André Salmon werd geboren op 4 oktober 1881. Hij werd vooral bekend doordat hij behoorde bij La bande à Picasso. Behalve Salmon behoorden ook Guillaume Apollinaire, Max Jacob en Maurice Raynal tot de kern van de groep dichters en schrijvers rond Picasso.
Samen met Guillaume Apollinaire en Jean Mollet (1877-1964) richtte Salmon in 1903 het tijdschrift Le Festin d'Ésope op. Denkelijk werd het tijdschrift genoemd naar de etude Le Festin d'Ésope van de pianist en componist Charles-Valentin Alkan (1813-1888). Het pianostuk is te beluisteren op YouTube. Vanaf november 1903 t/m augustus 1904 verschenen negen nummers van het tijdschrift. Het redactielokaal was de kamer van Salmon in de Rue Saint-Jacques 244. In de herfst van 1903 sloot André Billy zich aan bij de groep.
Picasso ontmoette André Salmon tijdens een bijeenkomst van de Parijse literaire bohème in het café Closerie des Lilas op Montparnasse in de herfst van 1904. Elke dinsdagavond kwam onder leiding van Paul Fort een groep kunstenaars bijeen om te discussiëren. Salmon was secretaris van het drie maandelijkse literaire blad Vers et prose en organiseerde met Alexandre Mercereau de wekelijkse bijeenkomst. Salmon benadrukte in zijn kritieken en artikelen over de nieuwe ontwikkelingen in de beeldende kunst steeds weer opnieuw het belang van Picasso.
In april/mei 1906 was Salmon erbij toen Picasso zijn eerste zeer grote financiële slag sloeg. Apollinaire kwam in gezelschap van de kunsthandelaar Ambroise Vollard naar het atelier van Picasso in het ateliergebouw Le Bateau-Lavoir. Fernande Olivier, Max Jacob en André Salmon zagen Vollard dertig schilderijen voor tweeduizend francs van Picasso kopen. Om een idee te geven van het hoge bedrag, het zou voldoende zijn voor drie jaar huishoudelijke uitgaven. Picasso en Fernande vertrokken met deze nieuwe rijkdom naar Barcelona en daarna naar Gosol.
In 1908 kwam Salmon wonen in het ateliergebouw Le Bateau-Lavoir. Hij bleef daar tot hij op 13 juli 1909 trouwde met Jeanne Blazy-Escarpette en verhuisde naar Rue Rousselet in de Parijse wijk Montparnasse. Volgens de schrijver Edward Fry maakte Fernand Léger voor het echtpaar het nevenstaande schilderij De Bruiloft in 1910-1911. Het was in dat geval een laat huwelijkscadeau.
Volgens de schrijver Pierre Cabanne in zijn boek L'Epopée du Cubisme uit 1963 starte Salmon in 1908 door een toeval als kunstcriticus. Daar de redactiechef van L'Intransigeant, die voor een verslag naar de Salon des Indépendants zou gaan, ziek was vroeg men Salmon. Het verslag van Salmon werd de volgende dag in een speciale uitgave bij de ingang van de tentoonstelling verspreid. De directeur van L'Intransigeant, Léon Bailly, was zo tevreden, dat Salmon voortaan de tentoonstellingen e.d. mocht verslaan. In 1910 stapte Salmon over naar Paris-Journal en nam Apollinaire zijn functie over bij L'Intransigeant. Onder het pseudoniem La Palette schreef Salmon bijna dagelijks in een column over kunst onder de titel Le Courrier des Arts in Paris-Journal. Onder de titel Medaillons schreef hij portretten van kubistische schilders. Zo schreef Salmon op 21 september 1911 in Paris-Journal over Pablo Picasso, op 3 oktober 1911 over Jean Metzinger, op 13 oktober 1911 over Georges Braque, op 25 oktober 1911 over André Derain en op 1 november 1912 over Robert Delaunay.
De dagelijkse krant Paris-Journal werd in oktober 1908 opgericht door Alfred-Léon Gérault (1860-1911), beter bekend onder de naam Gérault-Richard, en besteedde op de voorpagina aandacht aan politiek en sociale problemen. De rest werd gevuld met korte verhalen en artikelen over kunst, cultuur en literatuur. Schrijvers waren behalve Salmon o.a. Guillaume Apollinaire, Gabriel Fournier, H.G. Wells en Maxim Gorky.
Van mei 1912 (tot december 1912 naast zijn werk voor Paris-Journal) tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was Salmon redacteur van het blad Gil Blas. In zijn boek La Jeune Peinture Française dat in november 1912 verscheen bij Société des Trente te Parijs schreef Salmon één hoofdstuk over het kubisme onder de titel Histoire anécdotique du Cubisme.
Salmon noemde het nevenstaande schilderij Le Goûter (=theetijd) van Jean Metzinger 'De Mona Lisa (La Giaconda) van het kubisme'. Het schilderij was te zien op de Salon d'Automne van 1911. De uitspraak kwam denkelijk door de diefstal van de Mona Lisa van Leonardo da Vinci uit het Louvre op 21 augustus 1911. Daar men Apollinaire van betrokkenheid verdacht werd hij van 8 tot 12 september 1911 in hechtenis gehouden. Voor Salmon was Metzinger na Picasso en Braque de derde kubist in belangrijkheid. Salmon schreef dit in het bovengenoemde artikel over Metzinger in Paris-Journal.
Salmon schreef een begeleidend artikel voor de in oktober 1912 gehouden kubistische tentoonstelling La Section d'Or in de Galerie de La Boétie. Salmon was ook in 1916 de naamgever van het schilderij van Picasso, dat nu gezien wordt als de start van het kubisme, Les Demoiselles d'Avignon.
In 1920 verscheen van Salmon de sleutelroman La Négresse du Sacré-Coeur waarin Picasso als de schilder Sorgue voorkwam en Raymonde, die een korte tijd bij Picasso en Fernande in huis woonde, onder de naam Léontine min of meer de hoofdpersoon was. In 1921 schilderde de Belg Jules Pascin (1885-1930) het nevenstaande schilderij André Salmon et Montmartre, dat nu hangt in het Japanse Hokkaido Museum of Modern Art. In 1923 schilderde Marie Laurencin het nevenstaande portret van Salmons vrouw.
De vriendschap met Picasso eindigde, doordat Salmon in 1937 als oorlogscorrespondent ging werken voor de pro-Franco krant Le Petit Parisien om de in augustus 1936 uitgebroken Spaanse burgeroorlog te verslaan. Picasso was juist voor de tegenpartij en maakte het beroemde schilderij Guernica.
Salmon bracht vanaf 1945 in drie delen zijn memoirs uit, deel 1 onder de titel L'Air de la Butte (La Butte = de heuvel van Montmartre) in 1945, deel 2 en deel 3 onder de titel Souvenir sans Fin, uitgebracht in resp. 1956 en 1961. André Salmon gaf hierin zijn belevenissen in het Parijse artistieke milieu weer.
Zie de officiële website www.andresalmon.org.