Serge Diaghilev (1872-1929).

Serge Pavlovitch Diaghilev (ook geschreven als Serge Pavlovich Diaghilew, Djagilews en Diaghileff) werd geboren op 19 maart 1872 in de militaire barakken van Novgorod. Zijn vader was daar voor een jaar gelegerd, daarna woonde Serge in St. Petersburg. De geboorte van Serge ging met moeilijkheden gepaard en zijn moeder overleed enkele dagen later. In 1874 hertrouwde Serges vader met Helene Valerianova Panieva (andere bron Elena Valerionova Panaeva). Zij zorgde voor een culturele muzikale opvoeding van Serge. In 1882 verhuisde het gezin naar Perm, waar het introk bij Serges grootvader Pavel Dimitrievitch Diaghilev. Serges vader kreeg een functie bij de Reserve Infantrie in Perm. Spoedig werd het huis een cultureel centrum van de stad. In Perm volgde Serge het gymnasium waarna hij in 1890 rechten ging studeren aan de Universiteit van Sint-Petersburg en bezocht Serge het conservatorium. Hier maakte hij via zijn neef Dima Filosofov (ook geschreven Dmitrï Philosophoff) kennis met o.a. Alexandre Benois (1870-1960) en Walter Nouvel. Samen met Dima bezocht Serge Berlijn, Parijs, Rome, Venetië, Florence en Wenen.

Alexandre Benois was een van de oprichters van de kunstenaarsgroep Mir Isstkustva (ook geschreven als Mir Isk(o)usstva =De wereld van de kunst; Engels: World of Art) in 1898 te St. Petersburg. Mede oprichters waren Nouvel, Filosofov, Léon Bakst (eigenlijk Lev Samoilovich/Samuelevitsj Rosenberg 1866-1924), Grisha Kalin en A. Skalon (1874-1942). Serge ging deel uitmaken van deze groep. In de zomer van 1893 brachten Serge en Dima opnieuw een bezoek aan West-Europa, waarbij vooral Berlijn en München werden bezocht. In 1895 bezocht Serge alleen West-Europa.

Mir Isstkustva, 1903

In 1897 en 1898 organiseerde Serge drie tentoonstellingen in Moskou. Op 10 november 1898 verscheen het eerste tijdschriftnummer Mir Isstkustva, geproduceerd door Serge en Filosofov en gefinancierd door spoorwegmagnaat Savva Mamontov en prinses Tenisheva (1867-1928). Het tijdschrift zette zich af tegen het Russische realisme en academisme. In 1899 werd Prins Serge Wolkonsky, een vriend van Serge, directeur van de keizerlijke theaters. Hij zorgde ervoor dat Diaghilev zijn assistent werd en de andere vrienden ook een functie of werk kregen. Het eerste werk van Diaghilev was een opvallend jaarboek van de keizerlijke theaters. In 1899 organiseerde Diaghilev in het Stieglitz Museum een internationale tentoonstelling met ruim 300 werken uit negen landen, waar vooral Franse impressionisten veel aandacht trokken. De tweede tentoonstelling in hetzelfde museum liet werk van Russische schilders uit de 18de en 19de eeuw zien. Dankzij de Groothertog Vladimir werd de derde tentoonstelling gehouden in de academiehallen. In 1900 bezocht Diaghilev de wereldtentoonstelling in Parijs en zag hij Russische prijswinnaars, o.a. Valentin Serov (1865-1911). Via Serov, die een portret van Tsaar Nicholas II en van de latere Tsaar Alexander III schilderde, kreeg Diaghilev van de Tsaar financiële steun om het tijdschrift Mir Isstkustva de komende vijf jaar uit te brengen. Nadat Filosofov gestopt was werd Benois mederedacteur van Mir Isstkustva. In totaal werden zes tentoonstellingen georganiseerd. Voor het organiseren van de tentoonstellingen en de research voor zijn artikelen reisde Diaghilev heel Europa af. In 1904 hield het tijdschrift Mir Isstkustva op te bestaan. De financiële bijdrage van de Tsaar werd door de Russische-Japanse oorlog, die zich afspeelde in de perode februari 1904 tot september 1905, niet verlengd.

L'Exposition d'Art Russe, Parijs 1906

In 1905 organiseerde Diaghilev de Historische kunsttentoonstelling van Russische portretten, 1705-1905 in het Taurisch Paleis. Léon Bakst ontwierp een wintertuin in Franse stijl en Diaghilev en Benois waren verantwoordelijk voor de plaatsing van 4000 schilderijen en beelden. In 1906 kwam Diaghilev naar Parijs om de tentoonstelling van Russische kunst onder de naam Russian seasons op de Salon d'Automne te begeleiden. Onder de naam L'Exposition d'Art Russe werden twaalf zalen van het Grand Palais door de Russische schilder Léon Bakst gedecoreerd en volgehangen met 750 werken van 53 kunstenaars. Benois ontwierp de catalogus met daarin een overzicht van de Russische kunstgeschiedenis. Benois schreef de Franse tekst en Igor Grabar de Duitse. De schilder Larionov hielp Diaghilev met de inrichting. De expositie Twee eeuwen Russische kunst ging daarna nog naar Berlijn en Venetië. Diaghilev werd min of meer de onofficiële ambassadeur van de Russische cultuur.

