Henri-Pierre Roché (1879-1959)

Roché Roché: Jules et Jim

De schrijver, journalist en verzamelaar Henri-Pierre Roché werd op 28 mei 1879 geboren te Parijs. Zijn vader, die apotheker was, pleegde zelfmoord door van het balkon van hun woning op de Boulevard Arago te springen. Tot zijn vijftigste zou Roché daar met zijn moeder blijven wonen. Zijn liefdesleven rond 1910 beschreef hij in 1943. Hij schreef toen zijn eerste novelle, getiteld Jules et Jim en uitgegeven in 1953. In 1961 werd de novelle verfilmd door François Truffaut, die het boek in 1956 in een tweedehandsboekenwinkel kocht, met in de hoofdrol Jeanne Moreau. Roché, onder de naam Jim, en zijn Duitse vriend Franz Hessel, onder de naam Jules, dongen beiden om de hand van Heleen Grund (1886-1982), onder de naam Catherine. In 1906 ontmoette Roché de schrijver Franz Hessel (1880-1941) denkelijk in het café La Closerie des Lilas, de verzamelplaats van Duitstalige kunstenaars in Montparnasse. Samen maakten zij reizen naar Duitsland en Griekenland. In Parijs ontmoetten zij de Duitse Helen Grund, die ze beiden lief hadden. In 1913 trouwde Franz met Helen in Berlijn en na een kort verblijf in Parijs keerden zij in verband met de Eerste Wereldoorlog terug naar Duitsland. Franz vocht in het Duitse leger aan het Oostfront.

Roché raakte in Parijs bevriend met een groot aantal kubistische kunstenaars en de schrijvers rond deze groep. Tot zijn vrienden kring behoorde Guillaume Apollinaire, Marie Laurencin, Sonia en Robert Delaunay, Francis Picabia, Gabrielle Buffet, Pablo Picasso, Serge Férat, Raymond Duchamp-Villon, Jacques Villon, Suzanne Duchamp, Jean Crotti, Marcel Duchamp en Maria Vassilieff. Het was Roché, die Picasso bij Leo en Gertrude Stein introduceerde.

Henri-Pierre Roché was tijdens de Eerste Wereldoorlog secretaris van Generaal Malleterre en begeleidde een Amerikaanse industriële commissie in Frankrijk. Hij werd uitgenodigd naar New York om daar het rapport van de commissie voor de Franse overheid in het Frans te vertalen. In oktober 1916 ging Roché van Parijs naar New York, waar hij tijdens de rest van de oorlog zou blijven. Hij werkte daar voor de French High Commission in the United States en als Amerikaanse correspondent voor de Parijse krant Le Temps. Voor hij vertrok gaf hij zijn vriend Angel Zárraga geld om een schilderij van Amedeo Modigliani te kopen. Tot zijn verbazing zag hij, toen hij in februari 1919 terugkeerde in Parijs, dat zijn vriend een portret van Max Jacob had gekocht.

vlnr: de Chileen Manuel Ortiz de Zárate (1887-1946), Marie Vassilieff (voorgrond), Roché, Max Jacob en Picasso, 1915

Roché ontmoette kort na zijn aankomst in New York vanuit Parijs Marcel Duchamp op 4 december 1916 tijdens een diner. Marcel Duchamp begeleidde de zussen Florine en Ettie Stettheimer naar een diner waar ook Edgard Varèse was. Het zou het begin zijn van een levenslange vriendschap. In de door zijn dood niet afgekomen novelle Victor beschreef Roché zijn vriendschap met Duchamp en Beatrice Wood. Patricia (= Wood) en Pierre (= Roché) praten uitgebreid over Victor (= Duchamp), die vrijheid op elk gebied, zowel geestelijk als sexueel en financieel, het belangrijkste vindt. Roché kreeg een relatie met Wood, maar Wood verbrak de relatie met Roché toen bleek dat hij ook haar vriendin, de journaliste Alissa Frank, lief had. Wood werd daarna spoedig de geliefde van Duchamp. Roché, Duchamp en Wood gaven kortstondig het dadaïstische tijdschriftje The Blind Man uit.

