Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog werd het bezit van de Duitse kunsthandelaar Daniel-Henry Kahnweiler in een viertal veilingen door de Franse Staat verkocht via het veilinghuis Hôtel Drouot. De veiling was georganiseerd door de Liquidateur-Séquestre, J. Zapp, een ambtenaar van het Ministerie van Financiën. De veilingmeester was Alphonse Bellier en de deskundige in verband met de kubistische schilderijen was de kunsthandelaar Léonce Rosenberg. Rosenberg verzorgde ook de catalogus, waarin een aantal werken stond afgebeeld.
De tweede veiling werd gehouden op 17 en 18 november 1921. Voorafgaande was op 16 november 's middags van 2 tot 6 uur een bezichtiging van de kunstwerken mogelijk. In het nummer 11/12 van het tijdschrift L'Esprit Nouveau van november 1921 stond de nevenstaande advertentie, waarin de veiling van werken van Bernard Boutet de Monvel, Georges Braque, André Derain, Kees van Dongen, Juan Gris, Fernand Léger, Jean Metzinger, Pablo Picasso en Maurice de Vlaminck werd aangekondigd.
In het boek van Malcolm Gee Dealers, Critics, and Collectors of Modern Painting: Aspects of the Parisian Art Market Between 1910 and 1930, uitgegeven te New York in 1981 (ISBN: 0-8240-3931-9) staat een overzicht van de verkochte schilderijen van o.a. Picasso, Braque, Léger en Gris afkomstig uit La Gazette de l'Hôtel Drouot van 21 november 1921 met de gegevens van de veiling op 17 en 18 november 1921. De veilingnummers voorzien van een * waren afgebeeld in de catalogus. Behalve de titel van het werk, werden ook de afmetingen vermeld en of het schilderij een ovale vorm had. Soms stond ook een jaartal, 'papier collé' of 'gouache' vermeld. Bij de eerste drie veilingen stond meestal de naam van de koper vermeld. In de loop van de tijd zijn ook een aantal niet afgebeelde schilderijen als veilingstukken achterhaald.
De groep Grassat kocht voor ongeveer 27.000 FF inclusief 17,5% veilingkosten 6 werken van Georges Braque, 7 van André Derain, 4 van Maurice de Vlaminck, 8 van Juan Gris, 2 van Fernand Léger en 1 van Manolo, al werd zijn naam niet in de advertentie genoemd. Volgens een brief van 18 november van Kahnweiler aan zijn broer Gustav gaf Daniel-Henry deze keer de voorkeur aan werken van de Vlaminck.
Het hieronderstaande overzicht van Braque, Gris, Léger en Picasso komt hoofdzakelijk uit bovengenoemd boek van Malcolm Gee aangevuld met gegevens uit andere bronnen.
Opmerking:
Daar Kahnweiler vlak nadat Braques schilderijen geweigerd waren voor de Salon d'Automne van 1908 een aantal schilderijen van Braque kocht, waren ook fauvistische schilderijen van Braque op de veiling aanwezig.
veiling- nr. | kunstwerk | veilingtitel | extra geg. | prijs in FF | opmerking |
3 | Nature morte | 140 | ![]() Indien we afgaan op de opgegeven afmetingen, n.l. 33 cm bij 24 cm, zou het nevenstaande schilderij Le Verre uit 1911 de enige mogelijkheid zijn volgens het boek Braque Cubism. Verdere gegevens ontbreken. | ||
4 | Nature morte | 280 | Het werk met de afmetingen 33 cm bij 41 cm werd gekocht door de heer Georges. Daar de maat zes keer voorkomt is een keuze moeilijk te maken. | ||
5 | Nature morte | 270 | Van dit werk zijn alleen de afmetingen 41 cm bij 33 cm bekend. Daar de maat negen keer voorkomt in het boek Braque Cubism is een keuze moeilijk te maken. | ||
6 | Nature morte | 260 | Het werk met de afmetingen 41 cm bij 33 cm werd gekocht door André Breton. Daar de maat negen keer voorkomt in het boek Braque Cubism is een keuze moeilijk te maken. | ||
7 | Nature morte | 220 | Het werk met de afmetingen 35 cm bij 27 cm werd gekocht door André Breton. Daar de maat vier keer voorkomt in het boek Braque Cubism is een keuze moeilijk te maken. | ||
8 | La Baie | 220 | Het werk met de afmetingen 38 cm bij 46 cm werd gekocht door de groep Grassat. Denkelijk was het een fauvistisch schilderij gemaakt in 1907 in de havenplaats La Ciotat. | ||
9 | ![]() | Le Port | 260 | Het werk werd gekocht door de heer Clément. Volgens de website van de National Gallery of Art te Washington was het nevenstaande schilderij Le Port het geveilde werk. Via een verzamelaar in Zürich kwam het schilderij rond 1952 bij G. David Thompson te Pittsburgh. In november 1985 kochten de kunsthandel M. Knoedler & Co te New York en César de Hauke gezamenlijk het werk. Zij verkochten het werk in 1959 aan Henry T. Mudd. In 1992 erfde de National Gallery of Art te Washington het werk van Victoria Nebeker Coberly (1917-1991), die eerder getrouwd was geweest met Henry T. Mudd, ter nagedachtenis aan haar zoon John W. Mudd. | |
