Gottlieb Friedrich Reber (1880-1959)

vlnr: Olga, Gottlieb Friedrich Reber en Picasso, 1931

De Duitser Gottlieb Friedrich Reber, wiens vader minister van het Ruhrgebied was geweest, werd geboren in Oerlinghausen, een plaatsje in Noord-Rijnland-Westfalen. Dankzij zijn werk bij een importfirma in wollen textiel in Wuppertal kon hij zijn tien broers en zussen ondersteunen. Meer financiën kreeg hij door zijn huwelijk met de rijke Erna Sander. Hierdoor was hij in staat een grote kunstcollectie op te bouwen in zijn huis in Barmen, een plaats bij Wuppertal. In 1910 bezat hij o.a. zevenentwintig Cézannes. In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog verzamelde hij hoofdzakelijk, al of niet gekopieerde, werken van negentiende-eeuwse Franse kunstenaars zoals Corot, Courbet, Manet, Renoir, Degas, Gauguin, Cézanne en van Gogh. In 1918 verhuisde Reber met zijn vrouw en dochter van Langerfeld naar München.

Château de Béthusy

De revolutie in Duitsland aan het einde van de Eerste Wereldoorlog had tot gevolg dat na de wapenstilstand op 11 november 1918 bij Reber werd ingebroken door de z.g. Spartakisten om hem te arresteren. In 1919 verhuisde het gezin Reber naar Luzern, in 1920 naar Ascona en in 1922 naar Lugano. In 1928 vestigde Reber zich in het Château de Béthusy te Lausanne, Zwitserland.

Na de Eerste Wereldoorlog verkocht hij zijn schilderijen uit de negentiende eeuw en kocht hij twintigste-eeuwse kunst. Vanaf 1921 kocht Reber werken van Pablo Picasso en andere kubisten. Zo kocht hij op 20 november 1925 bij Galerie Simon, de opvolger van de Galerie Kahnweiler, 28 werken van Juan Gris waarvan 14 uit 1925. Onder de aankopen waren de volgende schilderijen.

Viool en glas, afm.: 92 x 60 cm
Bouteille et compotier, afm.: 47 x 61,5 cm
Stilleven met een gitaar, afm.: 73 x 94,6 cm
Violon et verre
Bouteille et compotier
Stilleven met een gitaar
1915
1920
1925
Fogg Museum
Kunstmuseum Winterthur

In 1963 schonk Joseph Pulitzer Jr. het bovenstaande schilderij Violon et verre uit 1915 aan het Fogg Museum, een onderdeel van het Havard Art Museum te Cambridge (V.S.). Het bovenstaande schilderij Bouteille et compotier uit 1920 werd door Emiel en Carla Friedrich in 1973 nagelaten aan het Kunstmuseum Winterthur. Andere gekochten werken waren Guitare, carafe et compotier uit 1921 (nu Kunstmuseum Bern) en La fenêtre du peintre uit 1925 (nu Museum of Art, Baltimore).

Binnen een paar jaar had Reber een belangrijke verzameling van Picasso's. Bij Ambroise Vollard kocht Reber op 31 januari 1925 voor 35.600 FF twee olieschilderijen en een schets van Picasso. In de volgende periode tot 24 mei 1927 kocht hij bij Vollard voor 162.000 FF schilderijen van Picasso. Hij leende b.v. 18 schilderijen en 22 andere werken van Picasso in 1932 uit aan het Kunsthaus te Zürich voor een retrospectief van Picasso. Reber was één van de belangrijkste kopers bij Paul Rosenberg, die vanaf 1918 Picasso vertegenwoordigde. In het begin van de dertiger jaren bezat hij ongeveer zestig werken van Picasso, zestien van Georges Braque, elf van Fernand Léger en negenentachtig van Gris.

