Paul Durand-Ruel (1831-1922).

Paul Marie Joseph Durand-Ruel werd op 31 oktober 1831 in Parijs geboren. Zijn vader Jean Marie Fortuné Durand en zijn moeder Marie Ferdinande Ruel hadden een winkel in behang en verfbenodigheden, die zij hadden overgenomen van Maries ouders, waar vanaf 1830 ook schilderijen werden tentoongesteld. Als de kunstenaar zijn benodigheden niet kon betalen was het bij Durand-Ruel mogelijk in de vorm van gemaakt werk de schuld te voldoen. Zijn vader verkocht de werken aan de opkomende gegoede burgerij. In 1833 verhuisde zijn vader de kunsthandel van de Rue St-Jacques 174 naar de hoek van de Rue des Petits-Champs en de Rue de la Paix. Hij was volgens Pierre Cabane in La Roman des grands collectionneurs (Parijs, 1961) de eerste specialist. In 1843 verhuisde de zaak naar de overkant van de Rue des Petits-Champs 103. Om nog dichter bij zijn kopers te zijn werd in 1846 een filiaal gevestigd op de hoek van de Boulevard des Italiens en de Rue de Choiseul en ging Paul bij zijn vader in de zaak werken.

De revolutie van 1848 was nadelig voor de kunsthandel en Paul ging een militaire opleiding volgen, maar door ziekte moest hij de opleiding afbreken. Paul Durand-Ruel had een afwijkende mening over kunst. Terwijl anderen tijdens de Wereldtentoonstelling van 1855 weg waren van de schilder van militaire taferelen, Horace Vernet, bewonderde Paul de schilder Eugène Delacroix. De zaken gingen nadat de rust was teruggekeerd in Frankrijk zo goed, dat in 1856 weer een grotere galerie werd geopend op Rue de la Paix 1 en in 1859 in de Rue Laffitte 16.

Charles en Georges Durand-Ruel, 1882 De zussen Durand-Ruel

Paul maakte zakenreizen door Nederland, Engeland en Duitsland. In 1862 trouwde Paul Durand-Ruel met Marie Eva Lafon en zij kregen drie zonen, n.l. Joseph, Charles en Georges (1866-1931), en twee dochters. Auguste Renoir (1841-1919) schilderde o.a. deze dochters en de zonen Charles en Georges in 1882. Toen Pauls vader in 1865 overleed zette Paul de galerie voort. In 1866 bezocht Paul Durand-Ruel het atelier van Thédore Rousseau (1812-1867) en kocht hij 70 schilderijen. Op deze manier probeerde hij de kunstmarkt te beïnvloeden. Durand-Ruel deed dat ook door retrospectieve tentoonstellingen van nog levende kunstenaars te houden. In 1869 richtte Paul Durand-Ruel het maandblad La Revue internationale de l'art et de la curiosité (=Het internationale tijdschrift voor kunst en curiosa) op. Door de Frans-Duitse oorlog kwam al in 1870 een einde aan de uitgave. Een deel van het kunstbezit werd naar Londen overgebracht en het gezin Durand-Ruel verbleef enige tijd in de Périgord en daarna met vier van de vijf kinderen in Londen.

In 1870 opende Paul Durand-Ruel een galerie in Londen, die tot 1875 zou bestaan. Hij ontvluchtte daarmee de Frans-Duitse oorlog en ontmoette in Londen Claude Monet (1840-1924) en Camille Pissarro (1830-1903). In december 1870 opende Durand-Ruel de eerste van tien jaarlijkse tentoonstellingen van de Society French Artists in de New Bond Street 168. In 1871, toen Paul Durand-Ruel, Monet en Pissarro weer terug waren in Parijs, werd Paul aan de andere impressionistische schilders voorgesteld en werd hij de voorvechter van het impressionisme. Hij kocht van Édouart Manet (1832-1883) alles wat hij in huis had. Dat waren 23 schilderijen. Nadat Manet bij zijn vrienden zijn werken had opgehaald kocht Paul Durand-Ruel enkele dagen later nog meer schilderijen. Op dezelfde manier kocht Paul Durand-Ruel werken van Edgar Degas (1834-1917), Monet, Pissarro, Alfred Sisley (1839-1899), Renoir en Paul Cézanne. Ook zorgde Durand-Ruel door een maandelijkse toelage voor een financiële basis bij vele impressionistische schilders. De grote aankopen waren o.a. mogelijk door de medefinanciering van de bankier Jules Feder, die vanaf juli 1878 vice-president van de bank Union Générale was.