10 | Guitare | ovaal | 240 | ![]() Het ovale werk met de afmetingen 31 cm bij 25 cm werd gekocht door de groep Grassat. Ondanks de verwisselde afmetingen was het nevenstaande schilderij Mandoline JOURNAL uit 1912 denkelijk het geveilde werk. Het schilderij kwam via de Sidney Janis Gallery te New York bij Norton Simon in Pasadena. Op 21 oktober 171 werd het schilderij verkocht bij het veilinghuis Sotheby's te New York aan een Japanse verzamelaar. | |
11 | ![]() | La Fenêtre | 200 | Het werk werd gekocht door de heer Clément. Gezien de titel en de juiste afmetingen was het werk vast en zeker het nevenstaande schilderij Fenêtre à Céret uit 1911 en gemaakt in het huis der kubisten te Céret. | |
12 | ![]() | Le Bougeoir | 300 | Het schilderij uit 1911 werd op de veiling gekocht door de heer Netter. Dit zou de kunsthandelaar en verzamelaar Jonas Netter kunnen zijn geweest, die bekend werd door de aankoop van schilderijen van Modigliani. Na Netter waren de eigenaren René Gaffé, Galerie Rosengart te Luzern en Galerie Maeght te Parijs. Nu is het werk te zien in de Scottisch National Gallery of Modern Art. | |
13 | Le Mât-Anvers | 140 | Het werk met de afmetingen 46 cm bij 38 cm was gezien de titel denkelijk een fauvistisch schilderij gemaakt tijdens het verblijf van Braque in Antwerpen in 1906. | ||
14 | Anvers | 370 | Het werk met de afmetingen 35 cm bij 46 cm werd op de veiling gekocht door de heer Mori. Gezien de titel vast en zeker een fauvistisch werk gemaakt tijdens het verblijf van Braque in Antwerpen in 1906. | ||
15 | Guitare | 400 | ![]() Gezien de opgegeven afmetingen, 55 cm bij 38 cm, denkelijk het nevenstaande schilderij Violin uit 1914. Dit schilderij kwam volgens het boek Braque cubism via Raoul la Roche in een privé collectie te Bazel. | ||
16 | ![]() | Nature morte | 340 | Het nevenstaande schilderij, nu met de titel Verre et Pipe SODA uit 1911-1912 werd gekocht door André Breton. Via o.a. De Hauke & Co te New York, en Charles Lamd kwam het werk in 1942 dankzij geld uit de nalatenschap van Lillie P. Bliss in het Museum of Modern Art te New York. | |
17 | ![]() | Nature morte | 300 | Gezien de opmerking ovaal en de gegeven afmetingen was het geveilde werk denkelijk het nevenstaande schilderij Verre et Pipe Jour uit 1914. Dit werk behoorde tot de verzameling van Raoul la Roche te Parijs. Rond 1970 kocht het echtpaar Bossard uit Parijs het werk. Op 4 december 1979 werd dit werk bij Christie's te Londen geveild. De nieuwe eigenaar verkocht het schilderij op 2 december 1986 via Sotheby's te Londen aan de kunstverzamelaar Stanley J. Seeger. Hij verkocht het schilderij op 8 mei 2001 via Sotheby's te New York aan een onbekende koper, die het werk op 6 mei 2008 via Christie's te New York verkocht. De nieuwe eigenaar moest $ 3.849.000 betalen inclusief veilingkosten. | |
18 | ![]() | L'Eglise de Carrières St. Denis | 410 | Het nevenstaande schilderij uit 1909 werd gekocht door de heer Netter. Zie de opmerking bij nummer 12. | |
19 | Nature morte | 510 | Van het geveilde werk met de gegeven afmetingen, 43 cm bij 61 cm, zijn verder geen gegevens bekend. | ||
20 | Maison à l'Estaque | ![]() Het werk met de afmetingen 60 cm bij 49 cm werd gekocht door de heer Cottereau. Mogelijk was dit het nevenstaande schilderij Paysage à l'Estaque uit 1908, dat echter de afmetingen 61 cm bij 50 cm heeft. | |||
21 | Flacon et verre | 390 | Het geveilde werk met de afmetingen 61 cm bij 46 cm werd gekocht door de groep Grassat. Verdere gegevens ontbreken. | ||
22 | Femme nue se coiffant | 210 | Het werk met de afmetingen 61 cm bij 50 cm werd gekocht door de Daniel Tzanck, die het denkelijk in 1926 verkocht aan Helft voor 5200 FF. | ||
23 | La Calanque | 1907 | 210 | Het werk met de afmetingen 50 cm bij 61 cm werd gekocht door André Breton. Gezien het gegeven jaartal en de titel De Kreek was het denkelijk een fauvistisch schilderij gemaakt in La Ciotat. | |
24 | ![]() | La route de l'Estaque | 450 | Het nevenstaande schilderij Weg bij L'Estaque uit 1908 werd denkelijk ook gekocht door de groep Grassat, daar het mogelijk via Flechtheim in 1933 in handen kwam van Dr. Hugo Simons (1892-1951), die het schilderij vanuit Duitsland naar Montreal bracht. Simons verkocht het werk in 1943 aan de Buchholz Gallery van Curt Valentin in New York, waarna Valentin het werk ruilde met een werk in het Museum of Modern Art. Het schilderij is nu te zien in MOMA te New York. | |