Studeerkamer Gottlieb Friedrich Reber in Lausanne, 1930-1931



Op nevenstaande foto zijn vier schilderijen van Picasso te zien. Links zijn de volgende schilderijen met nog enigszins een kubistische toon te zien.





kunstwerktiteljaarnu te zien in
Stilleven met een gips hoofd, afm.: 97,9 x 131,1 cmStilleven met een gips hoofd1925Dit schilderij bezat Reber tussen 1932 en 1939. Hij verkocht het aan James Johnson Sweeney, die het op 11 februari 1964 verkocht aan The Museum of Modern Art, New York
Harlekijn met gitaar, afm.: 130 x 97 cmHarlekijn met gitaar1924Collectie Schreiber, Beverley Hills
Kamer in Château de Béthusy in Lausanne, 1930-1931 Bibliotheek in Château de Béthusy in Lausanne, 1930-1931

Op bovenstaande linker foto zien we drie schilderijen van Picasso, vlnr De atleet uit 1909, Naakt in een stoel uit 1909 en het post-kubistische schilderij Partitie, gitaar en fruitschaal uit 1924. Het laatste schilderij werd op 6 mei 2008 voor een bedrag van $ 12.361.000 verkocht bij Christie's te New York. Het werk was al eerder openbaar verkocht, n.l. op 29 november 1988 bij Sotheby's te Londen. Op bovenstaande rechter foto zien we vlnr Harlekijn met gitaar van Juan Gris uit 1917, het beeld Tête de femme van Picasso uit 1909, Drie vrouwen met boeket van Fernand Léger uit 1922, Harlekijn met gitaar van Gris uit 1919, Le canigou van Gris uit 1921, het niet kubistische beeld Le fou van Picasso uit 1905 en De twee pierrots van Gris uit 1922.

Hoofd van een vrouw, 1909

Diana Widmaier Picasso, de kleindochter van Picasso en Marie-Thérèse Walter, vermeldde in het artikel Vollard and the Sculptures of Picasso in de catalogus van de tentoonstelling Cézanne to Picasso: Ambroise Vollard, patron of the Avant-Garde dat Reber een bronzen exemplaar van het nevenstaande kubistische beeld van Fernande uit 1909, daar het aanwezig was op een foto van Rebers interieur. Reber had het gekocht bij Ambroise Vollard, die de reproductierechten had. Op bijgaande rechter foto is het beeld te zien.


kunstwerktitelkunstenaarjaarnu te zien in
Buste d'homme (L'athlète), afm.: 83 x 72 cmDe atleetPicasso1909Museum de Arte, Sao Paulo
Femme nue dans un fauteuil, afm.: 92 x 73 cmNaakte vrouw in een stoelPicasso1909
Partition, guitare et compotier, afm.: 97 x 130 cmPartitie, gitaar en fruitschaalPicasso1924
Arlequin à la guitareHarlekijn met gitaarGris1917
Les trois femmes au bouquetDrie vrouwen met boeketLéger1922
Arlequin à la guitareHarlekijn met gitaarGris1919
Le canigouLe canigouGris1919Albright-Knox Art Gallery, Buffalo

Arbres à l'Estaque, afm.: 79 x 60 cm vlnr: Léger, Reber en Einstein, mei 1930 In 1930 beschreef Carl Einstein, die van 16 december 1927 tot 1 februari 1928 bij Reber verbleef, Rebers verzameling in L'Intransigeant van 21 april 1928 met het artikel La Collection Reber. Einstein was mede bekend geworden door het in 1926 in Berlijn uitgegeven standaardwerk Die Kunst des 20 Jahrhunderts. Voor het hoofdstuk over kubisme gebruikte hij werken van Picasso en Braque uit de collectie van Reber. Of in het boek het nevenstaande schilderij Bomen te l'Estaque van Braque uit 1908 stond uit Rebers verzameling is mij nog niet bekend. Einstein liet de herziene tekst voor het hoofdstuk kubismus eerst aan Reber lezen, voordat het in de tweede oplage (1928) verscheen. Samen met Fernand Léger bracht Einstein in mei 1930 een bezoek aan de familie Reber. Léger kreeg van Reber de opdracht om drie grote (niet-kubistische) muurschilderingen te maken voor de eetkamer. Kahnweiler gaf in 1930 een gedichtenbundel van Einstein getiteld Entwurf einer Landschaft met tekeningen van Gaston-Louis Roux uit, dat opgedragen was aan Rebers vrouw Erna. Einstein pleegde in 1940 zelfmoord, toen hij gezocht werd door de Gestapo.

Zie voor uitvoerige informatie over Carl Einstein de Duitstalige website www.carleinstein.uni-muenchen.de.

