Henrietta, roepnaam Ettie, Walter Stettheimer werd geboren op 30 juli 1875 in Rochester, New York. In 1898 behaalde zij de graad M.A. in de psychologie aan de Universiteit van Barnard. Haar vader, die uit een Duits-Joods bankiersfamilie kwam, verliet het gezin rond 1900. Florines moeder, Rosetta, ging in 1906 met de drie jongste dochters, n.l. Florine, Henrietta (Ettie) en Caroline (Carrie) naar Europa. Haar twee oudste kinderen, Walter en Stella (de oudste zus), waren beiden getrouwd en leefden in Californië. Ettie studeerde verder in de filosofie aan de Universiteit van Freiburg en promoveerde daar in 1908. In 1914 keerden moeder en dochters terug naar de V.S. Zij vestigden zich in een groot maar onaantrekkelijk appartement op West 76th Street 102 in New York. In december 1916 dineerden Florine, Ettie, Marcel Duchamp, Edgard Varèse en de pas aangekomen Fransman Henri-Pierre Roché bij Brevoort.
Duchamp kwam regelmatig als hij in New York was op theevisite bij de zussen Stettheimer. Op 1 juli 1922 vergezelde Duchamp Ettie naar Sea Bright, New Jersey, waar de zussen de zomer gingen doorbrengen. Nadat Duchamp de zussen op 12 februari 1923 had gezien duurde het door zijn verblijf in Frankrijk tot 24 oktober 1926 voordat hij ze terugzag in New York. Ondertussen bleef hij wel naar de zussen schrijven.
In 1923 schilderde Etties zus Florine het nevenstaande portret, waar Ettie liggend op een chaise longue is afgebeeld kijkend naar een brandende kerstboom.
Ettie schreef onder de naam Henrie Waste (= Henriette Walter Steettmeier) o.a. Philosophy (1917) en het boek Love Days, dat in augustus 1923 verscheen bij Alfred A. Knopf Inc.
De hoofdpersoon in Love Days, Susanna Moore (=Ettie), ontvangt de juist in New York teruggekeerde Franse vriend Pierre Delaire (=Duchamp). In het gesprek vraagt Pierre Susanna om mee te gaan naar het buitenland, maar ze weigert. Susanna is wel verliefd op Pierre, maar is ervan overtuigd dat Pierre niet verliefd is op haar.
Ettie gebruikte voor dit verhaal de terugkeer van Marcel Duchamp op 6 januari 1920 uit Frankrijk en het niet meegaan naar Buenos Aires in augustus 1918. In haar plaats ging Yvonne Chastel met Duchamp mee.
In de nalatenschap van Ettie is uitsluitend een kritische brief van 31 oktober 1923 over Love Days van Leo Stein bewaard gebleven. Ettie was voor de zussen min of meer het schriftelijke aanspreekpunt van vele kunstenaars, die met de zussen omgingen. Van 1916 tot 1924 hield Ettie in ieder geval een dagboek bij.
Ettie ging ook om met de Frans-Amerikaanse beeldhouwer Elie Nadelmann. Die maakte nevenstaand borstbeeld van haar. Na de dood van haar zussen verzorgde Ettie de nalatenschap. Bij het uitzoeken van de vele brieven e.d. vernietigde zij alle correspondentie die een verkeerd beeld van haar zussen zou opleveren. Ettie schonk het door Carrie gemaakte poppenhuis aan het Museum of the City of New York en de schilderijen van Florine aan belangrijke kunstmusea in de U.S.A. Dit tegen de wil van Florine, die had opgedragen haar werken na haar dood te laten vernietigen. Ettie verzorgde verschilldende posthume exposities van haar zus. Ook gaf Ettie in 1949 een boekje uit met gedichten van Florine onder de titel Crystal Flowers.
In 1951 publiceerde Ettie haar verzameld werk onder de naam Memorial Volume met daarin al eerder uitgebrachte werken Philosophy, Love Days, haar proefschrift over William James en vier korte verhalen. Op 1 juni 1955 overleed Etiie in New York.