25 | Le Canal St.Martin | 250 | Het werk met de afmetingen 50 cm bij 62 cm werd gekocht door meneer Cottereau. | ||
26 | Nature morte | 450 | Het schilderij met de afmetingen 65 cm bij 54 cm werd gekocht door de groep Grassat. | ||
27 | Nature morte | 320 | Het schilderij met de afmetingen 73 cm bij 54 cm werd gekocht door de groep Grassat. | ||
28 | Violon et chanson | 800 | Het schilderij met de afmetingen 73 cm bij 54 cm werd gekocht door de heer Splitz. | ||
29 | Nature morte | 380 | Het schilderij met de afmetingen 65 cm bij 50 cm werd gekocht door de groep Grassat. | ||
30 | Le Joueur de guitare | 550 | Het schilderij met de afmetingen 81 cm bij 54 cm werd gekocht door André Breton. | ||
31 | Poires et bananes | 700 | Het werk met de afmetingen 24 cm bij 33 cm werd gekocht door de heer Rosenberg. Denkelijk was dit de kunsthandelaar Paul Rosenberg. | ||
32* | ![]() | Nature morte | ovaal | 260 | Het nevenstaande ovale schilderij, nu genoemd Verre et dé Jou, uit 1913 werd op de veiling gekocht door M. Netter. (Zie opmerking bij nummer 12) In 1928 kocht Jacques Doucet het schilderij en kwam het na zijn dood in 1929 bij zijn weduwe. Op 15 september 1937 verkocht zij het werk aan de Jacques Seligmann & Co. te New York. Op 2 november 1937 verkocht Seligmann het schilderij aan Mima de Manziarly Porter. In 1989 erfde het Art Institute of Chicago het schilderij van haar. |
33* | ![]() | Nature morte | ovaal papier collé | 410 | Het ovale papier collé, nu genoemd Pipe et Journal, uit 1913 werd op de veiling gekocht door de heer Borowski. Denkelijk moest dit zijn Léopold Zborowski, de steun en toeverlaat van Modigliani. Het papier collé kwam via Helena Rubinstein in de kunstverzameling van Sidney E. Cohn te New York. Op 13/14 mei 1992 werd het papier collé met de titel Stilleven met pijp en glas bij Sotheby's te New York voor $ 550.000 verkocht aan de Zwitserse kunsthandelaar Thomas Amman. |
34* | ![]() | Nature morte | 570 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Duo pour flute, uit 1913-1914 werd op de veiling gekocht door de heer Splitz. Het werk behoort nu tot de collectie Mattioli te Milaan. Vanaf 6 september 1997 werden 26 meesterwerken van Italiaanse kunstenaars uit het begin van de twintigste eeuw langdurig uitgeleend aan het Peggy Guggenheim Collection te Venetië. | |
35* | Jardin au bord de Canal à Anvers | 700 | Het schilderij met de afmetingen 61 cm bij 50 cm werd gekocht door de heer Souffet. Gezien de titel is het denkelijk een fauvistisch werk. | ||
36* | ![]() | Le Joueur de guitare | 840 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Le Portugais, uit 1911 werd gekocht door Amédée Ozenfant voor Raoul la Roche. La Roche schonk het werk in 1952 aan het Kunstmuseum Basel. | |
37* | ![]() | La Joueuse de guitare | 1250 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Jeune fille à la guitare, uit 1913 kwam in het bezit van Raoul la Roche. Hij schonk het werk in 1957 aan het Musée National d'Art Moderne te Parijs. | |
225 | ![]() | Guitare | papier collé | 90 | Het geveilde papier collé had de afmetingen 62 cm bij 48 cm. Gezien de juiste afmetingen, de juiste titel en dat het ging om een tekening en papier collé lijkt het nevenstaande papier collé uit 1913 het geveilde werk. |
226 | Verre et guitare | papier collé | 120 | Het geveilde papier collé had de afmetingen 63 cm bij 48 cm. | |
227 | Musique et guitare | papier collé | 105 | ![]() Het geveilde papier collé had de afmetingen 63 cm bij 48 cm. Gezien de titel en de opmerking tekening en papier collé komt het nevenstaande papier collé Guitare Aria de Bach uit 1914 maar met de afmetingen 62 cm bij 46 cm, misschien in aanmerking. Het werk behoorde tot de collectie van Marie Cuttoli te Parijs. Via Galerie Beyeler in Bazel kwam het werk in 1970 bij Paul Mellon en zijn vrouw, die het in 1982 schonken aan de National Gallery of Art te Washington D.C. |

veiling- nr. | kunstwerk | veilingtitel | extra geg. | prijs in FF | opmerking |
137 | Nature morte | 250 | Het geveilde schilderij (DC 31) uit 1912 kwam in het bezit van Galerie Simon. Via Galerie Flechtheim, Rolf de Maré, Galerie Renou et Colle, Valentine Dudensing en Pearls Galleries kwam het werk bij Dr. Harry Austin Blutman te New York. | ||
