Abstract composition, afm.: 114,5 x 38,5 cm Abstract composition, afm.: 44,5 x 89 cm

Mainie Jellett (1897-1944).

Mainie Jellett, 18 jaar

Mary Hariett (roepnaam Mainie) Jellett werd op 20 april 1897 geboren op het adres Fitzwilliam Square 36 te Dublin. Haar ouders, William Morgan Jellett (1857-) en Janet Stokes, waren op 8 augustus 1895 getrouwd en kregen na Mainie nog drie dochters, Dorothea Janet (roepnaam Bay, 1901), Rosamund (roepnaam Babbin, 1907) en Betty (1910). Mainie volgde vanaf 1909 tekenlessen bij May Manning, een bekende Dublinse kunstleraar. Thuis kregen de kinderen les van gouvernantes. Allereerst van haar moeder en later van Mabel Länder, die later ook de Engelse prinsessen Elisabeth en Margaret als leerlingen had, kreeg Mainie pianolessen. In 1913 maakte Mainie met o.a. haar nicht Mary Crookshank een reis naar Bretagne om onder leiding van Norman Garstin en zijn dochter Alethea te schilderen. Op de terugweg bezocht Mainie in Londen de zomerexpositie van de Royal Academy.

Op aanraden van May Manning ging Mainie in 1914 studeren aan de Metropolitan School of Art te Dublin. Vanaf februari 1917 tot de zomer van 1919 volgde Manie lessen van impressionistische schilder Walter Sickert (1860-1942) aan het National College of Art te Westminster. Denkelijk in de herfst van 1917 ontmoette Mainie Evie Hone. In juli 1919 keerde Mainie terug naar Ierland, waar zij haar zussen in een groot aantal werken vereeuwigde.

Portret van een jonge vrouw, afm.: 51 x 40,5 cm

In januari 1921 ging Mainie naar Parijs, waar haar vriendin Evie Hone al sinds de herfst van 1920 studeerde bij André Lhote. In februari 1921 ging ook Mainie bij Lhote lessen volgen. Zij zou ongeveer tien maanden de lessen volgen. Het nevenstaande schilderij Portret van een jonge vrouw uit 1921 gaf de invloed van Lhote weer. De zomer van 1921 bracht Mainie met haar familie door in Schotland.

Op 6 december 1921, de dag waarop het Anglo-Iers verdrag werd gesloten dat uiteindelijk leidde tot de republiek Ierland, volgden Jellett en Hone tegen betaling van 30 Francs per persoon de eerste les van Albert Gleizes. Zij waren daarmee de eerste leerlingen van Gleizes. Op dinsdag en vrijdag volgden zij lessen bij Gleizes, die na terugkeer uit New York het atelier van de overleden Raymond Duchamp-Villon te Puteaux mocht gebruiken. Jellett en Hone bleven ook lessen bij Lhote volgen. Zij verbleven in deze periode in Hôtel de Blois in de Rue Vavin. In maart 1922 ging Jellett naar Dublin en kwam in de herfst van 1922 terug naar Parijs. Samen met Evie Hone ging Mainie weer lessen bij Gleizes volgen.

De samenwerking was denkelijk ook de reden, dat Gleizes van Jellett een reproductie van het schilderij Compositie in drie grondvormen opnam in zijn boek Kubismus, dat uitgegeven werd in de reeks Bauhausbücher. Als klankbord van Gleizes maakte Mainie het mogelijk dat Gleizes zijn ideeën ontwikkelde en onder woorden kon brengen, o.a. in La Peinture et ses lois. Samen met Gleizes ontwikkelde Mainie een abstract kubisme.

Begin april 1923, nadat de Salon des Indépendents vier werken van Mainie had getoond, vertrok Mainie samen met haar moeder, die twee weken op bezoek was geweest, naar Dublin. Hier werd Mainie lid van de kunstenaarsgroep Society of Dublin Painters en nam Mainie deel aan de herfstexpositie.

