Leo Stein (1872-1947).

Leo Stein

Leo Stein werd op 11 mei 1872 geboren als vierde kind van Daniel en Amelia (roepnaam Milly) Stein in Allegheny (nu een deel van Pittsburgh), Pennsylvania. In 1875 kwam de familie Stein voor het eerst naar Europa. Tijdens zijn verblijf in Europa kreeg Leo lessen in muziek, Duits en Frans. De familie woonde ruim twee jaar in Wenen en daarna in Parijs. Naar ruim een jaar keerde de familie via Londen terug naar Amerika, waar zij uiteindelijk gingen wonen in East Oakland, Californië. Vader Stein werkte in San Francisco. In 1888 overleed moeder Amelia Stein en in 1891 overleed vader Stein plotseling. De kinderen Stein verhuisde naar San Francisco. In 1892 trokken Leo en zijn zussen Bertha en Gertrude trokken in bij een welvarende tante in Baltimore en Leo ging in augustus 1892 studeren aan de Harvard University in Cambridge (Massachusetts). In 1895 maakte Leo zijn eerste zelfstandige buitenlandse reis. Hij verbleef twee maanden in Parijs en een maand in Duitsland.

Zie voor een beschrijving van Leo's jeugd de webpagina Familie Stein.

Gertrude Stein, 1906

Dankzij oom Solomon Stein kon Leo als begeleider van zijn neef Fred een wereldreis maken. Aan het einde van de zomer in 1895 begonnen zij in New York en bezocht daarna o.a. Californië, Kyoto, Kanton, Ceylon (= Sri Lanka), Cairo. De reis eindigde in Europa waar o.a. Napels, Rome, Florence, Venetië, Wenen en Karlsbad. Leo vroeg in een brief aan zijn zus Gertrude om in de zomer van 1896 naar hem toe te komen. Hij stelde de Red Star Line naar Antwerpen voor. Gertrude kwam in juli 1896 inderdaad met een schip van de Red Star Line naar Antwerpen waar Leo op haar wachtte. Samen bezochten zij o.a. Den Haag, Amsterdam, Keulen, Heidelberg, Parijs en verbleven een maand in Londen.

Terug in de V.S. studeerden Leo en Gertrude een jaar in Cambridge, Massachusetts, en keerden daarna terug naar Baltimore voor een studie aan de John Hopkins University. Leo studeerde biologie. Daarvoor had Leo al geschiedenis en filosofie gestudeerd. In de zomer van 1900 bezochten Leo en Gertrude Italië en de wereldtentoonstelling in Parijs. In oktober 1900 vestigde Leo zich in Florence met de bedoeling om een boek te schrijven over de Italiaanse schilder Andrea Mantegna (±1431-1506). In Florence sloot Leo vriendschap met de kunsthistoricus Bernard Berenson (1865-1959). De zomer van 1901 brachten Leo en Gertrude door in Spanje en Noord-Afrika en waren in augustus in Parijs, waar zij Etta Cone ontmoetten. Leo keerde daarna terug naar Florence, waar Gertrude in de lente van 1902 naar toe kwam. In september 1902 vertrokken Leo en Gertrude op uitnodiging van Berenson naar Londen, waar zij enige tijd bij hem woonden en daarna op Bloomsbury Square 20. In Londen kocht Leo zijn eerste olieverf schilderij en discussieerde hij met Berenson en zijn zwager, de filosoof Bertrand Russell (1872-1970).

Rue de Fleurus 27, Parijs

Op 24 december 1902 ging Leo naar Parijs met de bedoeling daarna terug te keren naar Amerika. Door zijn gesprekken met Pablo Casals besloot Leo kunstenaar te worden en ging hij studeren aan de Académie Julian. Ook bezocht hij de Académie Colarossi, waar hij o.a. Max Weber ontmoette. Leo vestigde zich begin 1903 in een appartement op Rue de Fleurus 27, waar ook Gertrude introk met de afspraak dat zij ieder jaar enige tijd naar Amerika zou gaan. In het voorjaar van 1904 ging zij voor het eerst, om pas in 1935 voor de tweede keer te gaan.

Cézanne

In het voorjaar van 1904 raadde Berenson Leo aan om werken van Cézanne te gaan bekijken bij de kunsthandelaar Ambroise Vollard in de Rue Laffitte. Leo kocht bij Vollard het nevenstaande landschap La Conduite d'eau van Cézanne uit ±1879, dat nu behoort tot The Barnes Foundation. In de zomer van 1904 ging Leo naar Florence, waar Gertrude ook naar toe kwam. Samen bezochten zij de privécollectie met enkele Cézannes van de Amerikaan Charles Loeser (1864-1928). Loeser, die samen met Berenson kunstgeschiedenis had gestudeerd aan de Havard University, had zich in 1890 in Florence gevestigd en kocht in 1896 bij Vollard de eerste van in totaal vijftien schilderijen van Cézanne. In 1926 legde Loeser in zijn testament vast, dat de President van de Verenigde Staten acht schilderijen kon uitkiezen voor het Witte Huis in Washington D.C.

