Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog werd het bezit van de Duitse kunsthandelaar Daniel-Henry Kahnweiler in een viertal veilingen door de Franse Staat verkocht via het veilinghuis Hôtel Drouot. De veiling was georganiseerd door de Liquidateur-séquestre, J. Zapp, een ambtenaar van het Ministerie van Financiën. De veilingmeester was Alphonse Bellier en Léonce Rosenberg was de deskundige in verband met de kubistische schilderijen. Rosenberg verzorgde ook de catalogus van de eerste drie veilingen, waarin een aantal werken stond afgebeeld. Zie de webpagina Veilingen geconfisqueerd bezit Daniel-Henry Kahnweiler.
De vierde veiling werd gehouden op 7 en 8 mei 1923 en begon op beide dagen om 14.00 uur. Op zondag 6 mei 1923 kon van 14.00 uut tot 18.00 uur de kunstwerken bekeken worden.
In het boek van Malcolm Gee Dealers, Critics, and Collectors of Modern Painting: Aspects of the Parisian Art Market Between 1910 and 1930, uitgegeven te New York in 1981 (ISBN: 0-8240-3931-9) staat een overzicht van de verkochte schilderijen van o.a. Picasso, Braque, Léger en Gris. De verkoopprijzen waren afkomstig uit La Gazette de l'Hôtel Drouot van 15 mei 1923 met de gegevens van de veiling. De veilingnummers voorzien van een * waren afgebeeld in de catalogus. Behalve de titel van het werk, werden ook de afmetingen vermeld en of het schilderij een ovale vorm had. Soms stond ook een jaartal, 'papier collé', 'gouache' of 'dessin' (=tekening)vermeld. Stond bij de eerste drie veilingen meestal de naam van de koper vermeld bij deze vierde veiling ontbrak helaas de naam van de koper. In de loop van de tijd zijn ook een aantal niet afgebeelde schilderijen als veilingstukken achterhaald.
Het hieronderstaande overzicht van Braque, Gris, Léger en Picasso komt hoofdzakelijk uit bovengenoemd boek van Malcolm Gee aangevuld met gegevens uit andere bronnen. De verkochte kunstwerken van André Derain, Maurice de Vlaminck en Manolo worden niet vermeld.
Naast vele papiers collés werden ook een groot aantal tekeningen van Braque op deze veiling verkocht. De tekeningen werden in drie stapels verkocht. De nummers 22 t/m 40 (19 stuks) gingen voor het totale bedrag van 780 FF weg, de nummers 41 t/m 46 voor 210 FF en de nummers 47 t/m 56 (10 stuks) voor 280 FF.
veiling- nr. | kunstwerk | veilingtitel | extra geg. | prijs in FF | opmerking |
1 | Nature morte | ovaal papier collé | 55 | Van het geveilde ovale papier collé met de afmetingen 25 cm bij 20 cm ontbreken verdere gegevens. | |
2 | ![]() | L'As de Pique | ovaal papier collé | 45 | Gezien de titel en de afmetingen was het geveilde ovale papier collé met de afmetingen 30 cm bij 25 cm vast en zeker Verre et as de pique uit 1913. Verder zijn geen gegevens bekend. |
3 | ![]() | La Bouteille de Marc | ovaal papier collé | 35 | Gezien de titel en de afmetingen was het geveilde ovale papier collé met de afmetingen 35 cm bij 29 cm vast en zeker het nevenstaande werk uit 1913. In het boek Braque cubism worden twee bijna gelijke werken aangegeven, waarvan er één tot de Menil Family Collection behoort. Dit papier collé was geveild op 10 mei 1950 bij Parke Barnet te New York. Eerdere bezitters waren de New Yorker Shott Lander en de Hugo Gallery te New York. |
4 | ![]() | La Guitare | ovaal papier collé | 80 | Gezien de titel en de afmetingen was het geveilde ovale papier collé met de afmetingen 35 cm bij 29 cm vast en zeker het nevenstaande werk uit 1913. Het papier collé behoorde tot de collecties van Mevr. Charles H. Russel te New York, Eugene Thaw te New York en in de periode 1975-1976 van Artémis. Daarna kwam het werk in de collectie van Mevr. Thomas J. Hardman. |
5 | L'Arlequin | papier collé | 55 | ![]() Denkelijk was het nevenstaande Fumeur de Pipe uit 1912 het geveilde werk, dat gekocht werd door Raoul la Roche. In 1963 schonk la Roche het papier collé aan het Kunstmuseum te Bazel. | |
6 | ![]() | Nature morte | papier collé | 160 | Het nevenstaande papier collé Bouteille et Paquet de Tabac Le Courrier uit 1913 met iets kleinere afmetingen, dat beschouwd wordt als het geveilde papier collé, kwam in de verzameling van Albert E. Gallatin terecht. In 1952 werd het werk nagelaten aan het Philadelphia Museum of Art. |
9 | ![]() | Le Damier | papier collé | 170 | Gezien de gegeven afmetingen was
denkelijk het nevenstaande Le damier uit 1913 het geveilde papier collé. Een probleem is dat in diverse boeken verschillende afmetingen worden gegeven. In 1956 bezat Jeanne Bucher het werk en daarna de accountant Bernard J. Reis. Na het overlijden van Reis in 1978 kwam het werk via zijn weduwe later bij zijn dochter Barbara Poe-Reis. Het werk behoort nu tot het Rosengart Collection Museum te Luzern. |
10 | ![]() | Le Violon | 200 | Gezien de gegeven afmetingen was misscien het nevenstaande papier collé Guitare LE PETIT ECLAIREUR uit 1913 het geveilde werk. Bij het geveilde werk werd echter geen papier collé vermeld. Het papier collé kwam in de verzameling van Roger Dutilleul te Parijs en na zijn dood bij zijn erfgenaam Jean Masurel. In 1980 werd het werk door Masurel geschonken aan het Musée d'Art Moderne du Nord in Villeneuve d'Ascq. | |
11 | ![]() | La Guitare | papier collé | 280 | Gezien de gegeven afmetingen was denkelijk het nevenstaande papier collé Guitare et Bouteille uit 1913 het geveilde werk. Het papier collé maakte deel uit van de collectie André Cournand te Parijs. In 1947 kocht het Museum of Modern Art te New York het werk dankzij de nalatenschap van Lillie P. Bliss. |
12 | Nature morte | papier collé | 100 | ![]() ![]() Gezien de gegeven afmetingen, n.l. 73 cm bij 102 cm, komen twee werken in aanmerking. Allereerst het nevenstaande papier collé La Guitare Statue d'Epouvante uit 1913, waarvan verdere gegevens ontbreken. Het andere werk is het nevenstaande Bouteille et verre STANDARD uit 1913. Het papier collé kwam via de Buchholz Gallery van Curt Valentin in New York en de kunstverzameling van de architect Ludwig Mies van der Rohe (1886-1969) te Chicago in de verzameling van een particulier in Chicago. | |
13 | Violon et pipe | papier collé | 400 | ![]() Gezien de titel van het geveilde papier collé zou het nevenstaande papier collé Violon et pipe Le Quotidien uit 1913 het bewuste papier collé kunnen zijn ondanks dat de afmetingen iets afwijken van de opgegeven 76 cm bij 108 cm. Het nevenstaande werk werd op 25 november 1965 door de Franse Staat bij de tweede veiling van André Lefèvre voor de werkelijke veiling aangekocht. Het werk behoort nu tot de collectie van het Museum National d'Art Moderne te Parijs. | |