Postzegel Ierland

In Dublin ging Jellett lesgeven in haar atelier in het oudelijk huis aan de Fitzwilliam Square. Voor een bedrag van 3 shillings per uur kreeg men onderricht en voor 1 shiling meer werd naar model gewerkt volgens min of meer de methode van Lhote. Op zaterdag werd in de ochtend door Jellett lesgegeven aan kideren. In maart 1924 werd de eerste van zes exposities gehouden van de New Irish Salon te Dublin. Tussen de ongeveer driehonderd werking hingen ook schilderijen van Lhote, Gleizes, Jellett en Hone. Volgens een onbekende criticus in de Irish Times waren de werken een uiting van een tweede kinderlijkheid. Na enige tijd in het voorjaar van 1924 in Parijs doorgebracht te hebben met lessen bij Gleizes bereidde Jellett een gezamelijke expositie met Hone voor.

3x Mainie Jellett, Dublin Painters' Gallery, juni 1924 Van het linker en bovenste schilderij is een afbeelding in kleur te bekijken door een tik op het schilderij te geven!

In juni 1924 hadden Jellett en Hone een gezamenlijke expositie van negenenvijftig werken bij de Dublin Painters' Gallery, waarvan Jellett er vierendertig gemaakt had. Op de hierbovenstaande foto zien we drie werken van Jellett met alle drie als titel Abstract composition uit 1922. Tijdens de opening werd een pamflet uitgedeeld waarin de volgende tekst voorkwam. Er naast staat een poging tot vertalen in het Nederlands.

The essential qualities in cubism are rhythm, the preservation of the character of the flat surface of the canvas, and the creation of form n the space of the canvas in such a way as to keep it throughout in direct and harmonious relation to the outside dimensions of the canvas itself.
De essentiële kwaliteiten van het kubisme zijn ritme, het behoud van het karakter van het platte oppervlak van het schilderdoek, en de verwezenlijking van vorm in de ruimte van het doek op een zodanig manier dat het de directe en harmonische relatie aan de buitenafmetingen van het doek behoudt.
To secure the second of these qualities it is obviously necessary to dispense with linear perspective, space is merely suggested bij the reciprocal influence of a succession of flat forms.
Om de tweede van deze kwaliteiten zeker te stellen is het absoluut noodzakelijk lineair perspectief te gebruiken, de ruimte wordt slechts voorgesteld bij de wederkerige invloed van een herhaling van vlakke vormen.

Behalve deelname aan de Salon des Indépendants van 1924 en 1925 had Jellett een solo-expositie van 8 t/m 21 juni 1925 in de Dublin Painters' Gallery te Dublin. Behalve een aantal Abstract Composition waren er ook portrettekeningen en landschappen te zien. Het nevenstaande Abstract Composition uit 1925 werd later door Gleizes gebruikt in zijn al eerder genoemde boek Kubismus uitgeven door het Bauhaus in 1928. Jelletts werken werden in de Irish Statesman van 20 juni door James Winder Good echter futuristisch genoemd.

Jellett werkte met Gleizes mee aan het decoreren van de kerk Sainte Blanche te Serrières. Helaas werden de decoraties door de kerkelijke instanties verworpen.

Daar Evie Hone in november 1925 toetrad tot het Anglicaanse convent The Community of Epiphany in Truro, was Jellett op zichzelf aangewezen. In december 1925 exposeerde Jellett op de door een medeleerling bij Gleizes georganiseerde tentoonstelling L'Art d'Aujourd'hui. Op 3 februari 1926 gaf Jellett een openbare lezing met de titel Cubism and Subsequent Mouvements in Painting in de Dublin Literary Society van Daniel Egan op St. Stephens Green 38 te Dublin. De lezing was in verband met de tentoonstelling van moderne Franse en Ierse kunst die op 22 januari geopend was door de Minister van Buitenlandse Zaken, Desmond FitzGerald. In maart 1926 bracht zij voor het volgen van lessen enige tijd door bij Gleizes in Parijs.

Na een nieuwe solo-expositie vanaf 7 januari 1927 en diverse lezingen bracht Jellett in maart 1927 een bezoek aan Gleizes, die verbleef in zijn huis in Serrières, een plaats op ongeveer 60 kilometers zuidelijk van Lyon. In 1928 begon Jellett met het ontwerpen van vloerkleden. Samen met Gleizes ontwierp zij ook vloerkleden voor Galerie Myrbor.

Mainie Jellett en echtpaar Gleizes in Aigues-Mortes, sept 1929

In februari 1928 brachten Jellett en Hone weer enige tijd door bij Gleizes en brachten zij geregeld een bezoek aan het door Robert Pouyaud en zijn vrouw bewoonde Moly-Sabata, een oude opslagplaats voor schepen in Sablons aan de andere oever van de Rhône bij Serrières. Pouyaud was in 1924 leerling geworden van Gleizes en had zo Jellett en Hone ontmoet. Ook in 1929 en 1930 brachten Jellett en Hone in de maanden februari en september enige tijd door bij Gleizes en Pouyaud.