Vrouw met hoed Acrobatenfamilie met aap; afm.: 104 x 75 cm

Leo ging na de Salon d'Automne van 1904 intensief kunstwerken aankopen. Hij kocht werken van Vallotton, Manguin, Gauguin, Cézanne, Renoir, Denis en Delacroix. Tijdens de opening van de Salon d'Automne op 18 oktober 1905 zag Leo het nevenstaande schilderij Vrouw met hoed van Henri Matisse. Na enkele dagen kocht Leo dit schilderij. Enkele weken later kocht hij bij Clovis Sagot het nevenstaande schilderij Acrobatenfamilie met aap van Pablo Picasso uit 1905.


Zie voor een overzicht van de aangekochten kubistische schilderijen van Pablo Picasso en Juan Gris de webpagina: Kubistische werken aangekocht door Leo en Gertrude Stein.

De Steins vormden het middelpunt van een grote groep Amerikanen, schilders en dichters, die vooral op zaterdagavond langs kwamen. Henri-Pierre Roché, die Picasso kende via het café La Closerie des Lilas, zorgde ervoor dat Leo een bezoek kon brengen aan het atelier van Picasso in Le Bateau Lavoir. In de lente van 1905 ontmoette Leo Eugénie Auzias, die in 1901 op achttienjarige leeftijd naar Parijs was gekomen om een zangopleiding te gaan volgen. Om in haar onderhoud te voorzien stond zij ook model onder de naam Nina de Montparnasse. Nina bezocht met de Amerikaanse beeldhouwer Arthur Lee een van de zaterdagavonden bij Gertrude en Leo.

De reis van Michael Stein met zijn vrouw even terug naar Amerika om hun bezittingen te bekijken na de aardbeving van 1906, waardoor San Francisco ernstig getroffen was, zou van belang zijn voor de toekomst. Op een party ontmoetten zij Alice B. Toklas (1877-1967). Door de enthousiaste verhalen besloot zij samen met haar buurvrouw, de schrijfster Harriet Levy (1867-1950), naar Parijs te gaan. Op 9 september 1907 arriveerden zij in Parijs. Dezelfde avond brachten zij een bezoek aan Sarah Stein, die zij kenden uit San Francisco.

Alice en Gertrude, 1908

In de herfst van 1908 ontmoette Leo opnieuw Nina, die o.a. met de Amerikaanse schilder Morgan Russell omging. In de lente van 1909 vroeg Leo aan Nina om model te staan voor zijn schilderijen.

Alice Toklas bracht na verloop van tijd praktisch heel de dag door bij Gertrude. In 1910 trok Alice B. Toklas in bij de Steins en Harriet Levy keerde terug naar San Francisco. Begin 1913 was de vriendschap tussen Gertrude en Alice, die als secretaresse voor Gertrude werkte, zo sterk gegroeid, dat er een breuk kwam tussen Gertrude en haar broer Leo. Dit had tot gevolg dat de kunstverzameling verdeeld werd. Leo koos denkelijk slechts één schilderij van Picasso.

Soirée; afm.: 81 x 85 cm

In juli 1913 huurde Leo de Villa di Doccia bij Settignano, een plaats vlakbij Florence waar de familie Berenson een huis bewoonde, en kondigde in de herfst aan dat hij daar permanent wilde gaan wonen. Op 3 april 1914 verliet Leo Stein de Rue de Fleurus in Parijs en vertrok hij naar Villa di Doccia in Settignano. De brieven van Leo aan Nina, die geboren was in 1882, werden persoonlijker en Nina trok in augustus 1914 in bij Leo. In januari 1915 vertrok zij naar Parijs om muzieklessen te volgen en haar gewonde broers op te bezoeken. Op 27 april 1915 vertrok Leo vanuit Genua aanboord van de Dricia d'Aorta naar Amerika, waar hij op 10 mei 1915 aankwam in New York. Hier ontmoette hij o.a. Alfred Stieglitz, Walter Pach en bekenden uit Parijs, waaronder Francis Picabia, Marcel Duchamp en Albert Gleizes. Ook Mabel Dodge (1879-1962) en de zussen Florine en Ettie Stettheimer behoorden tot de vriendenkring van Leo. Op het nevenstaande schilderij Soirée, gemaakt in de periode 1917-1919 legde Florine Stettheimer Leo's aanwezigheid in het appartement van de zussen in West 58th Street in New York vast. Leo (in de ovaal) was het middelpunt van het schilderij, waarop volgens de schrijfster Barbara Bloemink ook Gleizes en zijn vrouw Juliette stonden afgebeeld. Andere aanwezigen waren Ettie, Maurice Sterne, Gaston en Isabelle Lachaise, Avery Hopwood, Florine en een Hindu dichter.

