Victor Brauner (1903-1966).

Victor Brauner, 1923

Victor Brauner werd op 15 juni 1903 geboren in Piatra Neamt, een plaats in Roemenië. Nadat Brauner een middelbare school van 1916 tot 1918 had gevolgd in Braïla, studeerde Brauner van 1919 tot 1921 aan de kunstacademie van Boekarest. Aan het einde van 1923 illustreerde Brauner voor het eerst een boek. Het was Restristi van Ilarie Voronca.




75 HP, 1924 Aviograma, 1924 Pictopoesie, 1924 Suprarational, 1924

oktober 1924

Samen met Ilarie Voronca (31/12/1903-4/4/1946), die eigenlijk Eduard Marcus heette, en Stephan Roll (4/5/1904-14/5/1974) gaf Brauer het tijdschrift 75 HP uit. Het tijdschrift, dat het enige Roemeense dadaïstisch getinte tijdschrift was, verscheen slechts één keer n.l. in oktober 1924. In het enige nummer stonden de manifesten: Aviograma, Pictopoesie en Suprarational. Aan het nummer werkte behalve de redacteuren ook mee: Marcel Janco, Max Herman Maxy en de schrijvers Ion Vinea en Filip Brunea.

Van 26 oktober tot 15 november 1924 had Brauner zijn eerste expositie in Maison d'Art te Boekarest.

Punct 3, 6 december 1924 Punct 5, 20 december 1924

In november 1924 verscheen het eerste nummer van Punct onder leiding van S. Callimachi met als ondertitel: Rivesta de arta constructvista internationala (=Tijdschrift voor de Internationale Constructieve Kunst). Het eerste nummer was slechts een aanplakbiljet. Brauner werkte aan nummer 2 t/m 9 van Punct mee als redacteur. Het blad verscheen bijna wekelijks tot en met 7 maart 1925. Vanaf nummer 10 was Stephan Roll de redacteur. In nummer 3 en nummer 5 stonden portretten getekend door Brauner van resp. Ilarie Voroca en Marcel Janco, waarin duidelijk kubistische kenmerken zitten. (zie onderaan de bladzijde)

Boekarest 1924

Van 30 november tot 30 december 1924 werd in Sala Sindicatului Artelor Frumoase te Boekarest de Prima Expozitie Internationale Contimporanul gehouden, waaraan zowel Roemenen als niet-Roemenen deelnamen. Deelnemers waren naast Victor Brauner o.a. Kurt Schwitters, Paul Klee, Hans Arp, Hans Richter, Arthur Segal, Viking Eggeling, Louis Kassak, Karl Teige, Szczuka, Marcel Janco, Max Herman Maxy, Hans Mattis-Teutsch en Milita Petrascu.

Portret van Ilarie Voronca, 1925

In januari 1925 maakte Brauner zijn eerste reis naar Parijs. In hetzelfde jaar maakte hij een duidelijk door het kubisme beïnvloed portret van Voronca. In februari verscheen in Lyon in het blad Manometre een lijst waarop Victor Brauner genoemd werd als suridéalist. De deelnemers aan het tijdschrift Punct besloten in maart 1925 te stoppen met het blad en zich aan te sluiten bij de Contimporanulgroep. Brauner werkte mee aan het in maart 1925 voor het eerst verschenen blad Integral en in latere jaren aan Urmuz, Unu en Discontinuité.

1926

In oktober 1926 werd de eerste Expozitia Academie/Artelor Decorative onder leiding van Fischer-Galati en Andrei Vespremie gehouden in Boekarest. Deelnemers waren o.a. de docenten Maxy, Brauner, Janco, Mattis-Teutsch en cursisten. Deze tentoonstelling werd als de eerste belangrijke tentoonstelling na de Prima Expozitie Internationale Contimporanul uit 1924 beschouwd.

Secolul, 1928 vlnr: Stephan Roll, Victor Brauner en Lizy ? in de Secolul, 1929?

