Amedeo Modigliani (1884-1920).

Amedeo Modigliani

De Italiaan Amedeo Clemente Modigliani werd op 12 juli 1884 geboren in de Via Roma te Livorno, Italië. Zijn joodse ouders, Flaminio Modigliani en Eugenia Garsin die in 1872 trouwden, waren zeer arm. De vader van Modigliani werkte langetijd op Sardinië terwijl de rest van het gezin in Livorno achterbleef. Modigliani, het jongste en vierde kind, begon zijn kunstopleiding in 1898, nadat hij hersteld was van de thyfus, aan de Kunstacademie van Livorno. In de herfst van 1900 liep hij tuberculose op en bracht hij de winter 1900-1901 met zijn moeder in Napels, op Capri en in Rome door. In 1902-1903 studeerde hij in Florence aan de Scuola libera di Nudo (= De vrije school voor naaktstudies), en bezocht de vele musea. In 1903 bezocht Modigliani de Instituto di Belle Arti di Venezia (=Venetië). Hier ontmoette Modigliani de latere futurist Umberto Boccioni, Manuel Ortiz de Zárate en Cuccolo, die hem in aanraking bracht met hasjies.

Chaïm Soutine, afm.: 38 x 28 cm, 1915

In januari 1906 verhuisde Modigliani naar het Parijse Montmartre met een kleine financiële ondersteuning van zijn moeder, die van Franse afkomst was en met lesgeven en vertalen wat geld verdiende. Ook een oom uit Marseille zorgde voor financiën. Later zou deze oom na de dood van Modigliani en zijn vriendin Jeanne Hébuterne nog enige tijd voor hun dochter zorgen. In Parijs volgde Modigliani denkelijk de Académie Colarossi. Modigliani leerde in Parijs Chaïm Soutine (1893-1943) en Jacques Lipchitz kennen. Zij werden zijn vrienden, waar hij altijd kon aankloppen in de vele slechte tijden, die Modigliani had. Hij leefde wild, met alcohol, hasjiesj en vrouwen.

Dr. Paul Alexandre, afm.: 100 x 81 cm, 1909

Door de financiële ondersteuning van de medicus Dr. Paul Alexandre, die hij in november of december 1907 ontmoette, en diens aanbevelingen ging Modigliani portretten schilderen. Dankzij Alexandre kreeg hij de beschikking over een atelier in een door Alexandre en zijn broer Jean opgerichte leef- en werkgemeenschap, die gevestigd was in de Rue du Delta 7. Modigliani leerde via Alexandre de Roemeense beeldhouwer Constantin Brancusi kennen en daardoor ging Modigliani ook beeldhouwen. Zijn beeldhouwmateriaal haalde hij vaak van de vele bouwplaatsen in het uitbreidende Parijs. Een groot aantal werken raakte hij kwijt bij het steeds weer verhuizen daar hij vaak uit huis werd gezet wegens huurschuld. Helaas hield Modigliani niet bij wat hij allemaal maakte.

In 1908 exposeerde Modigliani voor het eerst op de Salon des Indépendants. Vanaf april 1909 woonde hij volgens gegevens van exposities in het ateliercomplex Cité Falguière 14. De zomer van 1909 bracht Modigliano door bij zijn familie in Livorno. Aangesterkt kwam hij terug naar Parijs en woonde en werkte hij op Boulevard Raspail 216. Ook had hij enige tijd een atelier in het ateliercomplex La Ruche en nog op andere adressen.

In de lente van 1910 leerde Modigliani de Russische dichteres Anna Akhmatova kennen. Tot augustus 1911 was zij zijn grote liefde. Modigliani exposeerde acht beelden op de Salon d'Autumn van 1912. Volgens de Poolse verzamelaar en kunstcriticus Adolphe Basler leende Frank Burty aan Modigliani schilderspullen om met schilderen te experimenteren. In 1913 schilderde Modigliani enige tijd in het door de kunsthandelaar Chéron beschikbaargestelde souterrain van zijn galerie in de Rue de la Boétie. Van 15 april tot 13 juni verbleef Modigliani in Livorno om te beeldhouwen. Rond 1914 ging Modigliani sukkelen met zijn gezondheid, maar tevens maakte hij vanaf die tijd zijn opvallend langgerekte vorm in zijn schilderijen en beelden. Samen met Diego Rivera had Modigliano in 1914 een atelier op nummer 16 van de Rue du Saint-Gothard.