14 | ![]() | Flûte et verre | papier collé | 430 | Het nevenstaande papier collé La Clarinette uit 1913 werd op de veiling gekocht door Amédée Ozenfant. In 1952 verkocht Ozenfant het werk voor $ 8.000 aan Nelson D. Rockefeller te New York. Rockefeller schonk het werk aan het Museum of Modern Art te New York. |
15 | Figure | tekening | 30 | Van de tekening met de afmetingen 62 cm bij 47 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
16 | Nature morte | tekening | 40 | Van de tekening met de afmetingen 47 cm bij 62 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
17 | Nature morte | tekening | 30 | Van de tekening met de afmetingen 70 cm bij 51 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
18 | Le Compotier | papier collé | 35 | ![]() Gezien de titel en de juiste afmetingen was het geveilde papier collé denkelijk het nevenstaande papier collé, dat op 27-28 november 1935 geveild werd tijdens de veiling van de collectie Jacques Zoubaloff. Het papier collé maakte misschien deel uit van de kunstverzameling van Roland Penrose. | |
19 | L'As de Pique | papier collé | 30 | ![]() Misschien dat het nevenstaande papier collé Verre et As uit 1913 het geveilde papier collé was, ondanks de grotere aangegeven afmetingen van 32 cm bij 50 cm. In 1926 verkocht Galerie Pierre te Parijs het papier collé aan William Preston Harrison (1869-1940). Het nevenstaande papier collé werd door hem in 1931 geschonken aan het Los Angeles County Museum of Art. | |
20 | La Guitare | tekening | 35 | Volgens de schrijver Robert Desnos was de tekening op de achterkant gesigneerd door Picasso en had het niet de opgegeven afmetingen van 37 cm bij 46 cm maar 24 cm bij 31 cm. De tekening werd volgens Desnos gekocht door Paul Éluard. | |
21 | Le Bock | papier collé | 45 | ![]() Volgens het boek Braque Cubism was het geveilde papier collé met de afmetingen 33 cm bij 25 cm het iets kleinere Verre et Paquet de Tabac Boc uit 1912-1913. Het papier collé werd in 1963 door Raoul la Roche geschonken aan het Öffentliche Kunstsammlung Basel. | |
97 | Le Verre | ovaal | 75 | ![]() Gezien de titel, juiste maten en de ovale vorm zou het geveilde werk het nevenstaande Verre uit 1913 kunnen zijn geweest. | |
98 | Le Verre | 200 | ![]() Ondanks het ontbreken van de opmerking 'ovaal' zou gezien de titel en de juiste afmetingen het geveilde werk het nevenstaande Le Verre uit 1912 kunnen zijn geweest. Verdere gegevens ontbreken. | ||
99 | Le Verre | ovaal | 200 | ![]() Missien was het geveilde ovale werk het nevenstaande Le verre d'absinthe uit 1911. De opgegeven afmetingen van het geveilde werk waren 31 cm bij 25 cm. Ook veilingnummer 106 of veilingnummer 118 zou het kunnen zijn geweest. | |
100 | Nature morte | ovaal | 150 | ![]() Gezien de afmetingen, 22 cm bij 27 cm, zou het nevenstaande Le Verre LE HAVRE uit 1912 het geveilde werk kunnen zijn. Behalve, dat Galerie Percier eigenaar is geweest, zijn er verder geen gegevens bekend. | |
101 | Nature morte | ovaal | 85 | ![]() Gezien de gegeven afmetingen, 35 cm bij 24 cm, zou het nevenstaande Verre et Pipe uit 1912 het geveilde werk kunnen zijn. Behalve dat het werk behoorde tot de kunstverzameling van Roger Dutilleul, zijn er verder geen gegevens bekend. | |
102 | Nature morte | ovaal | 85 | Van het ovale werk met de afmetingen 24 cm bij 36 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
103 | Nature morte | ovaal | 100 | Van het ovale werk met de afmetingen 24 cm bij 35 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
104 | Nature morte | 230 | ![]() Van het werk met de afmetingen 24 cm bij 33 cm zijn verder geen gegevens bekend. In het boek Braque Cubism zijn twee werken aanwezig met de opgegeven afmetingen. Aangezien het ene werk, La Tasse uit 1912, al in 1920 in handen was van Alfred Flechtheim, blijft alleen het nevenstaande Bouteille et Verre uit 1910 over als mogelijkheid. Verder zijn er geen gegevens bekend. | ||
105 | Nature morte | 300 | Van het werk met de afmetingen 23 cm bij 22 cm zijn verder geen gegevens bekend. | ||
106 | Le Verre | ovaal | 230 | Van het ovale werk met de afmetingen 30 cm bij 25 cm zijn verder geen gegevens bekend. Zie ook de opmerking bij veilingnummer 99. | |
107 | Nature morte | ovaal | 230 | Op 14 april 1970 werd bij Christie's een ovaal werk, dat had behoord tot de kunstverzameling van Henri-Pierre Roché, met iets kleinere afmetingen dan de opgegeven afmetingen 27 cm bij 35 cm met de titel Le Bol de café verkocht, dat misschien dit geveilde werk was. Verder zijn geen gegevens bekend. | |
108 | ![]() | Nature morte | ovaal | 90 | Denkelijk was het nevenstaande schilderij La Bouteille uit 1910-1911 ondanks de iets kleinere afmetingen het geveilde werk. Verder zijn geen gegevens bekend. |
109 | Nature morte | 200 | Van het ovale werk met de afmetingen 37 cm bij 25 cm zijn verder geen gegevens bekend. | ||
110 | Le Verre | 150 | ![]() Gezien de titel en de gegeven afmetingen, 28 cm bij 22 cm, zou het nevenstaande Le Verre uit 1911 het geveilde werk kunnen zijn geweest. Het werk is in het bezit geweest van de Marcks Gallery te New York. Verdere gegevens ontbreken. | ||
111 | ![]() | Nature morte | 220 | Volgens het boek van Malcolm Gee zou het werk met de afmetingen 34 cm bij 25 cm op 12 december 1925 opnieuw geveild zijn en voor 2000 FF verkocht zijn aan Dhr. Victor en terecht zijn gekomen in het Art Institute of Chicago. Volgens AIC gaat het om de nevenstaande collage Verre et Paquet de Tabac LE CYCLOTOUR dat via Earl Hoter terecht kwam bij het echtpaar Goodspeed. Na de dood van haar man schonk Bobsy Goodspeed in 1947 het werk aan het museum. | |
112 | Le Violon | 160 | ![]() Gezien de titel en de juiste afmetingen, 35 cm bij 24 cm, zou het nevenstaande Le violon uit 1913 het geveilde werk kunnen zijn geweest. Verdere gegevens ontbreken. | ||
113 | Le Paysage | 75 | Van het werk met de afmetingen 46 cm bij 38 cm zijn verder geen gegevens bekend. | ||
114 | La Guitare | 555 | ![]() Gezien de titel en de juiste afmetingen, 73 cm bij 54 cm, zou het geveilde werk het nevenstaande schilderij Guitare VALSE uit 1913 kunnen zijn geweest. Het olieverfschilderij behoorde tot de collectie van Comte Etienne de Beaumont te Parijs. | ||
115 | Paysage | 350 | Van het werk met de afmetingen 46 cm bij 38 cm zijn verder geen gegevens bekend. | ||
116 | Le Port | 580 | Gezien de titel en de afmetingen, 38 cm bij 46 cm, was het geveilde werk denkelijk een fauvistisch werk. Er zijn verder geen gegevens bekend. | ||
117 | Le Verre | ovaal | 320 | ![]() Gezien de titel, de ovale vorm en de juiste afmetingen, 24 cm bij 35 cm, zou het nevenstaande Bouteille et Verre uit 1910-1911 het geveilde werk kunnen zijn. Verdere gegevens ontbreken. | |
