Alice Halicka werd geboren op 20 december 1895 te Cracovie (=Krakow), Polen. Haar vader was dokter en na de vroege dood van haar moeder werd zij opgevoed door haar grootouders. Na haar middelbare schoolopleiding vertrok zij naar München voor een schildersopleiding bij de Hongaarse schilder Simon Hollosy. In 1912 ging Alice Halicka naar Parijs. Zij studeerde aan de Académie Ranson bij Maurice Denis en Paul Sélusier. Eind 1912 ontmoette zij haar neef, de van oorsprong Poolse Louis Marcoussis. Kort na de ontmoeting werd Halicka, die woonde in de Rue Madame, ziek en Marcoussis bracht bijna dagelijks een bezoek aan haar. Hij bracht haar in contact met de kubisten Georges Braque, Juan Gris en de schrijvers er omheen, zoals Guillaume Apollinaire, Max Jacob en André Salmon. Op 13 juli 1913 trouwden Halicka met Marcoussis en maakten hun huwelijksreis naar Banyuls-sur-mer. Halicka exposeerde voor de eerste keer op de Salon des Indépendants van 1914. Halicka begon te experimenteren met stillevens. Haar belangrijkste kubistische werken maakte zij tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen Marcoussis als vrijwilliger in dienst was. Zelf leefde zij in Normandië. Tijdens de gehele oolog was Marcoussis afwezig en toen hij terug kwam was er wat rivaliteit wegens haar succes tijdens zijn afwezigheid en het feit dat Halicka een contract had afgesloten met de kunsthandelaar Zborowski.
Na de oorlog ging Halicka met Marcoussis terug naar Polen, waar zij hun familie geruïneerd aantroffen. Daar zij niet op financiële steun konden rekenen keerden zij spoedig naar Parijs terug. Om haar man te laten schilderen aanvaardde Halicka enige tijd een baan. In 1922 kreeg Marcoussis en Halicka de dochter Ewa Magdalena Maria, roepnaam Malèna, die later trouwde met de componist Jacques Besse. In deze tijd maakte Halicka ook o.a. decors voor balletuitvoeringen. Halick ging over naar een meer figuratieve stijl. Daarna ontwikkelde zij een combinatie van naaldkunst en collage, die zij Romances capitonnées noemde en die voor het eerst tentoongesteld werden in 1924.
Tijdens een kort verblijf in Polen maakte Halicka een groot aantal schilderijen van het getto van haar geboortestad Cracovie. In Parijs was de familie Marcoussis bevriend met de rijke Amerikaanse Helena Rubinstein, eigenares van het bekende cosmetica bedrijf. Zij gaf hen verschillende opdrachten, bevoorderde hun bekendheid in de V.S. en liet de familie Marcoussis overkomen naar de V.S. In 1936 had Halicka van 22 januari t/m 8 februari een expositie in de Marie Harriman Gallery te New York. In 1938 keerde de familie Marcoussis terug naar Parijs, waar Alice in hetzelfde jaar een expositie had bij Galerie Pascaud.
Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog besloot de familie Marcoussis Parijs te verlaten. In mei 1940 vertrokken Alice en dochter Malèna naar Cusset, een plaats in de buurt van Vichy. Marcoussis kwam later, maar was toen al ziek. Hij overleed op 22 november 1941 aan longkanker. In december 1941 verhuisde Alice en Malèna, die door haar Joodse afkomst haar baan bij een radiostation was kwijtgeraakt, naar Marseilles. In november 1942 vluchtten Alice en Malèna naar Vienne, een plaats bij Lyon, en later naar Chamonix en Sallanches. Na de oorlog keerde Alice terug naar Parijs, waar zij geregeld exposeerde. In 1946 verscheen haar autobiografie Hier: souvenirs. Op 7 januari 1975 overleed Alice in Parijs en werd zij bij haar man begraven in Cusset. Zij liet een groot deel van haar en van Marcoussis' werken na aan de Bibliothèque Nationale de France.
Volgens de schrijfster Jeanine Warnod in haar boek l'école de paris ontving Alice Halicka bijna zestig jaar na haar verblijf in Normandië tijdens de Eerste Wereldoorlog een groot aantal kubistische werken, die zij toen gemaakt had. Zij ontving zestig schilderijen, gouaches en tekeningen van de erfgenamen van de mensen waar zij gewoond had. De op de zolder teruggevonden werken werden tentoongesteld bij Galerie Motte in de Rue Bonaparte 22 te Parijs. Jeanine Warnod speelde als kind met Halicka's dochter Malèna. Het gezin Marcoussis woonde tegenover het gezin Warnod in de Rue Caulaincourt.
Tussen 1913 en 1920 is in het werk van Alice Halicka een kubistische invloed zichbaar.
| kunstwerk | titel | jaar | nu te zien in |
![]() | Compositie met Viool | 1914 | Geveild op 17 november 2003 bij Boisgirard et Associés te Parijs |
| . | Compositie met een boek en een papierblad | 1914 | . |
| . | Compositie met fles en glas | 1914 | . |
| . | Compositie met spiegel, glas en pijp | 1914 | . |
| afm.: 61 x 50 cm | compositie no. 10 | 1914 | Collectie Guy en Chrtiane de Aldecoa, Parijs |
![]() | Kubistisch stilleven | 1915 | Tom Podl Collectie, Chicago |
| afm.: 63 x 67,5 cm | Stilleven met tulpen in vaas, flessen, boeken en pijp | 1915 | |
![]() | Kubistisch stilleven met gitaar | 1916 | Musée d'Art Moderne, Geneve |
![]() | Kubistisch stilleven | 1916 | |
![]() | Stilleven met fles Starka en brood | 1918? | |
![]() | stilleven met Gitaar | 1918 | |
| afm.: 65,5 x 81 cm | Stilleven | 1920 |