Béatrice Hastings, afm.: 69 x 49 cm, 1915

In 1914 ontmoette Modigliani zijn nieuwe liefde, de Engelse schrijfster en dichteres Béatrice Hastings (1879-1943). Zij was de volgende twee jaar zijn model. Eerst woonden zij in het ateliercomplex Le Bateau Lavoir daarna Rue Norvins 13 en Rue du Montparnasse 53. Door zijn gezondheid werd hij niet gemobiliseerd bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Daar zijn dealer Paul Alexander wel werd opgeroepen verbrak Alexander het contract met Modigliani. In het najaar van 1914 werd Modigliani door Picasso voorgesteld aan de kunstverzamelaar André Level op het terras van Café le Dôme. Samen met Picasso en Léonce Rosenberg, die ook aanwezig was, bracht Level daarna een bezoek aan het atelier van Modigliani en kocht daar voor 25 francs een aquarel.

Paul Guillaume, afm.: 100 x 75 cm, 1915

Via Max Jacob ontmoette Modigliani Paul Guillaume, die min of meer als zijn dealer in 1914, 1915 en begin 1916 bijna alle werken van Modigliani kocht. Paul Guillaume zorgde ook voor de financiën om een atelier te huren in het bekende Le Bateau Lavoir. In 1916 werd Modigliani door Moïse Kisling voorgesteld aan de Poolse dichter en kunstdealer Léopold Zborovski (1889-1932), die in juni 1914 van Krakou naar Parijs was gekomen. Modigliani leerde via Zborovski Lunia Chechowska kennen, die vanaf juni 1916 geregeld model zou staan. Zij trouwde later met de Poolse baron Chorosco. In 1917 werd Modigliani bevriend met Léopold Zborovski. Modigliani schilderde hem en zijn vrouw Anna (Hanka) diverse keren. Modigliani werkte bij Zborovski in de Rue Joseph-Bara 3 onder de voorwaarde, dat Modigliani 15 francs per dag kreeg en Zborovski de kunstwerken.

Arvid Fougstedt Gitaar en klarinet op een schoorsteenmantel, afm.: 130 x 97 cm, 1915

Van 19 november t/m 5 december 1916 nam Modigliani deel aan een gemeenschappelijke expositie van Lyre et Palette. Deze eerste tentoonstelling van Lyre et Palette werd gehouden in Salle Huyghens in de Rue Huyghens 6 te Parijs en de deelnemers waren Kisling, Matisse, Modigliani, Ortiz de Zárate en Picasso. De expositie was in het atelier van de Zwitserse schilder Emile Lejeune, die op zaterdagavonden in de zomer van 1915 begonnen was met concerten van de jonge Franse componisten, daar de Franse regering alle concertzalen in verband met de oorlog had gesloten. Ortiz de Zarate haalde Lejeune over om voor Lyre et Palette exposities te gaan houden. Opvallend was het aantal werken van Modigliani ten opzichte van de andere deelnemers. Van Modigliani hingen er 14 schilderijen en een groot aantal tekeningen, maar van Matisse slechts één tekening en van Picasso twee schilderijen. De Zweed Arvid Fougstedt maakte van de opening nevenstaande tekening, die verscheen in Svenska Dagbladet. In het midden is het schilderij Gitaar en klarinet op een schoorsteenmantel van Picasso uit 1915 te zien. In het schilderij was zand verwerkt. Tijdens de opening speelde Erik Satie, waaraan in de catalogus gedichten van Jean Cocteau en Blaise Cendrars waren gewijd, en voordrachten van Apollinaire, Salmon en Cocteau. De concerten, exposities en voordrachten gingen door totdat de politie de zaal in november 1917 sloot daar de onbegrijpelijke activiteiten een mogelijkheid was om pacifistische en pro-duitse sympathieën te uiten.

Léopold Zborovski, afm.: 107 x 66 cm, 1917

Op het banket dat ter ere van Georges Braque werd gehouden in de kantine van de Academie Vassilieff op 14 januari 1917 viel Modigliani onuitgenodigd binnen om met de nieuwe vriend van Beatrice Hasting, Alfredo Pina, op de vuist te gaan. Pina trok een pistool, maar door een snel ingreep van Marie Vassilieff werd Modigliani buiten de deur gezet. Picasso en Manuel Ortiz de Zárate konden de deur dichthouden totdat Matisse de deur op slot kon doen. Spoedig daarna keerde Béatrice Hastings terug naar Engeland. Op 31 oktober 1943 werd haar lichaam in de Engelse plaats Worthing gevonden nadat zij zelfmoord had gepleegd.