118 | Le Verre | ovaal | 150 | Van het ovale werk met de afmetingen 30 cm bij 25 cm zijn verder geen gegevens bekend. Zie ook de opmerking bij veilingnummer 99. | |
119 | Nature morte | ovaal | 210 | Van het ovale werk met de afmetingen 55 cm bij 46 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
120 | Nature morte | ovaal | 100 | Van het ovale werk met de afmetingen 55 cm bij 46 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
121 | Nature morte | ovaal | 110 | ![]() Gezien de vorm en de afmetingen, 55 cm bij 38 cm, zou het nevenstaande schilderij Bouteille uit 1911 het geveilde werk kunnen zijn geweest. Ook het feit, dat Raoul la Roche het schilderij langdurig in bezit heeft gehad, pleit voor dit werk. | |
122 | La Table de toilette | 200 | ![]() Gezien de titel en de juiste afmetingen, 38 cm bij 55 cm, zou het geveilde werk het nevenstaande La Table uit 1910 kunnen zijn geweest. Het werk kwam via Alfred Flechtheim bij het echtpaar Mendelssohn-Bartholdi te Loden. Via de Mayor Gallery te Londen en de Buchholz Gallery te New York kwam het werk in de Walter P. Chrysler Jr. Collection te New York. Via de New Yorkse galerie Scott & Fowles, die sloot in 1943, kwam het werk in 1949 bij Ralph F. Colin te New York. | ||
123 | ![]() | Nature morte | 160 | Het nevenstaande schilderij Violon Mozart Kubelick uit 1912 werd gekocht door Raoul la Roche. Het werk kwam daarna bij een particuliere verzamelaar. | |
124 | Nature morte | ovaal | 110 | ![]() Gezien de titel, de vorm en de juiste afmetingen, 73 cm bij 60 cm, was het geveilde werk denkelijk het nevenstaande Le Guéridon STAL uit 1912. Via de Zwemmer Gallery te Londen, het echtpaar Onslow-Ford in California, de Richard L. Feigen Gallery te New York kwam het werk in de Drey Collection. Op 28 juni 1961 werd het werk op de veiling bij Sotheby's te Londen verkocht aan de Galerie Nathan te Zürich. Fritz en Peter Nathan verkochten het werk in 1962 aan het Museum Folkwang te Essen (Duitsland). | |
125 | Le Compotier | 220 | ![]() Ondanks de iets kleinere hoogte zou het geveilde werk het nevenstaande schilderij Le compotier uit 1908 kunnen zijn, maar volgens de website van het Moderna Museet te Stockholm, waar het werk zich bevindt, zou Rolf de Maré het werk van 1914 tot 1966 in zijn bezit hebben gehad en gekocht hebben bij Wilhelm Uhde. De vraag is of de Maré al voor de Eerste Wereldoorlog in Parijs was. Misschien geeft het boek Rolf de Maré; Art Collector, Ballet Director, Museum Curator van Erik Näslund (ISBN: 978182731281) daar antwoord op. | ||
126 | La Bouteille | 130 | ![]() Gezien de titel en de juiste afmetingen, 65 cm bij 54 cm, zou het nevenstaande Bouteille et Fruits uit 1911 het geveilde werk kunnen zijn geweest. Verdere gegevens ontbreken. | ||
127 | ![]() | Le Violon | ovaal | 450 |
Het nevenstaande schilderij Le Violon uit 1911 kocht Raoul la Roche en schonk het werk aan het Musée des Beaux-Arts de Lyon als dank voor zijn verblijf in Lyon tijdens de Tweede Wereldoorlog. |
128 | ![]() | Nature morte | ovaal | ? | Het nevenstaande werk La Table à la pipe uit 1912 behoorde tot de verzameling van Henri-Pierre Roché te Parijs. Op 12 april 1933 werd het schilderij geveild in Hôtel Drouot bij de veiling van de Collection des Cahiers d'Art. Het schilderij behoort nu tot de Collection Rosengart te Luzern. |
129 | ![]() | Le Violon | 330 |
Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Hommage à Bach uit 1912 kwam via de verzameling van Henri-Pierre Roché bij de Amerikaan jazzgrootheid Norman Granz (1918-2001), die vanaf 1959 in het Zwitserse Lugano woonde. Op 23 april 1968 werd het werk bij Sotheby's te Londen verkocht aan de Sidney Janis Gallery te New York. In 2008 werd het werk gekocht door het Museum of Modern Art te New York, dankzij ruilen van een werk uit de nalatenschap van Nelson A. Rockefeller en een uit de nalatenschap van Richard S. Zeisler en een anonieme schenking. | |
130* | ![]() | Les Poissons | 500 | Het nevenstaande schilderij Bouteille et poissons uit 1910-1912 werd gekocht door de Zwitser Joseph Müller. Hij verkocht het werk aan de E. & A. Silberman Galleries te New York. In 1961 kocht het Tate Museum te Londen via bemiddeling van de Galerie Beyeler bij Silberman het werk. | |
131 | ![]() | Les Arbres | 420 | Het nevenstaande schilderij Arbres de l'Estaque uit 1908 werd gekocht door Johannes Rump of voor hem door A. Fischer. Rump schonk het schilderij met vele andere kunstwerken op 22 december 1927 per brief aan het Statens Museum for Kunst te Kopenhagen. | |
132 | Nature morte | op hout | 360 | ![]() Gezien de afmetingen, 58 cm bij 85 cm, en het gegeven 'op hout geschilderd' was het geveilde werk denkelijk het nevenstaande Le Guéridon uit 1914. Het werk behoorde tot een Zwitserse verzamelaar. | |
133 | ![]() | La Joueuse de guitare | ovaal | 430 | Denkelijk was het nevenstaande schilderij Femme tenant une mandoline uit 1910 het geveilde werk. Eigenaren waren achtereenvolgens Christian Zervos te Parijs, Charreau te Parijs, Jacques Paul Bonjean te Parijs en Walter P. Chrysler Jr. Op 1 juli 1959 werd het werk bij Sotheby's te Londen geveild. Via G. David Thompson te Pittsburgh en Galerie Beyeler te Bazel kwam het werk in de Bayerische Staatsgemälde Sammlungen in München. |
134 | ![]() | Nature morte | ovaal | 260 | Denkelijk was het nevenstaande schilderij La Clarinette VALSE uit 1912 het geveilde werk. Het schilderij kwam in het bezit van Léonce Rosenberg. Al of niet via Marie Cuttoli kwam het schilderij bij Peggy Guggenheim. Het schilderij is nu te zien in de Peggy Guggenheim Collection te Venetië. |
135 | Nature morte | ovaal | 380 | ![]() Gezien de vorm en de afmetingen, 100 cm bij 73 cm, zou het nevenstaande Homme au Violon uit 1911-1912 het geveilde werk kunnen zijn geweest. Het werk werd door Emil Georg Bührle te Zürich gekocht bij de Marlborough Fine Art Ltd te Londen. Daar slechts één kubistisch schilderij met deze vorm en afmetingen bekend is zou het ook veilingnummer 40 van de derde veiling kunnen zijn geweest. | |
136 | ![]() | Paysage | 520 | Het nevenstaande schilderij Chateau de la Roche-Guyon uit 1909 was denkelijk het geveilde werk, al kwam de breedte niet overeen met de opgegeven afmeting 65 cm. Het schilderij behoorde in 1923 tot de kunstverzameling van Rolf de Maré en kwam in 1966 in het Moderna Museet te Stockholm. | |
137 | ![]() | Nature morte | Céret | 400 | Denkelijk was het geveilde werk het nevenstaande La Cheminée uit 1911, dat terecht kwam in de verzameling van Le Corbusier te Parijs. Op 10 juni 1970 werd het werk geveild in Palais Galliera te Parijs. Volgende eigenaren waren de Gibson Gallery en Galerie Beyeler te Bazel. Op 4 december 1974 kocht de Tate Gallery te Londen het werk op de veiling bij Sotheby's te Londen. |
