Op initiatief van Juan Gris en Paul Dermée organiseerde een comité bestaande uit o.a. Pablo Picasso, Jean Cocteau en Max Jacob op 31 december 1916 een feestmaal voor Apollinaire onder de titel Déjeuner Guillaume Apollinaire. Aanleiding was het verschijnen van Apollinaires boek Le poète assassiné (=De vermoorde dichter). In het boek rekende Apollinaire af met Picasso, die hem in de steek had gelaten tijdens zijn gevangenschap wegens de vermeende diefstal van de Mona Lisa uit het Louvre, en zijn vriendin Marie Laurencin, die hem verlaten had. Tevens was de feestelijke lunch bedoeld om het herstel van Apollinaire te vieren. Apollinaire was op 17 maart 1916 aan het front door een granaatscherf zwaar verwond aan zijn hoofd en langdurig gerevalideerd.
De in Luik geboren Belgische dichter Camille Janssens kwam in 1910 naar Parijs, waar hij bekend werd onder zijn pseudoniem Paul Dermée (1886-1951). Vanaf maart 1917 schreef Dermée mee aan het nieuwe tijdschrift Nord-Sud van Pierre Reverdy.
Op 29 november 2007 werd bij het veilinghuis Sotheby's te Parijs voor 9.250 euro inclusief de veilingkosten een aantal papieren, waaronder een door Apollinaire op een soort papieren onderlegger voor een schaal geschreven brief met vermelding van het menu, verkocht. De brief was gericht aan Paul Dermée.
Het feestmaal werd gehouden in Palais d'Orléans, Avenue du Maine 198 te Parijs. Het grote herenhuis was in 1875 gebouwd door Henri-Joseph Lacarnoy en sinds 1902 in gebruik als restaurant en bijeenkomsten voor grote groepen. Min of meer als reclame had men nevenstaande ansichtkaart laten maken. De balzaal in Belle-Epoque-stijl, waar 2000 personen in konden, was voorzien van een beschilderd plafond.
Het organisatiecomité bestond o.a. uit Henri Matisse, Pablo Picasso, Georges Braque, Juan Gris, Max Jacob, Blaise Cendrars, Pierre Revery en Paul Dermée en een ere-comité bestaande uit bekende personen uit de litteraire en toneel wereld en de schilders Moise Kisling, Jean Metzinger en Maurice de Vlaminck. Het Le Comité d'organisation verstuurde een uitnodigende brief aan vele personen. Uit de bovengenoemde veilinggegevens bleek dat Apollinaire een aantal had opgegeven. Apollinaire noemde o.a. Albert Birot, Jacques Copeau, André Gide, Henri de Regnier, José Théry, Rachilde, Aurel, Louise Faure-Favier, Gabrielle Réval, de uitgevers van zijn boek Le Poète assassiné Georges en Robert Briffault.
De uitgebreide lunch was gepland tussen 13.00 uur en 15.00 uur, maar liep uit tot bijna 16.00 uur. Het einde verliep enigszins chaotisch, daar tijdens de toespraken werd gegooid met bv. radijs en stukjes brood en men opstond om te dansen. De eerste spreekster, mevrouw Mortier of te wel Aurel, werd door het lawaai van de aanwezigen de mond gesnoerd. Dat gebeurde ook met de tweede spreker, de dichter Paul-Napoléon Roinard (1856-1930), wegens een te lange voordracht. Alleen de derde spreker, Jacques Dyssord, kwam boven het geluid uit. Ook was er een handgemeen tussen Cendrars en een journalist. Apollinaire kreeg de zaal stil met het voordragen van een gedicht en het uitbrengen van een toast.
Dankzij het tijdschrift Que vlo-ve?, een tijdschrift dat in de periode 1973-2004 verscheen met als ondertitel Bulletin international des études sur Apollinaire, dat de presentielijst publiceerde is een groot aantal van de ruim honderd aanwezigen bekend. Helaas waren enkele namen niet herkenbaar of nu onbekend. Een aantal vrienden van Apollinaire konden niet aanwezig zijn wegens verblijf aan het front, bv. Maurice Raynal, of in het buitenland, bv. Robert en Sonia Delaunay.
