Alfred Stieglitz (1864-1946).

Alfred Stieglitz, 1907

De Amerikaanse fotograaf Alfred Stieglitz werd op 1 januari 1864 te Hoboken (New Jersey) geboren als eerste kind in een welvarend Duits immigrante gezin. Het gezin met uiteindelijk zes kinderen verhuisde in 1871 naar New York. Zijn vader was een amateurschilder en kwam in 1850 naar de V.S., zijn moeder in 1852. In 1881 kon zijn vader stoppen met werken en ging het gezin naar Duitsland om de kinderen een Europese opleiding te geven. Hij ging na een jaar op de Karlsruhe Realgymnasium in 1882 in Berlijn voor ingenieur studeren aan de Technische Hochschule. Tijdens zijn studie ontdekte hij het fotograferen en stapte hij over naar de universiteit van Berlijn, waar hij zich ook met fotochemie bezig hield. In 1887 won hij met fotograferen een prijs. Op aandringen van zijn vader keerde Alfred in 1890 naar New York terug. In 1893 trouwde Stieglitz met Emmeline Obermeijer en in 1898 werd zijn enig kind Katherine geboren. Van 1893 tot 1896 was hij redacteur bij het tijdschrift American Amateur Photographer.

Edward Steichen Little Galleries of the Photo-Secession

Op 25 november 1905 vestigde hij met zijn vriend, de schilder en fotograaf Edward Steichen (1879-1973), in Steichens atelier de foto-galerie Little Galleries of the Photo-Secession op de zolder van het huis op de Fifth Avenue 291. In de zomer van 1907 bracht Stieglitz een bezoek aan Parijs. Begin 1908 begon Stieglitz naast foto's ook met andere kunstexposities. De eerste keer, januari 1908, liet hij tekeningen van Auguste Rodin zien. Deze waren door Steichen, die opnieuw in 1906 naar Parijs was vertrokken en die Rodin had leren kennen in de periode 1900-1902 toen Steichen ook al in Parijs verbleef, opgestuurd. In april 1908 hield Stieglitz de eerste tentoonstelling van Henri Matisse in de V.S. Beide tentoonstellingen zorgden voor veel commotie en een aantal fotografen haalden hun werk weg.

galerie 291 Nadat het driejarig contract in 1908 was afgelopen en de huisbaas een nieuw vierjarig contract voor het dubbele huurbedrag aanbod, verhuisde de galerie in december 1908 naar een ruimte op nummer 293 en gaf Steglitz zijn galerie de naam 291. Deze verhuizing werd mogelijk gemaakt door de advocaat en amateurfotograaf Paul Haviland, de oudere broer van Frank Burty, die de financiën voor de huur verzorgde. Steglitz liet vooral de nieuwe ontwikkelingen in de kunst zien met tentoonstellingen. Zie voor een overzicht de webpagina: Tentoonstellingen in Galerie 291.


Naakt, 1910, MOMA Camera work, 1903 In 1909 bracht Stieglitz opnieuw een bezoek aan Parijs, waar hij de schilderijen van Matisse bij Sara en Michael Stein zag en een dag later de verzameling van Leo en Gertrude Stein. Gegrepen door de werken van Matisse en Picasso organiseerde Stieglitz nu ook een tentoonstelling voor Picasso, waar Weber al veel eerder op had aangedrongen. De werken van Picasso op de tentoonstelling in 1911 waren uit de periode 1905-1910, die dankzij de medewerking van Gertrude Stein en Frank Burty door Stieglitz konden worden tentoongesteld. Frank Burty was de broer van Paul Haviland, die met Alfred Stieglitz samenwerkte. Het was de eerste tentoonstelling van Picasso's werk in Amerika. Stieglitz kocht nevenstaande houtskool tekening Naakt uit 1910. Van de rest werd slechts één werk verkocht. Stieglitz probeerde de rest voor $ 2.000 te verkopen aan het New Yorkse Metropolitan Museum of Art, maar de curator Bryson Burroughs had geen interesse. Het gekochte werk van Picasso werd afgedrukt in oktober 1911 in Camera Work (nr. 36). Van Camera Work verschenen van januari 1903 tot eind 1917 in totaal 50 nummers. Tot 1908 werden uitsluitend foto's en artikelen over fotograveren gepubliceerd, maar vanaf 1908 kwam er steeds meer aandacht voor andere kunsten.

Camera work, 1912

Van mei tot november 1911 verbleef Stieglitz in Europa. Hij bezocht o.a. München, Stuttgart en Lucerne. Aan het einde van die zomer verbleef Stieglitz drie weken in Parijs. Hij bezocht daar de Salons en galeries en sprak hij met Rodin, Matisse en Picasso. Terug in Amerika probeerde hij te vergeefs het Metropolitan Museum over te halen een expositie te organiseren van Cézanne, van Gogh, Matisse en Picasso. In augustus 1912 zorgde Stieglitz voor een speciaal nummer van het blad Camera Work over de moderne kunst in Europa. Hierin stond reproducties, o.a. de twee nevenstaande afbeeldingen van het kubistische beeld van Fernande uit 1909 dat hij op 15 januari 1912 bij Vollard had gekocht, en ook een bijdrage van Gertrude Stein over Matisse en Picasso. In hetzelfde nummer stonden ook afbeeldingen van Picasso's werken Reservoir te Horta de Ebro uit 1909, Naakt uit 1910 en Portret van Kahnweiler uit 1910.

