Alfred Reth, die oorspronkelijk Roth heette, werd op 29 februari 1884 geboren te Boedapest, waar hij de kunstacademie volgde. In de zomer van 1903 werkte Reth in de kunstenaarskolonie Nagybánya. In 1904 exposeerde Reth het schilderij Le coucher de soleil dans la fôret in de Salon National. Met zijn vriend, de schilder István Farkas, maakte Reth in 1903/1904 een acht maanden lange studiereis naar Italië, die hij afsloot met een bezoek aan Parijs om met eigen ogen de ontwikkelingen in de moderne kunst te zien. Hij zag de tweede Salon d'Automne met de 32 schilderijen van Cézanne. In de zomer van 1905 bezocht Reth opnieuw Nagybánya waarna hij zich in de winter van 1905 samen met de schilder József Egry vestigde in de Parijse wijk Montparnasse. Volgens Egry bezochten zij samen de Académie Julian. Reth bezocht volgens een andere bron de Académie J.E. Blanche, maar kwam spoedig onder invloed van Cézanne, die te zien was bij de galerie van Ambroise Vollard, en de Hindou- en Khmerkunst, die hij ontdekte in Musée Guimet. In 1910 sloot hij zich aan bij het kubisme en in 1911 exposeerde hij samen met Fernand Léger, Robert Delaunay, Jean Metzinger, Henri le Fauconnier op de Salon des Indépendants. Ook in de volgende jaren t/m 1914 exposeerde Reth daar. Reth was bevriend met Henri Matisse, de Tsjech Kupka en het Hongaarse schildersechtpaar Sándor Galimberti en Valéria Dénes. Zij vroegen Reth toen zij in 1911 met Matisse in Marocco verbleven op hun nicht Zsófia Dénes te letten. Samen met Reth bracht zij een bezoek aan zaal 41 van de Salon des Indépendants.
Op een solo-expositie in de Berlijnse galerie Der Sturm van Herwarth Walden waren in februari 1913 24 schilderijen en tekeningen van Reth te zien. In april en mei 1913 exposeerde Reth op de Mûvészház, een internationale post-impressionistische tentoonstelling, te Boedapest, waar ook werken hingen van Léger, Metzinger en Delaunay. De directeur van Mûvészház, Miklós Rózsa, had de werken van Reth in Berlijn gezien. Voor Reth, die 36 werken tentoonstelde, was een aparte zaal ingericht. In 1914 had Reth een solo-expositie van kubistische werken bij de galerie van Berthe Weill.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Reth in Granville (Normandië) geïnterneerd. (Een andere bron: huisarrest in Saint-Malo.) In 1916 maakte hij misschien in navolging van de kubisten de nevenstaande collage Le Petit. Pas in 1920 keerde Reth terug naar Parijs. Op de Salon des Indépendants van 1926, waarop teruggekeken werd naar het kubisme, had Reth 6 schilderijen uit zijn kubistische periode van 1909-1914 hangen. Zijn werken waren na zijn kubistische periode abstracter met lijnen en cirkels. In 1933 sloot Reth zich aan bij de kunstnaarsgroep Abstraction-Création en nam hij deel aan de activiteiten van deze groep. In 1935 maakte Reth zijn eerste ruimtelijke werk met geverfde uitgezaagde houten vormen. Deze z.g. découpages waren helder van kleur. In 1939 had Reth voor de tweede keer een expositie in Galerie Berthe Weill.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleef Reth in Chantilly. Vanaf 1960 hield Reth zich meer bezig met ruimtelijke werken waarbij hij vele verschillende materialen gebruikte. Hij noemde ze Harmonie des matières. Alfred Reth overleed op 15 september 1966 in zijn atelier in Montparnasse te Parijs.
Het nevenstaande schilderij uit 1957 heeft wel de titel Composition cubiste, maar het heeft volgens mij maar weinig met het kubisme van Braque en Picasso te maken, hoogstens een vervolg op het orphisme van Delaunay.
In 1984 werd in het Musée Toulouse-Lautrec te Albi van 6 april tot 13 mei ter gelegenheid van het feit dat Reth honderd jaar geleden werd geboren een tentoonstelling gehouden waar 100 werken van Reth te zien waren. In 2003 werden twee tentoonstellingen gehouden: van 12 februari t/m 11 maart in het Institut Hongrois de Paris te Parijs van werken uit de periode 1905-1930 en van 21 oktober t/m 16 november in Boedapest als onderdeel van het Festival d'Automne de Budapest. De expositie bestond uit twee delen, n.l. een in Galerie Budapest en de ander in het Franse instituut. De exposities werden geopend door de Hongaarse minister van Cultuur, István Hiller, en de Franse ambassadeur in Hongarije, Dominique de Combles de Nayves.
| kunstwerk | titel | jaar | nu te zien in |
| Personnages dans la nature | 1911 | Musée Géo-Charles | |
| Nature morte à la carafe | 1911 | Petit Palais de Genève | |
![]() | Stilleven met fruitschaal | 1912 | Musée National d'Art Moderne, Parijs |
| Le restaurant Hubin | 1913 | Musée National d'Art Moderne, Parijs |
| kunstwerk | titel | jaar |
![]() | Composition | 1906 |
![]() | Fête dans le fôret | 1925 |
![]() | Composition | 1930 |
![]() | Femme au chapeau | |
![]() | La femme au collier |
In 1985 werd onder leiding van de veilingmeester Hervé Poulain bij Hôtel Drouot in Parijs 100 werken van Reth geveild. Voor de veiling was een catalogus geschreven door Poulain uitgegeven.