kwam hun dochter Joan door het boek over Tamara de Lempicka geschreven door Kizette Foxhall-de Lempicka op het idee te gaan zoeken in de spullen van haar moeder in New York. Zij vond daar het schilderij terug en schreef dit op 7 juni 1989 aan Kizette Foxhall-de Lempicka. Op 4 mei 2004 werd het schilderij door de erfgenamen bij Christie's New York verkocht voor $ 4,59 miljoen aan een onbekende telefonische Amerikaanse koper. Men had gedacht aan een opbrengst tussen de $ 1,2 en $ 1,6 miljoen. Dit was een nieuw record voor een schilderij van Tamara de Lempicka. Het was de aanleiding om in de special 2007 edition van het Art Collector's Sourcebook aandacht te wijden aan Tamara de Lempica.
Rufus Bush kocht direct van Tamara de Lempicka ook het onderstaande schilderij Le voile vert uit 1924.
| Portret van Mevr. Bush | 1929 |
| De groene sluier | 1924 |
Tamara maakte vele schilderijen met haar dochter Kizette als onderwerp. Hier enkele voorbeelden. Het schilderij Kizette in zalmkleur was het eerste schilderij dat Tamara aan een museum verkocht.
| Kizette in zalmkleur | 1926 | Musée des Beaux-Arts de Nantes. |
| Kizette op het balkon | 1927 | Musée National d'Art Moderne, Parijs |
Tamara schilderde haar man Tadeusz de Lempicki een aantal keren. Het hieronderstaande eerste schilderij uit 1923 is verloren gegaan. Het portret van haar man uit 1928 werd door Tamara niet voltooid. De linkerhand bleef schetsmatig. Bovendien was de kleur en de dichtgeknoopte jas met hoed misschien een verwijzing naar zijn vertrek. Tadeusz scheidde in hetzelfde jaar van Tamara, daar hij wilde trouwen met Irene Spiess, die uit een kortstondig huwelijk met Leon Malinowski een dochter Lulu had. Tadeusz trouwde op 19 maart 1932 met Irene Spies.
| Portret van Tadeusz de Lempicki | 1923 | Verloren gegaan |
| Onvoltooid portret van een man | 1928 | Musée National d'Art Moderne, Parijs. |
Baron Raoul Kuffner liet eerst een portret van zijn maîtresse Nana de Herrera (bij Claridge geschreven Herrara) schilderen door Tamara. Spoedig nam Tamara de plaats in van Nana, die een Andalusische danseres was. Een jaar na de dood van Kuffners echtgenote Sara in februari 1932 schreef Kuffner een brief aan Tamara, waarin hij haar ter huwelijk vroeg. Op 3 februari 1934 trouwde Kuffner met Tamara in Zürich.
Baron Raoul Kuffner was geboren in de Duitse plaats Döbling in 1884 en bezat via zijn vader het landgoed Dioszegh in Oostenrijk-Hongarije tot de veranderingen na de Eerste Wereldoorlog. In 1910 was Raoul getrouwd met Sara Sarola en het echtpaar kreeg twee kinderen, n.l. Peter in 1914 en Louisanne in 1919. In 1920 kwam het landgoed Dioszegh in Tsjechoslowakije te liggen. Vanaf het moment dat hij werk van Lempicka had gezien, denkelijk in 1925, was hij haar werken gaan kopen. Hij bezat al een uitgebreide collectie van Dürer en zeventieneeuwse landschappen.
| Portret van Nana de Herrera | 1928/1929 | |
| Portret van Baron Kuffner | 1928 | Musée National d'Art Moderne, Parijs. |
| Portret van Baron Kuffner | 1929 | Collectie Christie Tamara Foxhall. |
Een afbeelding van Portret van Nana de Herrera verscheen op de cover van Die Dame in april 1929.
Pierre de Montaut en Tamara's zus Adrienne waren beiden architect en hadden samen het architectenbureau Montaut et Gorska opgericht. De zaken gingen zo goed, dat Adrienne in Parijs en Pierre in Cannes een kantoor hadden. Een groot succes was het ontwerpen van een kleine bioscoop, waarvan er 190 in een laat-Art Decostijl werden gebouwd en bedoeld waren om min of meer doorlopend het nieuws te brengen. Ze werden vaak vlak bij een station gebouwd. In 1937 overleed Pierre de Montauts vrouw. Achtergebleven met twee kinderen, zoon Jean-Pierre en dochter Françoise, trouwde Pierre in 1939 met Tamara's zus Adrienne.
Op de achtergrond was een afbeelding van gebouwen in Auteuil, die ontworpen waren door Robert Mallet-Stevens. Robert Mallet-Stevens was tevens de architect van het gebouw waar Tamara de Lempicka in 1930 een atelierwoning in de Rue Méchain 7 betrok. Zus Adrienne ontwierp voor Tamara een deel van het interieur.
| Portret van Pierre de Montaut | 1931 | Barry Friedman Ltd, New York. |
| Met een tik op nevenstaande knop keert u terug naar: Tamara de Lempicka. |