Olga Khokhlova (1891-1955).

Olga Khokhlova, zoals haar naam werd geschreven op officiële documenten, werd als dochter van de legerkolonel Stéphane Khohlova en Lidia Vinchenko op 17 juni 1891 geboren te Niezin in de Oekraïne. Op twintigjarige leeftijd sloot zij zich aan bij het balletgezelschap Ballets Russes van Serge Diaghilev. Van januari tot april 1916 was Olga met het Ballets Russes op tournee in de Verenigde Staten.

reclamefoto voor Ballets Russes met in het midden Olga, 1916/1917

Picasso ontmoette Olga toen hij op uitnodiging van Diaghilev naar Rome ging om mee te werken als decorontwerper voor Parade. Op 18 februari 1917 vertrok Picasso samen met Jean Cocteau naar Rome. Via Napels en Florence keerde Picasso samen met het gezelschap op 30 april 1917 terug in Parijs, waar de door Picasso ontworpen decors en kostuums werden gemaakt.

Op 18 mei 1917 ging Parade voor een perplex publiek in première in het Théâtre du Châtelet. Het gezelschap vertrok begin juni vergezeld van Picasso naar Barcelona. Picasso stelde Olga aan zijn familie voor en Olga bleef bij Picasso in Barcelona toen het gezelschap vertrok naar Zuid Amerika. Aan het einde van de herfst van 1917 keerden Picasso en Olga terug in Parijs, terwijl het Ballets Russes naar Zuid-Amerika vertrok. Na enige tijd vestigden zij zich in de Rue la Boétie, maar verbleven ook in een grote suite van Hôtel Lutetia.

Olga met been in het gips

Op 12 juli 1918 trouwden Picasso en Olga zowel voor de wet als voor de Russische orthodoxe kerk in de Rue Daru. Het huwelijk was eigenlijk eerder gepland, maar was enige tijd uitgesteld wegens de gevolgen van een operatie aan Olga's been. Haar been zat in het gips en zij verbleef enige tijd in het Maison de Santé van Dr. Bonnet in de Rue de la Chaise 7 te Parijs. Op de huwelijksuitnodiging stond dit adres voor Olga vermeld. Picasso maakte tijdens haar veblijf daar de nevenstaande kubistische tekening van Olga. Guillaume Apollinaire, Cocteau en Max Jacob waren getuigen. Na de plechtigheden was er een receptie in hotel Le Meurice in de Rue de Rivoli te Parijs.

Olga en Errázuriz, 1918

Daarna brachten zij eind juli de 'huwelijksreis' door bij Eugenia Errázuriz in haar villa La Mimoseraie aan de Avenue de la Marne te Biarritz. Olga was nog niet hersteld en moest lange tijd met een stok lopen, zoals te zien is op nevenstaande foto. Eind mei 1919 gingen Picasso en Olga op uitnodiging van Diaghilev naar Londen voor de decors en de kostuums van het ballet Le Tricorne. Op 22 juli 1919 ging La Tricorne in het Alhambra in première. Het ballet werd een groot succes en werd aan het einde van 1919 ook in de Parijse Opera opgevoerd. Door dit succes verschenen Olga en Picasso steeds vaker op feesten en partijen. Dit werd versterkt door het succes van 'Pulcinella', dat op 15 mei 1920 in de Parijse Opera in première ging.

Picasso, Olga en zoon Paulo

Op 4 februari 1921 schonk Olga het leven aan een zoon. Hij kreeg de naam Paulo. De relatie tussen Olga en Picasso werd steeds slechter, o.a. door de aandacht die Picasso schonk aan andere vrouwen, zijn werk en zijn hekel aan de wereld waar Olga zich in thuis voelde. Vanaf 1927 was Marie-Thérèse Walter overal waar de familie Picasso verbleef zonder dat Olga dat wist.