Duchamp: Naakt, een trap afdalend

Alfred Stieglitz zorgde ervoor dat het kunstklimaat voor de modernisten zodanig verbeterd werd, dat anderen het initiatief namen om grote tentoonstellingen te gaan organiseren waar ook werken die niet aan de academische traditie voldeden. Allereerst in 1910 de Exhibition of Independent Artists door Henri, Sloan, Davies en Kuhn. Hier werden 500 werken zonder jury en prijzen getoond in een ruimte aan de West Thirty-fifth Street. Een nog grotere tentoonstelling was de International Exhibition of Modern Art, die werd gehouden van 17 februari t/m 15 maart 1913 in New York. De tentoonstelling werd bekend onder de naam Armory Show, daar deze gehouden werd in het Arsenaal van het 69ste regiment. De Amerikanen kregen de kans uitgebreid kennis te maken met de Europese kunst. Vooral het nevenstaande schilderij Naakt, een trap afdalend van Marcel Duchamp zorgde ervoor dat het kubisme in heel het land bekend werd. Stieglitz leende o.a. zijn kubistische beeld van Fernande uit 1909 aan de tentoonstelling uit. De tentoonstelling trok daarna in Boston en Chicago zeer veel bezoekers.

Portret van Alfred Stieglitz, afm.: 26,7 x 21,6 cm

Stieglitz was het middelpunt van een uiterst actieve avant-garde groep van Amerikaanse schilders, de verzamelaars Walter C. Arensberg en Katherine S. Dreier en een grote groep uit Europa afkomstige kunstenaars, zoals Albert Gleizes, Francis Picabia en Marcel Duchamp. Meestal kwamen zij bijeen bij Stieglitz of bij de familie Arensbergen. In 1913 maakte Man Ray het nevenstaande portret van Stieglitz, waarin een verwijzing stond naar de Galerie 291 en geschilderd had na de Armory Show.

tijdschrift 291, 1-3-1915

In maart 1915 bracht Stieglitz, op aandrang van Paul Haviland, samen met Agnes Meyer en Marius de Zayas het tijdschrift '291' uit, met daarin artikelen van kunstenaars, o.a. van Marcel Duchamp en Picabia en reprodukties van kubisten en andere moderne kunstenaars. Vooral nog onbekende Amerikaanse kunstenaars kregen via Stieglitz een kans om bekend te worden. Een van hen was Georgia O'Keeffe in 1916. In februari 1916 verscheen het laatste nummer.

Op 7 oktober 1915 opende Stieglitz de Modern Gallery op de Fifth Avenue 500 te New York om moderne kunst te promoten en te verkopen. Marius de Zayas leidde de nieuwe galerie. De galerie 291 bleef zijn oude taak voortzetten. Er waren maar drie kopers in de drie jaar dat de Modern Gallery bestond, n.l. Arthur B. Davies, John Quinn en vlak voor de sluiting in 1918 Walter Arensberg.

Bouteille et verre sur un guéridon,afm.: 62,6 x 47,3 cm

In 1915 kocht Stieglitz het nevenstaande papier collé Bouteille et verre sur un guéridon van Picasso uit 1912. Hij kocht het werk op de tentoonstelling An Exhibition of Recent Drawings and Paintings by Picasso and by Braque, of Paris, die van 9 december 1914 t/m 11 januari 1915 gehouden werd in zijn galerie 291. In 1950 kreeg het Metropolitan Museum of Art te New York het werk uit de erfenis.

An American Place, 1933

In mei 1917 sloot, mede door de Eerste Wereldoorlog, Stieglitz de galerie 291 en in juni 1917 verscheen het laatste nummer van Camera Work. In 1918 verliet Stieglitz zijn vrouw en dochter en hij trok in bij de schilderes Georgia O'Keeffe. Stieglitz trouwde in 1924 kort na zijn scheiding met haar en zij was tot zijn dood vaak het onderwerp van zijn foto's. In 1925 organiseerde Stieglitz de expositie Seven Americans in de Anderson Galleries te New York. Het succes zorgde ervoor dat Stieglitz opnieuw een galerie opende. Van 1925 tot 1929 had hij The Intimate Gallery in het Anderson Galleriesgebouw. Stieglitz kreeg in 1928 een hartaanval, waarvan hij niet geheel herstelde. Mede door zijn gezondheid en de verkoop van het gebouw wilde Stieglitz stoppen met de galerie, maar zijn vrouw en vrienden wilden hem een plaats geven waar hij verder kon met zijn ideaal om kunstenaars een expositieplaats te geven. In december 1929 opende zijn nieuwe galerie An American Place op de Madison Avenue 509, kamer 1710. Heel zijn leven zette hij zich in om fotograferen tot een kunstvorm te verheffen. Toen hij in 1937 niet meer zijn camara's kon hanteren stopte hij met fotograferen. Op 13 juli 1946 overleed Stieglitz in New York.

Zie voor verdere informatie:

William Innes Homer: Alfred Stieglitz and the American Avant-garde, Londen 1977.
Sarah Greenough: Modern Art and America: Alfred Stieglitz and His New York Galleries, Washington D.C., 2000.
Dorothy Norman: Alfred Stieglitz: An American Seer, New York 1973.