Iwan Puni (1892-1956).

Iwan/Ivan/Jean Puni/Pougny

Iwan Puni, Jean Pougny en Jean Pougni zijn dezelfde persoon. Puni is de Franse naam gaan gebruiken na zijn definitieve vestiging in Parijs in 1924.

Iwan Albertowitsch Puni (ook geschreven Ivan Albertovich) werd op 20 februari 1892 geboren in de Finse plaats Kuokkala. Kuokkala hoorde toen bij de Russische provincie Sint Petersburg. Zijn vader was eerste cellist aan het Mariinski Theater, zijn Italiaanse grootvader Cesare Pugni was balletcomponist in Parijs, Londen en Sint Petersburg. In 1900 ging Iwan Puni naar Sint Petersburg waar hij tot 1908 studeerde aan het gymnasium van de Militaire Academie. Hij koos voor het kunstenaarschap nadat hij na de dood van zijn moeder in 1909 geld had geërfd. In 1910 ging hij naar Parijs, waar hij studeerde aan de Académie Julian en kennis maakte met de schilderijen van Cézanne, de fauvisten en de kubisten. Ook leerde Puni in Parijs de beeldhouwer Alexander Archipenko kennen.

Xenia Boguslawskaja, 1922

In 1912 maakte hij een reis naar Italië, waarna hij terugkeerde naar Sint Petersburg en deelnam aan de expositie Union de la Jeunesse. Hij trouwde in 1913 met de schilderes en kostuumontwerpster Xenia/Wanja Leonidova Boguslawskaja (ook geschreven: Ksenia/Zhenia Bogouslavskaia, Boguslavskava en Boguslavskaia), geboren in 1892, die in 1915 samen met Malevich het artikel Suprematist Manifesto schreef. Boguslawskaja had in de periode 1911-1912 lessen gevolgd aan de Académie Russe te Parijs. In Sint Petersburg werd Puni bevriend met Kazemir Malevich , Tatlin en Larionov.

0.10, 1916

In februari 1914 bezocht Puni opnieuw Parijs en nam hij deel aan de Salon des Indépendants. Terug in Rusland organiseerde hij samen met Malevich, Tatlin, Aleksandra Exter en Nadezhda Udaltzova de expositie Tramway W (3 - 16 maart 1915), de eerste futuristische schilderijtentoonstelling, en samen met Malevich en Tatlin de tentoonstelling 0.10 (nul - tien).

Cartoon ivm 0.10, vlnr: Buguslawskaja,?, Puni,Tatlin en ?

Op 19 december 1915 (= 1 januari 1916 onze kalender. Tot 1917 had Rusland de Juliaanse kalender) werd 'De laatste futuristische tentoonstelling van schilderijen 0,10' geopend in de galerie van Nadezha Dobychina. De naam sloeg op het tijdschrift nul dat men wilde uitbrengen en de 10 deelnemers: Buguslawskaja, Klyun, Malevich, Mjenkow, Vera Pestel, Liubov Popova, Puni, Olga Rosanowa, Tatlin, Udaltzova. Na de Oktoberrevolutie in 1917 keerde Puni terug naar zijn geboorteplaats Kuokkala, maar werd in 1918 docent aan de SVOMAS, een kunstopleiding, in Petrograd en in 1919 op verzoek van Marc Chagall voor enkele maanden op de kunstacademie in Vitebsk, waar Chagall de leiding had.

Atelier Berlijn, 1921

Teruggekeerd in Petrograd in augustus of september 1919 verslechterde de politieke situatie zodanig dat Puni samen met zijn vrouw Rusland probeerde te ontvluchten. Zijn vrouw kwam voort uit de kleine adel en Puni's moeder, Lydia Lomankine, uit de landadel. Puni vroeg een visum voor Parijs aan, maar wachtte dat niet af en reisde samen met zijn vrouw illegaal over de bevroren Oostzee naar Kuokkala in Finland. Daar werden ze geïnterneerd en pas in de herfst van 1920 slaagden zij er in een doorreisvisum te kijgen om via Danzig naar Griekenland te reizen, daar Xenia een Griekse grootmoeder had. Via Danzig gingen de Puni's echter naar Berlijn, waar zij op 21 oktober aankwamen bij de al ongeveer 300.000 aanwezige Russische emigranten en vluchtelingen. In Berlijn waren een Russisch theater, Russische kerken, scholen, bibliotheken, boekhandels, kranten, kunstgaleries, etc. In het stadsdeel tussen Wittenbergplatz, Kaiser-Wilhelm-Gedächtnischkirche en Kurfürstendamm sprak 50% van de mensen op straat Russisch. Puni voorzag in zijn levensonderhoud met het maken van krantenillustraties en theaterkostuums.


