Caroline, roepnaam Carrie, Walter Stettheimer werd geboren op 23 juli 1873? in Rochester, New York. Haar vader, die uit een Duits-Joods bankiersfamilie kwam, verliet het gezin rond 1900. Florines moeder, Rosetta, ging in 1906 met de drie jongste dochters, n.l. Florine, Henrietta (Ettie) en Caroline (Carrie) naar Europa. Haar twee oudste kinderen, Walter en Stella (de oudste zus), waren beiden getrouwd en leefden in Californië. In 1914 keerden moeder en dochters terug naar de V.S. Zij vestigden zich in een groot maar onaantrekkelijk appartement op West 76th Street 102 in New York. Het appartement werd een centrum voor vele kunstenaars, o.a. Marcel Duchamp, Edgard Varèse, Henri-Pierre Roché, Carl van Vechten, Marsden Hartley, Henry McBride.
In 1923 schilderde Carries zus Florine het nevenstaande Portrait of My Sister Carrie W. Stettheimer with Dollhouse, waar Carrie staat voor haar poppenhuis. Voor dit poppenhuis maakten bevriende kunstenaars op maat gemaakte werken. Marcel Duchamp, die aan Carrie Franse les gaf, maakte voor Carries verjaardag in 1918 een aangepaste versie van Naakt, een trap afdalend, groot 8 cm. Gaston Lachaise maakte een alabaster Venus. Ook Albert Gleizes, Marguerite en William Zorach schonken een werk. Gedurende 20 jaar werkte Carrie aan het poppenhuis, dat een uniek drie-dimensionaal kunstwerk werd.
Carrie zorgde voor het huishouden in huize Stettheimer, zeker na de dood van haar moeder in 1935. Zes weken na de dood van haar zus Florine overleed Carrie op 11 mei 1944. Haar zus Ettie verzorgde de nalatenschap van beide zussen. Bij het uitzoeken van de vele brieven e.d. vernietigde zij alle correspondentie die een verkeerd beeld van haar zussen zou opleveren. Ettie schonk het door Carrie gemaakte poppenhuis aan de speelgoed collectie van het Museum of the City of New York. Op 18 december 1945 werd in aanwezigheid van een aantal kunstenaars, die vertegenwoordigd waren in de kunstgalerij van het poppenhuis, een 'house-warming'-party gehouden.
Na een conservatie, waarbij een uiterst moderne verlichting in het poppenhuis werd aangebracht, was het poppenhuis vanaf 2000 weer te zien. Het geld voor de conservering werd geschonken door de Mary W. Harriman Foundation, de LaChaise Foundation en The Beinecke Foundation.