138 | ![]() | Nature morte | 120 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Flacon et verre (DC 75), uit 1914 werd gekocht door de groep Grassat. Via Galerie Simon, Jacques Seligmann te New York, Knoedlers, Saidenberg Gallery te New York, G. David Thompson te Pittsburgh, Marborough Fine Art te Londen en Regnar Moltzon te Oslo kwam het werk in 1959 in de Staatsgalerie Stuttgart. | |
139 | Nature morte | papier collé | 105 | Het geveilde papier collé, nu genoemd Le Moulin à café (DC105), uit 1914 werd op 25 oktober 1927 verkocht op de veiling van de privécollectie van Kahnweiler bij Hôtel Drouot. Via Galerie Simon en Galerie Leiris kwam het werk op 24 februari 1950 op een veiling bij Hôtel Drouot. Hier werd het papier collé gekocht door Peter Nathan uit Zürich, die in 1953 bij de kunsthandel van zijn vader Fritz Nathan in dienst trad. | |
140 | Nature morte | papier collé | 130 | Het geveilde papier collé, nu genoemd La Bouteille de vin rosé (DC 100), uit 1914 werd gekocht door de groep Grassat. Via Galerie Simon, A. de Leché en B. Poissonier te Parijs kwam het werk bij James Johnson Sweeney te New York. | |
141 | ![]() | Nature morte | dec. 1913 | 80 | Het nevenstaande werk, nu genoemdSt. Matorel (DC 64), kwam na de veiling in de privéverzameling van Daniel-Henry Kahnweiler. Na zijn dood in 1979 erfde zijn stiefdochter Louise het werk. In 1984 schonk zij het samen met haar man Michel Leiris het werk aan het Musée National d'Art Moderne te Parijs. |
142 | Nature morte | dec. 1913 | 150 | Het geveilde werk (DC 63) kwam via Galerie Simon, Marie Cuttoli en André Lefèvre bij de diplomaat Henri Hoppenot (1891-1977) te Parijs. | |
143 | ![]() | Le Violon | juli 1913 | 115 | Het nevenstaande werk De Viool (DC 49) kwam via Galerie Simon bij Gustav Kahnweiler te Cambridge. Via de Saidenberg Gallery te New York kwam het werk bij mevr. Bernard Kreisler te Greenwich (Connecticut) en daarna bij Galerie Tarica te Parijs. Hier kochten Yves Saint Laurent en Pierre Bergé het schilderij voor 1986. Tijdens de veiling van de Collection Yves Saint Laurent et Pierre Bergé op 23-25 februari 2009 te Parijs bracht het werk 3.873.000 EUR incl. veilingkosten op. |
144 | ![]() | Le Fumeur de cigares | juli 1913 | 125 | Het nevenstaande werk De Roker (DC 51) werd gekocht door de groep Grassat. Via Galerie Simon, Galerie Leiris, Perls Galleries, mevr. J.H. Vogel te Philadelphia, Armand Bartos te New York en de Andrew Crispo Gallery te New York in 1978 bij Hans Heinrich Thyssen-Bornemisza. Het werk is nu te zien in het Museo Thyssen-Bornemisza te Madrid. |
145 | Le Damier | 150 | Het geveilde werk (DC 71) uit december 1913 of januari 1914, dat nu Le Jacquet wordt genoemd, kwam via Galerie Simon en Galerie Leiris rond 1955 bij de verzamelaar Joseph H. Hazen te New York. De advocaat en filmproducent overleed in 1994 en zijn weduwe Lita Annenberg Hazen erfde het schilderij. De weduwe overleed op 2 oktober 1995 op 85-jarige leeftijd en het nevenstaande werk werd geveild bij Christie's te New York op 30 april 1996. Het kostte de nieuwe eigenaar $ 3.412.500 incl. veilingkosten. | ||
146 | ![]() | Le Siphon | april 1913 | 180 | Het nevenstaande werk (DC 37) werd gekocht door de groep Grassat. Dr. Marcel Noréro kocht het schilderij bij Galerie Simon, maar de galerie kocht het werk voor 2.700 FF terug tijdens de veiling van Noréro's kunstverzameling op 14 februari 1927 bij Hôtel Drouot te Parijs. In 1948 kocht Jacques Seligmann het werk bij Galerie Leiris, de opvolger van Galerie Simon, en verkocht het in hetzelfde jaar aan Edgard J. Kaufmann Jr. In 1959 verkocht Kaufmann het werk aan het Rose Art Museum te Waltham (Massachusetts). Noréro werd genoemd als verzamelaar van werken van Gris in Maurice Raynals boek Modern French painters. |
147 | ![]() | La Guitare | 95 | Het nevenstaande werk, nu genoemd Violon et verre (DC 47), uit 1913 kwam via Galerie Simon en André Lefèvre in 1952 bij het Musée National d'Art Moderne te Parijs. | |
148* | ![]() | Nature morte | 180 | Het nevenstaande werk, nu genoemd Le Petit déjeuner (DC 92), uit 1914 werd gekocht door de groep Grassat. Via Galerie Simon en Galerie Leiris kwam het terecht bij de Amerikaanse verzamelaarste Lizzie P. Bliss. Zij vermaakte het werk in 1948 aan het Museum of Modern Art te New York. | |