Leo had regelmatig contact met de kunstverzamelaar Albert Barnes, die in 1912 een bezoeker was geweest in de Rue de Fleurus. In juni 1915 had Leo een bezoek gebracht aan Barnes in Merion. Evenals in 1913 verkocht Leo in december 1915 een schilderij van Cézanne aan Barnes om zijn financiële situatie te verbeteren. In 1918 en 1919 was Leo regelmatig in Merion om de Barnes' kunstverzameling te bespreken. Vanaf 22 januari 1916 schreef Leo een aantal artikelen in het blad The New Republic, dat sinds 22 januari 1916 bestond. Ook in het blad Seven Arts verschenen teksten van Leo.

Na een operatie in 1916 herstelde Leo enige tijd in het John Kellogg's Battle Creek sanitorium. Ook bracht hij in de periode augustus-november 1918 tijd door in Taos, New Mexico, bij Mabel Dodge en haar man, de schilder Maurice Sterne. De zomer van 1919 bracht Leo door bij familie in Baltimore.

Leo en Nina Stein

In december 1919 keerde Leo terug in Settignano en bracht in de lente van 1920 een bezoek aan Parijs. Op 28 februari 1921 trouwde Leo met Nina. Op aanraden van zijn broer Michael en zijn geldgebrek tijdens de oorlog verkocht Leo zijn Renoirs aan Durand-Ruel in 1921. Leo bleef artikelen schrijven en leverde in 1927 het boek The A-B-C of Aesthetics af. In februari 1929 stortte Leo in tijdens een lezing op de New York's New School for Social Research, waar hij twaalf lezingen zou houden in de periode januari-maart. Na enige tijd ging Leo weer schilderen. Tot 1933 woonden Leo en Nina 's zomers in Villino Rosso te Settignano en 's winters in de Rue du Parc Montsourir 42 te Parijs.

Om in zijn levensonderhoud te voorzien, daar hij door de beurscrash van oktober 1929 en in een firma van zijn neef Julian Stein een aanzienlijke som geld had verloren, verkocht Leo geregeld een schilderij uit zijn verzameling. Zo verkocht hij in 1930 Picasso's Vrouw met een waaier uit 1905. Geldgebrek zorgde ervoor dat Leo het Parijse appartement in 1933 verkocht en in 1939 het huis in Settignano. Een reis in 1937 naar de V.S. om vrienden over te halen geld te investeren in zijn kunstverzameling was niet succesvol. Leo en Nina bleven na de verkoop van het huis in Settignano wonen, ook tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vrienden, waaronder Etta Cone, kochten ieder jaar een door Leo geschilderd schilderij om hem en Nina voldoende financiën te geven. Leo moest lange tijd Nina verzorgen, daar zij bedlegerig was wegens reumatiek.

In juli 1946 vernam Leo uit de krant dat zijn zus Gertrude was overleden. Leo bleek later in het jaar te lijden aan dikkedarmkanker. Na enkele operaties en bestralingen overleed Leo aan een wondinfectie op 29 juli 1947. Nina kwam dit niet te boven en toen ook haar broer overleed pleegde zij in augustus 1949 zelfmoord door gasverstikking.

Bronnen en verdere informatie

affiche, 2011
  • De catalogus van de tentoonstelling Four Americans in Paris. The collections of Gertrude Stein and her family, die gehouden werd in het Museum of Modern Art te New York van 19 december 1970 t/m 1 maart 1971 en daarna te zien was in The Baltimore Museum of Art van 4 april t/m 13 juni 1971 en in het San Francisco Museum of Art van 9 september t/m 31 oktober 1971.
  • De catalogus van de tentoonstelling Matisse, Cézanne, Picasso. L'aventure des Stein, die van 5 oktober 2011 t/m 16 januari 2012 gehouden werd in het Grand Palais te Parijs. De tentoonstelling werd eerder gehouden in het San Francisco Museum of Modern Art van 21 mei t/m 6 september 2011 en na Parijs in het Metropolitan Museum of Art te New York van 1 februari t/m 3 juni 2012.
  • Brenda Wineaplle: Sister Brother: Gertrude and Leo Stein, New York 1996, ISBN: 978-0-8032-1753-9.
Laatste wijziging: 281211