Marie-Thérèse Walter (1909-1977).

Marie-Thérèse Walter op 17jarige leeftijd

Marie-Thérèse Léotine werd geboren op 13 juli 1909 in Le Perreux als jongste kind van de ongehuwde moeder van Zweedse afkomst Emilie Marguerite Walter en de getrouwde vader Léon Volroff. Op de geboorteakte stond als achternaam Deslierres, genoemd naar Villa Deslierres waar Marie-Thérèse werd geboren. Moeder Emilie, een broer en twee zussen, Jeanne en Geneviève, woonden samen met Marie-Thérèse in Maisons-Alfort, vlak bij Parijs, toen Picasso Marie-Thérèse zag op 8 januari 1927 voor het warenhuis Galeries Lafayette. Picasso sprak haar aan en nodigde haar uit om hem op 10 januari te ontmoeten bij het metrostation Saint Lazare. Op 11 januari 1927 zat Marie-Thérèse voor het eerst als model in het atelier in de Rue la Boétie. Spoedig huurde Picasso een appartement voor Marie-Thérèse in de buurt van Gare Saint-Lazare. Tijdens zijn zomerverblijf in Cannes maakte Picasso een reis naar Parijs om Marie-Thérèse te zien. Na 1927 was Marie-Thérèse Walter overal waar de familie Picasso verbleef zonder dat echtgenote Olga Khokhlova dat wist.

Toen Picasso in de zomer van 1928 met Olga, zoon Paulo en Engelse kinderjuffrouw naar Dinard ging, kwam Marie-Thérèse daar ook naar toe. Daar Olga in de tweede helft van 1928 geruime tijd doorbracht in de kliniek van Dr. Petit waren Picasso en Marie-Thérèse in staat elkaar veel te zien. De heimelijke omgang ging zover dat Marie-Thérèse eerst door Picasso werd ondergebracht in een appartement in de Rue de Liège en eind 1930 recht tegenover zijn huis in de Rue La Boétie 44. In hetzelfde jaar had Picasso in juli een huis in Boisgeloup gekocht. In de jaren daarna was Marie-Thérèse als een onzichtbare schaduw overal waar de familie Picasso was. Eind 1932 lag Marie-Thérèse enige weken in het ziekenhuis, denkelijk wegens een opgelopen ziekte door het zwemmen of kanoën in de Marne. Begin 1935 werd Marie-Thérèse zwanger en kwam Picasso voor een keuze te staan. Daar Olga via een vriend de zwangerschap van Marie-Thérèse te weten kwam, verhuisde Olga met Paulo naar Zuid-Frankrijk. Picasso raadpleegde de advocaat Henri Robert in verband met zijn wil om te scheiden van Olga en kwam hij er achter dat Olga de helft van zijn bezittingen zou krijgen, daar hij zonder huwelijksvoorwaarden was getrouwd. Op 29 juni 1935 werd de eerste stap naar een scheiding gezet door de z.g. non-conciliation.

Marie-Thérèse Walter met Maya, Juan-les-Pins, april 1936

Op 5 september 1935 werd Marie-Thérèses dochter Maria de la Concepción, genoemd naar de overleden zus van Picasso, geboren in de kliniek Belvédère in Boulogne-Billancourt. Daar Picasso nog getrouwd was, kon hij Maria met de roepnaam Maya wettelijk niet erkennen. Pas in 1972 zou de wet op dit punt worden veranderd. Nadat Marie-Thérèse was opgeknapt maakte zij met Picasso een reis naar Zuid-Frankrijk. Zij logeerde in Gisors terwijl Picasso in Boisgeloup verbleef en met Olga de scheiding probeerde te regelen. Daarna keerde Marie-Thérèse terug naar haar oude appartement op het Île Saint-Louis en Picasso naar de Rue la Boétie. Tijdens de afwikkeling van de scheiding met Olga kocht Picasso voor Marie-Thérèse en Maya het huis in Juan-les-Pins en zette hij dat huis en een groot bedrag op naam van Marie-Thérèse. Van 25 maart tot 14 mei 1936 woonden Picasso, Maya en Marie-Thérèse in Juan-les-Pins eerst in een hotel en daarna in de villa Sainte-Geneviève, maar het einde van de relatie was inzicht. De zomer van 1937 brachten Marie-Thérèse en Maya door in Franceville, terwijl Picasso verbleef bij Paul en Nusch Éluard in Mougins.

Na de scheiding van tafel en bed met Olga werden Marie-Thérèse en Maya vanaf 20 december 1937 ondergebracht in Le Tremblay-sur-Mauldre, 25 km van Versailles. Picasso kwam daar in het weekend en een of twee keer doordeweeks vanuit Parijs langs om te werken en met zijn dochter te spelen. Vanaf de zomer van 1937 was Marie-Thérèse geregeld met Dora Maar en dochter Maya in de buurt van Picasso. Waar Picasso naar toe ging, daar gingen ook zijn vrouwen heen. In september 1939 toen Picasso samen met Dora Maar in Royan was, verbleven Marie-Thérèse, haar moeder en dochter Maya in Villa Gerbier-de-Jonc van Hélène Raphanaud. Picasso verdeelde zijn tijd tussen de twee vrouwen. Op 23 augustus 1940 vertrok Picasso uit Royan en bleef Marie-Thérèse met Maya achter. Daar haar huis in Le Tremblay-sur-Mauldre in beslag was genomen vertrok zij aan in het voorjaar van 1941 met haar dochter naar Parijs en gingen zij op aandringen van Picasso wonen op de Boulevard Henri IV 1 op de punt van het eiland Île Saint-Louis. In 1945 ontmoette Paulo voor het eerst zijn stiefzus Maya. Paulo, die tijdens de oorlog in Zwitserland verbleef en werkte op de Franse ambassade in Genève tot oktober 1946, kwam na de bevrijding gerelegd op zijn motor naar Parijs. Hélène Raphanaud zou na afloop van de oorlog, waarbij haar woning in Royan was beschadigd, ongeveer vijf jaar als huishoudster werken bij Marie-Thérèse.

Volgens Jacqueline vroeg Picasso na de dood van Olga op 11 februari 1954 Marie-Thérèse telefonisch te huwelijk, maar Marie-Thérèse zei dat het nu te laat was. Tot 1969 bleef Picasso Marie-Thérèse maandelijks financieel ondersteunen met een bedrag van 6000 Francs. Pas na de dreiging om werken van hem te verkopen, kregen advocaten het voor elkaar dat de maandelijkse toelage weer werd gestuurd. Dit stopte bij de dood van Picasso in 1973. Nadat een jarenlange strijd om voor haar dochter Maya een deel van de erfenis van Picasso te verkrijgen succes had opgeleverd, hing Marie-Thérèse zich op 20 oktober 1977 op in haar garage van de villa La Lusitane te Juan-les-Pins. Pas een half jaar later werd zij begraven in Antibes.

Portraits de famille

Maya trouwde de marineofficier Pierre Widmaier. Haar zoon Olivier schreef over de familie het boek Picasso : Portraits de famille, dat in 2002 verscheen en in 2004 ook in de Engelse vertaling Picasso: The Real Family Story.

Laatste wijziging: 050811