149 | Nature morte | papier collé | 200 | Het geveilde papier collé, nu genoemd La Table du musicien (DC 84), uit 1914 kwam via Galerie Simon, de schrijver en kunstverzamelaar Osbert Sitwell (1892-1969)en de galerie Marlborough Fine Art bij G.David Thompson. Op 23 maart 1966 werd het werk geveild bij Parke-Benet te New York. | |
150* | Violon et Damier | okt. 1913 | 140 | Het geveilde werk (DC 60) kwam via Galerie Simon bij de kunstverzamelaar Gottlieb Reber, die het werk verkocht aan Paul Adamidi Frasheri Bey te Genève. Via Galerie Moos en Curt Valentin kwam het werk in de collectie van Mrs. Leo Simon te New York. | |
151* | Paysage | sept. 1913 | 120 | Van het geveilde werk, nu genoemd Maisons à Céret (DC 56), zijn verder geen gegevens bekend. |

veiling- nr. | kunstwerk | veilingtitel | extra geg. | prijs in FF | opmerking |
152 | Variation de formes | 1913 | 110 | Het werk met de afmetingen 55 bij 46 cm was in de periode 1921-1929 in het bezit van Galerie Simon te Parijs en daarna van Otto Carlsund te Stockholm. Via Pierre Loeb kwam het werk in 1938 bij Solomon R. Guggenheim te New York. Op 2 juli 1974 werd het werk door Guggenheim via de veiling bij Sotheby's verkocht. | |
153 | Nature morte | 1914 | 210 | Ondanks de gegeven afmetingen van het schilderij, 92 cm bij 73 cm, en het jaartal ontbreken verdere gegevens. | |
154 | Variation de formes | 1913 | 120 | Ondanks de gegeven afmetingen van het schilderij, 92 cm bij 73 cm, en het jaartal ontbreken verdere gegevens. | |
155 | ![]() | Femme en rouge et verte | 1914 | 200 | Het nevenstaande schilderij werd gekocht door Léonce Rosenberg. Het schilderij werd in de Tweede Wereldoorlog opnieuw geconfisqueerd. Zie de webpagina Femme en rouge et verte. |
156 | ![]() | Paysage | 300 | Het schilderij werd denkelijk gekocht door Léonce Rosenberg en verkocht aan André Lefèvre. Het schilderij werd verkocht op de veiling van Lefèvres kunstverzameling in 1965. | |
157 | Variations de formes | 1913 | 280 | ![]() Misschien was het geveilde werk het nevenstaande schilderij Contrastes de formes uit de collectie Arensberg. Het echtpaar Arensberg kocht het werk in 1939 bij Jacques Seligmann & Co. en schonk dit schilderij in 1950 aan het Philadelphia Museum of Art. De eigenaren voor 1939 waren vaag. Volgens Léger was het werk in 1933 door Seligmann voor $ 800 verkocht aan de toneelschrijver Elmer Rice (1892-1967). | |
158* | ![]() | Femme devant une table | 270 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd La Femme assise, uit 1914 werd gekocht door Daniel Tzanck. Het schilderij werd verkocht aan Alphonse Kann en kwam daarna in de kunstverzameling van Heinz Berggruen. | |
159* | ![]() | Paysage | 1912-1913 | 310 | Het nevenstaande schilderij Paysage werd denkelijk gekocht door Léonce Rosenberg. In 1925 werd het schilderij door de kunsthistorica Hans en Erica Tietze geschonken aan het Kunsthistorisches Museum te Wenen. |
160* | ![]() | Nature morte | 320 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Nature morte au livre, uit 1913 werd gekocht door Paul Rosenberg. Daarna kwam het in bezit van Douglas Cooper. | |
161* | ![]() | Paysage no. 1 | 270 | Het nevenstaande schilderij uit 1914 werd gekocht door Paul Rosenberg. Het schilderij hing op de tentoonstelling Cubism and Abstract Art in New York in 1936. |
veiling- nr. | kunstwerk | veilingtitel | extra geg. | prijs in FF | opmerking |
163 | ![]() | Nature morte | 180 | Het nevenstaande werk, nu genoemd Verre, uit 1914 werd verkocht aan Alfred Richet. | |
164 | Nature morte | papier collé | 360 | ![]() Het papier collé met de afmetingen 24 cm bij 19 cm werd gekocht door (Paul?) Rosenberg. Gezien de afmetingen zou het nevenstaande papier collé Verre et bouteille de Bass uit 1914 het geveilde werk kunnen zijn. Het werk kwam bij Marcel Mabille te Rhode-Saint-Genèse/Sint-Genesius-Rode. In 1995 werd het werk door Anne-Marie en Ernst Vischer-Wadler nagelaten aan het Kupferstichkabinett in het Kunstmuseum te Bazel. | |
165 | ![]() | Nature morte | papier collé | 250 | Het nevenstaande papier collé, nu genoemd Pipe et Verre, uit 1914 was denkelijk het geveilde werk. Het werd gekocht door (Paul?) Rosenberg. Denkelijk was het werk in bezit van Galerie Georges Petit te Parijs. Het nevenstaande werk behoorde volgens de website van Prof. Dr. Enrique Mallen tot de verzameling van Martin Janis te New York en daarna tot de Eugène V. Thaw Collection te New York. Martin Janis was de broer van Sidney Janis en opende een galerie op Ventura Boulevard en daarna op North La Cienega Boulevard 710 te Los Angeles min of meer als dependance voor de galerie van zijn broer. |