In 1928 kreeg Olga zoveel last van bloedingen, dat zij lange tijd doorbracht in de kliniek van Dr. Petit. Zij werd zowel op 12 september als op 2 november geopereerd. Het is niet bekend of dit nog een gevolg was van Olga's plotselinge ziekte in september 1922, toen zij hals over kop uit Dinard was vertrokken om in Parijs geopereerd te worden. Volgens kleinzoon Bernard Picasso kwam oma Olga tijdens de tentoonstelling in Galerie Georges Petit in 1932 erachter, dat Picasso een geheime liefde had.

Paulo en zijn kinderen Pablito en Marina

Nadat Marie-Thérèse in verwachting was geraakt kwam Olga dat via een vriend in het voorjaar van 1935 te weten. Op 29 juni 1935 zette Picasso de eerste stap naar een scheiding en verhuisde Olga met Paulo naar Hôtel California in de Rue de Berri. De bedoeling was om echtscheiding in Spanje aan te vragen, daar het nieuwe republikeinse bewind dit mogelijk had gemaakt. Picasso bleef alleen achter in de Rue la Boétie. De zomer bracht Olga met Paulo in Zuid-Frankrijk door. Op 3 juli 1935 diende Picasso het verzoek tot een scheiding in. Een advocaat in Barcelona moest de echtscheiding gaan regelen, maar van Picasso hoefde hij niet snel te werken, daar Picasso niet de helft van zijn bezit aan Olga wilde kwijt raken. Het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog zorgde voor een vertraging in het voordeel van Picasso. Picasso en Olga kwamen in april 1937 en mei 1938 tot een overeenkomst, maar in maart 1938 draaide Franco, die nu de macht had in Spanje, de mogelijkheid om te scheiden terug. Picasso veranderde de eis tot echtscheiding daarop in een eis tot een juridische scheiding. Op 15 februari 1940 werd deze scheiding officieel uitgesproken, waarbij Paulo aan Picasso werd toegewezen, een notaris de goederen zou kunnen verdelen en Olga Picasso's officiële echtgenote bleef. Olga kreeg o.a. het huis in Boisgeloup met de aanwezige inhoud, bestaande uit schilderijen, tekeningen en sculpturen. Olga ontving ook een geldbedrag en een jaarlijkse toelage voor Paulo. Olga ging in beroep, maar op 5 januari 1943 werd voor het hoogste gerechtshof haar eis afgewezen. Ondertussen had Picasso een procedure gestart om Frans staatsburger te worden, daar hij dan in Frankrijk als Fransman officieel zou kunnen scheiden. Zijn verzoek werd afgewezen.

kaft boek Marina, Engelse versiekaft boek Marina, Franse versiekaft boek Marina, Duitse versie

Het kontakt met Picasso bleef bestaan. De zomer van 1937 bracht Olga o.a. samen met Picasso, Paulo, Marie-Thérèse Walter, haar dochter Maya en Dora Maar door in Mougins. Ondanks dat Olga de beschikking had over Boisgeloup verbleef zij hoofdzakelijk in hotels, die door Picasso werden betaald. Uiteindelijk vestigde zij zich in het bejaardenhuis Beau-Soleil te Cannes. Op 11 februari 1955 overleed Olga in Cannes aan kanker.

Paulo overleed op 5 juni 1975. Hij was van 10 mei 1950 tot 1953 getrouwd met Émilienne Lotte en zij kregen twee kinderen, Pablito (5/5/1949 - 11/7/1973) en Marina (14/11/1950). Later trouwde Paulo met Christine Pauplin en zij kregen in 1959 een zoon, die de naam Bernard kreeg. In 2001 verscheen in New York van Marina Picasso met medewerking van Louis Valentin het boek My Grandfather (ISBN: 1573221910), een Engelse vertaling van de Franse uitgave Grand-père. De Duitse versie heeft als titel Marina Picasso: Und trotzdem eine Picasso. Leben im Schatten meines Großvaters, München 2001 (ISBN 3471784438).

Laatste wijziging: 050811