| Vermelding | Opmerking vermeld in Que vlo-ve? met aanvullingen uit andere bronnen. |
| Pagina 1 | |
| Paul Morisse | In februari 1917 richtte hij samen met Édouard Dujardin het tijdschrift Les Cahiers idéalistes français op. |
| Max L. Artus |
Denkelijk de schrijver van kluchten en komische operettes Louis Artus (1870-1960). Hiernaast staat een deel van een tekening gemaakt door 'Bror'(?) van Artus en de schrijver en componist Claude Terrasse (1867-1923) met de mededeling dat het auteurs zijn. |
| Othon Friesz | De fauvistische schilder Friesz (1879-1949) bracht samen met Braque de zomer van 1906 door in Antwerpen en de zomer van 1907 in L'Estaque en La Ciotat. |
| Gilardoni | De schilder Joseph Gilardoni (1882-1961). |
| Laurens | De beeldhouwer Henri Laurens. |
| Dyssord | De dichter en schrijver Jacques Dyssord (1880-1952) en is het pseudoniem van Édouard Jacques Marie Joseph Moreau de Bellaing. |
| Mme V. André Dupont | ![]() De journaliste Valentine Dupont-Mas (1885-1922), de weduwe van de bij Verdun in 1916 gesneuvelde André Dupont. Zij was zeer bevriend met de schrijver Léon Bloy, die een persoonlijke boodschap schreef in het boek Vie de Mélanie. Bergère de la Salette van Mélanie Calvat. Het boek ging over de verschijning van de Maagd Maria aan Mélanie (1831-1904) en Maximim Giraud (1835-1875) op 19 september 1846. De tekst luidde: à ma petite amie Valentine, dans l'espoir vain de la dégoûter du monde ou de moi-même, Léon Bloy. |
| Blaise Cendrars | De schrijver Blaise Cendrars.
|
| Moricand | De astroloog van Zwitserse afkomst Conrad Moricand (1887-1954). Zijn woning stond open voor de kunstenaars in Montmartre, zoals Max Jacob, Jean Cocteau, Blaise Cendrars en Amedeo Modigliani. Modigliani schilderde het nevenstaande portret van Moricand in 1916 onder de titel Tête de jeune homme. Moricand leverde o.a. de tekeningen voor het in 1919 uitgegeven boek Moeurs de la famille Poivre van André Salmon. Hij verloor een groot deel van zijn kapitaal na de beurskrach van 1929. In 1935 moest bij zijn kunstverzameling en andere bezittingen via een veiling verkopen. De Amerikaanse schrijver Henry Miller, die vanaf 1936 omging met Moricand, schreef het boek A Devil in Paradise: the Story of Conrad Moricand. |
| Pagina 2 | |
| H. Hayden | De Poolse schilder Henri Hayden, die in de periode 1915-1921 kubistische werken maakte. |
| Paul Poiret | De couturier Paul Poiret. |
| Alex. [onleesbaar] | ? |
| Jane Armand | ? |
| Josette Gris | Josette Herpin was de vrouw van Juan Gris. |
| Denise P. Poiret | Denise Boulet was van 1905 tot 1928 getrouwd met de couturier Paul Poiret. |
| Picasso | De Spanjaard Pablo Picasso. |
| Youyou | Youyou was de naam waaronder Elvira Paladini bekend was. Zij was samen met Picasso, die al of niet een relatie met haar had na de vroegtijdige dood van zijn geliefde Eva Gouel op 14 december 1915, naar de feestelijke lunch gekomen. |
| Zborowski | De Poolse dichter Léopold Zborowski (1889-1932) was vanaf 1917 bevriend met Amedeo Modigliani en werd de belangrijkste financier. Modigliani werkte bij Zborovski in de Rue Joseph-Bara 3 onder de voorwaarde, dat Modigliani 15 francs per dag kreeg en Zborovski de kunstwerken. |
| Kubin | Denkelijk de schilder Otakar Kubin, die in de Eerste Wereldoorlog enige tijd geïnterneerd was in Frankrijk. |
| [onleesbaar] | |
| Lucien Vogel | ![]() De schrijver Lucien Vogel (1886-1954), die getrouwd was met Cosette de Brunhoff, was o.a. redacteur van het tijdschrift Art et décoration en startte in 1911 het luxe blad La Gazette du bon ton. In 1928 startte hij het tijdschrift Vu, dat zich keerde tegen het opkomend fascisme en nazisme. Op 3 mei 1933 verscheen in VU een reportage over Duitsland na Hitlers machtsovername met daarin een gedeelte over concentratiekampen. Vogels twintigjarige dochter Marie-Claude, die later zou trouwen met Paul Vaillant-Couturier, maakte foto's van het concentratiekamp Dachau rond Pasen. Twee foto's van haar werden bij het artikel afgedrukt. |