166 | ![]() | Le Verre | 170 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Verre et pomme, uit 1911 werd gekocht door meneer Harris. Verdere gegevens ontbreken. | |
167 | Nature morte | papier collé | 210 | ![]() Volgens de La Gazette de l'Hôtel Drouot was het een papier collé, dat gesigneerd was links boven. Het werk werd gekocht door de kunsthandelaar Ambroise Vollard. Gezien de maat en Picasso's naam links boven is het vast en zeker het nevenstaande Verre, as de trèfle et dé uit 1914, dat via Galerie Rosengart te Luzern bij een particuliere verzamelaar in Bazel terecht kwam. | |
168 | ![]() | Nature morte | papier collé april 1914 | 120 | Het nevenstaande papier collé werd misschien direct of later gekocht door Pierre Gaut uit Parijs. Via mevrouw Coutrot kwam het werk bij Galerie Berggruen. In 1956 werd het werk bij deze galerie gekocht door Pierre Janlet, de directeur-generaal van het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel. |
169 | Nature morte | papier collé | 400 | Van het papier collé met de afmetingen 34 cm bij 21 cm zijn verder geen gegevens bekend. | |
170 | Le Grenada | 350 | Het werk met de afmetingen 22 cm bij 35 cm werd gekocht door de heer Barlot. Verdere gegevens ontbreken. | ||
171 | ![]() | Verre et pipe | 230 | Denkelijk was het geveilde werk het nevenstaande schilderij Verre et pipe uit 1911-1912. Verdere gegevens ontbreken. | |
172 | ![]() | Fleurs | 310 | Het werk werd gekocht door de heer Barlot. Denkelijk was het geveilde werk het nevenstaande schilderij vase de fleurs uit 1911. Het werk kwam met de schilder Lyonel Feininger in New York terecht. Hier kwam het in de kunstverzameling van Eugène Thaw, die het werk verkocht aan de verzamelaars James en Marilynn Alsdorf. | |
173 | ![]() | Le Verre | 320 | Het nevenstaande schilderij uit 1912 werd door de Zweed Rolf de Maré gekocht. Het werk kwam in de dertiger jaren in het bezit van de kunstenares Claire Zeisler-Block (1903-1991) te Chicago. Zij schonk het werk in 1986 aan The Art Institute te Chicago ter nagedachtenis aan A. James Speyer. Speyer, geboren in 1913, was van 1961 tot zijn dood op 9 november 1986 curator van de afdeling 20th-century painting and sculpture van The Art Institute. | |
174 | La Tasse | 400 | Het geveilde werk met de afmetingen 26 cm bij 18 cm werd verkocht aan Mettchinskoff (Oscar Mietchaninoff?). | ||
175 | Nature morte | 360 | Het geveilde werk met de afmetingen 33 cm bij 21 cm werd gekocht door de heer Peignot. Misschien was dit de letterontwerper Charles Peignot (1897-1983), die na de dood van zijn vader en zijn drie ooms in de Eerste Wereldoorlog de firma Peignot et Cie voorzette. De firma hield zich o.a. bezig met het ontwerpen en maken van lettertypes. Op 1 juli 1923 ging de firma een fusie aan met het soortgelijke bedrijf Deberny et Cie en werd de naam Deberny & Peignot. | ||
176 | Le Verre | 260 | Van het geveilde werk met de afmetingen 41 cm bij 33 cm zijn geen verdere gegevens bekend. | ||
177 | ![]() | Nature morte | 320 | Het werk, nu genoemd L'Huilier, uit 1911 werd gekocht door Antoine Villard uit Parijs. De schilder Antoine Villard (1867-1934) was de eerste president van de Salon de l'Art Français Indépendant en bezat een groot aantal werken van Henri Rousseau. Via de verzamelaars Jacques Gelman en Eugène Thaw kwam het werk in een privéverzameling in de Verenigde Staten. | |
178 | La Mendiante | 360 | Van het geveilde werk met de afmetingen 32 cm bij 19 cm zijn ondanks de opvallende naam De bedelares geen gegevens bekend. | ||
179 | ![]() | Le Nu à la Guitare | 520 | Denkelijk kocht André Breton het werk op de veiling. Op 15 april 1970 werd het schilderij onder de titel Femme nue à la guitare uit 1909 bij Sotheby's te Londen voor £ 16.000 verkocht. | |
180 | ![]() | La Guitariste | 400 | Het nevenstaande werk Guitariste ('Le torero') uit 1911-1912 werd gekocht door de Noor Jens Thiis (1870-1942), die in de periode 1908-1941 directeur was van de Nasjonalgalleriet te Oslo, voor zijn privéverzameling. Daarnaast kocht hij nog 2 andere schilderijen van Picasso op deze veiling voor het museum. Het werk werd op 7 december 1942 door de erfgenamen verkocht. Via de New Yorkse galeriehouder Curt Valentin kwam het werk bij de industrieel Morton G. Neumann (1898-1985) in Chicago terecht. Morton G. Neumann begon na een reis naar Europa in 1948 met het verzamelen van kunst. Nadat zijn vrouw in 1995 was overleden moest de familie 55% van de nalatenschap contant als successierechten betalen. Op 17 november 1998 werd de kunstverzameling van Neumann geveild bij Sotheby's in New York. | |
