Irène was geboren op 3 januari 1893 in een klein dorpje vlak bij Maisons-Laffitte, 12 km vanaf het centrum van Parijs. Haar vader was postbode en op haar vijftiende ging zij op een postkantoor werken. Via een plaatselijke dokter kwam zij in Parijs terecht, waar zij via hem aan een Russische advocaat werd gekoppeld. Deze Rus nam haar mee naar St. Petersburg, waar Irène terecht kwam bij een 26-jarige groothertog. In het voorjaar van 1913 keerde zij ziek (tyfus?) terug naar Parijs en ging zij werken in een Music Hall. Na enige tijd trok zij in bij een vriend van Picasso, Serge Férat. Met Serge bezocht zij in augustus 1913 Georges Braque in Sorgues. Terwijl Serge schreef voor zijn Les Soirées de Paris ging Irène tekenen. De verhouding met Serge werd sterk beïnvloed door de claim op hem van Hélène d'Oettingen, die zijn zus werd genoemd, maar in werkelijkheid de maîtresse van zijn vader was geweest. In brieven uit 1915 aan Serges vriend, de Italiaanse schilder en schrijver Ardengo Soffici, schreef zij hier over.
Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werkte Serge als medische vrijwilliger in een ziekenhuis. In augustus 1916 trok Irène Lagut in bij Picasso in zijn villa aan de Victor Hugo 22 te Montrouge. De affaire duurde denkelijk tot begin 1917. Dankzij Apollinaire had Irène Lagut en Léopold Survage een tentoonstelling in januari 1917.
Zij keerde korte tijd terug naar Serge, maar had spoedig een romance met de schrijver en rokkenjager Raymond Radiguet (1903-1923) en in 1921 met de componist Georges Auric (1899-1983). Auric behoorde tot de z.g. Les Six, een groep moderne componisten bestaande uit Auric, Louis Durey (1888-1979), Arthur Honegger(1892-1955), Darius Milhaud (1892-1974), Francis Poulenc (1899-1963) en Germaine Tailleferre (1892-1983). Irène bezocht samen met Auric de gezamelijke zaterdagavonden van Les Six bij Milhaud. De groep werd omgeven door o.a. Marie Laurencin, Jean Hugo en Valentine Gross, Jean Cocteau, Radiguet, Nils en Thora Dardel, Börlin en Rolf de Maré.
In 1921 werkte Lagut mee aan het Ballets Suédois van Rolf de Maré. Jean Cocteau vroeg Lagut om het decor te ontwerpen van Les Mariés de la tour Eiffel, waarvan de eerste uitvoering plaats vond op 18 juni 1921. De muziek was gemaakt door Les Six en de costuums ontworpen door Jean Hugo en Valentine Gross.
In 1922-1923 ging Irène denkelijk weer om met Picasso. De geschiedenis van Irène met o.a. Picasso is door Apollinaire beschreven in La Femme assise. Irène had de naam Elvire en Picasso als Pablo Canouris in de sleutelroman. Irène overleed in 1994 in een bejaardenhuis te Menton.
| Tik op nevenstaande knop om terug te keren naar de webpagina De vrouwen van Picasso. |