Florine Stettmeier werd op 29 augustus 1871 geboren in Rochester, New York. Van 1892 tot 1895 studeerde zij tekenen aan de Art Students League in New York. Haar vader, die uit een Duits-Joods bankiersfamilie kwam, verliet het gezin rond 1900. Florines moeder, Rosetta, ging met de drie jongste dochters, n.l. Florine, Henrietta (Ettie) en Caroline (Carrie) in 1906 naar Europa. Haar twee oudste kinderen, Walter en Stella (de oudste zus), waren beiden getrouwd en leefden in Californië. Florine bestudeerde de kunst in Italië, Spanje, Frankrijk en Duitsland en hield vanaf 1906 tot 1942 een dagboek bij. Door de dreiging van de Eerste Wereldoorlog keerden moeder en dochters in 1914 terug naar de V.S. Zij vestigden zich in een groot maar onaantrekkelijk appartement op West 76th Street 102 in New York. Het huis werd van 1915 tot 1941 een centrum voor de kunstenaars Charles Demuth, Elie Nadelman, Gaston Lachaise, Marsden Hartley, Marcel Duchamp, Alfred Stieglitz, Georgia O'Keeffe, Edward Steichen en de schrijver Carl van Vechten. In de herfst van 1916 ging zij samen met haar zussen op Franse les bij Marcel Duchamp.
Florine kreeg in 1916 een solo-expositie in de M. Knoedler and Co. Gallery op de Fifth Avenue in New York. Duchamp woonde de opening bij en had waardering voor haar aparte stijl. Florine verkocht echter niets en had tot gevolg dat zij afzag van een expositie bij Alfred Stieglitz. In december 1916 dineerden Florine, Ettie, Duchamp, Edgard Varèse en de pas aangekomen Fransman Henri-Pierre Roché bij Brevoort. Roché was een door de Franse regering benoemde adviseur van de Amerikaanse Industriële commissie voor Frankrijk. Hij kwam voor 15 dagen, maar John Quinn, die toegevoegd was aan de Franse Hoge Commissie in Washington D.C., zorgde ervoor dat het verblijf drie jaar duurde. Het diner was het begin van een levenslange vriendschap met Duchamp.

Florine schilderde zowel haar zussen als haar vrienden. Zie bijvoorbeeld nevenstaande (links) Sunday Afternoon in the Country, dat zich afspeelde op 10 augustus 1917 bij het zomerhuis André Brook te Tarrytown, of (rechts) Picnic at Bedford Hills van 9 juni 1918. (Zie de webpagina Schilderijen met kubisten als onderwerp voor details.) Florine had een atelier in het Beaux Arts gebouw op de Sixth Avenue. In 1932 maakte schilderijen van Florine deel uit van de the First Biennial Exhibition of Contemporary American Painters in het Whitney Museum. Florine oogste ook veel waardering voor de door haar ontworpen costuums en aankleding van de opera Four Saints in Three Acts, die geschreven was door Virgil Thomson en Gertrude Stein. Florine stierf op 11 mei 1944 in een ziekenhuis te New York City. Zij was bezig aan Cathedrals of Art, een serie van vier schilderijen die de kathedraals van de moderne stad tot onderwerp had: het finaciële centrum, het theater, de overheidsgebouwen en het kunstmuseum.
Na de dood van Florine weigerde haar zus Ettie de wens van Florine, het vernietigen van Florines werken, uit te voeren en zorgde zij er juist voor dat de werken in diverse musea werden opgenomen. Ook publiceerde zij onder de naam Crystal Flowers in 1949 een bundel gedichten van Florine. Duchamp verzorgde in 1946 een retrospectieve expositie in het Museum of Modern Art te New York. Pas van 13 juli t/m 5 november 1995 was er in het Whitney Museum of American Art te New York een tweede expositie, verzorgd door Elisabeth Sussman en Barbara J. Bloemink, onder de naam Florine Stettheimer: Manhattan Fantastica.

In het New Yorkse Metropolitan Museum of Art is, zoals op nevenstaande foto te zien is, een hele wand gewijd aan vier indrukwekkende schilderijen van Florine Stettheimer.
Uitgebreide informatie kunt u vinden in het door Barbara J. Bloemink geschreven boek : The life and art of Florine Stettheimer, uitgegeven in 1995 met ISBN-nummer 0-300-06340-7.