| Pagina 3 | |
| Fernand Fleuret | ![]() De dichter en schrijver Fernand Fleuret (1883-1945). Fleuret en Apollinaire kenden elkaar van gemeenschappelijk werk bij de Bibliothèque National. Fleuret schreef in 1907 het voorwoord in de catalogus van de tentoonstelling Cercle de l'Art Moderne in Le Havre en in 1912 het voorwoord in de catalogus van de tentoonstelling van Delaunay en Laurencin bij Galerie Barbazanges in Parijs. In 1921 tekende Alice Halicka het nevenstaande portret van Fleuret. Zie de Franstalige website Fernand Fleuret voor verdere gegevens. |
| Raoul Dufy | De schilder Raoul Dufy. |
| [onleesbaar] | |
| [onleesbaar] | |
| A. Baumann | Misschien de schrijver Émile Baumann (1868-1941), die een vriend was van Léon Bloy. |
| [onleesbaar] | |
| Charles Paix-Séailles | Paix-Séailles was directeur van het wekelijkse tijdschrift Courrier européen. |
| D. Japy de Beaucourt | Denkelijk Adèle Anne Cornefert (1867-1953), de echtgenote van Henri Japy (1848-1935). Adèle Cornefert trouwde op 19 mei 1886 met Charles Daum (1856-1897). Na dood van haar echtgenoot in 1897 trouwde zij hetzelfde jaar op 20 december met Henri Japy, die directeur was van een familiebedrijf, dat horloges maakte in Badevel, een plaats dicht bij de Frans-Zwitserse grens in Franche-Comté. In 1899 werd Japy gedwongen zijn functie neer te leggen na stakingen in Montbeliard. Hij was o.a. burgemeester van Badevel. |
| Elise Aubry | ? |
| D. Sterenberg | De Russische schilder en graveur David Petrovitch Sterenberg (1881-1948). Hij schreef het voorwoord in de catalogus van de Erste russische Kunstausstellung in Galerie van Diemen te Berlijn in 1922. Samen met Natan Altman was Sterenberg aanwezig bij de opening van de De Eerste Russische Kunststelling, die gehouden werd in het Stedelijk Museum te Amsterdam van 29 april t/m 28 mei 1923. |
| Fénéon | ![]()
De criticus en journalist Félix Fénéon (1861-1944). In 1886 gaf hij de schilderswijze van de groep rond Georges Seurat de naam Neo-impressionisme. In 1890 schilderde Seurat het nevenstaande portret van hem. In de periode 1906-1925 was Fénéon als directeur artistique de la section d'art moderne verbonden aan de Galerie Bernheim-Jeune. |
| Pagina 4 | |
| Jean de Gourmont | De journalist Jean de Gourmont (1877-1928) schreef vanaf 1903 voor het litteraire tijdschrift Mercure de France. Het tijdschrift, dat voor het eerst op 1 januari 1890 verscheen, was opgericht door Alfred Valette en een groep vrienden waaronder Jeans broer Remy de Gourmont (1858-1915). |
| Alfred Valette | De schrijver Alfred Valette (1858-1935) was oprichter en hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Mercure de France. In 1905 werd het tijdschrift halfmaandelijks. Valette gaf o.a. André Gide, Paul Claudel, Colette en Guillaume Apollinaire de eerste mogelijkheid om te publiceren. |
| Aurel | De schrijfster Marie-Antoinettte (roepnaam Aurélie) de Faucamberge (1869-1948) schreef onder de naam Aurel, maar ook onder de naam van haar twee echtgenoten, de schilder Cyrille Besset (1864-1902) en de schrijver Alfred Mortier (1865-1937). Vanaf 1915 hield Aurel in haar woning litteraire bijeenkomsten, die bezocht werden door o.a. Jean Cocteau, Max Jacob, Anna de Noailles (1876-1933) en Apollinaire. |