181 | Nature morte | papier collé | 500 | ![]() Het papier collé werd gekocht door Wilhelm Uhde. Misschien was gezien de afmetingen het nevenstaande papier collé Bouteille et journal het bewuste werk. In 1955 erfde de National Gallery of Ireland te Dublin van de Ierse kunstenares Evie Hone het nevenstaande (rechts) papier collé Fles en krant uit 1913. | |
182 | ![]() | Nature morte | 1913 | 680 | Het nevenstaande werk, nu genoemd Bouteille de marc de Bourgogne, verre, journal werd door André Breton gekocht. Via Sara Lewis, de familie Bensinger in Chicago en Galerie Europe in Parijs, kwam het werk bij Philippe-Guy E Woog te Genève. |
183 | ![]() | Bouteille et verre | 250 | Het nevenstaande werk, nu genoemd La carafe (Bouteille et verre), uit 1911-1912 kwam in het bezit van M. Knoedler & Co. In mei 1962 verkocht Knoedler het werk aan J. Irwin Miller (1909-2004). Op 24 juni 2008 werd het geveild bij Christie's te Londen, waar het werd aangeboden door de erfgenamen van J. Irwin en Xenia S. Miller. De nieuwe koper betaalde £ 3.737.250 inclusief kosten. | |
184 | Nature morte | 220 | Het papier collé met de afmetingen 37 cm bij 52 cm werd gekocht door Peignot. Verdere gegevens ontbreken. | ||
185 | Le Compotier de raisins | 330 | Het werk met de afmetingen 52 cm bij 48 cm werd gekocht door de heer Millot. Verdere gegevens ontbreken. | ||
186 | Nature morte | 420 | Dit geveilde werk met de afmetingen 52 cm bij 43 cm werd gekocht door (Paul?) Rosenberg. Verdere gegevens ontbreken. | ||
187 | Verre et Bouteille | 320 | Van dit geveilde werk met de afmetingen 46 cm bij 27 cm zijn geen verdere gegevens bekend. | ||
188 | Nature morte | 310 | Van dit geveilde werk met de afmetingen 61 cm bij 48 cm zijn geen verdere gegevens bekend. | ||
189 | ![]() | La Bouteille de rhum | 1911 | 370 | Misschien kocht Ozenfant dit werk voor Le Corbusier. Het werk werd verkocht op 9 december 1969 tijdens een veiling bij Galliera te Parijs. Via Eugène V. Thaw kwam het werk bij Jacques en Natasha Gelman in Mexico City. |
190 | Nature morte | papier collé | 270 | Van dit papier collé met de afmetingen 62 cm bij 47 cm zijn geen verdere gegevens bekend. | |
191 | Nature morte | 1400 | Het werk met de afmetingen 60 cm bij 50 cm werd gekocht door André Breton. Verdere gegevens ontbreken. | ||
192 | ![]() | Nature morte | 750 | Het nevenstaande werk Nature morte 'Le Torero' uit 1911 werd gekocht door de schilder Jean Crotti. Via Paul Eluard en René Gaffé kwam het werk in 1937 bij Ronald Penrose terecht. Sidney Janis kocht het werk van Penrose en verkocht het in 1952 aan Nelson A. Rockefeller. | |
193 | Nature morte | papier collé | 300 | Het papier collé met de afmetingen 52 cm bij 68 cm werd gekocht door Alfred Richet. Verdere gegevens ontbreken. | |
194 | ![]() | Nature morte | 1913 | 900 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Verre, guitare, bouteille, behoorde tot het bezit van Pierre Loeb, de Marie Harriman Gallery te New York en vanaf 1934 van Sidney en Harriet Janis. In 1967 schonk het echtpaar Janis het schilderij aan het Museum of Modern Art te New York. |
195 | ![]() | Nature morte | 330 | Het werk, nu genoemd Bouteille, guitare, pipe, uit 1912 werd gekocht door de heer Hansel. Daarna behoorde het werk tot de collectie van Rolf de Maré. Via de Belgische kunstverzamelaar Philippe Dotremont kwam het werk bij Galerie Rosengart te Luzern, die het schilderij in 1964 verkocht aan het Museum Folkwang te Essen. | |
196 | Tête de femme | 760 | ![]() Het werk met de afmetingen 73 cm bij 60 cm werd gekocht door de heer Spectz. Misschien was het geveilde werk het nevenstaande schilderij Buste de femme uit 1910. In 1984 werd het werk door Louise en Michel Leiris geschonken aan het Musée National d'Art Moderne. | ||
197 | ![]() | Tête d'homme | 1800 | Het nevenstaande schilderij uit 1908 werd gekocht door Paul Rosenberg. Via Henri-Pierre Roché, Galerie Pierre, Galerie Vavin Raspail en W.P. Chrysler terecht bij Samuel A. Marx. Marx leende het werk uit aan het Museum of Modern Art. In 1995 werd het werk door Florene May, de ex-vrouw van Samuel A. Marx, nagelaten aan het Metropolitan Museum. | |