138 | ![]() | Le Violon | 250 | Het nevenstaande schilderij Le Violon uit 1913 was denkelijk het geveilde werk. Het schilderij behoorde tot de verzameling van de schrijver Léon Kochnitzky (1892-1965) te Brussel, G. David Thompson (1899-1965) te Pittsburgh en de scheepsreder Ragnar Moltzau te Oslo. Het schilderij zou zich bevinden in de Staatsgalerie te Stuttgart, maar is niet te vinden via de website van het museum. | |
139 | ![]() | Torse de femme | 320 | Denkelijk was het nevenstaande schilderij Torse de femme uit 1910-1911 het geveilde werk. Het schilderij was/is eigendom van de Carey Walker Foundation te New York. De Amerikaanse arts Herschel Carey Walker (1890-1975) begon in 1924 met het verzamelen van kunst. In 1963 begon hij na te denken over wat er met de kunstverzameling in de toekomst moest gebeuren. In 1963 stelde hij een groep van 11 werken samen, 10 van Picasso en één van Juan Gris, die als studieobject langs diverse plaatsen ging. In 1994 schonk hij vijf van deze werken aan het University of Michigan Museum of Art, drie aan de Phillips Collection te Washington, D.C., twee aan het Wads-worth Atheneum in Hartford (Conn.) en één aan het Smith College Museum of Art in Northampton (MA). | |
140 | ![]() | Harpe et violon | 360 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Nature morte Harpe et violon, uit 1911-1912 werd op de veiling gekocht voor Raoul la Roche. In 1962 schonk hij het schilderij aan de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen te Düsseldorf. | |
141 | ![]() | Nature morte | 400 | Gezien de juiste afmetingen, n.l. 130 cm bij 81 cm, zou het nevenstaande Lezende vrouw uit 1911 het geveilde werk kunnen zijn geweest. Het schilderij behoorde tot de collectie Raoul la Roche. | |
142* | ![]() | Violon et Verre | 880 | Het nevenstaande schilderij Violon et Verre uit 1913 werd op de veiling gekocht door of voor Raoul la Roche. In 1952 schonk la Roche het schilderij aan het Kunstmuseum te Bazel. |
veiling- nr. | kunstwerk | veilingtitel | extra geg. | prijs in FF | opmerking |
271 | Le verre | 25 | Het geveilde schilderij met de opgegeven afmetingen 24 cm bij 19 cm, bekend onder de titel Le verre d'Absinthe (DC 34) uit 1913, maakte deel uit van de kunstverzameling van Alphonse Kann en Jos Hessel. Denkelijk verloren gegaan. | ||
272 | Verre et allumettes | 65 | Het geveilde werk, nu genoemd Verre et allumettes (DC 97) uit 1914, dat samen met nummer 274 werd verkocht maakte deel uit van de verzamelingen van R. Lebel, de Perls Galleries te New York, O. Lazzare te New York, R. Rothschild, Eugène V. Thaw, S. Terice te Parijs en is nu in een particuliere verzameling. | ||
273 | Nature morte | 30 | Van het geveilde werk met de afmetingen 35 cm bij 24 cm zijn verder geen gegevens bekend. | ||
274 | Le Verre | Van het geveilde werk met de afmetingen 35 cm bij 22 cm, dat samen met nummer 272 voor 65 FF werd verkocht, zijn verder geen gegevens bekend. | |||
275 | ![]() | Tasse et Pipe | papier collé | 40 | Het geveilde papier collé (DC 96) met de afmetingen 27 cm bij 35 cm maakte deel uit van de kunstverzameling van André Richet. |
276 | Nature morte | mei 1913 | 75 | Het geveilde werk, nu genoemd Plume er pipe (DC 41) met de afmetingen 27 cm bij 35 cm werd samen geveild met nummer 278. Het werk maakte deel uit van de kunstverzameling van de Franse architect Pierre Chareau. Het papier collé kwam daarna in de kunstverzameling van Dr. Howard Sirek te Columbus (Ohio). Het Columbus Museum of Art verkreeg de verzameling van Sirek en daarmee ook het werk. | |
277 | ![]() | Nature morte | papier collé | 100 | Het nevenstaande werk, nu La Bouteille d'Anis (DC 104) genoemd, werd samen met nummer 279 geveild. Het papier collé behoorde enige tijd tot het bezit van Galerie Leiris te Parijs en de Sidney Janis Gallery te New York. In 1955 kochten Herbert en Nanette Rothschild het papier collé bij Janis. Dochter Judith (1921-1993), een abstract schilderes, erfde het werk en via de Galerie Gmurzynska te Keulen, kwam het werk in 2000 in het Museo Nacional Centro de Arte Reine Sofia te Madrid. |
278 | Nature morte | Het geveilde werk, nu genoemd Carafe, Verre et Paquet de Tabac (DC 106) uit 1914, werd samen verkocht met nummer 276 voor 75 FF. Het schilderij kwam via de Galerie Bucher te Parijs en de Buchholz Gallery te New York in de kunstverzameling van T. Catesby Jones te New York. Het werk zou zich nu bevinden in het Virginia Museum of Fine Arts te Richmond. | |||
279 | ![]() | Nature morte | papier collé | Het geveilde papier collé met de afmetingen 47 cm bij 27 cm werd samen met nummer 277 verkocht voor 100 FF. Denkelijk was het geveilde papier collé het nevenstaande Tabac, Journal et Bouteille de vin rosé (DC 101) uit 1914 met iets kleinere afmetingen. Het werk heeft vele eigenaren gehad, o.a. David Thompson en Heinz Berggruen. Op 23 april 1968 werd het papier collé geveild bij Sotheby's. | |
280 | Nature morte | papier collé | 45 | Het geveilde papier collé (DC 99) met de afmetingen 38 cm bij 46 cm kwam via de Parijse Galerie Percier bij het schildersechtpaar George L.K. Morris (1905-1975) en Suzy Frelinghuysen (1911-1988) te New York. | |
281 | ![]() | Nature morte | papier collé | 110 | Het geveilde papier collé werd samen met de nummers 283 en 285 verkocht. Denkelijk was het nevenstaande Bouteille de rhum et journal (DC 108) uit 1914 het geveilde werk. Het papier collé werd op 7 november 1934 geveild bij Hôtel Drouot. Via Bernard Poissonnier en Galerie Simon kwam het werk bij Peggy Guggenheim. Het papier collé is nu te zien in Peggy Guggenheim Collection te Venetië. Volgens Florence de Lussy in Cahiers de l'Association internationale des études francaises was Poissonnier bevriend met Jacqueline Apollinaire. |
282 | ![]() | Nature morte | papier collé | 130 | Het geveilde papier collé werd samen met nummer 284 verkocht. Denkelijk was het nevenstaande La Bouteille de Bordeaux (DC 43) uit 1913 het geveilde werk. Het papier collé werd op 26 maart 1928 via een veiling bij Hôtel Drouot verkocht aan Galerie Simon. De verzamelaar Gottlieb Reber kocht daar het werk en verkocht het in de dertiger jaren aan Alfred Flechtheim. Via de Mayor Gallery in Londen en T. Werner in Potsdam kwam het werk bij WR. Acquarelle te New York. |