| Rachilde | ![]() De schrijfster Marguerite Eymery (1860-1953), die in 1889 trouwde met Alfred Vallette, schreef onder de naam Rachilde. Rachilde schreef o.a. korte verhalen voor het blad van haar man en hield jarenlang bijeenkomsten voor schrijvers en dichters in het kantoor van Mercure de France. Vanaf 1924 legde zij zich volledig toe op het schrijven van boeken. |
| [onleesbaar] | |
| Royère | Denkelijk de dichter Jean Royère (1871-1956), die redacteur was van het in de periode 1906-1914 verschenen neo-symbolistische tijdschrift La Phalange. Royère, Francis Carco (pseudoniem van François Carcopino-Tusoli 1886-1958) en Louis Marcoussis ontvingen van Apollinaire het manuscript en drukproeven van Apollinaires Bestiary. In 1911 verscheen een uitgebreide uitgave van 18 gedichten onder de naam Bestiary, die eerder gestaan hadden in het tijdschrift La Phalange in juni 1908. Raoul Dufy maakte houtsneden voor het werk, dat slechts een oplage van 120 gesigneerde stuks had en werd uitgegeven door Deplanche. |
| Pagina 8 | |
| M. Mauvin | ? |
| Gunar Bederscheid | ? |
| Eugenia H. de Errazuriz | De welvarende Chileense Eugenia Huici, die getrouwd was met José Errázuriz. Zij steunde vele kunstenaars, waaronder Picasso, Igor Stravinsky, Jean Cocteau en Blaise Cendrars. |
| André Salmon | De schrijver André Salmon. |
| Cte Wrangel | De kunstcriticus Graaf N.-V. Wrangel |
| Entre[onleesbaar] | ? |
| Pagina 5 | |
| Sturzwage | De schilder Léopold Survage |
| Luigi Amaro | De arts Luigi Romolo Sanguineti (1883-), afkomstig van de Italiaanse Rivièra, schreef onder het pseudoniem Luigi Amaro. Tijdens zijn verblijf in Parijs verbleef Sanguineti bij Jean Mollet, een vriend van Apollinaire. In nummer 6-7 van Nord-Sud stond van Apollinaire een gedicht getiteld À Luigi Amaro. |
| Minsky | Misschien de Russische dichter Nicolas M. Minsky (1855-1920), die genoemd werd in het boek Les Poètes russes geschreven door Jacques Povolozky, dat in 1911 verscheen. Nicolas Minsky was getrouwd met de Russische Zinaïda Wengeroff (1867-1941), die kritieken schreef over literatuur en Europese en Russische literatuur vertaalde. Wengeroff had gestudeerd in Wenen, Parijs en Londen. Na de dood van Minsky verhuisde zij in 1937 naar de Verenigde Staten. Zinaïda Wengeroff werd ook geschreven als Zénaïde Wenguerrow en Zinaida Vengerova. Volgens de biografie Zinaida Vengerova: In Search of Beauty met als ondertitel
A Literary Ambassador between East and West geschreven door Rosina Neginsky (ISBN: 978-0-8204-9830-0) leverde zij bijdragen aan het tijdschrift Mercure de France.
|
| Zetlin | ![]() De Russische imigranten Michael Zetlin en zijn vrouw Maria ontvingen in hun woning op Avenue Henri-Martin 91 schrijvers en artiesten. In 1916 maakte Diego Rivera het nevenstaande kubistisch portret van Maria Zetlin. In 1924 vertaalde Zetlin samen met André Fontainas Poésies choisies de Théodore Tioutchev van Ludmila Savkzky. |
| Louis Dumur | De uit Zwitserland afkomstige romanschrijver, dichter en toneelschrijver Louis Dumur (1860-1933). Hij was één van de oprichters van het tijdschrift La Pléiade en in 1889 van het literaire tijdschrift Mercure de France. Mede-oprichters waren o.a. Alfred Vallette, Alfred Jarry en Saint-Pol-Roux. Dumus was redacteur van het tijdschrift en werd in 1895 algemeen secretaris. |
| Arne Hammer | De Noorse toneelschrijver Arne Hammer was een vriend en bewonderaar van Apollinaire. Vanaf 1902 werkte Apollinaire mee aan L'Européen, waarvan Hammer redactiesecretaris was. Hij werkte mee aan het tijdschrift Le Festin d'ésope, dat Apollinaire in 1903 startte. Hammer werd later de consul voor Noorwegen in Le Havre. |
| Léon Bakst | De Russische schilder en ontwerper van kostuums en decors van o.a. Les Ballets Russes. Léon Bakst (1866-1924) was het pseudoniem van Lev Samojlovitsj Rozenberg, die zich in 1912 vestigde in Parijs. |
