Beatrice Wood (1893-1998).

Wood, 1917

Beatrice Wood werd op 3 maart 1893 geboren in San Francisco, maar groeide op in New York. In 1911 ging zij naar Parijs, waar zij de Académie Julian bezocht en acteerlessen volgde aan de Comédie Française. Terug in New York ging ze werken bij het toneelgezelschap French Repertory Companey. Op 27 september 1916 ontmoette zij Marcel Duchamp aan het ziekenhuisbed van de Franse componist Edgard Varèse. Het was het begin van een levenslange vriendschap. Beatrice Wood ontmoette via Duchamp Duchamps vriend Henri Pierre Roché. Wood kreeg een relatie met Roché, die later door Roché werd beschreven in de door zijn dood niet afgekomen novelle Victor. Patricia (= Wood) en Pierre (= Roché) praten uitgebreid over Victor (= Duchamp), die vrijheid op elk gebied, zowel geestelijk als sexueel en financieel, het belangrijkste vindt. Wood verbrak de relatie met Roché toen bleek dat hij ook haar vriendin Alissa Frank lief had. Wood werd daarna spoedig de geliefde van Duchamp. Samen met Marcel Duchamp en zijn vriend Henri Pierre Roché gaf ze kortstondig het dadaïstische tijdschriftje The Blind Man uit. Wood werd later de Mama of Dada genoemd.

Via Duchamp werd Wood opgenomen in de kring rond Walter en Louise Arensberg, waar zij ook o.a. de fotograaf Man Ray en de schilder Francis Picabia ontmoette. Onder invloed van Duchamp ging Wood weer tekenen en schilderen. In 1917 exposeerde zij op de tentoonstelling van de Society of Independent Artists.

In 1919 vertrok Wood als actrice naar Montreal, waar zij trouwde met de Belgische theatermanager Paul Renson. Het huwelijk was geen succes en Wood keerde spoedig terug naar New York. Daar ontmoette zij geregeld Marcel Duchamp. In 1926 verhuisde zij naar Los Angeles en daarna Hollywood, Californië, waar ze weer met de familie Arensberg omging.

Wood, 1993

In 1933 kreeg Wood belangstelling voor keramiek en volgde zij een pottenbakkerscursus aan de Adult Education Departement of Hollywood High School. In 1938 trouwde Wood met de ingenieur Steve Hoag (-1960). Samen gingen zij in 1948 in Ojai, Californië, wonen waar zij een huis en studio bouwden, die in 1956 klaar was. Vanaf die tijd ontwierp en verkocht zij keramiek, eerst eetserviezen en daarna vooral vazen, gemaakt met luster-glas techniek. Dit bleef zij doen tot 1996. Wood overleed op 12 mei 1998 in Ojai, toen ze 105 jaar was. Haar levenswerk werd daarna in stand gehouden door The Happy Valley Foundation.

Wood, keramiek

In 1983 organiseerde de Art Galleries of California State University te Fullerton een groot retrospectief. Ter gelegenheid van haar honderdste verjaardag werd de documentaire film Beatrice Wood: Mama of Dada gemaakt. Ook inspireerde zij door haar vitaliteit James Cameron, de maker van de in 1997 uitgekomen film Titanic, tot de honderdeneen jarige persoon Rose, gespeeld door Gloria Stuart, die aan het begin met haar pottenbakkersdraaischijf en aan het eind van de film de verbinding was van het heden met het verleden. Beatrice Wood was aanwezig bij de première van deze film, maar het was de laatste keer dat Wood een openbare bijeenkomst bijwoonde. Het werk van Beatrice Wood is in vele musea te zien, o.a. in het MOMA en het Smithsonian Metropolitan Museum te New York.