Dora Maar werd geboren op 22 november 1907 op de Rue d'Assas in Parijs als Henriette Théodora Markovitch (ook geschreven: Markovitsj, Markovich en Marcovitch) als dochter van de Française Louise Julie Voisin (1877-1942) en de Kroatische architect Joseph Markovitch (1874-1969). In 1910 vertrok het gezin naar Argentinië, waar Theodora's vader o.a. werkte aan de bouw van de Oostenrijks-Hongaarse ambassade in Buenos Aires. Dit gebouw werd in 1913 gebouwd voor de rijke reder Mihanovich en aan keizer Franz-Joseph geschonken, maar was nooit in bedrijf. Na de Eerste Wereldoorlog werd het aan Mihanovich teruggegeven. Op school in Buenos Aires leerde Theodora Engels van een Engelse vriendin. In 1920 keerden Dora en haar moeder terug naar Parijs, waar Dora studeerde aan het Molière lyceum, de École de Photographie de la Ville de Paris en de Académie Julian. Ook volgde Theodora lessen in het atelier van André Lhote. Een medeleerling was de latere fotograaf Henri Cartier-Bresson. In die tijd veranderde zij haar naam in Dora Maar en maakte zij geregeld reizen naar Buenos Aires, waar haar vader was achter gebleven. In 1926 werd Dora bevriend met Jacqueline Lamba (1910-1993), toen zij beiden studeerden aan de Union Centrale des Arts Décoratifs.
Op aandringen van Marcel Zahar ging Dora naar de school voor fotografie, waar zij de lessen volgde van Emmanuel Sougez, de oprichter van het tijdschrift L'Illustration en de groep Rectangle. Samen met Pierre Kéfer maakte zij in 1931 foto's van Mont-Saint-Michel voor een geïllustreerd boek van de kunsthistoricus Germain Bazin, waarna zij samen tot 1934 een gezamenlijke studio Kéfer - Dora Maar hadden in de tuin van de familie Kéfer op Boulevard Richard Wallace 45bis in de Parijse voorstad Neuilly. In de studio werden ook reclamefoto's gemaakt. Als mentor beschouwde Dora de fotograaf (Louis-Victor) Emmanuel Sougez (1889-1972), die samen met Florence Henri de nieuwe zakelijkheid in Frankrijk in zijn foto's tot uiting bracht. Via de Hongaarse fotograaf Gilberte Brassaï (1899-1984) maakte Dora kennis met vele fotografen, fotojournalisten en via haar vriend de schrijver Georges Bataille (1897-1962), die in 1933 gescheiden was van de actrice Sylvia Maklès en tien jaar ouder was, met de surrealisten rond André Breton.
Op 10 februari 1934 ondertekende Dora, evenals o.a. André Breton, Paul Éluard, Fernand Léger en André Malraux, het Appel à la lutte van het Comité de Vigilance des Intellectuels Antifascistes. In 1934 maakte Dora Maar een reis naar Spanje en Londen. Op 14 augustus 1934 trouwde Dora's vriendin Jacqueline Lamba met André Breton. Dankzij de financiële hulp van haar vader kon Dora Maar in 1934 een eigen studio betrekken op Rue d'Astorg 29. De studio was van Le Corbusier geweest en gelegen naast Galerie Simon van Daniel-Henry Kahnweiler. Dora leerde Kahnweilers stiefdochter Louise en haar man Michel Leiris goed kennen. Na de geboorte van Jacqueline en André Bretons dochter, Aube Elléouët, op 20 december 1935, brachten Dora en Pablo Picasso afzonderlijk een kraambezoek. Dora schonk bij deze gelegenheid de nevenstaande foto van Jacqueline, die Dora in september 1935 gemaakt had in Saint-Jean-aux-Bois.
Op 21 januari 1936 werd Dora door Paul Éluard aan Picasso voorgesteld in het café Les Deux Magots, het trefpunt van de surrealisten rond Breton, op Place Saint Germain des Prés 6, tegenover de Romaanse kerk van Saint-Germain des-Prés. Zij sprak door haar verblijf in Buenos Aires vloeiend Spaans en dat sprak Picasso naast haar schoonheid bijzonder aan. Spoedig daarna poseerde Picasso voor een aantal foto's in de studio van Dora.