Serov, 1909

Het succes van de tentoonstelling en zijn intresse in muziek bracht Diaghilev tot het organiseren van het uitvoeren van Russische muziek, o.a. van Nikolai Rimsky-Korsakov en Sergei Rachmaninov, in de Parijse Opera in mei 1907 onder de naam van 'Russische muziek door de eeuwen heen'. Het succes zorgde ervoor dat in 1908 een complete opera, n.l. Boris Godunov van Modeste Mussorgsky, acht keer werd uitgevoerd. Diaghilevs vriend Benois had in 1907 met Fokine de balletvoorstelling Le Pavillon d'Armide ontworpen voor het Maryinsky balletgezelschap. Fokone, Nijinski en Pavlova waren daarvan de sterren. Ook Bakst had in 1903 meegewerkt aan het ballet La Fée des Poupées in het Hermitage theater en aan een serie griekse producties. In 1909 probeerde Diaghilev met zijn vrienden een opera met ballet in Parijs op te laten voeren, maar de dood van Groothertog Vladimir, die min of meer voor de financiën zou zorgen verhinderde dit. Na aanpassing van het programma en de financiële hulp van anderen kon Diaghilev met een groep Russische balletdansers, afkomstig van het balletgezelschap van het Maryinsky theater, dat op 1 mei het winterseizoen had afgesloten, naar Parijs afreizen. In enkele dagen werd het Théâtre du Châtelet totaal gerenoveerd. De eerste voorstelling onder de naam Saisons Russes vond plaats op 18 mei 1909. De producties werden spoedig bekend onder de naam Ballets Russes. Diaghilev zorgde ervoor dat het ballet een zelfstandige kunstvorm werd, die ondersteund werd door andere kunstvormen. Het decor en de kleding kreeg een eigen status.

In de jaren daarna bracht Diaghilev vele verschillende balletten, die speciaal voor Parijs werden gemaakt en niet meer afkomstig waren uit het Maryinsky repertoire. In 1911 kon Diaghilev rond de sterdanser Nijinsky een eigen gezelschap formeren. Het gevolg was dat voor een groot deel van het jaar voorstellingen moesten worden afgesproken. Voorstellingen werden gegeven in Monte Carlo, Rome, Parijs en Londen. In 1912 werden Berlijn, Dresden, Wenen, Boedapest, Monte Carlo en Parijs aangedaan. In 1913 bezocht het gezelschap zonder Diaghilev Zuid-Amerika. In 1914 werd het gezelschap door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zwaar gedupeerd, daar na de vakantie de voorstellingen in Parijs, Londen en Berlijn niet meer doorgingen. Diaghilev vestigde zich met Bakst, Stravinsky, Gontcharova, Larionov, Massine en dirigent Ernest Ansermet in Zwitserland en probeerde hij om nieuwe dansers te vinden voor de opengevallen plaatsen. Een aantal dansers en danseressen was op vakantie in Rusland. In 1915 vertrok het vernieuwde gezelschap naar New York om voorstellingen te geven in de Metropolitan Opera. Ook werden in zestien andere steden voorstellingen gegeven. Tijdens de Amerikaanse tour kwam Diaghilev terug naar Europa en vestigde hij zich in Rome. Hier werkte Diaghilev samen met Picasso. Picasso werkte mee aan The Three Cornered Hat, Pulcinella, Cuadro Flaminco en het bekendste 'kubistische' werk Parade.

Venetië, 21-8-1929

In 1917 maakte het gezelschap een tweede tour door Zuid-Amerika. Met de financiële steun van Coco Chanel was Diaghilev in staat het gezelschap aan het eind van de oorlog in stand te houden. Vanaf 1923 werd Monte Carlo voor zes maanden per jaar de thuisbasis van het gezelschap. Daarnaast werd een tour van vier maanden gehouden. Na de Russische Revolutie kwamen ook weer Russische vrienden en dansers naar het westen. Diaghilev kreeg last van suikerziekte. In juli 1929 keerde Diaghilev zeer vermoeid uit Londen terug naar Parijs. Zijn vriend Walter Nouvel haalde hem op het station af en liet in het hotel zijn dokter komen. Deze raadde Diaghilev aan niet op vakantie te gaan in Venetië, maar naar Vichy af te reizen. Na een kort verblijf in Vichy bezocht Diaghilev het Salzburg Festival en ging daarna naar Venetië. Vanaf 12 augustus kwam Diaghilev niet meer uit bed. Boris Kochno, Coco Chanel en Misia Sert bezochten hem daar. Op 19 augustus overleed Diaghilev. Op 21 augustus werd hij op het eiland San Michele begraven.

Laatste wijziging: 230911