283 | Nature morte | papier collé | Het geveilde papier collé met de afmetingen 55 cm bij 46 cm werd samen met de nummers 281 en 285 verkocht voor 110 FF. Het papier collé (DC 89) uit 1914 werd op 7 november 1934 geveild bij Hôtel Drouot. Via Galerie Percier en de Zwemmer Gallery kwam het papier collé bij Sir Michael Ernest Sadler (1861-1943), die al voor de Eerste Wereldoorlog begon met de opbouw van een 'hedendaagse' kunstverzameling. | ||
284 | Nature morte | papier collé | Het geveilde papier collé met de afmetingen 61 cm bij 46 cm werd samen met nummer 282 verkocht voor 130 FF. Het papier collé (DC 85) werd in 1928 geveild bij Hôtel Drouot. Via Galerie Simon en Galerie Flechtheim kwam het papier collé bij Friedrich Wolff-Knize te Wenen. In 1938 ontvluchtte hij Wenen in verband met zijn joodse afkomst en het binnenvallen van Oostenrijk door het Duitse leger op 12 maart. Via Parijs kwam hij uiteindelijk in New York terecht. Bij de vlucht is het papier collé denkelijk verloren gegaan. | ||
285 | Nature morte | papier collé | Het geveilde papier collé werd samen met de nummers 281 en 283 verkocht voor 110 FF. Verdere gegevens ontbreken. | ||
286 | Nature morte | papier collé | 125 | Het geveilde papier collé met opgeplakte stukjes glas werd samen met nummer 288 verkocht. Het papier collé (DC 86) kwam in handen van Paul Éluard. Via Galerie Simon, Galerie Jeanne Bucher en Dr. André Cournand, die in 1930 emigreerde naar de V.S., kwam het werk bij Germain Seligmann. Op 1 mei 1974 werd het werk geveild bij Parke-Benet te New York. | |
287 | ![]() | Nature morte | papier collé | 110 | Het geveilde papier collé werd samen met de nummers 289 en 291 verkocht. Denkelijk was het nevenstaande Le Paquet de café (DC 102) uit 1914 het geveilde werk. Via Galerie Simon kwam het papier collé bij Ann Clark Resor te New York. Op 22 maart 1961 werd het papier collé bij Sotheby's te Londen geveild. Via de galerie Marlborough Fine Art te Londen kwam het papier collé in het Museum der Stadt Ulm. |
288 | ![]() | Nature morte | Het geveilde papier collé werd samen met nummer 286 verkocht voor 125 FF. Denkelijk was het nevenstaande Le Papier à musique (DC 65) uit 1913-1914 het geveilde werk. Het papier collé kwam bij Paul Éluard, die het op 3 juli 1924 liet veilen. Via Galerie Simon kwam het werk in 1940 in de privé verzameling van Kahnweiler. In 1979 erfde zijn stiefdochter Louise Leiris het werk, dat zij in 1984 schonk aan het Musée National d'Art Moderne te Parijs. | ||
289 | Nature morte | papier collé | Het geveilde papier collé met de afmetingen 65 cm bij 55 cm werd samen met de nummers 287 en 291 verkocht voor 110 FF. Verdere gegevens ontbreken. | ||
290 | ![]() | Paysage | Céret sept. 1913 | 85 | Het geveilde werk werd samen met nummer 292 verkocht. Denkelijk was het nevenstaande Paysage à Céret (DC 55) geschilderd in Céret in 1913 het geveilde werk. Via Galerie Simon kwam het werk in Galerie Leiris, die het via de Svensk-Franska Kunstgalleriet te Stockholm in 1954 verkocht aan het Moderna Museet. |
291 | ![]() | Le Violon | juli 1913 | Het geveilde werk werd samen met de nummers 287 en 289 verkocht voor 110 FF. Denkelijk was het nevenstaande Le Violon (DC 44) uit 1913 het geveilde werk. Via de koper en de Galerie Simon kwam het werk in oktober 1935 in het Gallery of Living Art van Albert Gallatin te New York. In 1952 erfde het Philadelphia Museum of Art het schilderij van Gallatin. | |
292 | ![]() | Nature morte | Het geveilde papier collé werd samen met nummer 290 verkocht voor 85 FF. Denkelijk was het nevenstaande Les Tasses de Thé (DC 87) uit 1914 het geveilde werk. Denkelijk kocht Paul Éluard het papier collé op de veiling, daar hij het op 3 juli 1924 liet veilen bij Hôtel Drouot. Via de toneelschrijver Armand Salacrou (1899-1989) te Parijs, Galerie Louise Leiris en Galerie Beyeler kwam het papier collé bij G. David Thompson. Hij verkocht het later weer aan Galerie Beyeler. | ||
293* | ![]() | Le Bock | 150 | Het geveilde werk werd samen met nummer 295 verkocht. Denkelijk was het nevenstaande L'homme au café (DC 76) uit 1914 het geveilde werk. Het werk kwam via Galerie Simon, André Lefèvre en de Sidney Janis Gallery bij de verzamelaar Leigh Block te Chicago. | |
294 | ![]() | Violon et guitare | Céret sept. 1913 | 100 | Het geveilde werk (DC 57) met de afmetingen 100 cm bij 65 cm en gemaakt in Céret in september 1913 kwam in het bezit van de Comte René (1906-2002) en Comtesse Josée (1911-1992) de Chambrun te Parijs. Via Galerie Balay et Carré te Parijs en Seligmann te New York kwam het werk in de collectie van het echtpaar Ralph en Georgia Colin te New York. Galerie Balay et Carré opende in 1937 op Avenue Messine 10 te Parijs met de directeuren Roland Balay (1902?-2004) en Louis Carré (1897-1977). Roland Balay werkte voor zijn samenwerking met Carré en vanaf het midden van de vijftiger jaren tot 1976 bij de door zijn grootvader Michael Knoedler in 1846 geopende galerie Knoedler & Company. In 1984 erfde Ralph F. Colin Jr. het werk. Via Acquavella Galleries Inc. te New York kwam het werk bij een onbekende eigenaar, die het op 3 november 2010 bij Christie's te New York ter veiling aanbood. De nieuwe eigenaar moest $ 28.642.500 incl. veilingkosten betalen. |
295 | ![]() | Violon et guitare | Het geveilde werk werd samen met nummer 293 verkocht voor 150 FF. Denkelijk was het geveilde werk het nevenstaande schilderij Violon et cartes (DC 58) uit 1913. Via Galerie Simon en Galerie Jeanne Bucher kwam het werk bij Maurice J. Speiser te New York. Op 27 januari 1944 werd het werk verkocht bij Parke-Benet te New York. Via de Valentine Gallery kwam het werk bij het echtpaar Samuel en Florene Marx. Na de dood van Samuel kwam het werk bij zijn weduwe, die later trouwde met Wolfgang Schoenborn en ook hem overleefde. Na haar dood in 1995 vermaakte zij vele kunstwerken aan een viertal musea. Het nevenstaande werk erfde het Metropolitan Museum of Art te New York. | ||
296 | ![]() | Nature morte | stukjes spiegel | 160 | Het geveilde werk was het nevenstaande Le Lavabo uit 1912 wegens de vermelding, dat er stukjes spiegel waren vastgeplakt. Het werk werd denkelijk gekocht door Paul Éluard, daar het verkocht werd op de veiling van zijn kunstverzameling in 1924. Het werk kwam in de collectie van de vicomte en vicomtesse de Noailles te Parijs. |
Volgens de schrijver Pierre Assouline in zijn boek L'homme de l'art kocht Roger Dutilleul op deze veiling drie werken van Léger, waaronder een Paysage uit 1914 en Batterie de cuisine. Het schilderij Paysage uit 1914, dat Dutilleul aan het Musée d'art moderne Lille Métropole te Villeneuve d'Ascq schonk heeft echter een afmeting, die bij de Légers op deze veiling niet aanwezig was. Waren de afmetingen fout, wat voorkwam volgens Robert Desnos?