Picasso: Drie Muzikanten, afm.: 204,5 x 188,3 cm, 1921

Door financiële problemen als gevolg van het instorten van de Franse beurs na de New Yorkse beurscrach van 25 oktober 1929 moest Reber zijn kunstaankopen beperken en zelfs voor een deel verkopen. Reber bezat o.a. 70 werken van Picasso, 30 van Cézanne, 16 van Braque en 82 werken van Juan Gris. De werken van Gris had Reber gekocht bij Galerie Simon (44), Léonce Rosenberg (31) en Alfred Flechtheim (7). In 1927 had Reber bij Paul Rosenberg Picasso's nevenstaande schilderij Drie muzikanten uit 1921 met andere schilderijen gekocht in ruil voor een Cézanne. In een brief (13 juli 1934) aan Stephen C. Clark, een 'trustee' van het Museum of Modern Art te New York, gaf Alfred H. Barr aan dat het schilderij te koop was bij een bank. Het schilderij werd echter via de Zwemmer Gallery te Londen op 18 september 1936 gekocht door Albert Gallatin en zijn vriend George L.K. Morris. In de dertiger jaren kocht de Mayor Gallery, waarvan Douglas Cooper van 1933 tot 1937/38 een directielid was, vijftien werken van Reber.

Douglas Cooper, Reber en Ingeborg Eichmann, 1937 Trois masquées Berlijn, 1928

Douglas Cooper kocht herhaaldelijk van Reber. Hij kocht b.v. in 1937 voor 10.000 Zwitserse Francs het nevenstaande schilderij Trois masquées van Picasso uit het gemeentelijke pandjeshuis van Genève. Reber had ook geld nodig voor zijn maîtresse Ingeborg Eichmann, die een schoolvriendin van zijn dochter Gisela was. Ook Ingeborg kocht later schilderijen van Reber. Reber probeerde Ingeborg, die uit Sudetenland afkomstig was, te koppelen aan Cooper om een Brits paspoort voor haar te verkrijgen. Gezien de geaardheid van Cooper zat er geen huwelijk in, maar vanaf eind 1938 maakten Cooper en Eichmann wel samen een reis langs musea en privé collecties in de Verenigde Staten. Tijdens de reis viel Hitler Tsjechoslowakije binnen en werd Eichmann statenloos. Op nevenstaande foto uit 1928 genomen in Berlijn staan vlnr Gotthard Jedlicka, Gottlieb Reber, de kunsthandelaar Alfred Flechtheim, Erna Reber, Gisela Reber en Inge Eichmann.

Arlequin à la guitare [Arlequin jouant de la guitare]
, afm.: 97 x 76 cm

In de Tweede Wereldoorlog werd Reber na een reis door Italië niet meer toegelaten in Zwitserland. Denkelijk had dit te maken met zijn 'agentschap' in Italië in 1941 voor de kunsthandelaar Walter Andreas Hofer, die de kunstadviseur van Hermann Goering was geworden en betrokken was bij de afhandeling van de entartete kunstwerken. Reber kende Hofer al van kort na de Eerste Wereldoorlog en Hofer had als assistent voor Reber gewerkt. Volgens een rapport van het Office of Strategic Services Art Looting Investigation Unit (OSS ALIU) uit 1946 had Reber in 1945 huisarrest in Napels in verband met de verkoop van kunstwerken.

Cartes à jouer et verre, afm.: 33 x 22 cm Fêtes de Céret, afm.: 27 x 41 cm

Rebers vrouw, die in Zwitserland was achtergebleven, moest opnieuw schilderijen verkopen om in haar onderhoud te voorzien. Het echtpaar Clara en Emil Friedrich kochten een aantal kubistische werken in 1940 en 1942, die eerder tot de kunstverzameling van Reber hadden behoord. Maja Sacher kocht in 1943 de nevenstaande (links) schilderijen Cartes à jouer et verre van Picasso uit 1911 en Fêtes de Cêret van Picasso uit 1912. Maja Sacher kocht al eerder van Reber. In 1933 kocht Sacher het nevenstaande (rechts) schilderij Arlequin à la guitare van Picasso uit de periode 1914-1918.

Nature morte dans la cuisine, afm.: 92 x 65 cm

Reber verbleef in Florence en Napels totdat hij in 1947 weer in Zwitserland werd toegelaten. In 1949 bezat Reber nog het nevenstaande schilderij Stilleven in de keuken van Léger uit 1922. Bij Rebers dood op 15 juli 1959 was zijn kunstbezit al voor een groot deel over heel de wereld verspreid. Zie voor een uitgebreide lijst van kubistische werken, in het bezit waren van Reber, de webpagina:
Kubistische werken in het bezit van G. F. Reber.

