Gaby Depreyre had de naam aangenomen van haar in Amerika geboren vriend, de graveur en dichter Herbert Lespinasse, en woonde naast Pablo Picasso op de Boulevard Raspail. Picasso die dagelijks Eva Gouel in de kliniek te Auteuil bezocht, vond troost bij Gaby. De schilder Serge Férat schreef in december 1915 dat Picasso al zeven maanden met Gaby, die in 1888 te Parijs was geboren, omging. Opvallend waren de vele portretten en brieven met tekeningen die Picasso voor Gaby maakte. Hieronder staan een drietal met Provençaalse interieurs, resp. slaapkamer, keuken en eetkamer.
Volgens de historicus Billy Klüver zijn de tekening denkelijk gemaakt in Saint-Tropez, waar Herbert Lespinasse een klein huisje had in de baai van Canoubiers. De rechter liefdes uiting je t'aime(=ik hou van jou) geeft een combinatie van foto's en tekeningen weer. Bovenaan staat een foto van Picasso en onderaan van Gaby. Verder zijn er drie kubistische miniatuurtjes en een slapende Gaby met engeltje. Met de hand had Picasso eronder geschreven: j'ai demandé ta main au Bon Dieu Paris 22 Fevrier 1916 (=Ik heb de goede God om je hand gevraagd Parijs 22 februari 1916).
Denkelijk was in maart 1916 de heimelijke verhouding van Gaby en Picasso voorbij. In februari 1917 ging Picasso naar Rome en ontmoette daar Olga Kochlova, waarmee Picasso op 12 juni 1918 zou trouwen. Gaby trouwde op 23 april 1917 met Herbert Lespinasse te Saint-Tropez. Eind jaren vijftig kwam de liefdesgeschiedenis in de openbaarheid door het te koop aanbieden van enkele portretten. Denkelijk overleed Gaby in 1970 en Herbert in 1972. Een nicht verkocht de nog aanwezige tekeningen uit de erfenis aan Douglas Cooper. Hij hield zijn aankoop verborgen voor de buitenwereld. Pas na de dood van zijn erfgenaam, Billy McCarty-Cooper, kwamen de tekeningen in de openbaarheid.