Rue Laffitte

In 1873 overleed Pauls vrouw Marie. Bekendheid kreeg Paul Durand-Ruel ook door het organiseren van een expositie voor Manet, Delacroix en Millet in zijn galerie gelegen tussen de Rue Laffitte en Rue Le Peletier. De doeken van deze schilders waren geweigerd door de selectiecommissie van de wereldtentoonstelling van 1878. Durand-Ruel 1878 exposeerde ze onder de naam Exposition Rétrospective de Tableaux et Dessins des Maîtres Modernes. Hij kreeg door zijn hulp aan de impressionisten ambtelijke tegenwerking. Hij nam ook risico met jonge kunstenaars. Bij exposities nam hij naast werken van bekende schilders ook enkele werken van nog onbekende schilders op. Een andere tactiek van hem was het exposeren van nieuw werk van een schilder naast al eerder verkocht werk maar weer geleend werk van verzamelaars.

In 1884 had Paul Durand-Ruel een schuld opgebouwd van een miljoen francs. In 1886 maakte hij samen met zijn zoons Joseph, Georges en Charles een vier maanden durende reis naar New York. Hij organiseerde daar zijn eerste expositie met behulp van de schilderijen die hij uit Parijs had meegenomen. In het gebouw van de American Art Association op Madison Square waren vanaf 10 april 1886 ruim driehonderd impressionistische schilderijen te zien. Amerikaanse kunsthandelaren slaagden erin om via het Amerikaanse Congres de tijdelijke opheffing van de 33,3% invoerrechten, die Paul Durand-Ruel de vorige keer voor elkaar had gekregen, ongedaan te maken. De regeling was toen, dat uitsluitend over de verkochte werken na afloop van de expositie invoerrechten zou moeten worden betaald. Als antwoord op het heffen van invoerrechten op kunst verhoogde Frankrijk de invoerrechten op varkensvlees naar 33,3%. De Amerikaanse ambassadeur, Whitelaw Reid, slaagde erin om de Franse reactie in december 1891 ongedaan te maken. Pas in 1895 verlaagde Amerika de invoerrechten op kunst naar 10%.

Om de hoge invoerrechten te omzeilen vestigden Paul Durand-Ruel en zijn zonen zich in een New Yorks appartement dat zij gebruikten als opslag voor de ingevoerde schilderijen en het begin was van een galerie in New York. Dankzij de verkoop in Amerika kwam Durand-Ruel zijn financiële problemen te boven. In 1890 verhuisde de galerie naar Fifth Avenue 315 en later naar nummer 389. De zonen namen de galerie van hun vader min of meer over en Paul Durand-Ruel keerde terug naar Parijs.

In 1890 ging Durand-Ruel het weekblad L'Art dans les deux mondes (= Kunst in twee werelden) uitgeven. Ook dit blad, dat vooral de kunstenaars die Durand-Ruel onder zijn hoede had uitvoerig belichtte, had een kort leven. In 1891 was de laatste uitgave. In mei 1891 verkocht Paul Durand-Ruel in vier dagen vijftien z.g. Hooiberg-schilderijen van Monet. De galerie Durand-Ruel hield in 1894 een expositie van werken van Odilon Redon (1840-1916), in 1896 van Pierre Bonnard (1867-1947), in 1903 van Paul Gauguin (1848-1903) en in 1904 van Monet. Vanaf 1911 hadden Joseph en Georges de leiding over de galerie en specialiseerden zij zich in het impressionisme. Hun broer Charles was op 27-jarige leeftijd plotseling op 18 november 1892 overleden. Paul Durand-Ruel overleed op 5 februari 1922 te Parijs.

Voorkant biografie  Durand-Ruel

In december 1924 werd de galerie verplaatst naar Avenue de Friedland 39 te Parijs. De galerie in New York werd in 1950 gesloten en de galerie in Parijs in 1975. Gegevens over de familie Durand-Ruel zijn bewaard gebleven in het Archives Durand-Ruel, die zich bevindt in de Avenue de Friedland 39 te Parijs.

Voor verdere informatie:

  • Discovering Impressionism : The Life of Paul Durand-Ruel van Pierre Assouline, The Vendome Press, 2004.
  • De franstalige of engelstalige website over de firma Durand-Ruel et Cie.
Laatste wijziging: 121011