De Belgische schilderes Marthe Donas, die ook signeerde met Tour Donas en Tour d'Onasky, werd samen met haar tweelingszus Livine op 26 oktober 1885 geboren te Antwerpen. Haar Frans sprekende ouders, waarvan haar vader, Romain Donas, een groothandel in gedroogd fruit had, hadden vier dochters en een zoon. De gegoede familie woonde eerst in de Edelinckstraat en na 1890 in de Rembrandtstraat te Antwerpen. Vanaf 1902 kreeg zij tekenles van Marie van Meir. Zij volgde het eerste jaar van de Kunstacademie van Antwerpen, ondanks de tegenwerking van haar vader, die het maar niets vond dat zijn dochter tijdens de opleiding naakte mannelijke modellen moest tekenen. Daarna haalde haar vader haar van de opleiding en richtte hij op zolder een atelier voor Marthe in, waar zij drie jaar tekende en schilderde. Zij deed daarna verschillende pogingen om los te komen van de invloed van haar vader.
Tijdens een redevoering van Koning Albert I in de Antwerpse Beurs op 14/15 augustus 1912 viel Marthe door een glazen overkapping en kwam 8 meter lager op een gallerij terecht. Zwaar gewond overleefde zij de val en het duurde een jaar voordat zij volledig genezen was. Tegen de zin van haar vader ging zij weer studeren aan de Antwerpse kunstacademie, maar het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was spelbreker. De familie Donas week uit naar Goes in het neutrale Nederland, daar het woonhuis van de familie Donas door een bom vernield was. In 1915 ging Marthe met haar zus Laure naar de familie Pratt in Dublin en volgde zij een opleiding als glazenierster. Door de z.g. Paasopstand in Dublin op 28 april 1916, waarbij gewapende aanhangers van Sinn Fein, die strijden voor een onafhankelijk Ierland, diverse overheidsgebouwen bezetten, moesten Marthe en Laure overhaast Dublin verlaten. Na bloedige straatgevechten slaagden Britse militairen erin de rust te laten weerkeren. Laure ging naar haar ouders in Nederland en Marthe verbleef enigetijd bij een vriendin in Eastbourne (Engeland). Eind 1916 vertrok Martha naar Parijs, waar zij een atelier huurde in de Rue Campagne Première 9. Ze volge twee maanden lessen in de Académie de la Grande Chaumière en in januari 1917 in de Académie Ranson. Na het zien van werk van André Lhote volgde Marthe in februari 1917 een maand de lessen in het atelier van André Lhote. De kubistische achtergrond van Lhote zorgde voor Martha's kunstideeën, dat de kunst geen reproductie van de werkelijkheid was maar een interpretatie van de kunstenaar. Zij maakte in 1917 haar eerste kubistische en abstracte schilderijen.
Geldgebrek, want haar vader ondersteunde haar niet, zorgde ervoor dat zij met een familie naar Nice vertrok om daar aan de familie schilderlessen te geven. Donas ontmoette in Nice de beeldhouwer Alexander Archipenko, die in Château Valrose te Cimiez verbleef. Martha mocht van Archipenko de bovenverdieping gebruiken en zij werkte daar tot november 1918. Volgens Nelly van Doesburg was Martha de vriendin van Archipenko.
In december 1918 huurde Martha Donas, die naar Parijs was teruggekeerd, een atelier, dat later werd overgenomen door Piet Mondriaan. Zij bracht tevens Mondriaans eerste tentoonstellingen tot stand. In 1919 werden vele artikelen gewijd aan Donas in het kunsttijdschrift De Stijl, dat door Mondriaan en Theo van Doesburg was opgericht. Dit kwam mede door een brief van Archipenko in het voorjaar van 1919 aan van Dongen. Met de brief stuurde hij een artikel en foto's van werken. Dit deed hij ook naar Enrico Prampolini, de hoofdredacteur van het Italiaanse avant-garde tijdschrift Noi, en Herwarth Walden van de galerie Der Sturm in Berlijn. Marthe werd lid van de La Section d'Or en had werk op de tentoonstelling van de groep in de Galerie la Boétie te Parijs in 1920. Donas hielp Theo van Doesburg bij de organisatie van de tentoonstelling van La Section d'Or in Nederland. Door geldgebrek en ziekte was Donas gedwongen terug te keren naar haar ouders in Antwerpen in 1921.