Ingeborg Eichmann

Ingeborg Eichmann, die na de reis door de V.S. naar Florence ging, werd daar samen met haar zus Lizzie na de inval van Duitsland in Padua geïnterneerd. Na de oorlog trouwde Ingeborg met kunsthistoricus Georg Pudelko, die eerst getrouwd was geweest met Rebers dochter Gisela. In 1949 woonde ze volgens Douglas Cooper in Venetië. Gisela's zoon Christoph, die in 1932 geboren is, leidt nu Galerie Pudelko in Bonn.

Vrouw in een stoel, afm.: 150 x 99 cm

Op een foto van Galerie Georges Petit, gemaakt tijdens de tentoonstelling van werken van Picasso in 1932, werd door Alfred Barr als eigenaar van het nevenstaande schilderij Vrouw in een stoel uit 1913 de naam Eichmann geschreven. Dat dit Ingeborg Eichmann was werd bevestigd door de beschrijvende tekst bij de veiling van het schilderij bij Christie's te New York op 10 november 1997. De verkopende eigenaren, Victor en Sally Ganz, hadden het werk op 29 april 1967 gekocht bij Heinz Berggruen te Parijs voor $ 200.000, waarvan $ 41.450 werd betaald met 38 'prints'. De koper, denkelijk Ronald Lauder, moest $ 24,8 miljoen betalen.

Werken in het bezit van Ingeborg Eichmann in 1949

kunstwerkkunstenaartiteljaaropmerking
Paris par la fenêtre, afm.: 71 x 53 cmLégerParijs door het raam1912
Nature morte au poisson, afm.: 65 x 70 cmLégerStilleven met vissen1927
afm.: 65 x 46 cmLégerVrouwenhoofd1927
Deux femmes, afm.: 130 x 81 cmLégerTwee vrouwen1929
Le Parc de Carrières Saint Denis, afm.: 38 x 46 cmBraqueLe Parc de Carrières Saint Denis1909-1910 Volgens het boek Braque cubism 1907-1914 van uitgever Maeght uit 1982 maakte het schilderij deel uit van de Collectie Pudelko Eichmann. Daarna werd Nelson A. Rockefeller de eigenaar.
Bouteille, verre et journal MOTO, afm.: 54 x 65 cmBraqueFles, glas en krant MOTO1914In het boek Braque cubism 1907-1914 van uitgever Maeght uit 1982 wordt Dr. Inge Eichmann-Pudelko als eigenaresse van het nevenstaande papier collé aangegeven en in deposito gegeven aan het Kunsthaus, Zürich. Op de website van het museum www.kunsthaus.ch is heden niets meer te vinden hierover.
Vrouw in een armstoel, afm.: 150,5 x 100 cmPicassoVrouw in een armstoel1913In 1957 uitgeleend aan de tentoonstelling Picasso: 75th Anniversary exhibition, New York - Chicago - Philadelphia

Voor verder informatie:

  • Het artikel La Collection Reber van Carl Einstein in L'Intransigeant van 1 april 1930.
  • Andrea Pophanken en Felix Billeter: Die Moderne und ihre Sammler: Französische Kunst in deutschem Privatbesitz vom Kaiserreich zur Weimarer Republik., Akademie Verlag, Berlijn 2001. ISBN: 3-05-003546-3. Het boek is voor een deel te lezen op internet.
  • G.F. Reber: Collector of Cubism een artikel van Dorothy Kosinski in het tijdschrift The Burlington Magazine, vol. 133, No. 1061, augustus 1991, bladzijden 519 t/m 533. In de bijlage worden de kubistische werken in Rebers bezit vermeld.
  • Het hoofdstuk Ein Weltbild wird gesammelt met als ondertitel Carl Einstein berät Gottlieb Friedrich Reber, maar ook in andere hoofdstukken, in het door Uwe Flecker geschreven boek Carl Einstein und sein Jahrhundert: Fragmente einer intellektuellen Biographie, dat verscheen in 2006 (ISBN: 9783050038636). Via internet is een indruk van het boek te verkrijgen.
  • Het artikel Von kontinentaler Bedeutung. Gottlieb Friedrich Reber und seine Sammlungen geschreven door Peter Kropmanns en Uwe Fleckner in het door Andrea Pophanken en Felix Billeter samengestelde boek Die Moderne und ihre Sammler. Französische Kunst in deutschem Privatbesitz vom Kaiserreich zur Weimarer Republik, Berlijn 2001 (ISBN:978-3050035468).
Laatste wijziging: 110110