In deze periode ging Jellett meer religieuse onderwerpen schilderen, o.a. een grote serie Abstract Crucifixion. Ook het kleurijke veranderde in een sombere kleurstelling. In augustus 1931 maakte Jellett met Honor Purser en Christine Duff een reis naar Nidden in Litouwen. Via Berlijn ging Jellett naar Antwerpen, waar zij een bezoek bracht aan haar pas getrouwde zus Babbin en zwager William Phillips.

In 1931 werd Jellett door Gleizes op de hoogte gehouden van de ontwikkeling van een kunstenaarsvereniging, die de naam Abstraction-Création zou krijgen. In december 1931 nodigde Auguste Herbin Jellett uit afbeeldingen van twee schilderijen en een pagina tekst te leveren voor het uit te geven tijdschrift van deze vereniging. Jellett schreef een artikel, dat door Herbin in het Frans werd vertaald en in het eerste nummer kwam te staan.

Ondanks de economische en politieke problemen in Ierland maakten Jellett en Hone in de zomer van 1933 een reis naar Amsterdam om de kunst en de architectuur te bestuderen. Jelletts financiële situatie werd na de dood van haar vader in 1936 vooral bepaald door het lesgeven aan volwassenen en kinderen in het ouderlijk huis op de Fitzwilliam Square te Dublin. De leerlingen bepaalden zelf op welke manier van tekenen en schilderen zij begeleid zouden worden: een traditionele manier of in een abstract kubistische wijze. Alleen Paul Egerstorff en Hélène de Saint-Pierre kozen voor het abstract kubisme.

Jellett ontmoette Gleizes voor het laatst in het voorjaar van 1939 op een soirée bij Robert Delaunay, toen Jellett en Hone voor een kort bezoek in Parijs waren. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, waarbij Frankrijk op 3 september 1939 betrokken werd en Ierland neutraal bleef, zorgde voor een reisbeperking.

In de manuscript versie van haar bijdrage aan het Irish Art Handbook, dat in 1943 te Dublin verscheen onder redactie van Basil Clancy, schreef Mainie, dat zij in haar werken drie perioden onderscheidde, maar dit ontbrak in het boek. De lessen van André Lhote waren de aanleiding voor haar tweede periode. In 1943 werkte Jellett mee aan de oprichting van The Irish Exhibition of Living Art met een jaarlijkse tentoonstelling voor de Ierse avant-garde schilders. Zij deed dit samen met Louis le Brocquy, Jack Hanlon en Norah McGuinness. De eerste tentoonstelling was van 16 september t/m 9 oktober 1943 in de National College of Art in de Kildare Street te Dublin en trok meer dan 5000 bezoekers. Helaas kon Jellett niet aanwezig zijn bij de opening, daar zij in de zomer van 1943 ziek terugkwam van een korte vakantie met haar vriendin Sylvia Cooke-Collis in Cork. Men dacht dat zij een longontsteking en tuberculose, een algemene ziekte toen in Ierland, had opgelopen. Daar haar moeder, die 75 was, haar niet kon verzorgen werd Jellett opgenomen in een verzorgingshuis van de zusters van liefdadigheid in Lower Leeson Street 96. Mainie Jellett stierf op 16 februari 1944 te Dublin aan hartproblemen en alvleesklierkanker.

Werken met een kubistische invloed.

kunstwerktiteljaarnu te zien in
Compositie in drie grondvormenCompositie in drie grondvormen1925
Bloemvormen, afm.: 3.5 x 5.5 inchBloemvormenMunicipal Gallery of Modern Art, Dublin
Paarden, afm.: 3.5 x 5.5 inchPaardenMunicipal Gallery of Modern Art, Dublin
Mainie Jellett and the Modern Movement in Ireland

Voor verdere informatie:

  • Bruce Arnold, Mainie Jellett and the Modern Movement in Ireland, 1991, ISBN 0-300-05463-7.
  • De het online archief op de website van het Ierse veilinghuis Whytes in Dublin: www.whytes.ie.
Laatste wijziging: 080811