Na terugkeer uit de Verenigde Staten in 1919 bezocht Roché Franz en Helen Hessel en hun twee zonen in Duitsland. Spoedig daarna brachten Roché en Helen veel tijd met elkaar door in Duitsland en Parijs. Zoon Stéphane, die op 20 oktober 1917 in Berlijn was geboren, bleef samen met zijn moeder in Frankrijk in 1924, terwijl zijn vader en broer Ulrich terugkeerden naar Duitsland. Helen schreef modeartikelen voor de Frankfurter Zeitung.

Eind 1923 vroeg Picasso aan zijn vrienden om uit te kijken naar een woning met atelierruimte, daar hij meer ruimte nodig had. Op 17 en 24 januari en 10 februari 1924 bezochten Roché, Picasso en Olga verschillende grote huizen, maar niets beviel. Uiteindelijk huurde Picasso een extra etage in de Rue la Boétie.

Op 18 oktober 1924 vertrok Roché naar de Verenigde Staten. Denkelijk was de dood van de kunstverzamelaar John Quinn op 28 juli 1924 de aanleiding. Roché had in het verleden Quinn bij de aankoop van Franse kunst geadviseerd. Roché beloofde zijn vriend Constantin Brancusi voor zijn vertrek al het mogelijke te doen om de verzameling van beelden van hem bijeen te houden. Roché en zijn vriend Duchamp kochten met de hulp van Mevrouw Rumsey 29 werken voor $ 8.500. De verdeling was resp. $ 4000, $ 3000 en $ 1500. Volgens de schrijvers Nathalie Dumitresco en Alexandre Istrati in het boek Brancusi uit 1986 zei Brancusi tegen hen na een bezoek aan Roché in 1953, dat hij Roché geld had geleend voor de aankoop.

Door de verkoop van enkele werken waren Duchamp en Roché instaat om Mevrouw Rumsey na twee jaar uit te kopen. Duchamp verkocht daarna in de volgende vijftien jaar, als hij geld nodig had, een Brancusi uit zijn deel aan Roché. In februari 1925 keerde Roché terug naar Frankrijk. In 1927 trouwde Roché met Germaine Bonnard (-1948), een geliefde van hem sinds 1902. Na de dood van zijn moeder in 1929 had hij een nieuwe liefde, de celliste Denise Renard (1894-). Pas na het overlijden van zijn vrouw op 24 februari 1948 trouwde hij op 3 april 1948 met Denise. Zij schonk hem in 1931 zijn enige zoon Jean-Claude, die bekend werd door het vastleggen van vogelgeluiden.

Huldiging voor J.S. Bach

Roché kocht begin jaren dertig bij Paul Rosenberg het nevenstaande schilderij Homage à J.S. Bach van Braque uit 1912. Braque had er van Kahnweiler 400 francs voor gekregen en bij de veiling van het geconfisqueerde bezit van Kahnweiler had het 330 francs opgebracht. Nu vroeg Rosenberg 28.000 francs. Nadat Roché het schilderij in optie had genomen, vroeg hij Braque om advies. Roché kocht het schilderij na Braques positieve advies. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef Roché in het Zuidfranse Dieulefit, een plaats in de buurt van Montelimar, waar hij o.a. les gaf in Engels en schaken.

In 1956 verscheen van Roché zijn tweede novelle Deux Anglaises et le continent. Ook deze novelle, die ging over Roché en de Engelse zussen Violet en Margaret Hart, werd door François Truffaut verfilmd. Roché overleed op 9 april 1959 te Sèvres. Hij liet 346 aantekenboeken achter, waarin hij zijn dagelijkse bezigheden had vastgelegd. Zijn weduwe Denise, die een gedeelte had uitgezocht, schonk het archief bij leven aan het Harry Ransom Humanities Research Center van de University of Texas te Austin.

boek, 1999

Verdere informatie

  • In 1999 verscheen van Scarlett en Philippe Reliquet de biografie Henri-Pierre Roché, L'Enchanteur Collectionneur te Parijs, ISBN: 2841143880.
  • Robert Stam: François Trufaut and friends: modernism, sexuality, and film adaptation, 2006, ISBN: 978-0813537252.
Laatste wijziging: 290911