Mary Reynolds (1891-1950).

Mary Reynolds

Mary Hubachek werd in 1891 geboren in Minneapolis en behaalde in 1913 de graad Bachelor of Arts aan het Vassar College. Op 24 juli 1916 trouwde Mary met Matthew Givens Reynolds uit St. Louis. Daar Reynolds' man ging werken bij een Engelse verzekeringsmaatschappij, gespecialiseerd in het verzekeren van schepen, verhuisden Mary en Matthew naar Greenwich Village in New York. Dit was het kunstenaarscentrum van de V.S en daar ontmoette Mary voor het eerst Marcel Duchamp. Nadat de V.S. betrokken was geraakt bij de Eerste Wereldoorlog werd Matthew naar het front gestuurd. Op 10 januari 1919 overleed Matthew aan griep in Frankrijk en werd hij in Frankrijk begraven. Mary besloot om naar Europa te gaan mede om de druk van haar ouders te ontlopen.

In april 1921 kwam Reynolds naar Parijs, waar zij kon leven van het familiekapitaal en het nabestaande pensioen. Zij ging om met Jean Cocteau, Constantin Brancusi, haar vriendinnen, de Amerikaanse schrijfster Janet Flanner en Peggy Guggenheim, Man Ray en Laurence Vail, die de King of Montparnasse werd genoemd. In 1923 vestigde Mary zich in de Rue de Monttessuy 14 te Parijs en in juli 1923 ontmoette zij opnieuw Marcel Duchamp. In mei 1924 begon de verhouding met Marcel Duchamp, die Mary al uit New York kende. Mary Reynolds nam deel aan het artistieke, vooral Dada, milieu en was een talentvol boekbindster, dat zij geleerd had van de Parijse meesterboekbinder Pierre Legrain.

Mary Reynolds, 1925-1935

Duchamp en Mary hadden in het begin een zeer heimelijke verhouding. Zowel bij het bezoek aan het artistieke verzamelpunt Café du Dôme als aan vrienden deden ze net alsof zij afzonderlijk kwamen. De verhouding werd in 1927 onderbroken door het korte huwelijk van Duchamp met Lydie Sarazin-Levassor. Daarna gingen Duchamp en Reynolds openlijk met elkaar om.

In 1929 brachten ze samen hun vakantie in de Jura door. Ook Duchamps vriend Brancusi bracht augustus 1930 door bij Reynolds in Villefranche-sur-Mer, waar zij een woning had, waarna hij naar Aix-les-Bains door reisde voor een kuur. In september 1931 werd Duchamp door Mary uitgenodigd voor een verblijf in Villefranche-sur-Mer. In juni 1933 bezocht Mary Reynold, zoals vaak gebruikelijk was tegen het eind van een schaakwedstrijd, Marcel Duchamp, die in Folkestone een schaakwedstrijd speelde. Samen brachten zij enkele dagen in Londen door om op 27 juni 1933 terug te keren naar Parijs. In augustus 1933 brachten zij samen een maand door in Cadaqués waar ze Salvador Dali en zijn vrouw Gala ontvingen. In februari 1936 waren zij enkele dagen in Londen, in augustus 1938 enkele dagen in Vittel en in september 1939 veertien dagen in Aix-en-Provence.

Mary Reynolds, 1934: Ubu Roi van Alfred Jarry

Eind mei 1940 ging Mary samen met Duchamp, Suzanne en Jean Crotti, Gala en Salvador Dali naar Arcachon, een plaats zuid-westelijk van Bordeaux. In september 1940 keerden Duchamp en Mary terug naar Parijs waar Duchamp alles in het werk stelde om Frankrijk te verlaten. In 1941 sloot Mary zich aan bij de Résistance, het verzet tegen de Duitse bezetting, samen met Samuel Beckett en Gabrielle Buffet en Gabrielles dochter Jeannine Picabia. Mary gaf b.v. tien dagen heimelijk onderdak aan de artiest Jean Hélion, die ontsnapt was uit een Duits gevangenkamp in 1942. Later zou Hélion trouwen met Pegeen Vail, de dochter van Peggy Guggenheim. In 1942 ontsnapte zij ter nauwe nood aan de Gestapo door te voet de Pyreneeën over te gaan naar Spanje. Op 14 december 1942 kon Mary haar broer berichten dat zij in Madrid was aangekomen. Op 6 april 1943 kwam Mary met een ontstoken been, door een val in de Pyreneeën, per vliegtuig in New York aan. Begin oktober 1943 vestigde Mary zich in Perry Street 73 te New York. De verhouding met Duchamp was sterk veranderd. In juni 1945 ging Mary al terug naar Parijs en bleef Duchamp tot mei 1946 in New York. In augustus 1946 brachten Mary en Marcel hun vakantie door in Zwitserland. In januari 1947 keerde Duchamp terug naar New York, terwijl Mary een woning op het Franse plattteland zocht.

Mary Reynolds, 1950

In april 1950 werd Mary opgenomen in het Amerikaanse ziekenhuis in Neuilly. Daarna bracht zij enige tijd door in een privékliniek in La Preste (Pyreneeën). Gewaarschuwd door haar broer dat Mary spoedig zou overlijden aan een tumor aan de baarmoeder kwam Duchamp vanuit New York op 19 september 1950 over naar Parijs. Mary Reynolds overleed op 30 september 1950 te Parijs en werd op 3 oktober gecremeerd op Père Lachaise. Duchamp handelde de erfenis van Mary af door haar vele bezittingen klaar te maken voor verzending naar haar broer, Frank Brookes Hubachek, die in 1956 ongeveer 900 boeken, periodieken, expositiecatalogi en andere uitgaven van en over Dada en het Surrealisme schonk aan de Ryerson Library van het Art Institute of Chicago. Ook zorgde Duchamp ervoor dat Mary's huis, Rue Hallé 14 te Parijs, werd leeg gemaakt.

In 1993 schonk de nicht van Mary Reynolds, Marjorie Hubachek Watkins, een groot aantal brieven, foto's en andere zaken over Mary Reynolds' leven aan het Art Institute of Chicago. Het Art Institute of Chicago gaf twee publicaties uit: Surrealism and Its Affinities: the Mary Reynolds Collection in 1956, herzien in 1973, en Mary Reynolds and the Spirit of Surrealism in Museum Studies, Vol. 22, No. 2, 1996. Marcel Duchamp schreef het voorwoord voor de catalogus Surrealism and its Affinities. Hij schreef o.a.: Mary Reynolds was een ooggetuige van de Dadaïstiache manifestaties en bij de geboorte van het Surrealisme in 1924 was zij tussen de supporters van de nieuwe ideeën. Op de tentoonstelling waren 55 items afkomstig uit de Mary Reynolds Collection.