María Gutiérrez Blanchard werd geboren op 6 maart 1881 te Santander. Zij studeerde vanaf 1902 op aandringen van haar vader, de journalist Enrique Gutiérrez Cueto Blanchard, in Madrid voor schilderes bij Emilio Sola. Haar vader stierf in 1904 en de familie verhuisde naar Madrid, waar Maria via diverse privé docenten zich verder bekwaamde. In 1908 bezocht zij voor het eerst Parijs. Na een verblijf in Granada ging zij opnieuw in 1911 studeren in Parijs. Zij bezocht de Académie Vitti, waar Kees van Dongen en de Spaanse schilder Hermenegildo Anglade Camarasa les gaven. In Parijs maakte zij via de Spanjaarden Juan Gris en Pablo Picasso kennis met de kubisten. Volgens Axel Madsen in een boek over Sonia Delaunay nam Blanchard les bij Jean Metzinger.
In juli 1914 vertrok Blanchard samen met Diego Rivera, Jacques Lipchitz, Berthe Kitrosser, de vriendin van Lipchitz, en Angelina Beloff, de vrouw van Rivera, naar Mallorca. Door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ging de groep in september 1914 via Barcelona naar Madrid. Lipchitz en Rivera kende Blanchard via de bijeenkomsten van de kubisten. In Madrid ontmoette Maria bekenden uit Parijs, n.l. Robert en Sonia Delaunay en Marie Laurencin. In maart 1915 organiseerde de schrijver Ramón Gómez de la Serna (1888-1963) de tentoonstelling Los pintores íntegros voor Rivera en Blanchard met enkele gipsen beelden van Lipchitz. Voor het eerst werden in Spanje kubistische werken getoond.
Na het verblijf in Spanje van 1915-1916 waar zij als docente werkte keerde zij terug naar Parijs. In Parijs deelde zij enige tijd een woning met Rivera en Beloff. Denkelijk hielp zij Beloff voor en na de geboorte van haar zoon Diego op 11 augustus 1916. Volgens Mariá José Salazar maakte Blanchard in die periode het nevenstaande schilderij Zittende vrouw - compositie met rode vlek. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog bracht zij enige weken door bij Gris, die Parijs i.v.m. de beschietingen ontvlucht was en tijdelijk woonde in Beaulieu-les-Loches. Gris verzorgde in oktober 1918 zowel zijn vrouw als Maria, die beiden last hadden van de Spaanse griep. Vanaf 1919 werkte zij opnieuw in Parijs en had zij in dat jaar een solo-expositie in de galerie van Léonce Rosenberg. In 1920 nam zij deel aan de Salon d'Indépendants met het schilderij La Comulgante. In 1922 vestigde zij zich in een studio in de Rue Boulard te Parijs.
Na een kubistische periode ging zij in 1921 over op een realistische stijl. Van de typische kubistische onderwerpen stapte zij over naar portretten en personen. Op 6 april 1932 stierf Blanchard in Parijs aan tuberculose. Zij werd begraven op het kerkhof te Bagneux.
De kunstverzamelaar Dr. Maurice Girardin kocht in de periode 1920-1929 minstens 34 werken van Blanchard. Maurice Raynal besteedde in 1927 in zijn boek Anthologie de la Peinture Française een hoofdstuk aan Maria Blanchard.
Tijdens de tentoonstelling 'Van Picasso tot Tápies' die van 27 oktober 2001 t/m 17 februari 2002 werd gehouden in het Haags Gemeentemuseum was van Maria Blanchard het kubistische werk Vrouw met waaier uit 1916 te zien.
| Tik op nevenstaande knop voor kubistische werken van Blanchard. | ![]() |