Augustus 1936 bracht Dora door bij Nush en Paul Éluard, die de villa des Salins van Lise Deharme in Saint-Tropez bewoonden, terwijl Picasso zonder Marie-Thérèse Walter en hun dochter Maya officieel in hotel Vaste Horizon te Mougins, vlak bij Cannes, verbleef. Op 4 augustus (volgens Alicia Dujovne Ortiz: na 25 augustus) bezocht Picasso het huis van Deharme. Roland Penrose nam van het gezelschap de nevenstaande foto, waarop staan (vlnr) Valentine Penrose, Nusch Éluard, Dora Maar, ?, Paul Éluard, Lise Deharme en Picasso. Samen met Dora liep Picasso langs de kust terug naar Mougins. De rest van de zomer brachten zij samen door in een hotel, waar zij de volgende twee zomers opnieuw zouden komen. Tijdens hun verblijf brachten zij een bezoek aan Marie Cuttoli en haar man. Ook Man Ray en zijn vriendin Ady Fideline waren aanwezig. Terug in Parijs duurde het totdat Marie-Thérèse vertrokken was naar Le Tremblay-sur-Mauldre dat Dora op de eerste plaats kwam.
Dora zorgde ervoor dat Picasso eind maart 1937 een nieuw atelier betrok op Rue des Grands-Augustins 7. Zelf woonde zij al enige tijd om de hoek op Rue de Savoie 6, een woning op de tweede verdieping, waar ook haar ouders woonden. Terwijl Picasso bezig was met schilderen van Guernica vlogen Dora en Marie-Thérèse elkaar in de haren. Het schilderij waaraan Picasso werkte was bestemd voor het Spaanse Paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Parijs en herdacht het Duitse bombardement op 26 april 1937 op de Baskische stad. Dora fotografeerde de totale ontwikkeling van het schilderij. Vanaf die tijd ging Dora hoofdzakelijk schilderen.
![]() | ![]() |
| ![]() |
![]() |
Vanaf de zomer van 1937 was Dora geregeld met Marie-Thérèse en Picasso's dochter Maya in de buurt van Picasso. Waar Picasso naar toe ging, daar gingen ook zijn vrouwen heen. In 1938 brachten Picasso en Dora een bezoek aan Christian Zervos, de uitgever van Cahiers d'Art, en zijn vrouw Yvonne Marion in Vézelay. Op 1 september 1939, twee dagen voordat Frankrijk de oorlog aan Duitsland verklaarde, gingen Dora en Picasso op weg naar Royan waar zij op 2 september aankwamen in Hôtel du Tigre. Marie-Thérèse en Maya verbleven spoedig in Villa Gerbier-des-Joncs aan de Boulevard Albert I. Begin 1940 huurde Picasso een appartement in de villa Les Voiliers voor hem, terwijl Dora in Hôtel du Tigre aan de Boulevard Clemenceau verbleef. Na een verblijf in Parijs keerden Dora en Picasso op 16 mei 1940 terug naar Royan. Terwijl zij in Royan verbleven trok het Duitse Leger Frankrijk binnen en bezette een groot deel van Frankrijk. Op 23 augustus 1940 vertrok Picasso met zijn werken uit Royan en ging Dora met de trein Picasso naar Parijs achterna.
Eind 1941 maakte Picasso het nevenstaande beeld van Dora, dat later gebruikt werd als monument voor Guillaume Apollinaire en dat sinds 5 juni 1959 staat in het Square Laurent Prache in de wijk Saint-Germain-des-Prés. In mei 1943 zag Picasso, die in gezelschap was van Dora en Marie-Laure de Noailles zat te eten, in Le Catalan Françoise Gilot. Zij was daar met haar vriendin Geneviève Aliquot en filmacteur Alain Cuny (1908-1994), een bekende van Picasso. Picasso ging, ondanks dat hij in gezelschap was van Dora Maar, met een schaaltje verse kersen naar het groepje toe en liet ze voorstellen. Toen hij hoorde dat de dames schilderden nodigde hij ze uit voor een bezoek aan zijn atelier. De volgende dag werd het bezoek al afgelegd. Er volgde diverse bezoeken. Vanaf februari 1944 was Françoise de nieuwe vlam in Picasso's leven.
In de lente van 1944 had Dora een tentoonstelling van stillevens in de Galerie Jeanne Bucher (Montparnasse). In het voorjaar van 1945 stortte Dora in door Picasso's omgang met Françoise Gilot. Dora werd voor haar depressies behandeld in het psychiatisch ziekenhuis Sainte-Anne en in privéklinieken. Op 15 juni 1945 waren Dora en Picasso nog bij de première van Rendez-vous, dat opgevoerd werd in het Sarah-Bernardttheater en waarvoor een uitvergroting van een schilderij van Picasso als gordijn werd gebruikt. In juli 1945 ging Dora samen met Picasso naar Marie Cuttoli in Cap d'Antibes. Met Marie Cuttoli brachten zij een bezoek aan Ménerbes. Terug in Parijs was de relatie spoedig over.