veiling- nr. | kunstwerk | veilingtitel | extra geg. | prijs in FF | opmerking |
297 | Les Maisons dans les arbres | 1914 | 110 | Het werk werd samen met nummer 299 verkocht. Van het geveilde werk met de afmetingen 65 cm bij 81 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
298* | ![]() | L'Escalier | 160 | Het nevenstaande schilderij L'Escalier uit 1914 werd door Raoul la Roche denkelijk gekocht bij Léonce Rosenberg. La Roche schonk het werk aan het Kunstmuseum te Bazel. Een probleem is de breedte van het schilderij. In de catalogus van de veiling werd als breedte 92 cm opgegeven, terwijl het nevenstaande schilderij 100 cm breed is. | |
299 | Les Arbres | Het werk werd samen met nummer 297 verkocht voor 110 FF. Van het geveilde werk met de afmetingen 73 cm bij 92 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |||
300 | Femme cousant | 1914 | 90 | Van het geveilde werk met de afmetingen 92 cm bij 72 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
301 | Femme couchée | 130 | Het werk werd samen met nummer 303 verkocht. Van het geveilde werk met de afmetingen 65 cm bij 100 cm zijn verder geen gegevens bekend. | ||
302 | Nature morte | 1914 | 100 | Van het geveilde werk met de afmetingen 100 cm bij 65 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
303 | Paysage | 1914 | Het werk werd samen met nummer 301 verkocht voor 130 FF. Van het geveilde werk met de afmetingen 81 cm bij 100 cm zijn verder geen gegevens bekend. Was dit het werk, ondanks de afmetingen, dat gekocht werd door Roger Dutilleul? | ||
304 | Paysage no. 2 | 210 | Het werk werd samen met nummer 306. Het geveilde werk met de afmetingen 81 cm bij 100 cm behoorde tot de verzameling van Jacques Duboury te Parijs. Het bevindt zich nu denkelijk in de Pinakothek der Moderne te München. | ||
305 | Femme couchée sur un canapé | 1914 | 50 | Van het geveilde werk met de afmetingen 81 cm bij 100 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
306 | Eléments géométriques | 1913 | Het werk werd samen met nummer 304 verkocht voor 210 FF. Van het geveilde werk met de afmetingen 81 cm bij 100 cm zijn verder geen gegevens bekend. | ||
307 | ![]() | Etude | 1914 | 100 | Het werk werd samen met nummer 309 verkocht. Het geveilde werk, nu genoemd Le Reveil Matin, werd gekocht door André Lefèvre. Hij schonk het schilderij in 1952 aan het Muséee National d'Art Moderne te Parijs. |
308 | ![]() | Eléments géométriques | 1913 | 130 | Het geveilde werk, nu genoemd Contrastes de formes, kwam in het bezit van de Sidney Janis Gallery te New York. Op 13 november 1952 kocht John L. Senior Jr. het schilderij bij de galerie en verkocht het op 5 april 1957 aan Philip Lippincott Goodwin (1885-1958). Goodwin, die in 1939 samen met Edward Durell Stone het nieuwe museumgebouw ontwierp en vele functies bij het museum vervulde, liet het schilderij na aan het Museum of Modern Art te New York. |
309 | ![]() | Eléments géométriques | 1913 | Het werk werd samen met nummer 307 gekocht voor 100 FF. Het geveilde werk, nu genoemd Contrastes de formes, werd gekocht door André Lefèvre. Hij schonk het schilderij in 1952 aan het Muséee National d'Art Moderne te Parijs. | |
310* | ![]() | Paysage no. 3 | 240 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Les Maisons dans les arbres uit 1914 werd misschien gekocht door Léonce Rosenberg. Raoul la Roche, die het werk denkelijk van hem kocht, schonk het schilderij in 1952 aan het Kunstmuseum te Bazel. | |
311 | Modèle nu dans un fauteuil | 1914 | 75 | Het geveilde werk werd samen met nummer 313 verkocht. Voor het geveilde werk met de afmetingen 130 cm bij 97 cm komen twee werken in aanmerking, n.l. La Femme au fauteuil uit de kunstverzameling van Alphonse Kann of Femme dans un fauteuil uit een particuliere kunstverzameling. | |
312 | Femme dans un fauteuil | 1914 | 250 | Van het geveilde werk met de afmetingen 130 cm bij 89 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
313 | La Tasse de thé | 1914 | Het werk werd samen met nummer 311 verkocht voor 75 FF. Van het geveilde werk met de afmetingen 130 cm bij 97 cm zijn verder geen gegevens bekend. | ||
314* | ![]() | Eléments géométriques bleus et rouges | 200 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Contraste de formes uit 1913. In 1938 schonk Solomon R. Guggenheim het schilderij aan het Solomon R. Guggenheim Museum te New York. |
veiling- nr. | kunstwerk | veilingtitel | extra geg. | prijs in FF | opmerking |
72 | Guitare et bouteille | papier collé | 430 |
Gezien de opgegeven afmetingen en titel zou het nevenstaande papier collé Pipe, verre, journal, guitare, bouteille de vieux marc ('Lacerba') het geveilde papier collé met de afmetingen 73 cm bij 60 cm kunnen zijn geweest. Peggy Guggenheim kocht in 1942 dit werk bij de Pierre Matisse Gallery te New York. Het werk is nu te zien in het Museum Peggy Guggenheim te Venetië. | |
73 |
| Nature morte | papier collé maart 1914 | 380 | Het nevenstaande papier collé Verre, bouteille de vin, paquet de tabac, journal uit 1914 wordt als het geveilde werk beschouwd. Het werk behoorde tot het bezit van Dr. Jean Dalsace te Parijs. Dalsace werd mede bekend door het laten verbouwen van een huis tot praktijkruimte en gezinswoning in 1927 door de Pierre Chareau en de Nederlander Bernard Bijvoet. De modern woning van staal en glasblokken, het z.g. La Maison de Verre, in de Rue Saint-Guillaume 31 te Parijs behield echter de oude bovenverdieping, wegens de weigering van de oude bewoonster. Op 25 maart 1997 kocht de Franse Staat het papier collé en bracht het onder in het Musée Picasso te Parijs. |
75 | ![]() | Paysage | aquarel gouache | 520 | Het nevenstaande Paysage, coucher de soleil uit 1908 werd door Alfred Richet gekocht. Op 29 november 1994 werd het werk door een erfgenaam bij Sotheby's te Londen verkocht. Stanley J. Seeger kocht het werk en verkocht het werk op 8 mei 2001 bij Sotheby's te New York. De nieuwe eigenaar kocht het werk voor $ 445.750 en verkocht het op 5 november 2003 bij Sotheby's te New York. De nieuwe eigenaar betaalde $ 645.900 inclusief veilingkosten. In twee jaar een prijsstijging van ongeveer 40%. |
76 | ![]() | Torse de femme | aquarel gouache | 800 | Het nevenstaande Torse de femme uit 1908 kwam in het bezit van de Zwitserse kunstverzamelaar Joseph Müller. Nathan Cummings uit New York kocht het werk in 1951 bij de Galerie de Berri te Parijs. Cummings kocht in 1956 met zijn bedrijf Consolidated Foods Corporation het bedrijf met het merk Sara Lee. In 1985 werd de bedrijfsnaam veranderd in Sara Lee Corporation. In 2000 schonk de Sara Lee Corporation het werk aan het San Francisco Museum of Modern Art. |
77 | ![]() | Figure | gouache | 500 | Het nevenstaande gouache Nu debout uit 1908 kwam in het bezit van de kunstverzamelaar Alfred Richet. |
78 |
| Paysage | gouache | 380 | De nevenstaande gouache Paysage uit 1907 wordt als het geveilde werk beschouwd. Het werk werd in 1947 door T. Catesby Jones nagelaten aan het Virginia Museum of Fine Arts in Richmond. |
79 | Nature morte | aquarel gouache | 160 | Van het geveilde werk met de afmetingen 38 cm bij 50 cm en voorzien van tekening, aquarel en gouache zijn verder geen gegevens bekend. | |
81 | ![]() | Le verre | papier collé | 100 | Het nevenstaande papier collé met gouache uit 1914 kwam via Galleria del Milione te Milaan in de collectie van Riccardo Jucker te Milaan. |
83 | La Bouteille de Pale-Ale | papier collé | 180 | ![]() ![]() Gezien de opgegeven afmetingen, 25 cm bij 32 cm, van het papier collé komen twee werken met de afmetingen 24 cm bij 32 cm mogelijk in aanmerking, n.l. het nevenstaande (links) Pipe, bouteille de Bass, dé uit 1914, dat nu behoort tot de kunstverzameling Galerie Beyeler te Bazel of het nevenstaande (rechts) Nature morte au verre et à la bouteille de Bass