In 1928 beschilderde Brauer de muren en de etalage van de gewezen melkzaak van Stephan Rolls vader in Boekarest. De zaak zou onder de door Brauer gegeven naam Secolul (=De eeuw) voor enige jaren het trefpunt worden van de Roemeense avant-garde. In december 1931 werd het onderkomen gesloten. Stephan Roll, die eigenlijk Gheorghe Dinu heette, was een dichter en schrijver die aan bijna alle avant-garde tijdschriften in Roemenië meewerkte.

voorkant UNU nr. 21, januari 1930 voorkant UNU nr. 26, juni 1930 reclamebiljet voor UNU nr. 27, juli 1930

Brauner werkte van juli 1928 t/m augustus 1931 en in oktober 1932 met tekeningen geregeld mee aan het maandblad UNU (=één). De redactie werd gevormd door de oprichters Sasa Pana (8/8/1902-22/8/1981), die eigenlijk Alexandru Binder heette, en Moldov (16/10/1907-20/12/1966), die eigenlijk Marcu Taingiu heette. Het blad verscheen tussen april 1928 en december 1932 in totaal 49 keer. In september 1935 maakte Pana nog een bijzondere uitgave (nr. 51) in verband met het huwelijk van zijn vriend Moldow. Eigenlijk waren er maar 50 uitgegeven nummers, daar nummer 18 door een vergissing werd overgeslagen. Na nr. 17 van oktober 1929 werd in november 1929 nr. 19 uitgegeven.

Margit en Victor Brauner naast Brancusi met hond Polaire, Parijs 1930

In mei 1930 ging Brauner weer naar Parijs waar hij tot het voorjaar van 1931 de hulp werd van Constantin Brancusi. Brancusi zorgde ervoor dat Brauner zich verdiepte in het fotograferen. In november 1930 exposeerde Brauner in de Salon des Surindépendants te Parijs. In Parijs woonde Brauner in de Rue du Moulin-Vert 5, waar in mei 1931 ook Yves Tanguy zijn adres had. Tanguy bracht Brauner in kontakt met de surrealisten rond André Breton. Brauner nam in juni 1931 deel aan de tentoonstelling van Gruppe 1940 in Galerie de la Renaissance te Parijs. Andere deelnemers waren o.a. de Roemenen Marcel Janco, die in augustus 1930 Brauner bezocht, en Jacques Hérold (1910-1999), die zich in de herfst van 1930 zich in Parijs vestigde. In april 1934 had Brauner een solo-expositie bij Galerie Pierre te Parijs.

1935

In april 1935 keerde Brauner terug naar Boekarest en exposeerde hij van 7 tot 26 april in Sala Mozart 16 werken. In 1936 waren werken van Brauner te zien op de tentoonstelling Internationale Surrealisme in New York en illustraties van Brauner in Drumtul incendiar, het eerste boek van Gellu Naum. In november 1937 illustreerde Brauner het boek Libertatea de a dormi pe o frunte van Gellu Naum. In 1938 verliet Brauner definitief Roemenië om zich te vestiging in Parijs. Spoedig kwam ook Naum naar Parijs waar hij André Breton ontmoette. Door een ongeluk verloor Brauner op 28 augustus 1938 het gezichtsvermogen in zijn linker oog. Bij een ruzie tussen de Spaanse beeldhouwer Oscar Dominguez en Esteban Frances wilde Brauner Esteban beschermen en werd hij getroffen door een glas gegooid door Dominguez. Picasso en Dora Maar, die in Mougins verbleven, werden door Paul en Nusch Éluard via een brief vanuit Parijs op de hoogte gesteld. In 1938 ontmoette Brauner ook Jacqueline Abraham, waarmee hij later trouwde. In mei 1939 had Brauner een tentoonstelling in Galerie Henriette te Parijs.

Cimétière de Montmartre

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vluchtte Brauner naar Zuid-Frankrijk, waar hij korte tijd in Perpignan, Cant-Blage (Pyreneeën) en Saint Feliu d'Amont verbleef. In 1941 mocht hij zich in Marseille vestigen waar hij kontakt had met andere surrealisten. Door gebrek aan materialen ging Brauner experimenteren met kaarsvet. In 1945 keerde Brauner terug naar Parijs, waar hij een studio had in Rue Lepic in de wijk Montmartre. In 1947 nam Brauner deel aan de Exposition Internationale du surréalisme bij Galerie Maeght. Brauner stierf in Parijs op 12 maart 1966. Hij werd begraven op het Cimétière de Montmartre. Op zijn grafsteen staat de tekst: Peindre, c'est la vie, la vraie vie, ma vie. Ook zijn vrouw Jacqueline is in dit graf bijgezet.

Victor Brauner is vooral bekend als surrealist, maar heeft in zijn begin periode rond 1925 in sommige van zijn werken een duidelijk kubistische invloed laten zien.

Werken met een kubistische invloed.

kunstwerktiteljaarnu te zien in
Portret van Ilarie Voronca, afm.: 109 x 70 cmPortret van Ilarie Voronca1925Museum van Visuele Kunst, Galati
Ilarie VoroncaPortret van Ilarie VoroncaPunct 3, 6 december 1924
Marcel JancoPortret van Marcel JancoPunct 5, 20 december 1924
Laatste wijziging: 240310