De breuk met Picasso zorgde voor een hernieuwde productie. Dora had in 1945 een expositie bij René Drouin en in 1946 bij Pierre Loeb. In 1946 was de breuk met Picasso definitief. Picasso gaf haar een aantal portretten en stillevens. In de jaren daarna bracht Dora Maar de zomers door in haar in 1945 van Picasso gekregen huis in Ménerbes (Provence). Daar maakte zij stillevens en landschappen. In juni 1954 gingen Dora Maar en de Amerikaanse schrijver James Lord, die zij in 1944 voor het eerst ontmoet had toen hij als Amerikaanse soldaat Picasso opzocht, op bezoek bij de kunstverzamelaar en kunsthistoricus Douglas Cooper, die samenleefde met John Richardson. Zij ontmoette daar opnieuw Picasso, die zonder Jacqueline was, en de latere directeur van het Musée National d'Art Moderne te Parijs, Jean Leymarie, en zijn vrouw. James Lord schreef het boek Picasso and Dora: A Personal Memoir.
In 1957 had Dora Maar een expositie in de Galerie Bergguen te Parijs, waarbij Douglas Cooper het openingswoord sprak. Na een korte bezoek aan Venetië met James Lord en Bernard Minoret in mei 1958 trok zij zich terug uit het openbare leven. In de jaren zeventig schilderde Dora Maar abstracte 'landschappen'. Door het verkopen van werken van Picasso had zij voldoende geld om te leven. In 1994 viel Dora in haar Parijse huis in de Rue de Savoie 6 en werd zij opgenomen in een ziekenhuis. Na terugkeer in huis was zij bedlegerig. Heinz Berggruen bezocht haar nog eind 1996, daar zij een Picasso wilde verkopen om haar rekeningen te kunnen betalen. Dora Maar overleed op 16 juli 1997 op het plein voor de Notre-Dame te Parijs. Op 25 juli werd zij begraven naast haar ouders en grootouders in Clamart, Hauts-de-Seine. Op 27 oktober 1998 werden behalve 138 'werken' van Picasso ook werken van Balthus (1908-), Jean Cocteau (1889-1963), Oscar Dominguez (1871-1958), Apelles Fenosa (1899-1988), Joan Miró (1893-1983), Jacques Villon en foto's geveild in Maison de la Chimie in de Rue St.-Dominique 28 te Parijs. Op 29 oktober 1998 werd bij hetzelfde veilinghuis manuscripten, documenten en foto's van Dora Maar geveild. Op 20 november 1998 werden foto's geveild. Dora Maars schilderijen (126 stuks) werden geveild op 26 november 1998 bij Drouot Montaigne in de Rue Montaigne 15 e Parijs. Ook op 26 mei 1999 was er nog een veiling waarop o.a. werken van Dora Maar, Picasso en Wifredo Lam werden aangeboden. Op 19 november 1999 werd bij Hôtel Drouot, Rue Drouot 5 te Parijs een groot aantal foto's gemaakt door Dora Maar afkomstig uit de erfenis geveild.
In december 2001 verscheen de roman Moi, Dora Maar van de schrijfster Nicole Avril. Avril schreef haar verhaal aan de hand van de eerder uitgegeven boeken Le Siècle de Picasso van Pierre Cabanne, Picasso van Roland Penrose<, La Vie de peintre de Pablo Picasso van Pierre Daix, Dictionnaire Picasso van Pierre Daix, De Picasso à Guernica van Jean-Louis Ferrier, Picasso et Dora van James Lord, Vivre avec Picasso van Françoise Gilot en Les Vies de Dora Maar van Mary Anne Caws.
auteur: | titel: | jaar: | plaats: | ISBN: | |
| Allicia Dujovne Ortiz | Dora Maar - Gevangene van een blik | 2006 | Amsterdam | 90-5831-366-2 |
| Alicia Dujovne Ortiz | Dora Maar : prisonnière du regard | 2003 | Parijs | 2-246-60791-4 |
| Mary Ann Caws | Dora Maar with & without Picasso | 2000 | Londen | 0-500-51009-1 |
![]() | James Lord | Picasso and Dora: A Personal Memoir | 1997 | New York | 075380 249 X |