uit 1913. Het laatste papier collé was eigendom van Max Pellequer en na zijn dood van Maxs broer Raoul Pellequer. Op 4 februari 2008 werd het bij Christie's te Londen verkocht voor £ 378.900 (ongeveer € 745.675). | |
84 | Le Paquet de cigarettes | papier collé | 270 | Van het geveilde papier collé met de afmetingen 15 cm bij 23 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
85 | ![]() | Verre et dès | papier collé | 230 | Het nevenstaande papier collé uit 1914 kwam in het bezit van Charles de Noailles te Parijs. In 1954 kocht Heinz Berggruen, die een galerie in Parijs had, het papier collé. Het papier collé behoorde tot de Sammlung Heinz Berggruen in de Neue Nationalgalerie te Berlijn. |
87 | ![]() | L'As de Trèfle | papier collé | 270 | Het nevenstaande papier collé, nu genoemd As de trèfle et verre, uit 1914 kwam in het bezit van Marthe Hennebert. Het werk werd daarna eigendom van Marius de Zayas en werd op 8 december 1965 voor $ 5.000 verkocht op een veiling bij Parke Bernet te New York. In 2006 had Galerie Lempertz te Keulen het werk in het bezit. |
310 | Nature morte | op hout | 300 | Van het geveilde schilderij op hout met de afmetingen 25 cm bij 19 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
315 | ![]() | La Citronnade | ovaal | 500 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Bouteille et verre avec tranche de citron, uit 1914 behoort sinds 1985 tot de collectie van het Statens Museum for Kunst te Kopenhagen. Het werk werd samen met nummer 317 geveild. |
316 | ![]() | Verre et pipe | 500 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Porte-allumettes, pipe, verre, uit de winter 1911-1912 kwam via Jean Coutrot uit Parijs bij Richard L. Feigen & Co. te New York. Hier kocht het echtpaar James en Marilynn Alsdorf uit Chicago het schilderij. Het werk maakt nu deel uit van de Alsdorf Foundation Collection te Chicago. | |
317 | Le Verre | ![]() Het werk werd samen met nummer 315 voor 500 FF geveild. De opgegeven afmetingen, 22 cm bij 15 cm, geven geen indicatie. Het dichtste erbij komt het nevenstaande werk Grappe de raisin et verre uit 1914 met de afmetingen 24 cm bij 15 cm. Dit werk kocht Roger Dutilleul te Parijs en kwam bij zijn efgenaam Jean Masurel te Mouveaux. Het werk kwam daarna in particuliere handen. | |||
318 | Figure | 280 | Van het geveilde werk met de afmetingen 54 cm bij 38 cm zijn verder geen gegevens bekend. | ||
319 | La Bouteille de Pale-Ale | op hout | 300 | Van het geveilde werk op hout met de afmetingen 24 cm bij 19 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
320 | Nature morte au journal | ovaal | 430 | Van het ovale werk met de afmetingen 14 cm bij 22 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
321 | ![]() | Nature morte | 280 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Guéridon, uit 1913 kwam in het bezit van E. and A. Silberman Galleries te New York. Op 29 november 1968 werd het schilderij voor $ 26.000 geveild bij Parke-Bernet te New York. | |
322 | Nature morte à la bouteille de Pale-Ale | 260 | Van het geveilde werk met de afmetingen 26 cm bij 18 cm zijn verder geen gegevens bekend. | ||
323 | Le Verre | 320 | ![]() Gezien de titel, de afmetingen en de eerste eigenaar was het geveilde werk met de afmetingen 21 cm bij 16 cm misschien het nevenstaande schilderij Verre uit 1914. De eerste bekende eigenaar was Paul Éluard. Na 1932 behoorde het werk achtereenvolgens aan René Gaffé te Brussel, Roland Penrose te Londen en de Engelse kunstcriticus Herbert Read (1895-1968). Na Reads dood in 1968 bleef het werk bij zijn weduwe. Op 15 april 1975 werd het schilderij bij Christie's te Londen geveild. De Perls Galleries te New York betaalde 14.000 Engelse ponden. | ||
324 | ![]() | Le Verre | 200 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Cartes à jouer et verre, uit 1911 kwam in het bezit van Dr. Gottlieb Reber. In 1943 verkocht zijn vrouw het werk aan Maja Sacher te Bazel. | |
325 | ![]() | Le Verre | papier collé | 100 | Het nevenstaande papier collé op houtboard, Le Verre uit 1914 kwam via de Perls Galleries te New York bij M. Lejard te Parijs. Denkelijk was dit de schrijver over kunst André Lejard, die ook kunst verzamelde. In 1950 kocht het Musée national d'Art Moderne het werk van Lejard. |
326 | ![]() | Nature morte | papier collé | 300 | Het nevenstaande papier collé Verre, bouteille de vin, journal, assiette, couteau ('Purgativo') uit 1914 met links onderaan het veilingsnummer 326 was enige tijd in het bezit van Galerie Jeanne Bucher te Parijs. |
327 | Nature morte | 95 | Van het geveilde werk met de afmetingen 35 cm bij 25 cm zijn verder geen gegevens bekend. | ||
328 | Nature morte | 150 | ![]() Gezien de opgegeven afmetingen, 24 cm bij 19 cm, zou het geveilde werk het nevenstaande Verre et bouteille de Bass uit 1914 kunnen zijn. Het werk was in het bezit van Belgische kunstverzamelaar Marcel Mabille en kwam in 1995 in het Kunstmuseum Basel door een nalatenschap van Anne-Marie (1918-1990) en Ernst Vischer-Wadler (1917-1994). | ||
329 | Le Verre | 90 | ![]() Gezien de opgegeven afmetingen, 23 cm bij 24 cm, was denkelijk het nevenstaande papier collé Verre et pipe sur une table uit 1914 het geveilde werk. Het papier collé maakte deel uit van de collectie van de abstracte schilder George L.K. Morris (1905-1975) te New York, die vanaf 1935 getrouwd was met Suzy Frelinghuysen. Waar het werk bleef na de dood van Suzy in 1988 is onbekend. | ||
330 | ![]() | Nature morte | papier collé | 80 | Het papier collé op houtboard, nu genoemd Pipe et verre sur une table uit 1914 werd misschien op de veiling gekocht door André Lhote. Daarna was o.a. de Parijse kunstverzamelaar Lionel Prejer de eigenaar. |
331 | ![]() | Le Verre | papier collé | 110 | Het papier collé op houtboard, nu genoemd Verre sur une table uit 1914 werd misschien op de veiling gekocht door de kunstenaar Jean Lurçat (1892-1966). Het links onderaanstaande nummer 331, het veilingsnummer, werd speciaal aangebracht op het werk in verband met de veiling. In 1942 kocht Marthe Hennebert uit Parijs het werk al of niet direct van Lurçat. Lurçat, die in de periode 1924-1927 getrouwd was met Marthe Hennebert, liet ontwerpen van hem als wand- of vloerkleed maken bij Marthe Hennebert, die na de scheiding een werkplaats in Toulon was gestart. Via de Parijse Galerie Jeanne Bucher kwam het papier collé op 19 november 1952 bij Lydia Winston Malbin. Op 3 mei 2006 werd het werk geveild bij Sotheby's te New York. De koper, die $ 912.000 inclusief veilingkosten betaalde, bood het werk op 25 juni 2008 bij Sotheby's te Londen ter veiling aan. De nieuwe eigenaar betaalde inclusief veilingkosten 657.250 GBP. |
332 | Nature morte | papier collé | 100 | ![]() Gezien de opgegeven afmetingen, 28 cm bij 33 cm, was het nevenstaande papier collé Verre, pipe et paquet de tabac uit 1914 misschien het geveilde papier collé. | |
333 | Verre et cartes | papier collé | 190 | Van het geveilde papier collé met de afmetingen 20 cm bij 25 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
334 | Nature morte | papier collé | 310 | Van het geveilde papier collé met de afmetingen 27 cm bij 30 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
335 | Nature morte | papier collé | 100 | Van het geveilde papier collé met de afmetingen 43 cm bij 19 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