198 | ![]() | Nature morte | 950 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Guitare, verre et pipe, uit 1912 werd gekocht door de Noor Jens Thiis (1870-1942), in de functie van directeur van de Nasjonalgalleriet te Oslo. Het schilderij is nu te zien in de Nasjonalgalleriet te Oslo. | |
199 | ![]() | Violon Verre et Bouteille | 1750 | Het nevenstaande schilderij, nu Violon au café genoemd, uit 1913 kwam via de koper uiteindelijk in het bezit van Siegfried Rosengart te Luzern. Het werk werd door Siegfried en Angela Rosengart geschonken aan de Picasso-Sammlung der Stadt Luzern. | |
200 | Tête | 1050 | Het kunstwerk werd gekocht door Nils von Dardel (1888-1943). Deze Zweedse schrijver kwam in 1910 naar Parijs waar hij lessen aan de Académie Matisse volgde. Spoedig maakte Dardel deel uit van de kunstenaarskring rond Picasso, Braque en Apollinaire. Voor de Zweed Rolf de Maré, die hij in 1913 ontmoette en een goede vriend werd, ontwierp Dardel decors e.d. voor Les Ballets Suédois. Ondanks de opgegeven uitzonderlijke maat, 72 cm bij 33 cm, is onduidelijk welk werk hier werd geveild. | ||
201 | Nature morte | 1150 | Het werk met de afmetingen 73 cm bij 53 cm werd gekocht door Amédée Ozenfant. Verdere gegevens ontbreken. | ||
202* | ![]() | La Bouteille de rhum | papier collé maart 1914 | 1250 | Het nevenstaande papier collé werd gekocht door mevrouw Sulpot, al vermoedt Prof. Dr. Erique Mallen dat het denkelijk de schrijver Philippe Soupault was. Het werk was in het bezit van Juliana Force te New York en het echtpaar Daniel en Eleanore Saidenberg, die het werk in 1956 schonk aan het Museum of Modern Art te New York. |
203* | ![]() | Nature morte | 1800 | Het schilderij met collages werd denkelijk gekocht door Amédée Ozenfant. Daarna waren de eigenaren Sigismund Marcel te Parijs en Jacques Koerfer te Ascona. Le Corbusier ontwierp in 1923 een huis voor Sigismond Marcel, dat deel uit maakte van een groep van drie aaneengesloten huizen. De andere waren voor Lotti Raaf en M. Motte. Op 19 november 1998 was de laatste van vier veilingen bij Christie's te New York van de nalatenschap van de in 1991 overleden Zwitserse industrieel Jacques Koerfer. De kunstverzameling bracht $ 157,8 miljoen op, waarvan $ 65 miljoen (incl. kosten $ 71,5 miljoen) betaald werd voor het schilderij Portret van de kunstenaar zonder baard van Vincent van Gogh uit 1889. | |
204* | ![]() | Nature morte | 1250 | Het nevenstaande schilderij waarin zand was verwerkt, Etudiant au journal uit 1913, werd gekocht door Amédée Ozenfant voor Raoul La Roche. Nu behoort het schilderij tot de collectie van Fondation Beyeler te Bazel. | |
205* | ![]() | La Guitare | ovaal | 1500 | Het nevenstaande schilderij uit 1912 werd gekocht door de Noor Jens Thiis (1870-1942), in de functie van directeur van de Nasjonalgalleriet te Oslo. Het schilderij was afgebeeld op de affiche en de catalogus van de tentoonstelling Il Cubismo - Rivoluzione e Tradizione (= Kubisme - Revolutie en Traditie), die gehouden werd in Ferrara van 3 oktober 2004 t/m 9 januari 2005. |
206* | ![]() | Guitare et verre | ovaal | 800 | Het nevenstaande schilderij uit 1912 werd gekocht door de heer Spitsch. T. Catesby Jones uit New York kocht het werk in de dertiger jaren voor $ 600 op een veiling in New York. Na zijn dood in 1946 bleef het werk bij zijn weduwe en na haar dood in 1967 kwam het werk bij de dochter, die getrouwd was met John B. Brooks te New York. Het schilderij was lange tijd uitgeleend aan het Virginia Museum of Arts. Het werk behoort nu tot de collectie van Fondation Beyeler te Bazel. |
207* | ![]() | La Guitare | 2900 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd La bouteille de Bass, uit 1912 werd volgens La Gazette de l'Hôtel Drouot gekocht door de heer Demeray. Demeray was de verkeerde schrijfwijze van de werkelijke koper, Rolf de Maré. Via de Belgische kunst- en muziekcriticus Léon Kochnitzky (1892-1965) te Parijs, de Tannhauser Gallery te New York en de Beyeler Galerie te Bazel kwam het schilderij bij de kunstverzamelaar Riccardo Jucker te Milaan. | |
208* | ![]() | Nature morte, guitares | 1650 | Het nevenstaande schilderij, nu genoemd Le Guéridon, uit 1913-1914 werd gekocht door Amédée Ozenfant voor de volgende eigenaar, Raoul la Roche, die het in 1952 schonk aan het Kunstmuseum Basel. |