| F. Roches | Fernand Roches was de directeur van het tijdschrift L'Art décoratif, dat de ondertitel Revue de l'art ancien et de la vie artistique moderne had. |
| Jean Cocteau | De schrijver Jean Cocteau (1889-1963), die Picasso betrok bij het ballet Parade. |
| G. Fuss Amoré | ![]() De Belgische journalist Gustave Fuss, die de achternaam van zijn moeder koppelde aan zijn naam, werkte als correspondent in Parijs. Fuss-Amoré werkte mee aan het tijdschrift Mercure de France. In 1916 schilderde Modigliani het nevenstaande portret van zijn vrouw Elisabeth. |
| Robert Laloux | ? |
| Pagina 6 | |
| André Billy | De schrijver André Billy (1882-1971) ontmoette Apollinaire in 1903 voor het eerst en hielp hem met de verspreiding van Le Festin d'Esope tot 1910. Onder de naam Jean de l'Escritoire en Planton schreef hij in Paris-Midi. In 1912 was Billy één van de oprichters van Les Soirées de Paris. |
| Louise Faure-Favier |
De schrijfster Jeanne Lucie Augustine Claudia Faure-Favier (1870-1961), bekend van haar boek Blanche et Noir uit 1928, schreef o.a. Souvenirs sur Guillaume Apollinaire (1945). Volgens de schrijver Pierre Cabanne nodigde Louise, die met Marie Laurencin in 1913 op vakantie was in Villequier, Apollinaire uit om langs te komen en zo de twee ex-geliefden weer bijelkaar te brengen. Apollinaire accepteerde de uitnodiging en kwam samen met André Billy naar Villequier. Apollinaire en Laurencin brachten enkele dagen met elkaar door, maar tot een hereniging kwam het niet. Op 19 augustus vertrok Apollinaire uit Villequier en na een kort verblijf bij Hélène d'Oettingen en Serge Férat in La Baule, was Apollinaire op 28 augustus terug in Parijs om als getuige aanwezig te zijn bij het huwelijk van Gino Severini. |
| D. Tzanck | De tandarts Daniel Tzanck (1874-1964) was een verdediger van de toenmalige hedendaagse kunst en bevriend met Apollinaire. |
| J. d’Orliac | De dichteres Marie Jeanne Lapone (1883-1974) schreef onder het pseudoniem Jeanne d'Orliac, de meisjesnaam van haar moeder. |
| F. Divoire | De dichter Fernand Divoire (1883-1951) leverde gedichtenbundels van hem aan voor de verkoop tijdens de veiling op 21 juni 1924 bij Hôtel Drouot om geld in te zamelen voor een grafmonument voor Apollinaire. |
| Greta Prozor Halvorsen | ![]() ![]() Greta Prozor was de echtgenote van de Noorse kunsthandelaar Walter Halvorsen. In 1916 tekende en schilderde Henri Matisse de nevenstaande portretten van haar. Greta Prozor was de dochter van graaf Maurycy Prozor (1848-1928) en zijn vrouw Marthe-Elsa. In 1831 probeerden Polen en Litouwers los te komen van Rusland, maar de opstand werd hardhandig neergeslagen. De grafelijke familie Prozor raakte de landgoederen kwijt en verhuisde in 1832 naar Frankrijk. In augustus 1922 bezochten Greta, haar vader Maurycy en zijn vriend de dichter Oscar Vladislas de Lubicz-Milosz (1877-1939) de zelfstandige staat Litouwen. |
| Walther Halvorsen | De Noorse kunsthandelaar Walter Halvorsen, die schilderlessen bij Henri Matisse had gevolgd. |
| Pagina 7 | |
| G. Braque | De schilder Georges Braque. |
| Juan Gris | De schilder Juan Gris. |
| Henri-Matisse | De schilder Henri Matisse. |
| Paul Dermée | De schrijver Paul Dermée. |
| Max Jacob | De schrijver Max Jacob. |
| Maurice Magre | De schrijver, dichter en toneelschrijver Maurice Magre (1877-1941) |
| Suz. Parisis | ? |
| Pierre Reverdy | De schrijver Pierre Reverdy. |
| Mme Dermée | ![]() De Roemeense echtgenote van de schrijver Paul Dermée, Carolina Goldstein (1885-1952), die onder haar schrijversnaam Céline Arnauld bekend werd. In 1914 kwam Céline voor studie aan de Sorbonne naar Parijs, waar zij Paul Dermée ontmoette. In 1919 illustreerde Henri Laurens haar eerste roman Tournevire. Céline, die actief was in de DADA-beweging, pleegde een jaar na de dood van haar man zelfmoord. |