336 | ![]() | Nature morte | ovaal | 250 | Denkelijk was het geveilde werk het nevenstaande ovale schilderij Notre avenir est dans l'air uit 1912. André Lefèvre bezat dit werk tot zijn dood. Op 25 november 1965 kocht André Breton het werk voor 75.000 FF tijdens de tweede veiling van André Lefèvres kunstbezit bij Galliera te Parijs. In 2003 kwam het schilderij in het Musée National d'Art Moderne te Parijs wegens het voldoen van de successierechten (z.g. dation) door een erfgenaam van Breton. |
338 | Nature morte | ovaal | 190 | ![]() Gezien de opgegeven vorm en afmetingen 24 cm bij 41 cm kan het geveilde werk La Rue d'Orchampt uit 1912 het geveilde werk zijn geweest. Het schilderij maakte deel uit van de kunstverzameling van Gottlieb Reber en werd op 26 juni 1990 geveild bij Sotheby's te Londen. | |
340 | ![]() | Tête de jeune fille | 170 | Denkelijk was het nevenstaande Tête de femme uit 1911 het geveilde werk. Riccardo Jucker uit Milaan kocht het werk bij Galerie Beyeler in Bazel. Het werk behoorde eerder tot de verzameling van Charles de Noailles. | |
341 | Nature morte | papier collé | 180 | Van het papier collé met de afmetingen 43 cm bij 30 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
342 | Nature morte | 350 | Van het geveilde werk met de afmetingen 47 cm bij 33 cm zijn verder geen gegevens bekend. | ||
343 | Nature morte | 200 | Van het geveilde werk op houtboard met de afmetingen 20 cm bij 25 cm zijn verder geen gegevens bekend. | ||
344 | Nature morte | 190 | Van het geveilde werk met de afmetingen 38 cm bij 46 cm zijn verder geen gegevens bekend. | ||
345 | Le Violon | 700 | ![]() Gezien de gegeven afmetingen 45 cm bij 50 cm zou het geveilde werk het nevenstaande Verre, violon et journal uit 1912 kunnen zijn, al zijn de afmetingen gewisseld. Behalve Alphonse Kann zijn er verder geen gegevens bekend. | ||
346 | ![]() | Buffalo Bill | 400 | Het nevenstaande schilderij behoorde tot het bezit van Zwitserse verzamelaar Joseph Müller (1887-1977) te Soleure. Soleure (Frans), Solothurn (Duits) en Soletta (Italiaans) zijn namen voor dezelfde Zwitserse plaats. Op 19 mei 1978 werd het schilderij bij Christie's te New York verkocht voor $ 195.000. Müller en zijn schoonzoon Jean Paul Barbier waren vooral verzamelaars van primitieve kunst geworden. In mei 1977 opende Barbier het Musée Barbier-Müller in Genève. | |
347 | ![]() | Tête de jeune fille | 1913 | 250 | Het nevenstaande Tête de femme uit 1913 kwam in het bezit van Marie Cuttoli te Parijs. In 1969 schonk zij samen met Henri Laugier het schilderij aan het Musée National d'Art Moderne te Parijs. |
349 | Nature morte | papier collé | 140 | Van het geveilde papier collé met de afmetingen 55 cm bij 46 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
350 | ![]() | La Femme à la mandoline | 530 | André Lefèvre kocht op de veiling het nevenstaande schilderij, nu genoemd La mandoliniste assise, uit 1911. Op 25 november 1965 werd het geveild bij Galliera te Parijs bij de tweede veiling van Lefèvres nalatenschap. Via o.a. de Sidney Janis Gallery te New York en de Perls Galleries te New York kwam het schilderij op 5 november 2003 voor $ 2.360.000 bij de huidige eigenaar tijdens de veiling bij Sotheby's te New York. | |
351* | ![]() | Ma Jolie | 1720 | Het nevenstaande Guitare, as de trèfle, bouteille de Bass, verres ('Ma Jolie') uit 1914 kwam in het bezit van Jacques Doucet te Parijs. Via Jacques Seligman te New York, César de Hauke te Parijs en Harry W. Anderson te Atherton (California) kwam het schilderij in de verzameling van een particulier. Harry Anderson en zijn vrouw Mary Ransford begonnen na een reis naar Parijs in 1964 met het verzamelen van kunst. | |
352 |
| Figure | 400 | Het nevenstaande schilderij Femme nue les bras levés uit 1907 was misschien het geveilde werk. Volgens één van de eigenaars, René Gaffé, kocht Paul Guillaume het werk direct van Picasso. Andere eigenaren waren achtereenvolgens Paul Éluard, Gaffé, Roland Penrose in de periode 1937-1976 en Eugène en Clare Thaw te New York. Het werk werd gekocht door het Museo Thyssen-Bornemisza te Madrid. | |
354 | ![]() | Nature morte | papier collé | 200 | Het nevenstaande papier collé Verre et bouteille de Bass uit 1914 met links onderaan het veilingsnummer kwam in 1988 volgens een artikel van John Russell in The New York Times van 24 april 1988 naar aanleiding van een tentoonstelling in het bezit van Joseph Pulitzer. Het behoort nu volgens On-Line Picasso Project tot het bezit van Paul Rosenberg & Cie te New York. |
355 | Nature morte | papier collé | 300 | Van het geveilde papier collé met de afmetingen 67 cm bij 32 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
356 | Nature morte | papier collé | 300 | Van het geveilde papier collé met de afmetingen 57 cm bij 68 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
357 | La Guitariste | 720 | Van het geveilde werk met de afmetingen 61 cm bij 38 cm zijn verder geen gegevens bekend. | ||
358 |
| L'Etagère | 980 | Ondanks, dat de afmetingen verwisseld zijn wordt het nevenstaande schilderij L'Etagère uit de winter 1911-1912 als het geveilde werk beschouwd. | |
359* |
| La Guitare (Ma Jolie) | 1450 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Verre, bouteille, guitare sur une table ('Ma Jolie'), uit 1914 werd gekocht door de Parijse gynaecoloog Dr. Jean Dalsace (1893-1970), die getrouwd was met Annie Bernheim (1896-1968). Hun enige kind Aline trouwde met de gynaecooog Dr. Pierre Valley en kreeg vijf kinderen. Aline Valley-Dalsace overleed in 1970. Misschien is het schilderij nog in de familie. | |
360 |
| Nature morte | 5000 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Guitare, bec à gaz, flacon, uit 1913 kwam in het bezit van de Belgische kunstverzamelaar René Gaffé. In 1973 kocht Ronald Penrose het werk van Gaffé. In 1982 kocht het Scottish National Gallery of Modern Art te Edinburgh het schilderij. | |
361 |
| La Femme à la cithare | 700 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd 'Ma Jolie' (Femme à la guitare), uit 1912 werd op de veiling gekocht door Paul Guillaume. In 1945 kocht het Museum of Modern Art te New York met geld uit de latenschap van Lillie P. Bliss door bemiddeling van Paul Drey het schilderij van Marcel Fleischmann, een kunsthandelaar uit Zürich. Hij bezat het schilderij vanaf 1929 en had het werk vanaf 1939 uitgeleend aan het museum. | |
362 |
| La Pointe de la Cité | 1300 | Het nevenstaande schilderij uit 1912 kwam al of niet direct in het bezit van Alfred Flechtheim te Berlijn. Via Galerie Rosengart te Luzern, Raoul La Roche te Bazel, Galerie Berggruen te Parijs en Norman Granz te Genève kwam het werk op 23 april 1968 via de veiling bij Sotheby's te Londen voor £ 125.000 bij S. Hahn te New York. Het schilderij behoort nu tot de Norton Simon Inc. Foundation te Los Angeles. | |
363 |
| Homme et Femme | 1020 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Soldat et fille, uit 1911 kwam in de kunstverzameling van Pierre Loeb te Parijs. | |
364 | ![]() | L'homme à la guitare | 1914 | 3100 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Femme à la guitare, geschilderd in de periode 1911-1914 kwam in de kunstverzameling van Raoul la Roche te Parijs. In 1952 schonk hij het werk aan het Kunstmuseum te Bazel. |
377 | ![]() | Paysage | 210 | Denkelijk was het nevenstaande schilderij Paysage uit 1908 het geveilde werk, dat eigendom werd van het echtpaar Benaglio uit Zwitserland. Een erfgenaam van het echtpaar, die het werk ontving in 1972, liet het werk op 6 november 2007 veilen bij Christie's te New York. De nieuwe eigenaar moest $ 657.000 inclusief veilingkosten betalen. |