Jacques Doucet (1853-1929).

Doucet

Jacques Doucet werd op 19 februari 1853 te Parijs geboren. Hij ging werken bij zijn vader in de kledingzaak, maar maakte daar vanaf 1895 één van de eerste winkels voor haute-couture van. In 1874 begon Doucet met het verzamelen van kunst van zijn tijdgenoten, zoals Monet en Degas. Zelf zei Doucet dat het verzamelen begon na een bezoek aan het atelier van Degas. Ook had hij een grote collectie van 18-eeuwse kunst verzameld. Om zijn verzameling de ruimte te geven verhuisde hij in 1906 naar de Rue Spontini. Naast zijn huis vestigde hij een bibliotheek voor kunst en archeologie die vanaf 1909 voor publiek toegankelijk was.

Doucet verkocht in de herfst van 1913 zijn verzameling van achttieneeuwse schilderijen voor 15 miljoen francs om die te vervangen door kunst van rond 1900. Hij kocht werken van Manet, van Gogh en Cézanne. In 1913 verhuisde Doucet naar Avenue du Bois de Boulogne 46 te Neuilly en gaf hij geld uit aan research, publicaties, artiesten en schrijvers. In 1919 trouwde Jacques Doucet met Jeanne Roger. André Breton werd in 1920 zijn adviseur voor de literaire bibliotheek, maar ook voor schilderkunst.

Neuilly

In 1922 kocht Doucet van de familie Delaunay het werk La Chameuse de Serpents van Douanier Rousseau, nu in het Orsay-museum te Parijs, en in 1924 van Pablo Picasso het schilderij Les Demoiselles d'Avignon, nu in het Museum of Modern Art te New York. Uiteindelijk bezat Doucet 6 Picasso's, waaronder ook La Femme dite au sorbet. Verder bezat Doucet nog werken van Seurat (schets van Circus), Marcel Duchamp (Glijstangen die een watermolen bevatten in aangrenzende metalen uit 1913-1915, nu in Philadelphia Museum of Art en Precision Optics), Francis Picabia, Miró en Henri Matisse (De goudviskom, nu in MOMA).

Hal Neuilly Tapijt Marcoussis

Speciaal voor zijn collectie liet Doucet in 1927 een nieuwe woning met tentoonstellingsruimte bouwen in Neuilly sur Seine, een voorstad van Parijs. In 1928 betrok Doucet de woning. Doucet kocht bij La Maison Myrbor van Marie Cuttoli verschillende tapijten. Op nevenstaande foto van de hal zien we een tapijt ontworpen door Louis Marcoussis. De afmetingen van dit wollen tapijt zijn 253 cm bij 140 cm. De trapleuning was ontworpen door Joseph Csáky.

Hal Neuilly Jardin, 1925

In de hal lag ook het tapijt Jardin (=tuin), dat ontworpen was door Jean Lurçat en gekocht bij La Maison Myrbor. Doucet had het tapijt gezien op de stand van Cuttoli op de Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Moderne. Van het ontwerp werden een beperkt aantal tapijten in diverse kleuren gemaakt. De Amerikaanse Helena Rubinstein had een andere versie qua kleur in de hal van haar New Yorkse appartement.

Duchamp, Doucet en Picabia, 1923? Picabia, Transparency, 1929, afm.:100 x 86 cm

Op de foto van Doucets hal zien we links een gouache van Picabia, genoemd Transparency uit 1929. Het achterliggende metalen frame was gemaakt door Legrain. Picabia en Duchamp gingen zeer vriendschappelijk met Doucet om. Op nevenstaande foto, genomen rond 1923 in de woning Maison Rose van Picabia in Tremblay-sur-Mauldre, zien we deze drie personen. In augustus 1924 had Doucet geregeld contact met Marcel Duchamp in verband met de optical machine die Duchamp aan het bouwen was en Doucet mede financierde. Doucet stierf vrij plotseling op 30 oktober 1929 te Neuilly. De Rotative Demi-sphère (Optique de Précision) ging naar Henri-Pierre Roché, de vriend van Marcel Duchamp.

Al voor zijn dood liet Doucet aan de Universiteit van Parijs een grote verzameling van kunst- en literatuurboeken na: La Bibliothèque d'Art et d'Archéologie. Vooral de geschiedenis van het surrealisme was zeer belangrijk.

Zijn vrouw Jeanne Doucet probeerde met behulp van een neef van haar man, Jean Dubrujeaud, de collectie in stand te houden. Om financiële reden werden soms veilingen gehouden en werken verkocht. Zo werden in 1937 kubistische werken van Braque en Picasso verkocht in New York. In 1958 nam Dubrujeaud de collectie over en schonk in 1968 een groot deel van zijn bezit aan zijn zoon, schilder en graveur in Avignon Jean Angladon-Dubrujeaud (1906-1979) en zijn vrouw Paulette Martin. Zij schonken hun bezit wegens het ontbreken van kinderen via de Fondation de France aan een Avignon Foundation om een museum te stichten. Het Angladon-Dubrujeaud Museum werd op 15 november 1996 geopend in het gerestaureerde 18-eeuwse hôtel particulier, gelegen in het centrum van Avignon.

Zie voor verdere informatie:

In 1986 verscheen van François Chapon, ouddirecteur van de Bibliothèque Littéraire Jacques Doucet het boek Mystères et splendeurs de Jacques Doucet. In 1996 werd bij Plon-Perrin een herziening onder de titel Jacques Doucet et l'art du mécénat uitgegeven.

Laatste wijziging: 031011