| [onleesbaar] | |
| [onleesbaar] Faure [onleesbaar] | ? |
| Michael Brenner | De beeldhouwer Michael Brenner, die in 1914 een contract met de kunsthandelaar Daniel-Henry Kahnweiler afsloot over de exclusieve verkooprechten van werken van Picasso in de Verenigde Staten. |
| [onleesbaar] J. Royère | Aangezien Jean Royère al op een andere bladzijde staat was dit denkelijk zijn vrouw. Er waren diverse manieren om de echtgenote aan te geven, n.l Mme en D. (Dame). |
| Waldemar George | De Poolse schrijver, journalist en kunstcriticus Waldemar George, pseudoniem van Waldemar Jerzy Jarocinski (1893-1970). In 1911 vestigde Waldemar George zich in Parijs. Hij schreef een groot aantal artikelen over o.a. Chaim Soutine, Jozsef Csáky, Oscar Miestchaninoff, Jacques Lipchitz, Louis Marcoussis en Alice Halicka. |
| Germaine Lefrancq | ![]() De schrijfster Germaine Lefrancq, die ook toneelstukken schreef. |
| Suzanne Delsart | ? |
| D. De Hoorn | Misschien Marie de Hoorn, de eigenares van de woning van de schrijver Paul Léautaud (1872-1956) in Fontenay-aux-Roses (Hauts-de-Seine). Paul Léautaud schreef onder zijn pseudoniem Maurice Boissard o.a. vanaf 1907 toneelkritieken in Mercure de France. Léautaud was bevriend met o.a. Alfred Vallette, Guillaume Apollinaire, Paul Valéry en André Gide. Hij was één van de leden van het comité voor een grafmonument voor Apollinaire. Op de website ina.fr staan twee videofragmenten met het korte interview Marie de Hoorn à propos de Léautaud opgenomen op 2 februari 1972 en het interview Marie de Hoorn et les gravures de Léautaud opgenomen op 5 augustus 1973. |
| Pagina 8 | |
| Elie Ehrenbourg | De Russische schrijver en journalist Ilya Ehrenbourg (1891-1967), die in de perioden 1908-1917 en 1921-1940 in Parijs verbleef. Daarna speelde hij een actieve rol in de sovjet propaganda. |
| Léon Deffoux | De schrijver Léon Deffoux (1881-1945), die ook artikelen schreef in Mercure de France. |
| J. de Merry | De heer Jan de Merry. Verdere gegevens ontbreken. |
| Mme. de Merry | De echtgenote van Jan de Merry. |
| [onleesbaar]charinoff | Misschien de beeldhouwer Oscar Miestchaninoff (1886-1956), een vriend van Jacques Lipchitz. In 1916 en 1917 schilderde Amedeo Modigliani een portret van hem. |
| D. Estenir | Gezien het gebruik in die tijd zou de D voor dame staan. |
| Diego del Rivera | De schilder Diego Rivera. |
| Ramon Gomez de la Serna | De Spaanse schrijver Ramón Gómez de la Serna (1888-1963). |
Denkelijk hebben enkele personen, die wel aanwezig waren niet getekend in het receptieboek, bv. omdat men hielp bij de lunch. Aanwezig waren ook
| Mme Réval | De feministische schrijfster Gabrielle Réval (1870-1938) was de nicht en de echtgenote van Fernand Fleuret. Het echtpaar was mede bekend door de salon littéraire, die zij hielden in hun in 1908 gebouwde Villa Mirasol in Cap d'Ail. |
| P.-N. Roinard | De dichter Paul-Napoléon Roinard (1856-1930) hield aan het eind van de lunch een toespraak. Misschien was zijn naam onleesbaar. |
Uitgenodigd waren ook de volgende drie personen, maar waren zij aanwezig?
| Paul Fort | De dichter Paul Fort (1872-1960), die het tijdschrift Vers et Prose begon. Het blad hield bijeenkomsten in het café La Closerie des Lilas. |
| André Gide | Van de schrijver André Gide (1869-1951) is bekend, dat hij op 31 december 1916 in Cuverville was. In 1908 was Gide één van de oprichters van het literaire tijdschrift Nouvelle Revue Française en hij ontving de Nobel-prijs voor literatuur in 1947. |
| Henri de Régnier | De dichter Henri François Joseph de Régnier (1864-1936). |