Der Sturm, 1921 Der Sturm, 1921 Der Sturm, 1921 Der Sturm, 1921

Der Sturm, 1921

In februari 1921 had Puni een tentoonstelling van 215 schilderijen en tekeningen in de galerie Der Sturm van Herwarth Walden in de Potsdamerstraße 134a. Om de aandacht op de tentoonstelling te vestigen ontwierp Puni kostuums voor 'lopende reclame poppen'. Puni's atelier in de Kleiststraße 43 werd een trefpunt voor de Russische en Duitse kunstzinnige en literaire kringen. De tentoonstelling van Puni was een voorloper van de in 1922 gehouden l. Russischen Kunstausstellung, die gehouden werd van 15 oktober tot eind december in de Galerie van Diemen, Unter den Linden 21, Berlijn. Puni was met drie schilderijen op deze tentoonstelling aanwezig. Voor de honderdste tentoonstelling in Der Sturm, september 1921, ontwierp Puni de nevenstaande affiche.

Boek: Iwan Puni: Moderne Malerei, 1923

Op 4 november 1922 werd door Puni een voordracht gehouden onder de naam Moderne Malerei, waarna een knallende discussie ontstond tussen o.a. Puni, Archipenko, Natan Altman en anderen. In 1923 verscheen de tekst in het Russisch bij de Berlijnse uitgeverij Frenkel-Verlag: Sovremennaja zivopis. Tussen 1920 en 1923 werkte Puni aan diverse theaterproducties en boeken mee. Voor het Poolse Ballet Ballachina, opgevoerd in Praag in 1923, maakte Puni meer dan honderd decor- en kostuumontwerpen.

Na een aantal voorbereidende reizen verhuisde Puni in 1924 naar Parijs. Hij ging wonen in Montparnasse, waar vanaf het begin van de twintigste eeuw al een grote Russische gemeenschap woonde. Puni veranderde zijn naam gelijk en de eerste werken die in zijn atelier op rue Moulin-Vert 51 ontstonden signeerde hij met Jean Pougni en later met Jean Pougny. Hij ging om met Fernand Léger, Amédée Ozenfant, Gino Severini en Louis Marcoussis. Vanaf 1935 schilderde Puni op een kleiner formaat in een kleurrijke realistische schilderstijl. Samen met Robert Delaunay reisde Puni in juni 1940 naar Antibes, Zuid Frankrijk, waar hij tot 1942 verbleef. In 1946 werd Puni Frans staatsburger. Op 28 december 1956 overleed Puni in zijn Parijse woningatelier Rue Notre-Dame-des Champs 86 (Montparnasse). Hij werd op het kerkhof Montparnasse begraven. Zijn vrouw Xenia Buguslawskaja overleed in 1972.

Herman Berninger.

De synthetische muzikant, afmetingen: 145 x 98 cm

Dankzij de inspanningen van de verzamelaar Herman Berninger is Puni weer in de belangstelling gekomen. Door de aankoop van een werk uit de Parijse periode kreeg Berninger belangstelling voor Puni en zijn werken. Hij ontmoette Puni en zijn vrouw in 1952 en uit de kennismaking volgde een jarenlange vriendschap. Berninger maakte samen met Jean Albert Cartier een overzichtcatalogus van Puni's werken: Pougny, Cataloque de l'oeuvre Russe-Berlin 1910-1923. In 1965 kocht Berninger het belangrijkste werk De synthetische muzikant. Dit schilderij werd het uithangbord van de Berlinische Galerie, Landesmuseum für Moderne Kunst, Photographie und Architektur in Berlijn. In 1988 verkocht Berninger na de tentoonstelling Ich und die Stadt het schilderij en drie andere aan dit museum.

Tentoonstellingen.

Van 12 oktober t/m 27 november 1961 was in het Stedelijk Museum te Amsterdam een retrospectief met 222 werken.

Van 12 april t/m 28 september 2003 kon men in het Museum Jean Tinguely te Bazel tweehonderd werken van Puni zien uit de verzameling van Herman Berninger en van musea.

Tik op nevenstaande knop voor werken van Puni.
Laatste wijziging: 290811