Vanaf 1913 kwam Modigliani in het café La Rotonde en bij Maria Vassilieff geregeld Jeanne Hébuterne tegen die geboren was op 6 april 1898 te Arras en studente was aan de Académie Colarossi en de Ecole des Arts Décoratief. Wegens haar kleur haar had zij de bijnaam Noix de Coco (=kokosnoot). Na Beatrice stond de Canadese Simone Thiroux vaak model. In mei 1917 zou zij bevallen van zoon Gérard. In de lente van 1917 vroeg Modigliani aan Jeanne om model te staan en spoedig daarna gingen zij in juni, dankzij de financiële steun van Zborovski, samenwonen in de Rue de la Grande Chaumière 8. Hanka Zborovski en Lunia richtten het atelier in. Onder hen woonde het gezin Ortiz de Zárata. Jeannes katholieke ouders waren fel tegen het samenwonen.

Galerie Berthe Weill Lina Jacobelli, 1940-1944

Van 3 t/m 30 december 1917 had Modigliani zijn eerste solo-expositie van 32 schilderijen en ongeveer 30 tekeningen in de galerie Berthe Weill in de Rue Taitbout 50, die georganiseerd was Léopold Zborovski. Gelegen tegenover een politiebureau werd de expositie na enkele uren al min of meer verboden, maar in ieder geval gesloten wegens 'het aanstootgevend karakter'. In de etalage waren twee naakten te zien. Berthe Weill haalde de naakten weg en vanaf 4 december was de expositie weer open. In maart 1918 vluchtten Modigliani en Jeanne samen met Jeannes moeder, Soutine, het gezin Foujita en het gezin Zborovski wegens de oorlogshandelingen vanaf Gare Austerlitz naar Zuid Frankrijk en verbleven zij in twee woningen in Haut-de-Cagnes, een plaats vlakbij Nice. In Haut-de-Cagnes zat de getrouwde boerin Jacobelli veel model. Zij was denkelijk in 1894 geboren en had al zes kinderen toen Modigliani vlakbij haar kwam wonen. In 1919 beviel zij van dochter Lina, die duidelijk een kind van Modigliani was. Lina trouwde later met de filmmaker Roger Lebon. Het echtpaar kreeg een zoon. Na de dood van haar zoon en haar man pleegde zij zelfmoord.

Na enige tijd ging het gezin Foujita terug naar Parijs en verhuisden Modigliani en Jeanne naar Nice, waar zij o.a. Cendrars, Survage en Archipenko tegenkwamen. Modigliani en Jeanne verbleven een aantal maanden bij Anders en Rachèle Osterlind in Les Collettes. Door de verkoop van 10 werken aan Jacques Netter à 500 Francs was er geld om Modigliani te laten schilderen en voor de familie Zborovski om terug te keren naar Parijs. Op 29 november 1918 beviel Jeanne in het Saint-Roch ziekenhuis van een dochter, die de naam Giovanna (=Jeannne) kreeg en door Modigliani als kind werd erkend.

Jeanne Hébuterne, afm.: 46 x 29 cm, 1919 Jeanne Hébuterne

Van 15 tot 23 december 1918 werd in de galerie van Paul Guillaume een tentoonstelling gehouden van werken van Picasso, Matisse en Modigliani. Op 31 mei 1919 ging Modigliani terug naar Parijs. De rest van het gezin keerde in juni terug naar Parijs en Jeanne vertelde Modigliani, dat zij in verwachting was. Op 7 juli 1919 beloofde Modigiani schriftelijk Jeanne te trouwen. Behalve Modigliani en Jeanne tekenden Zborovski en Lunia Czechowska het papier. Spoedig werd dochter Jeanne ondergebracht in een kindertehuis te Chaville. Jeane bezocht haar eens per week.