Ook in het tijdschrift Der Sturm kreeg Donas erkenning. Zij ontmoette in 1920 Herwarth Walden, de eigenaar van de galerie Der Sturm, die 35 werken van haar kocht ter gelegenheid van een expositie in Der Sturm in februari 1920. Katherine Dreier kocht via Walden vijf werken van Donas voor haar Société Anonyme. Donas nam deel aan de kubistische tentoonstelling van de groep Section d'Or in Galerie Sélection van Van Hecke te Brussel in december 1920. In januari 1922 had Donas 13 schilderijen op de tentoonstelling van de groep Moderne Kunst in Antwerpen. De schilderijen waren afkomstig van Walden.
Op 4 januari 1922 trouwde Marthe in Parijs met Harry Franke en het echtpaar vestigde zich Fontenay-aux-Roses. In juli 1922 verhuisde het echtpaar naar het Château Bauthier in het Belgische Ittre. Het huis was eigendom van Marie van Meir, een zus van de moeder van Harry die na de dood van Harry's moeder hem adopteerde. In 1923 verbleef het echtpaar ongeveer drie maanden in het Franse Sceaux. In januari 1927 verhuisden Harry en Marthe naar Brussel. Door ziekte, de geboorte van haar dochter Francine (17 januari 1931) en vele verhuizingen maakte zij geen schilderijen in de dertiger en veertiger jaren. In december 1937 ging het gezin in verband met werk van Harry voor vijf maanden naar Portugal.
Daar na de Tweede Wereldoorlog Harry een jaar als vertaler ging werken bij de UNO bezochten Marthe en dochter Francine in juli en augustus 1947 New York en Canada. Terug in België begon Marthe in oktober 1947 opnieuw met schilderen. Gedwongen door financiële problemen verhuizen Harry en Marthe vele malen, terwijl dochter Francine vanaf februari 1949 in het klooster van Nijvel verbleef. Vanaf 1954 schilderde Martha vooral abstracte werken. Hiernaast het schilderij Zwarte ring uit 1954.
Martha Donas overleed op 31 januari 1967 te Audregnies, een plaats aan de Belgische-Franse grens tussen Mons (B) en Valenciennes (F), waar zij en haar man vanaf 15 januari 1966 in het bejaardenhuis Notre-Dame de la Paix verbleven.
| kunstwerk | titel | jaar | nu te zien in |
![]() | Werk 1 | 1917 | Cubism Gallery Asada, Japan |
![]() | Werk 2 | 1917 | Cubism Gallery Asada, Japan |
![]() | Stilleven met beeldje | 1917 | |
![]() | Stilleven Koffiepot | 1918 | |
![]() | Potten en bloemen | 1926 |
In 2006 werd in verband met een grote renovatie van de Yale University Art Gallery een reizende tentoonstelling georganiseerd, waarin bijna 200 kunstwerken van ongeveer 80 kunstenaars werden getoond. In deze tentoonstelling waren twee stillevens van Marthe Donas, n.l. het nevenstaande Still Life with Bottle and Cup uit 1917 en Still Life with profile of pitcher uit 1918-1919, aanwezig. Van 23 april t/m 20 augustus 2006 was de eerste tentoonstelling onder de titel The Société Anonyme: Modernism for America in het Hammer Museum te Los Angeles. Daarna was de tentoonstelling van 14 oktober 2006 t/m 21 januari 2007 in The Phillips Collection te Washington DC, van 8 juni t/m 16 september 2007 in het Dallas Museum of Art en van 26 oktober 2007 t/m 27 januari 2008 in het First Center for the Visual Arts te Nashville (Tennessee).
In 2004 is de monografie Martha Donas (ISBN: 90-5856-126-7) verschenen, geschreven door Kristien Boon naar aanleiding van een tentoonstelling op 24 en 25 april 2004 en uitgegeven door Stichting Kunstboek bvba te Oostkamp, België. Martha's dochter Francine Franke Van Meir is presidente van de Foundation Marthe Donas, die opgericht was door Kristien Boon en Jean-Marie Aendekerk.
In december 2006 werd in het Château Bauthier in Ittre een klein Marthe Donas Museum geopend, dat 12 schilderijen en dokumentatie over Donas' leven en werk bevat. Het huis, waar Marthe en haar man hadden gewoond, was in 2004 door de gemeente Ittre gekocht om een cultureel centrum te vestigen. De naam van het centrum is Espace Bauthier Ittre.
Zie de website van de Foundation Marthe Donas voor meer gegevens over Marthe Donas.