Met hulp van Osbert Sitwell kon Zborovski in de zomer van 1919een tentoonstelling van Franse kunst organiseren in de Mansard Gallery in London, waar een werk van Modigliani voor de hoogste prijs werd verkocht. De verkoop van Modigliani's werken begon te lopen maar helaas werd Modigliani's gezondheid steeds slechter. Op 22 januari 1920 werd Modigliani bewusteloos gevonden en naar het Hôpital de la Charité gebracht. Modigliani overleed daar aan een vorm van hersenvliesontsteking zonder dat hij was bijgekomen op zaterdagochtend 24 januari 1920. De volgende dag pleegde de in verwachting zijnde Jeanne zelfmoord door uit een raam van de woning van haar ouders te springen. De woning lag op de vijfde verdieping van de Rue Amyot 8 te Parijs. Modigliani werd op 27 januari onder grote belangstelling van vele kunstenaars begraven op de Parijse begraafplaats Père Lachaise. Aanwezig waren o.a. Picasso, Brancusi, Derain, Jacob, Kisling, Léger, Lipchitz, Ortiz de Zarate, Salmon, Soutine, de Vlaminck en Zborowski. Jeanne werd na lang aandringen van Emmanuel Modigliani, de oudste broer van Amedeo, in 1929 in hetzelfde graf bijgezet.

boek: Into the darkness laughing

De levensperiode van Modigliani met Jeanne Hébuterne is uitvoerig beschreven in het boek Into the darkness laughing. The story of Jeanne Hébuterne, Modigliani's last mistress geschreven door Patrice Chaplin en dat in 1990 te Londen werd uitgegeven. In 1958 werd over het laatste jaar van Modigliani de zwart-wit film Les Amants de Montparnasse gemaakt met o.a. Gérard Philipe als Modigliani, Lilli Palmer als Béatrice Hastings, Anouk Aimée als Jeanne Hébuterne en Marianne Oswald als Berthe Weill. Volgens IMDb zou Pâquerette, geboren in 1896?, zichzelf hebben gespeeld, wat de vraag oproept of iemand van 64 iemand van 40 jaar jonger kan spelen.

Jeanne met haar dochters Anne en Laure

Hun dochter Jeanne (1918-1984), die al enige tijd verbleef in een soort kindertehuis te Chaville (een plaats bij Versailles), werd uiteindelijk opgevoed door Modigliani's ongetrouwde zus Margherita in Florence. Zij werd docente en trouwde na de Tweede Wereldoorlog met de filosoof Victor Nechtschein-Leduc, die zij bij de Resistance (=Franse verzetbeweging) had ontmoet. Het echtpaar kreeg twee dochters, Anne en Laure. Jeanne, die o.a. aan de universiteit van Lille les gaf, schreef een biografie van haar vader met de titel Modigliani sans légende (Parijs, 1961) en de nieuwere versie Modigliani raconte Modigliani (Livorno, 1984). Jeanne maakte ook schilderijen en had exposities. Jeanne kon net als haar vader niet van de drank afblijven en dit was mede oorzaak van haar scheiding in 1980.

Portretschilder der Kubisten

Daar Modigliani enige tijd werkte in de ateliercomplexen Le Bateau Lavoir en La Ruche kende hij vele kubisten. Hij schilderde o.a. de volgende kunstenaars.

kunstwerktiteljaarnu te zien in
Portrait of Frank Burty, afm.: 73x60 cmFrank Burty1914Gianni Mattioli Collectie, Peggy Guggenheim, Venetië
Portrait of Diego Rivera, afm.: 100 X 81 cmDiego Rivera1914
Portrait of Juan Gris, afmetingen: 55,5 X 38 cmJuan Gris1915Museum of Modern Art, New York
Portrait of Henri Laurens, afm: 81 x 60 cmHenri Laurens1915Collectie Newman, New Orleans
Portrait of Pablo Picasso, afmetingen: 34,5 X 26,5 cmPablo Picasso1915
Jacques Lipchitz en zijn vrouw, afm.: 80,2 x 52,5 cm, 1916Jacques Lipchitz en zijn vrouw1916Art Institute of Chicago
Portrait of Léopold SurvageLéopold Survage1917Kunstmuseum Athenäum, Helsinki

Modigliani schilderde het portret van Survage als dank voor het gebruiken van een kamer van Survage als atelier, toen hij en Jeanne Hébuterne in Nice verbleven in verband met de beschietingen van Parijs in 1918. Een overzicht van de meeste schilderijen van Modigliani is te zien in het boek I dipinti di Modigliani van Ambrogio Ceroni uitgegeven in 1970 te Milaan. De Franse vertaling Tout l'Oeuvre Peint de Modigliani kwam in 1972 uit in Parijs.

Laatste wijziging: 211209